
De dames doken voor het eerst op in de strip Sigmund en komen nog regelmatig langs in de populaire gagstrip. Het bundelen van de strookjes met de moslima's in hoofdrol heeft uitgeverij de Harmonie geen windeieren gelegd. Van het eerste deel Burka Babes, dat ook in een internationale editie verscheen, werden meer dan 20.000 exemplaren verkocht. Ook over de grens leest men de zwarte humor van De Wit graag. De Spaanse editie werd gepresenteerd tijdens het Ficomic Festival in Barcelona, dat tussen 6 en 9 mei plaats vond. De Franse editie verscheen in mei onder de titel Burqa fashionista.
Doodswens
Polderburka's is net als het eerste deel uit 2007 uitgegeven in een horizontaal hardcover boekje. Wederom gaat De Wit op speelse wijze om met de uitwassen van de islam. De Wit houdt het op het eerste gezicht luchtig. Grapjes over een burka die in de zon ligt om bruin te worden, een fles sunfactor 0 staat naast haar. Een cartoon waarin twee dames poseren voor de Eiffeltoren, terwijl de fotografe hen vraagt om te glimlachen - alsof je door die dunne kijkspleet van de burka ooit een mond zou kunnen zien. Maar vergis je niet: er is duidelijk een kritische noot in De Wits grollen te vinden. Het is voor de dametjes in zwart geen pretje om er als levensgrote tampon door het leven te moeten. 'Ik wou dat ik dood was!' schreeuwt het meisje Nilgüm het uit, als haar gevraagd wordt hoe haar eerste dag in burka bevalt. Ook de moslimman komt er niet goed van af: een paar cartoons refereren naar de ondergeschikte positie van de vrouw en mishandeling binnen het moslimhuwelijk. Het is te hopen dat fundamentalisten ook de humor van de burka babes inzien.
Niemand
Dat de burka symbool staat voor onderdrukking, wordt nog eens in de laatste strook door de stripmaker onderstreept, wanneer een burka babe op aanraden van Sigmund zich van haar alles bedekkende gevangenis moet ontdoen, blijkt eronder de burka toch nog een onzichtbare vrouw schuil te gaan. Een wezen zonder identiteit. 'Ja, dat is de kracht van de onderdrukking, ' verzucht Sigmund. Best schrijnend als je erover nadenkt.
Peter de Wit - Polderburka's
De Harmonie, € 9,90
ISBN: 9789061699422

Leuk detail: Maaike heeft meegeschreven aan Siglo XXV verhaaltjes en Ben heeft Maaike destijds een beetje op sleeptouw genomen in Afrika. In Donker brengt Hartjes brengt met haar eigen kijk op de wereld onderwerpen uit het dagelijkse Zuid-Afrikaanse leven in beeld. Het boekje is een persoonlijk reisverslag in een land vol extremen.
In Siglo XXV verlaten Toby en zijn familie de drukbevolkte aardkloot om te emigreren naar een ruimtestation tussen Saturnus en Uranus. Op dit station wonen aliens uit het hele universum. Toby houdt zijn vrienden op aarde op de hoogte via intergalactic email. Deze ervaringen worden verteld in 1-pagina verhaaltjes.
Galerie Lambiek
Kerkstraat 132
1017 GP Amsterdam


Het was vorig jaar eind augustus toen we in stripwinkel Lambiek Hallie's eerste kindje presenteerden. Een gezellige boekpresentatie waar ik de eer had om het geheel in te leiden. Wat ik met plezier deed: niet alleen leid ik graag in, ik ben ook een grote fan van Hallie's werk. En nu, ongeveer negen maanden, is er de Moeilijke Tweede.
Niet dat de grappen van Lama nu zo moeilijk zijn, maar het is een bekend fenomeen dat de follow-up na een debuut wat problematisch kan zijn. Of het nu gaat om de tweede cd, de tweede roman of het tweede kind. Hoewel dat soms ook wel goed uitpakt: Led Zeppelin II is een klassiek album. In het geval van Lama's tweede is eerder sprake van een dubbelalbum: het kleinood telt maar liefst 200 pagina's. Die overigens niet allemaal gevuld zijn met cartoons, want er staan ook strips in. Zoals het verslag van het Imagine filmfestival die Hallie dit jaar voor de site van Zone 5300 maakte. Ook De Olijke Paling, een 24 Hour Comic die Hallie in 2007 ruimschoots binnen de tijd op papier zette, is te vinden in de bundel.
Meer Hallie
Hallie komt er zelf ook veelvuldig in voor. Als stripfiguurtje praat hij de lezer door de bundel heen. Dat geeft een extra persoonlijk tintje aan het geheel en wijst ook op het gegeven dat de stripmaker zelf meer op de voorgrond van zijn werk treedt. Misschien dat hij zich in de toekomst meer gaat toeleggen op dagboekstrips en dat de grappen en grollen over rare kroegmannetjes wat op de achtergrond raakt. In ieder geval zullen we op de site van Zone 5300 meer van hem gaan zien, want Hallie gaat daar binnenkort geregeld beeldbloggen.
In Hallie Lama's Moeilijke Tweede staan ook een paar cartoons in die ondergetekende bedacht heeft, daarom is dit ook geen recensie, maar meer een algemeen stukje om de geïnteresseerde lezer te attenderen op het uitkomen van Hallie's bundel. Je kunt toch moeilijk een boek recenseren waarin ook werk van jezelf in staat, ook al zijn het maar vijf cartoons van de grote hoeveelheid materiaal dat in de bundel staat. Hallie staat nu eenmaal bekend om zijn werklust. (Qua hoge productie mag je hem vergelijken met een auteur als Stephen King, die ook hele telefoonboeken aan proza produceert, ware het niet dat je om Hallie's werk kan lachen en King toch vooral uit het horrorvaatje tapt.)
Een leger cartoonisten
Wie trouwens na het lezen van de Moeilijke Tweede meer trek heeft in Lama's grappen, kan behalve dagelijks zijn site bezoeken, ook met zijn neus diep in het Cartoonblogboek duiken dat onder redactie van Robert Schuit, die ook het cartoonblog beheert, in het leven is geroepen. Andere stamgasten van die site staan er ook in, zoals Argibald, De rustende jager, Kito en Schuit zelf.
Tijdens de Stripdagen was er ook een heuse expositie rondom deze groep cartoonisten te zien in de Vishal. De expo liep tot 13 juni. Op de Stripdagen kreeg Hallie ook een Clickie, een prijs voor webcomics, uitgereikt. Maar dat feit vond de organisatie van die prijs kennelijk zelf niet belangrijk genoeg om daar op haar eigen site over te berichten. Tot op heden wordt er geen woord over de winnaars gerept. Hallie deed dit gelukkig wel.
Alle hierboven besproken boeken zijn uitgegeven door Xtra, een van de uitgeverijen in Nederland waar nog aandacht is voor nieuw en eigenzinnig talent.
Hallie Lama - Hallie Lama's moeilijke tweede
Uitgeverij Xtra, € 17,90
ISBN 978-94-90759063
Cartoonblogboek
Uitgeverij Xtra, € 16,90
ISBN 978-94-90759-04-9

Dat hebben de vertalers, Peter de Bruin en Olav Beemer, zondag bekendgemaakt aan NRC Handelsblad. Marvel superhelden worden al jaren in het Nederlands uitgegeven. Vroeger onder de vlag van Hip Comics en Classics. In 1979 begon uitgeverij Juniorpress met het uitgeven van Marvel comics.
Nostalgie
Ik koester nostalgische gevoelens wat betreft de uitgaven van Juniorpress. Ik las ze in de tijd toen ik geïnteresseerd raakte in strips en superhelden. De brievenrubriek en redactionele teksten van Ger Apeldoorn, die de X-Men vertaalde, zijn legendarisch. Ook leek de redactie van Juniorpress zeer betrokken bij de strips en haar lezers. Juniorpress stopte drie jaar geleden met het uitbrengen van Marvel Comics. Toen werden de licenties te duur en de opbrengst te laag. Zelfs tijdens de hoogtijdagen in de jaren negentig verkocht Juniorpress zo'n 5000 exemplaren per uitgebracht deeltje.
Z-press nam het over, maar ook dat was geen succes. Vorig jaar november verschenen de laatste deeltjes van Spider-Man en X-men bij Z-press. Gemiddeld verkochten ze 1000 exemplaren per nummer per maand. Geen vetpot dus.
Het is lastig om een nieuwe lezer in de wereld van Marvel te introduceren. Het universum is in de vroege jaren zestig bedacht en nieuwe verhalen bouwen voort op wat eraan voorafging. 'De drempel is erg hoog voor een nieuwe lezer,' vertelt Ger Apeldoorn, 'daarom zijn ze bij Marvel tien jaar geleden begonnen met het Ultimate universum, om mensen een nieuwe ingang te bieden.' In het ultimate universum wordt de oorsprong van de helden op een nieuwe manier verteld en geüpdatet naar de moderne tijd.
Zombies
De aankomende uitgaven zijn vertaalde tradepaperbacks, waarin min of meer complete verhalen samengebundeld zijn. De selectie van de eerste tien bundels is opmerkelijk te noemen. Het spits wordt in september afgebeten door Marvel zombies, een smakeloos verhaal waarin de Marvel-helden veranderd zijn in levende doden. De NRC meldt verder de volgende titels die verspreid tot eind volgend jaar zullen verschijnen:
- Twee delen van New Avengers
- House of M, een groot avontuur waarin alle belangrijke Marvel- helden voorkomen;
- Thor, over een held gebaseerd op de god uit de Noorse mythologie, een personage dat in 2011 zijn eigen film krijgt, geregisseerd door Kenneth Branagh;
- Twee delen van Punisher: Welcome Back, Frank, over de gewelddadige antiheld Punisher.
Daarnaast worden klassieke verhalen als Kraven's Last Hunt uitgegeven. In dit verhaal neemt de schurk Kraven op sublieme wijze wraak op Spiderman. Het verscheen in 1987 door de drie Spiderman-series heen. Born Again, een Daredevil-verhaal geschreven door Frank Miller en getekend door David Mazzucchelli, komt ook uit in Nederlandse vertaling. Dat ze Thor uitgeven is op zich niet verwonderlijk, want er zit een film aan te komen van deze held. Net als de Avengers.
De Vliegende Hollander
Een Nederlandse uitgeverij die zich sinds een tijdje bezighoudt met het uitgeven van vertaalde comics is De Vliegende Hollander. Daar verschijnen trades van onder meer Hellboy en Sin City. Ook is daar net het eerste deel van From Hell en twee delen van Y:The last man verschenen. Allemaal geen Marvel Comics, maar misschien dat de mensen van Nano Arte het kunstje van De Vliegende Hollander hebben afgekeken.
Of de verkoop van Nederlandse Marvel Comics nu wel een succes gaat worden, moet nog blijken. Aan de vertalingen van Peter de Bruin en Olav Beemer zal het niet liggen. Die zitten goed in de materie. Maar ik vraag me af of de superheldenliefhebbers zitten te wachten op Nederlandse versies van strips die ze waarschijnlijk al in huis hebben. 'Ik denk dat je de fans alleen kunt paaien als je met mooie uitgaven op de proppen komt,' zegt Apeldoorn. 'Ik heb zelf mijn oude versie van Watchmen weggedaan toen de nieuwe versie uitkwam.' Of de comics van Nano Arte inderdaad bijzonder mooi zullen worden, gaan we vanaf september zien.

Dat De Heij een productief tekenaar is, staat buiten kijf. Hij is de tekenaar van de oorlogsstrip Haas die ieder nummer in Eppo verschijnt. Daarnaast is hij, samen met Ger van Wulften, de drijvende kracht achter het magazine Pulpman, dat zes keer per jaar boordevol pulpstrips in de winkel ligt. Ook schildert hij portretten en stillevens. Dat Vintage een behoorlijke omvang heeft, verbaast me dan ook niet.
Compulsief
Het realistische tekenwerk van De Heij wordt gekenmerkt door een trefzekere compositie. De inktlijnen verraden een zekere haast, alsof de tekenaar zijn vertreldrang maar net zelf kan bijbenen. Net als bijvoorbeeld collega Baeken, lijkt De Heij een compulsief tekenaar, iemand die altijd aan het tekenen is en schijnbaar zonder moeite de ene prachtige prent na de andere produceert.
Bladeren door het boek is alsof je door de creatieve geest van de stripmaker loopt. Vintage begint met een reeks illustraties en schetsen die zwaar gearceerd zijn en als magisch-realistisch bestempeld mogen worden. Een jongen die zichzelf een spiegel voor houdt, maar niet zichzelf maar de kop van een uil weerspiegeld ziet; een faustiaans tafereel waarbij iemand een contract ondertekend, terwijl de duivel over zijn schouders mee kijkt. Een vrouw die zwaar gebukt gaat onder het reusachtige rotsblok dat ze op haar rug torst.
Geile olifant
In principe loopt van alles door elkaar: sprookjesachtige kinderboekillustraties, beestenboel en naakte dames. De omslagillustratie spreekt in dat opzicht boekdelen: een verschrikte De Heij wiens hoofd overspoeld wordt door allerlei beelden uit zijn eigen strips. Dat drie van de zes afbeeldingen een naakte vrouw laten zien, is geen toeval. De Heij tekent graag de vrouw in haar naakte vorm, van klassieke portretposes tot en met hardcore porno. Seksualiteit speelt een grote rol in het werk van De Heij. Zijn strips draaien vaak uit op flinke sekspartijen die niet zelden een komische noot als einddoel hebben.
Bladerend door Vintage steken al snel de eerste penissen hun kop op en wordt er volop en veelvuldig gepenetreerd, gepijpt en gespoten. In het universum van De Heij steken zelfs olifanten graag hun slurf in gewillige vulva's. En weten sneeuwpoppen, met hun ijzig geslacht, menig hitsig meisje wat verkoeling te brengen.
Geen achtergrond
Ik ben een fan van De Heij's strips en wat betreft de seksuele uitspattingen in zijn werk dus wel wat gewend. Voor mensen die met Vintage voor het eerst met de tekenaar kennismaken, of alleen bekend zijn met de strip Haas, moet het boek een nogal overdonderende indruk maken. Een interview met de stripmaker of een beschouwende inleiding hadden het werk kunnen duiden.
Wat dat betreft ben ik het met mijn Zone-collega Marcel Ruijters eens, die eerder de artbooks van Serge Baeken besprak, dat enige toelichting bij het tekenwerk, bijvoorbeeld voor welke publicatie de tekeningen zijn gemaakt, veel had kunnen verduidelijken. Nu moeten we maar naar het hoe en waarom raden. Aan de andere kant kan de liefhebber ongestoord van het strakke tekenwerk genieten zonder afgeleid te worden door allerlei feitjes.
Jammer dat de schilderijen van Fred in zwart-wit zijn afgedrukt. Zoals de mooie, geschilderde covers van Pulpman laten zien, komen Freds penseelstreken beter tot hun recht in kleur. Toch, zodra ik de laatste bladzijde heb bereikt, voel ik geenszins de behoefte het boek terug in de kast te stoppen, maar heb ik zin om vanaf het begin weer aan de visuele reis door het hoofd van Fred te beginnen.
Fred de Heij - Vintage
Uitgeverij Xtra
ISBN 978-94-90759-01-8

Stripmakers Sandra de Haan en Floris Oudshoorn, stripgebruiker Stijn Schenk en ondergetekende stripjournalist maakten onder leiding van stripmaker Thomas Langedijk, ook wel bekend als Tommy A., een keuze uit de debuten van de afgelopen twee jaar.
De jury oordeelde dat Van Santen 'een sterk gevoel voor timing, intellectuele diepgang en grappige situaties tot één vloeiend geheel weet te smeden. Zo wordt een dialoog over ethiek in reclame feilloos versneden met een hilarische scène waarin Eitje het opneemt tegen een reus van een buffel.'
Van Santen krijgt de geldprijs van 2500 euro overhandigd tijdens de opening van de Stripdagen Haarlem.
Lees hier het interview met de gelukkige winnaar.


In de twee verhalen waar De Leveling uit bestaat ontmoet Germonprez verpleegster Florentine die hij nog van vroeger kent. Het gehandicapte dochtertje van Florentine is gestorven. Ze heeft net als Germonprez, wiens zoon in de vorige strip zelfmoord heeft gepleegd, veel verdriet te verwerken. Florentine kan zich er dan ook niet toebrengen om de rolstoel van haar dochtertje weg te doen. Daarvan afscheid nemen betekent voor haar accepteren dat Roosje er niet meer is.
Semi-autobiografisch
Het eerste deel van Jaren van de olifant was semi-autobiografisch. De Vlaamse Linthout verloor net als de hoofdpersoon een zoon aan zelfmoord. 'De gebeurtenissen in Jaren van de olifant zijn weliswaar verzonnen, maar de gevoelens zijn echt,' vertelde de stripmaker in een interview met ZozoLala. Interessant gegeven van de strip was dat Linthout deze in zijn bekende Urbanus-stijl tekende. Niet een stijl die je direct associeert met zware onderwerpen als zelfmoord en het omgaan met verdriet, hoewel het in het genre van autobiografische strip niet ongebruikelijk is om in een niet-realistische stijl te tekenen. Gerard Leever tekent bijvoorbeeld zijn Gleevers Dagboek ook in een mainstream stijl.
Onafgemaakt
Net als het eerste deel is deze strip niet geïnkt. Toen had Linthout daar een duidelijke reden voor: 'Sams leven was niet af, dus is de strip over hem dat ook niet.' Kennelijk is die werkwijze hem bevallen of wenst Linthout de eenheid tussen de verschillende delen te bewaren. Het ongeïnkte tekenwerk maakt tevens in een oogopslag duidelijk dat dit album weer heel anders is dan zijn Urbanus-strips. Maar een artieske of inhoudelijke reden kan ik er niet voor verzinnen.
De groezelige potloodtekeningen bewijzen het verhaal echter geen dienst en hadden naar mijn smaak beter strak geïnkt kunnen worden. Dat past beter bij de friovole tekenstijl die an sich prima aansluit bij de plot, want hoewel het verhaal op het eerste gehoor ernstig klinkt, lardeert de tekenaar de vertelling met humoristische overdrijving. Als Flo's dochtertje vlak na de bevalling niet blijkt te reageren op haar omgeving en geen geluid maakt, wordt ze aangesloten op onomatopeeënmachine die haar de juiste dosis geluidseffecten toedient. Zo bevat de strip nog meer grappige vondsten die je van de maker van de Urbanus-strips kunt verwachten.
Het album is vanaf 5 juni te koop.
Willy Linthout - Jaren van de olifant 2: De leveling
Catullus, €11.95
ISBN: 9789078753353
***
In de strip van vijftien pagina’s heeft de ‘stripversie’ van Grunberg een bizarre ontmoeting met een journalist van het gezaghebbende dagblad The Guardian, die echter alleen over naakt dansende vrouwen wil praten. Pas veel later blijkt het om een geldbeluste oplichter te gaan, of een moordenaar.
Eisner #4, die op 2 juni verschijnt, bevat naast ‘Paranaoia in Bagdad’ ook verstrippingen van Robert Vuijsjes Alleen maar nette mensen door Bart Nijstad, van een gedicht van Menno Wigman (door Roel Smit) en van een autobiografisch verhaal van Herman Brusselmans, dat is bewerkt door Caryl Strzelecki.
Deze Eisner zit dus bordevol met literaire inspiratiebronnen. Of die allemaal leesbare en leuke strips opleveren is dus vanaf volgende week te lezen.

Op 4 juni wordt in Het Patronaat in Haarlem van 12.00 tot 16.00 de Creatieve Marktplaats georganiseerd. De plek waar beginnende tekenaars en professionals van bureau’s, agentschappen, bedrijven en instellingen elkaar kunnen ontmoeten.
Onderdeel van de Creatieve Marktplaats is de opdrachtenwedstrijd. Tekenaars kunnen proberen om een van de zes opdrachten binnen te halen. Onder meer een exclusieve expositie in de Sugar Factory, een poster voor Het Patronaat en een logo voor Hogeschool Inholland. De deadline is 1 juni aanstaande. De briefing kunt u vinden via http://www.stripdagenhaarlem.nl/2010/opdrachtenwedstrijd/.
Meer weten over de Creatieve Marktplaats? Ik schreef er in 2008 dit verslag over.


Helen Potter, seksueel misbruikt door haar vader en verwaarloosd door haar moeder, verlaat op jonge leven het ouderlijk huis. In het spoor van haar grote voorbeeld Beatrix Potter reist ze van Londen naar het Lake District, waar ze uiteindelijk de confrontatie met haar demonen aandurft.
De stripmaker baseerde al zijn personages op bestaande mensen en dat is aan de gedetailleerde tekeningen en natuurgetrouwe acteursregie af te zien. De strip is visueel zeer toegankelijk. Door de prachtige inkleuring komt het Lake District als decor extra indrukwekkend uit de verf.
Willekeurig
Dat het Lake District een speciale rol in de strip speelt is geen toeval. Achterin vertelt Talbot over de ontstaansgeschiedenis van zijn strip. Hij wilde al jaren een verhaal over het Engelse Lake District schrijven en tekenen, de streek waar hij sinds zijn veertiende verliefd op is. Omdat hij een reden nodig had om het personage Helen het huis uit te laten vluchten koos hij lukraak het onderwerp seksueel misbruik.
Zoals hij zelf schrijft:
'Het was nogal willekeurig, maar als motief goed genoeg. Het is immers een van de belangrijkste oorzaken van dakloosheid onder tieners. En het leek goed aan te sluiten bij het verlegen karakter van de hoofdpersoon.'Gelukkig zag Talbot zelf ook in dat dit toch vaak onbespreekbare onderwerp het epicentrum van zijn vertelling diende te worden.
Schoolvoorbeeld
Talbot las als research veel boeken over seksueel misbruik van kinderen en het is te merken dat hij zich goed in dit thema verdiept heeft. Het moment dat Helen haar gevoelens uit en midden in het natuurschoon van het Lake District denkbeeldig haar vader toeschreeuwt, doet enigszins gekunsteld aan. De dialoog had zo uit een voorlichtingsboekje kunnen komen. Naar ik vernomen heb wordt Het verhaal van een slechte rat tegenwoordig ook in de voorlichting gebruikt.
Ook had ik de uiteindelijke confrontatie met de vader heftiger voorgesteld. De boosdoener komt er mijns inziens te makkelijk van af. Maar dat zijn slechts enkele vlekjes in een verder zeer interessante striproman waarin een gevoelig onderwerp op stijlvolle wijze behandeld wordt.
Bryan Talbot - Het verhaal van een slechte rat
De Vliegende Hollander € 19,95
ISBN 978 90 495 0046 7
Deze nieuwe Vlaams-Nederlandse prijs bekroont het beste oorspronkelijk Nederlandstalige album van de voorbije twee jaar. De prijs is in het leven geroepen door Vlaams-Nederlands huis de Buren in Brussel, Stripdagen Haarlem en Strip Turnhout en wordt voortaan afwisselend uitgereikt op de stripfestivals van Haarlem en Turnhout. Er is een geldbedrag van 5.000 euro aan verbonden; bovendien wordt over het winnende album een tentoonstelling gemaakt die zowel in Vlaanderen als Nederland te zien zal zijn.
Het bekroonde boek, Ergens waar je niet wil zijn (uitgeverij Oogachtend, 2009), werd uit een 300-tal titels geselecteerd, en is ondertussen aan een internationale carrière begonnen. De Franse editie verscheen onlangs bij Actes Sud, en kreeg laaiend enthousiaste kritieken, volgende maand verschijnt de Engelstalige uitgave bij Drawn & Quarterly, de Amerikaans-Canadese graphic novel-uitgever.
De jury had het volgende over de striproman van Evens te zeggen:
Ergens waar je niet wil zijn is een boek dat op zoek gaat naar nieuwe mogelijkheden voor het medium strip. Evens laat beproefde technieken als het gebruik van kaders en tekstballonnen achter zich, en werkt zijn tekeningen uit zonder (contour)lijnen. Zijn bijzonder dynamische manier van tekenen draait volledig op het al schilderend op de pagina plaatsen van verschillende kleurschakeringen. Een album lang laat hij decor en personages een subtiel spel met elkaar spelen, waarbij sobere en drukke pagina’s mekaar in een zeer variabele maar desondanks erg consistente beeldcompositie afwisselen. Toch staat deze zoektocht naar grafische vernieuwing, de drang om te experimenteren met alternatieve technieken, nergens de leesbaarheid in de weg.
Ergens waar je niet wil zijn is bijzonder goed verteld en kan bogen op erg sterke dialogen. De tekst heeft maturiteit, en spitst de aandacht toe op de zoektocht van de belangrijkste personages naar een beter leven.
Op vrijdag 4 juni bij de opening van Stripdagen Haarlem ontvangt Evens de prijs, die de naam draagt van Willy Vandersteen (1913-1990), de geestelijke vader van onder meer Suske en Wiske, uit handen van Leen Vandersteen, de dochter van de tekenaar. De Vlaams-Nederlandse jury voor de nieuwe prijs bestond uit Leen Vandersteen (niet-stemgerechtigd juryvoorzitter), Ineke Horst (uitbaatster stripwinkel Sjors Dordrecht) Noël Slangen (communicatiespecialist, stripliefhebber), Jan Smet (stichter Bronzen Adhemar, Stripgids en stripfestival Turnhout), Frank Van Leemput (advocaat, stripliefhebber) en Hein Van Putten (art director De Volkskrant, stripliefhebber).

Typex was een van de vijftig stripmakers die begin mei te gast was op stripbeurs Ficomic in Barcelona. Nederland was dit jaar eregast op het stripfestival dankzij de inspanningen van stripintendant Gert Jan Pos. Typex exposeerde er een reeks nieuwe, indrukwekkende tekeningen.
'Barcelona was echt geweldig, een natte droom voor striptekenaars,' zegt Typex. 'Wij stripmakers zitten eigenlijk altijd in ons uppie op ons spreekwoordelijke zolderkamertje te tekenen. Ik ben er nooit bij als mensen mijn werk zien, maar nu dus wel. We hadden ook meteen een erg leuk contact met de Spaanse stripmakers die we daar tegenkwamen. Je bent meteen vrienden, je merkt meteen een geestverwantschap. Ik spreek drie woorden Spaans en zij drie woorden Engels, dus dat zijn in totaal zes woorden die je over en weer gooit. (lacht) En het was in Barcelona, wat voor mij toch een van de mooiste steden ter wereld is.'
Ga je dan nooit naar Nederlandse stripbeurzen?
'Bijna nooit. Ik word altijd een beetje droevig van de Nederlandse beurzen. Ik heb wel eens achter zo'n tafeltje gezeten, maar mijn strips zijn geen Fokke & Sukke, daar komen geen drieduizend mensen op af. Anderhalve gek komt dan bij mijn tafeltje staan. Al zijn dat dan vaak wel de leuke mensen. Bovendien vind ik het lastig tekenen met publiek erbij.'
Lees maandag het volledige interview met Typex in Het Parool.
Meer over stripmakers in Barcelona:
- Maaike Hartjes maakte een leuk stripdagboek over haar avonturen in Barcelona.
- Het officiële blog over dit onderwerp
- De foto's van Martijn van Santen op Flickr
- De foto's van Matt Baay op Flickr
- De foto's van Rob van Barneveld op Flickr
Foto: Tonio van Vugt.

Dat doet hij dagelijks in Het Parool, maar ook verschijnt zijn werk in Vrij Nederland en vele regionale dagbladen.
Recent verscheen bij De Harmonie Weet mama hiervan?, de vierde thematische bundel van eerder gepubliceerd werk. Centraal staat het leven van pubers en de moeizame relatie met hun ouders. En waar houdt een puber zich het meeste mee bezig? Precies: seks en verliefdheid. Het aantal cartoons over deze onderwerpen heeft dan ook de overhand. Van de te natte eerste kus tot de eerste keer. Van het niet durven benaderen van je droomvrouw tot dat nachtmerrie-achtige momente waarop je je verse vriendin aan je ouders moet voorstellen.
Verder toont Van Straaten in verschillende facetten de universele generatiekloof tussen pubers en hun ouders. Van Straaten houdt ons een tragikomische lachspiegel voor en doet dit in prachtige, rake pentekeningen.
Verhalend verband
In de bundel zijn de cartoons vaak op basis van visuele overeenkomsten naast elkaar gezet. Dit levert interessante spreads op, zoals twee bedscènes met vrijwel dezelfde uitsnede en donkere achtergrond. Op de linkerpagina lopen een jongen en een onzeker meisje - beide halfnaakt - naar het bed, terwijl de jongen zegt: 'Zullen we dan maar?' Op de rechterpagina zien we een iets ouder stel, waarvan de man te enthousiast op het meisje duikt. Ze vraagt hem: 'Ga je dan later wel met me trouwen?'. Door deze twee cartoons naast elkaar te plaatsen is er niet alleen sprake van vormrijm op de bladspiegel. Er ontstaat ook een verhalend verband tussen beide prenten. Misschien gaan de scènes over hetzelfde meisje en heeft ze op de rechterbladzijde wat betreft de liefde nog steeds niet haar draai gevonden?
Overigens valt door de vormrijm nu wel sneller op dat Van Straaten dikwijls varieert op dezelfde lichaamshoudingen. Een mogelijke verklaring voor deze herhaling in zijn werk gaf de tekenaar in een interview in de PS van 27 maart, waarin Van Straaten aangeeft dat de 50 jaar ervaring ook remmend kan werken:
'Ik wéét nu te veel. Toen had ik meer spontaniteit en brutaliteit. Je wordt onzekerder, omdat je beter weet wat er mis kan gaan. Vroeger zette ik alles direct in inkt. Nu durf ik dat niet meer. Ik maak eerst een potloodschets.'Maar zelfs als hij op safe speelt, dan nog blijft Van Straaten een van de beste vertolkers van menselijke tekortkomingen in cartoonvorm.
Van Straaten, Peter - Weet mama hiervan?
De Harmonie, € 14,90
ISBN 978 90 6169 939 2


Spiegelman werd wereldberoemd met zijn schepping MAUS, een stripverhaal waarin hij vertelt hoe zijn ouders de Holocaust overleefden. Spiegelman zet in dit stripverhaal de nazi's neer als katten en de joden als muizen. Daarmee maakte hij een boeiende parabel. Hij won er de Pullitzer Prize mee. Spiegelman (1948) is een striptekenaar die pas aan het werk gaat als er iets naars gebeurt: 'Als ik aan de slag ga, dan is dat omdat ik het niet kan vermijden, (…) omdat ik iets moet verwerken door het concreet te maken in een stripverhaal.'
Maar al lang voor MAUS was Spiegelman een voorvechter van de strip als medium om mensen wakker te schudden. Zijn hartstochtelijke liefde voor de strip begon toen hij als jongetje een nummer van het alternatieve stripblad MAD in handen kreeg: 'MAD' leerde me te lezen, te kijken, en stimuleerde me om ook zo’n rebelse striptekenaar te willen worden.'
Spiegelman gaf zelf ook stripbladen uit waarin hij een podium bood aan striptekenaars die vernieuwend werk maakten. In 1980 begon hij samen met zijn vrouw Françoise Mouly het magazine RAW. In de jaren negentig deed hij de redactie van Little Lit, een stripanthologie in drie delen gericht op kinderen. Daarnaast tekende hij covers voor The New Yorker. Zijn covers waren vaak spraakmakend, zoals de cover waarmee hij reageerde op de vernietiging van de Twin Towers in New York, soms ook controversieel, zoals de tekeningen waarmee hij commentaar gaf op het Monica Lewinsky schandaal.
In de documentaire laat Spiegelman weten het moeilijk te vinden aan het werk te gaan: 'Ik ben iedere ochtend bang dat ik niks heb om aan te werken. (…) Maar zo is mijn creatieve proces nou eenmaal: ik moet sterven en opnieuw geboren worden voor iedere pagina die ik teken.’
Zet in uw agenda, blackberry, telefoon of schrijf het op uw hand: AVRO Close Up ‘The Art of Spiegelman: zondag 25 april om 18.15 uur bij de AVRO op Nederland 2.
Meer over Art Spiegelman, zie Lambiek.net en deze biografie.

Op 4 juni wordt, tijdens Stripdagen Haarlem, de eerste Willy Vandersteenprijs uitgereikt. Een nieuwe prijs in het leven geroepen door het Vlaams-Nederlandse Huis de Buren in Brussel, in samenwerking met Strip Turnhout en Stripdagen Haarlem, respectievelijk de grootste stripfestivals van Vlaanderen en Nederland.
De prijs is vernoemd naar Willy Vandersteen (1913-1990), de geestelijk vader van onder andere Suske & Wiske, en bekroont volgens de jury het beste Nederlandstalige album van de voorbije twee jaar. De prijs zal afwisselend worden uitgereikt in Haarlem en Turnhout. De winnaar krijgt 5.000 euro, en een tentoonstelling over het boek die zowel in Vlaanderen als Nederland te zien zal zijn. De nieuwe prijs vervangt de Grand Prix van de Stripdagen Haarlem en de debuutprijs van de stad Turnhout.
Leen Vandersteen, dochter van de tekenaar, is de voorzitter van de jury. Verder zal de jury bestaan uit Hein Van Putten (artdirector van de Volkskrant), Ineke Horst (uitbaatster Stripwinkel Sjors Dordrecht), Noël Slangen (communicatiespecialist en stripkenner), Jan Smet (stichter Bronzen Adhemar, Stripgids en het Turnhoutse stripfestival) en Frank Van Leemput (advocaat en stripkenner). De voorzitter van de jury leidt de debatten, maar is zelf niet stemgerechtigd.
Maar de Willy - zullen we hem zo maar noemen? - zal niet de enige prijs zijn die wordt uitgereikt tijdens de Stripdagen Haarlem. Ook de VPRO Debuutprijs, voor het beste Nederlandstalige stripdebuut van de afgelopen twee jaar, en de Clickie Awards, voor de beste webcomics in de categorieën Epic, Gag en Medium.
En nu we het toch over prijzen hebben: dit weekend wordt de Benelux Beeldverhalen Prijs uitgereikt in Scryption te Tilburg aan de twee beste inzendingen. De prijs is een initiatief van de intendant strips van het Fonds BKVB, NRC Next en uitgeverij De Vliegende Hollander. Zaterdag wordt tevens een tentoonstelling geopend waarin de volledige longlist van veertig inzendingen te zien is. Verder worden van vrijwel alle 121 inzendingen digitale versies vertoond. De prijs bestaat uit een geldbedrag, en de beste vijf strips worden in de week van 19-23 april in de NRC Next afgedrukt. De tentoonstelling loopt tot eind augustus.

De Vlaamse stripmaker Willy Linthout is met zijn striproman Jaren van de Olifant in twee categorieen genomineerd voor een Eisner Award. Zowel in de categorie 'Beste buitenlandse werk' en 'Beste auteur non-fictie' staat Years of the Elephant op de shortlist. De Graphic Novel vertelt het verhaal van Karel Germonprez die worstelt met zijn gevoelens na de zelfdoding van zijn zoon. Willy Linthout verwierf vooral bekendheid met zijn reeks Urbanus. Jaren van de Olifant is een autobiografische striproman, getekend in potlood.
Eric Heuvel is met de educatieve strip A Family Secret (in 2003 als De Ontdekking uitgebracht door de Anne Frank Stichting) genomineerd in de categorie 'Beste publicatie voor tieners.
Tot zover de berichtgeving vanuit trots Nederlandstalig oogpunt. Andere interessante genomineerden zijn Robert Crumb met The book of Genesis in verschillende categorieen, waaronder 'Beste nieuwe album' en 'Beste tekenaar'. Asterios Polyp van David Mazzucchelli is ook genomineerd voor 'Beste nieuwe album' en andere categorieen. Een opmerkelijke nominatie is de middelmatige anthologie Bob Dylan revisited, die vorig jaar in het Nederlands uitkwam bij Silvester.
Hier kun je de rest van de nominaties lezen.
De Eisner Awards zijn de Oscars onder de stripprijzen, vernoemd naar de Amerikaanse stripmaker Will Eisner (1917-2005). Net als de Oscar omvatten de Eisners te veel categorieen en worden ze jaarlijks uitgereikt.

Met welke stripprojecten ben je op dit moment allemaal bezig?
'Jeetje, even denken. Ik ben momenteel druk bezig mijn volgende boek samen te stellen en mijn hoofd aan het breken over een gepaste titel. Tevens doe ik een bijdrage aan een te verschijnen cartoon.blog-bundel. Dit staat allemaal voor de Stripdagen in Haarlem in de planning, waar ik rond die tijd ook werk heb hangen in de Vishal. Daar is dan de expositie De nieuwe generatie cartoonisten en die belooft erg leuk te worden. Niet zomaar een verzameling lijstjes in een hal, zeg maar. Verder teken ik nog steeds de kattenstrip Joop en Harrie voor kattenblad Majesteit en lever ik bijdrages aan Pulpman en Van Speijk.'
En je bent online ook veelvuldig aanwezig.
'Op het internet ben ook nog steeds te vinden op mijn blog en op Eeuwig Weekend en Cartoon.blog.nl. Tevens wil ik ook nog wel eens opduiken op Frontaal Naakt. En dan zijn er nog twee 'geheime' (gag)stripprojectjes, maar die staan beide nog in de startblokken. Een goede reeks valt of staat met een goed doordacht concept en leuke, al dan niet sympathieke, personages.'
Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar die stripprojectjes. Wat kun je me er nu al over vertellen?
'Eentje speelt zich af op een camping en die andere gaat over een cakebakker. Maar dat laatste wist je al want die maken we samen.'
Helemaal waar. Daar komen we later dus nog wel eens op terug. Vorig jaar september verscheen je eerste officiële boekje bij uitgeverij Xtra. Hoe gaat het daarmee, verkoop je een beetje?
'Ik heb eerlijk gezegd de precieze cijfers niet gezien, maar volgens mij gaat het wel lekker. Heb er ook wel wat sympathieke dingen online over gelezen, dus ik mag niet klagen.'
Hoe was dat, om voor het eerst een echt boekje in de winkel te hebben liggen?
'Te gek! Het begon al met een drukbezochte boekpresentatie in het altijd gezellige Lambiek. Leuk dat er zoveel mensen kwamen opdagen. Ook voor mijn signeersessie in de Hilversumse Boekhandel was heel wat belangstelling. Gelukkig vind ik signeren ook leuk. Vooral als men tevreden is met het resultaat natuurlijk.'
Wat is het gekste dat je tijdens een signeersessie hebt meegemaakt?
'Dat was vast iets tijdens mijn signeersessie in mijn stamkroeg, maar daar weet ik niet zoveel meer van.' Hallie lacht en vervolgt: 'Zonder gekheid, wat ik wel vaker heb gehad is dat mensen niet eens doorhadden dat ik er een echt tekeningetje bij gezet had. Ze dachten dat het een gedrukt plaatje was waar ik alleen een handtekeningetje bij had gezet. Gelukkig kwamen de meeste kopers wel terug om me alsnog te bedanken.'
Stond je niet op de bestsellerslijst in Hilversum? Kun je daar nog rustig over straat zonder belaagd te worden door fans en cartoongroupies?
'Walhallie was het afgelopen jaar het best verkochte stripboek bij de Hilversumse Boekhandel. Natuurlijk zal mijn signeersessie daar een aardige 'boost' aan gegeven hebben. Maar ik kan daar nog wel rustig over straat, hoor. Al weten mensen me wel te vinden voor een krabbeltje in hun boekje.'
Ik zag op de Stripbeurs Breda dat je een smallpress had gemaakt van je laatste 24 Hour Comic, Koning van de Uien. Waar gaat die strip over?
'Haha, weet jij het? Het verhaal is inderdaad van origine een 24 Hour Comic, dus daar ben ik blanco aan begonnen. De plot schiet zodoende alle kanten op, met veel rare wendingen en flauwiteiten. Maar ik ben er wel tevreden mee, hij "leest lekker". En er zitten veel uien in.'
Waarom heb je eigenlijk nog een smallpress uitgegeven, je hebt nu toch een echte uitgever?
'Ik had online wat vragen over nieuw werk gehad naar aanleiding van mijn aanwezigheid in Breda. Toen heb ik dus maar besloten om voor de liefhebbers een limited versie van De koning van de uien te maken. Zie het maar als een bootleg. Ik vind smallpress boekjes sowieso wel rock-'n-roll. Ik ben fan van de DIY-mentaliteit.'
'Ook was dit de enige kans om De koning van de uien te presenteren zoals hij gemaakt is, in een kleine 20 uur. De koning van de uien zal in Pulpman verspreid over een paar nummers geplaatst worden. Daarom kleur ik het verhaal nu in grijstinten in. Ook zal ik hier en daar wat aan de tekst rommelen, vooral omdat mijn handschrift door het tempo waarin ik heb getekend ietwat onleesbaar uitvalt en dat is zonde.'
Wanneer komt je volgende boekje uit en wat gaat daar allemaal in staan?
'Ik gok op de Stripdagen in Haarlem, dus in juni kan je weer een nieuw boekje verwachten. Uiteraard zitten er weer een hele bak cartoons in, maar deze keer iets meer dingen van 1 pagina of meer. Ik ben momenteel nog op zoek naar de juiste verhouding tussen strips en cartoons. Wel heb ik al een - veel te ruime - voorselectie gemaakt.'
Je maakt ook zoveel cartoons. Dat loopt dan aardig in de papieren. Ik heb de indruk dat je je de laatste tijd wel meer concentreert op verhalende strips tekenen in plaats van cartoons. Hoe gaat dat?
'Ik teken al jaren en deed eigenlijk altijd wel paginaatjes en verhaaltjes tussendoor. Alleen heb ik me de laatste jaren vooral op cartoons toegelegd, want ik maak graag snelle grappen. Sinds ik de afgelopen jaren aan de 24 Hour Comics Day meedoe is het me weer duidelijk geworden dat grappen maken ook makkelijk in langere verhalen kan. Ik zie een verhaallijntje dan ook als niet veel meer dan een goede kapstok voor grappen.'
Welke strips lees je zelf met veel plezier?
'Wat strips betreft ben ik echt een alleseter. Ik lees net zo lief een goeie Spider-man als een Spekkie Big. In m'n boekenkast hebben boeken van Windig & De Jong, Kamagurka, Peter van Straaten en Luc Cromheecke wel de overhand.
Bij Kama is het vooral de humor die me aanspreekt en inspireert. Luc Cromheecke vind ik een toffe tekenaar die zonder woorden ook nog steeds erg grappig is.
Peter van Straaten is een vakman en een begenadigd tekenaar. En z'n werk is vaak pijnlijk herkenbaar. Humor is lijden en vice versa.'
En Windig en De Jong?
'Dat vind ik gewoon geniaal, dat is cultureel erfgoed. Verder vind je in mijn kast de complete Asterix-reeks, al koop ik de latere albums eigenlijk alleen om de boel compleet te houden. De oude Asterix-albums vind ik zo sterk omdat ze daar het kapstokprincipe tot in de puntjes uitvoeren. Goscinny bouwt, met oog voor detail, een prachtige kapstok en hangt daar dan weer sublieme grappen aan. Dat vind ik mooi en dat kan ik dan ook keer op keer herlezen. En Uderzo is natuurlijk een heerlijk tekenaar. Ook heb ik een zwak voor de Peyo-albums van de Smurfen, maar daar speelt vast een stukje jeugdsentiment mee.'
Volg je nabije collega's ook?
'Uiteraard staan er ook veel cartoonboekjes en smallpressjes in de kast. Ik vind het altijd leuk om te kijken wat de nabije collega's allemaal doen, dus ik heb ook veel Nederlands en Vlaams werk.'

Wanneer een populaire televisieserie afloopt, betekent dit nog niet dat het verhaal ook uit is. Joss Whedon, bedenker en creatieve geest achter de serie Buffy the Vampire Slayer, vond dat hij nog meer te vertellen had over de blonde uitverkorene die in de nachtelijke uurtjes op vampiers en demonen jaagt. Het verhaal van Buffy Summers werd daarom voortgezet in stripvorm: Buffy Season 8 wordt sinds 2007 door Dark Horse uitgegeven en is een verdomd boeiende stripserie.
Stripverfilmingen en strips over films zijn niets nieuws. Populaire films en televisieserie krijgen al jaren tie-ins als boeken, poppetjes en strips. (De tv-serie True Blood krijgt bijvoorbeeld nu ook een stripserie.) Toch is een goede stripadaptatie een zeldzaamheid. En dat de bedenker van de serie zelf de comics schrijft komt ook niet vaak voor. Toen ik als Buffy-adept hoorde dat Joss Whedon het achtste seizoen in stripvorm zou uitgeven, was ik tegelijkertijd nieuwsgierig en sceptisch. Een strip zou het toch nooit halen bij de kwaliteit van de serie? Uiteraard won de nieuwsgierigheid.
Waarheidsgetrouw
Mijn sceptische houding was na het lezen van de eerste trade paperbacks compleet verdwenen. De personages die we in zeven seizoenen hebben leren kennen, komen wederom tot leven in de strippagina's. Niet alleen weet tekenaar Georges Jeanty de acteurs feilloos na te tekenen. De personages zijn gewoonweg niets veranderd. Veel is te danken aan de strakke dialogen van Whedon, die de dictie van iedere hoofdfiguur perfect op papier weet te zetten.
Het is merkbaar dat Whedon niet langer de censuurcommissie van de omroep tevreden hoeft te houden. De strips hebben door hun vele verwijzingen naar en woordgrapjes over seks een volwassener karakter. Hoewel de serie controversiële onderwerpen als homoseksualiteit niet uit de weg ging, komen dat soort thema's in de strips meer naar voren.
De serie zou oorspronkelijk 25 comics beslaan, inmiddels is het verhaal in de planning uitgegroeid tot veertig delen. Joss Whedon schreef de eerst vier delen 'The Long Way Home' en pende tussendoor nog wat verhalen. Hij zal tevens dit seizoen afronden. Verder fungeert hij als executive producer van de serie, wat zoveel betekent als dat hij de productie nauwgezet overziet en het creatieve team van schrijvers en tekenaars aanstuurt. Een zelfde rol speelde hij in de televisieserie.
De comicserie wordt geschreven door niet de minste schrijvers. Brian K. Vaughan schreef de tweede verhaalboog die gaat over Faith, de andere slayer die een tijdje de darkside van de force bediende. Jeph Loeb (Batman: The Long Halloween, Smallville) pende aflevering twintig en Brad Meltzer heeft zojuist zijn voorlopig laatste nummer geschreven. Vaste schrijvers van de tv-serie, zoals Jane Espenson en Doug Petrie, schrijven ook mee aan de stripserie. Zij kennen de personages immers door en door.
Dit seizoen komt bijna ten einde. Dark Horse heeft aangekondigd dat er zes maanden na het einde van seizoen 8 met de negende begonnen wordt. Het verhaal zal compacter zijn en minder lang gaan duren.
Ik heb er in ieder geval zin in.

In het komende nummer van Eppo zal Geert zijn intrede maken als stripfiguur. In zijn eerste avontuur, getiteld Geerts geheime missie verlaat Geert tijdelijk de politiek om de gevreesde terrorist Ben Laden te zoeken in Afghanistan waar deze staatsvijand zich al jaren schuilhoudt. In de traditie van James Bond zal hij trachten Ben Laden te overmeesteren en over te dragen aan de autoriteiten. Dat Geert meermalen in aanvaring komt met de cultuur en gewoontes van de Afghaanse bevolking zorgt volgens scenarist Jaap den Havik voor hilarische momenten. De strip wordt getekend door Dick Heins.Tenminste, dat wilde de Eppo-redactie ons middel een persbericht doen geloven. Helaas voor de liefhebber van politieke satire moet ik mededelen dat het hier gaat om een originele 1 aprilgrap. De slimme stripliefhebber had deze grap kunnen doorzien: Jaap den Havik bestaat namelijk niet. Even googlen maakt dit al duidelijk.
Rob van Bavel, hoofdredacteur van de Eppo, liet via de telefoon weten vandaag al leuke reacties te hebben gehad van mensen die deze grap ook doorhadden. Anderen reageerden gepikeerd omdat ze in de maling waren genomen.
Toch leuk geprobeerd en eigenlijk jammer dat het bericht niet waar is: ik was wel benieuwd of het de strip-Wilders zou lukken om Bin Laden in de kladden te krijgen.


De 600 pagina's tellende graphic novel maakte die belofte meer dan waar. Robinson voert een uitgebreide cast van levensechte personages op. Hoofdrolspeler is Sherman Davies die in zijn beleving vastzit in zijn baantje als medewerker in een boekwinkel. Hij haat zijn werk en heeft een grenzeloze minachting voor zijn klanten, maar onderneemt bar weinig om aan het leven van loonslaaf te ontsnappen. Hij ambieert een groot schrijver te worden, maar aan de stukken tekst die Robinson de lezer laat inzien is al snel af te leiden dat Sherman daar eigenlijk het talent voor ontbeert.
Nadat het uit is gegaan met z'n grote liefde betrekt hij een kamer bij Jane Pekar en Stephen Gaedel, een leuk stel met wie het goed toeven is. Als hij op een dag hun oude huisgenoot Dorothy Lestrade tegenkomt, gaat z'n jongens hartje weer sneller kloppen. Tot ergernis van Pekar, die Dorothy niet kan uitstaan.
Stripwereld
De beste vriend van Davies is Ed Velasquez, een stripmaker die nog bij zijn ouders woont en hunkert naar het moment van zijn ontmaagding. Velasquez is assistent van Irving Flavor, een stripmaker op leeftijd die ooit de superheld Nightstalker heeft bedacht en voor een prikkie de rechten verkocht aan zijn uitgever Zoom Comics. Het is een klassiek verhaal dat spijtig genoeg vaker is voorgekomen in de Gouden Dagen van Amerikaanse Comics dan uitgevers als Marvel en DC zouden willen toegeven.
Joe Shuster en Jerry Siegel verkochten bijvoorbeeld de rechten van Superman voor een heel laag bedrag en de belofte dat ze voor DC Comics mochten blijven werken. Ze wisten indertijd niet beter en toen ze dat jaren later wel deden hebben ze een rechtzaak tegen de uitgever aangespannen.
Opmerkelijk detail is dat Velasquez de hoofdrol in het verhaal uiteindelijk overneemt. En gelukkig maar, want het leven van Davies verloopt rap richting volledige verzuring. De boodschap van Box Office Poison is duidelijk (en door deze hier te melden verklap ik verder niets over de plot): Je dromen actief najagen vereist lef en doorzettingsvermogen. Wie dit ontbeert zal nooit echt gelukkig worden. Een levensinstelling waar Alex Robinson mijns inziens zelf naar leeft, want hij nam na zeven jaar in een boekwinkel gewerkt te hebben ontslag om zich volledig op het strip maken te storten. Mazzel voor ons: Robinsons debuut mag dan alweer dateren uit 2001, gedateerd is zijn Box Office Poison zeker niet.
Real life
Robinson toont met deze graphic novel een goede verteller te zijn die de lezer tot op de laatste bladzijde weet te boeien. Zijn kracht ligt in goed uitgewerkte personages en een realistisch plot: je kunt je voorstellen dat de gang van zaken in Box Office Poison echt kunnen gebeuren. Robinsons tekenstijl zit ergens in het midden tussen cartoonesk en realisme en zal niet ieders smaak zijn. Gaandeweg het verhaal gaat de stripmaker op visueel vlak steeds meer experimenteren wat voor een leuke afwisseling zorgt.
Kortom: Aanrader.
Robinson, Alex - Box Office Poison
Top Shelf Productions, (2001) $29.95
ISBN 978-1891830198
NB: Er is ook nog een strip verschenen met korte verhalen over de personages van Box Office Poison. Meer over Alex Robinson is te lezen op zijn site.


'Ik begin altijd met strips, maar op de een of andere manier ontspoor ik altijd en lukt het me nooit om binnen het kader van een verhaal te blijven,' vertelt Wasco in deze webisode waar de stripmaker dieper ingaat op zijn experimenten. Ook spreekt hij over zijn alter ego Wanda Scott onder welke naam hij erotische strips maakt.
Wasco begon in 1989 met zijn tijdschrift Wasco's Weekblad, waarvan 13 nummers verschenen. Hierin stonden de eerste afleveringen van het legendarische Apenootjes, waarvan twee boekjes verschenen. Hierna verscheen deze strip vanaf het allereerste nummer in Zone 5300, waar Wasco's werk nog steeds in te bewonderen is. Verder heeft Wasco illustraties gemaakt voor de VPRO Gids, MUG en Vrij Nederland.
Wasco geeft zijn strips uit via zijn eigen uitgeverijtje.
Expositie
Wie nader kennis wil maken met het werk van Wasco kan tot en met zondag 28 maart terecht in Stripwinkel Lambiek te Amsterdam, waar de expositie 'Uitgeknipte Vormen Tweedehands Daglicht' te zien is.
Speciaal voor deze gelegenheid heeft Wasco de schaar ter hand genomen en heeft een twintigtal knipsels gecreëerd, die het hart vormen van deze expositie. Naast de uitgeknipte kunstwerkjes, zijn er ook tekeningen, collages en objecten te bewonderen.
De video werd gemaakt door Michael Minneboo, freelance journalist en redactielid van Zone 5300. Tonio van Vugt, co-hoofdredacteur van Zone 5300, interviewde Wasco.



Vertel eens Marq, wie is Jodocus?
Jodocus is een jonge barbaar, die echter een stuk minder barbaars is dan zijn dorpsgenoten. Hij kan lezen, maar verder kan hij niet veel: boogschieten, zwaardvechten, jagen, vrouwen - het zegt hem allemaal weinig. Maar gedwongen door een hele reeks toevalligheden (noem het: avontuur) gaat dat veranderen.
Hoe ben je op dit concept gekomen? 'Jodocus ontstond in de jaren 80 van de vorige eeuw, als hoorspel voor de radiopiraat waarvoor ik samen met een vriend en vriendin een bijzonder maf programma maakte. In dit programma staken we de draak met de actualiteit, belden we mensen voor allerlei flauwekul op, draaiden we een enkele plaat en heel veel zelfgemaakte jingles en zonden we dus ook wekelijks een aflevering van ons zelfgemaakte hoorspel uit. Hierin was Jodocus een soort tegenhanger van Conan de Barbaar, met een stemgeluid dat het meest in de richting kwam van Purno de Purno. Als sidekick kreeg hij een zekere Sonya Barbarend naast zich.'
'Ik kan me nog een episode herinneren waarin ze een kasteel vol met Limbo's (met zwaar overdreven Limburgs accent) veroverden. Het programma dat na ons kwam werd geproduceerd door rasechte Limburgers daar staken we graag de draak mee. In diezelfde tijd heb ik samen met Anton Damen (co-scenarist van een aantal van Van Broekhovens strips, red.) twee korte strips en een strook van Jodocus gemaakt voor ons eigen tijdschrift Juttemis. Een heuse Oer-Jodocus.'
Conan is dus een van de inspiratiebronnen voor Jodocus.
'De Oer-Jodocus was een persiflage op Conan (vooral de twee films met Schwarzenegger, die waren ook bekend bij mijn twee mede-hoorspelmakers). Voor de huidige Jodocus laat ik me hooguit inspireren door de oorspronkelijke boeken van Robert E. Howard en verder de strips van Barry Smith en John Buscema. Ik heb Jodocus ontworpen al een soort verkleinde en gedrongen versie van Barry Smiths Conan - maar ik sluit niet uit dat er ook wat restjes Eric de Noorman in het recept geslopen zijn. '
Waarom heeft het zo lang geduurd voordat Jodocus weer tevoorschijn kwam?
'Ik heb een dikke twintig jaar de tijd genomen om allerlei ideeën uit te laten kristalliseren. Om een passende tekenstijl, manier van vertellen en inkleuren te vinden. Maar bovenal heb ik gezocht naar een publicatiemogelijkheid voor de ultieme Sage van Jodocus. Het is dan ook de strip die ik al jarenlang het liefst wil maken. Naast mijn droom een graphic novel te maken, wil ik namelijk al jaren aan een vervolgstrip werken. Bovendien is de Eppo-lezer wat ouder en dan kun je ook gelaagder te werk gaan en je als stripmaker meer experimenten veroorloven.'
Hoe is de strip bij de Eppo terechtgekomen?
'Rob van Bavel (hoofdredacteur van Eppo, red.) heeft een dik jaar geleden bij de start van zijn Eppo-nieuwe stijl gevraagd of ik ook een strip voor het blad wilde gaan maken. Het liefst geen Peer! Daar had ik zelf ook weinig zin in, dus dat kwam goed uit. Aanvankelijk leek het erop dat er alleen nog plaats zou zijn voor korte, afgeronde verhalen, dus daar ben ik me in eerste instantie op gaan richten. Het leek me wel leuk om een strip te gaan maken over een jochie dat geestenstemmen hoort om daarmee in te haken op de vele televisieprogramma's met aanverwante thema's, zoals The Ghost Whisperer in zowel de Derek Ogilvie- als Jennifer Love Hewitt-versie. Ik liep bij De Geestenluisteraar tegen allerlei problemen op en kreeg de strip maar niet van de grond. Weer een doos op zolder gevuld met schetsen, aantekeningen en openingsscènes! Uiteindelijk vielen er allerlei dingen in één klap op hun plaats en ben ik Jodocus gaan uitwerken voor Eppo. In eerste instantie als afgeronde episodes van 6 pagina's, maar al gauw bleek dat Rob er gewoon een vervolgstrip van wilde maken, dus kon ik lekker mijn gang gaan.'
Wanneer mogen we het eerste album verwachten en wie gaat dat uitgeven? 'Als het eerste verhaal van Jodocus ten einde loopt, gaan Rob en ik om de tafel zitten. Het ligt er natuurlijk helemaal aan hoe het publiek reageert op deze strip. Maar een album komt er wat mij betreft hoe dan ook. Eventueel bij Silvester of anders in eigen beheer.'
Je lijkt je bij dit verhaal in het bijzonder toe te leggen op de scèneovergangen. Wilde je wat meer experimenteren met deze strip?
'Ik wil er een eigen strip van maken die wegleest als een redelijk commercieel geval, maar waar de lezer zijn verwachtingen regelmatig bij zal moeten stellen. Zo wordt het niet alleen maar grappig, maar zullen er ook grote dramatische gebeurtenissen voorvallen. Veel clichés van het Sword &Sorcery-genre zullen op onverwachte momenten juist 180 graden omdraaien. En inderdaad: het vertelritme, het kleurgebruik en de 'montage' zijn niet helemaal doorsnee. Qua scèneovergangen wilde ik de strip als een gedicht opbouwen. Dat wil zeggen dat ik vaak tekstrijm gebruik als overgang en soms beeldrijm. Ik wil dat scenes vloeiend in elkaar overvloeien, want ik gebruik geen tekstblokken. Dat past niet bij mijn stijl van vertellen.'
Als voorbeeld van beeldrijm noemt Van Broekhoven een scène waarin een glas melk tegen de muur wordt gegooid. De melkvlek op de muur komt aardig overeen met de wijnvlek op het tafelkleed in het eerste plaatje van de volgende scène.
Kun je een paar van die clichés noemen die je op de hak gaat nemen?
'Bijvoorbeeld de bedreven, aantrekkelijke zwaardvechter/boogschutter als held of het watje als antiheld. Die laatste rol speelt Jodocus nu nog wel, maar hij gaat gaandeweg een hele ontwikkeling doormaken. Een ander cliché is het lieftallige prinsesje dat gered moet worden uit klauwen van de boze macht. In het eerste verhaal blijkt de prinses kanten te hebben die je niet meteen bij een lieftallig prinsesje zou verwachten.'
Verder hoeven we van Van Broekhoven ook geen 'ze leefden nog lang en gelukkig' te verwachten, maar details wil hij daarover nog niet kwijt: 'Een groot deel van mijn plezier in het maken van de strip zit hem in de verrassingen die ik de lezers hoop te gaan geven.'
Hoe zie jij de toekomst van Jodokus? Wordt het een blijvertje waar nog veel albums van gaan uitkomen?
'Jodocus wordt mijn bekendste strip. Elk jaar tot aan mijn voortijdige dood in 2073 verschijnt er een nieuw album, dat eerst voorgepubliceerd is in het snelst groeiende tijdschrift van Nederland, de Eppo, en de Sage van Jodocus groeit in die tijd uit tot een Begrip: merchandise, fanclubs, you name it - maar nooit ofte nimmer een film! Ik heb namelijk nog nooit een stripverfilming gezien die ik de moeite waard vond.'
Lees ook een interview met Marq van Broekhoven over Marq Denkt.


Dit is dinsdag door de Stichting CPNB, initiatiefnemer en organisator, bekendgemaakt. De jaarlijkse prijs voor kwalitatief en inhoudelijk hoogstaande non-fictie wordt toegekend door een vakjury van boekverkopers. 'De tien boeken laten zien dat in Nederland op hoog niveau non-fictie wordt uitgegeven met een grote variatie,' aldus het CPNB. Onder de laureaten bevinden zich kook-, kunst- en geschiedenisboeken. Er is voor een graphic novel gekozen omdat de vakjury de vorm waarin de informatie wordt gebracht interessant vindt. Vanwege de vernieuwing in boekvorm viel ook 'de dwarsligger', waarbij een boek op zijn kant is gedrukt zodat deze makkelijk met een hand gelezen kan worden, in de prijzen.
Marcel Ruijters gaf Logicomix, in het Nederlands uitgegeven door De Vliegende Hollander, een waardering van 5-sterren en schreef in Zone 5300 #87 het volgende over deze graphic novel: 'Logicomix is een hippe biocomic over filosoof Bertrand Russell van het hier volslagen onbekend Griekse auteursteam Apostolos Doxiadis en Alecos Papadatos. Je verwacht een onverteerbare pil van 345 pagina's over filosofie en hogere wiskunde, maar het is juist een heldere, meeslepende raamvertelling met veel relativerende humor, getekend in een opvallend dynamische klare lijn. Leidraad is de speech die de pacifist Russell gaf bij het uitbreken van WO II. Het 'rare jongens, die filosofen'-effect duikt regelmatig op, maar het is bovenal leerzaam.'
Van de lintjes-winnende boeken zijn er zes oorspronkelijk Nederlands en vier zijn vertaald. Alle boeken verschenen in 2009. De Koninklijke Boekverkopersbond zal de Lintjes op vrijdag 23 april officieel opspelden. Zie hier een lijst van alle winnaars.

Sjef van Oekel, het opgewonden standje in smoking, keert binnenkort terug in de Nederlandse stripwereld. Eind mei verschijnt er een eerste bundeling van Van Oekel-strips door Wim T. Schippers en Theo van den Boogaard. Volgend jaar verschijnt er een tweede bundel. Ook zijn er plannen voor een compleet nieuw album.
Schippers en Van den Boogaard maakten in totaal zeven albums rondom het typetje dat Dolf Brouwers op televisie gestalte gaf. Deze zijn onder andere in Frankrijk, Duitsland, Denemarken en Spanje verschenen. De bundel verschijnt in mei bij uitgeverij De Vliegende Hollander en zal Ik word niet goed gaan heten. Deze omnibus bevat de eerste drie albums en bonusmateriaal dat onder andere verschenen is in de Holland Herald, het inflight-magazine van de KLM, maar ook obscuur materiaal dat nog maar door weinig ogen gezien is. Volgend jaar verschijnt de tweede bundel met bonusmateriaal.
Tegelijkertijd verschijnt ook Serial Tekenaar, een cartoonboek van Van den Boogaard met nieuw materiaal. Ook zijn er plannen voor een nieuw Sjef van Oekel-album dat Van den Boogaard weer samen met Schippers zal maken. Als de productie volgens plan verloopt wordt dat album ergens volgend jaar verwacht.

Sinds vrijdagavond staat er een levensgrote reproductie van deze cartoon van Hallie Lama op mijn schoorsteenmantel. Zó ben ik eraan gekomen.
Lama was een van de tien cartoonisten die een cartoon tentoonstelde in de crossmediale week van de interactieve cartoon: gelijktijdig werden een tiental prenten geëxposeerd in galerie Lambiek en op cartoon.blog.nl. Het was aan de bezoeker om onderschriften bij de plaatjes te bedenken. De winnaar mocht een grote afbeelding van de cartoon met zijn tekst mee naar huis nemen tijdens het finale feestje vrijdagmiddag in stripwinkel Lambiek.
Zes van de tien cartoonisten waren aanwezig, waaronder Robert Schuit (ook wel bekend als Bandirah en andersom ook wel bekend als Robert Schuit) en Guido Bootz (aka De Rustende Jager), de twee cartoonisten achter de week van de interactieve cartoon.
Aan Bootz vroeg ik naar het hoe en waarom van deze crossmediale expositie, dat me toch een ludieke actie leek om het cartoon blog onder de aandacht te brengen: 'Deels om aandcht voor de site te genereren, zeker, maar ook omdat het grappig is dat de cartoons hier echt hangen in lijsten en tegelijkertijd op het internet te zien zijn. Sommige mensen hebben geen zin om hier helemaal naar toe te komen en anderen hebben geen zin om op internet te gaan. En mensen die het hier gezien hebben kunnen ze het op internet nog eens teruglezen en rustig nadenken over dingen. Dat werkte wel goed.'
Volgens Schuit hadden ze in totaal tien A4-tjes vol met onderschriften ontvangen. Het aantal inzendingen vond Guido wel wat tegenvallen. 'Veel mensen hebben bij alle tien iets ingestuurd. Ik denk dat je wel ziet dat er bij de beste inzenders vaak dezelfde namen naar voren kwamen. Op zich hadden we wel iets meer inzenders verwacht.' Toch zijn de heren positief over het resultaat. Bootz: 'De dingen die ingestuurd werden waren kwalitatief wel vaak goed.'
Beetje theater
Het leek soms wel of ter plekke nog een winnaar werd gekozen uit de lijst
van inzendingen. Maar dat was deels theater, geeft Bootz toe: 'Je moet
zoiets wel een beetje leuk brengen, en een rommelige presentatie past wel
in Lambiek (lacht.)
Ach, we moeten het ook allemaal niet te serieus nemen.
Die
middag werden per cartoon het winnende onderschrift met de nodige flair
voorgelezen. Het publiek in Lambiek was die middag goedlachs. Toch bleek
uit de inzendingen vaak dat het bedenken van een grappig onderschrift niet
eenvoudig is. Cartoons maken moet men dus maar aan de professionele
grappenmakers overlaten.
Stand-ins
Een klein deel van de inzenders was aanwezig. De eega's van de Rustende
Jager en Bandirah hadden onder pseudoniem ook wat ingezonden en tot de
verbazing van de heren nog gewonnen ook. Voor wie niet aanwezig was, werden
ter plekke stand-ins uit het publiek geroepen om de cartoons in ontvangst
te nemen. Boris Kousemaker, de eigenaar van Lambiek, nam dan ook met veel
plezier een prent van Danibal in ontvangst. (Zie onderstaande foto waarin
dit heugelijke moment is vastgelegd:)
Zo kwam het dus dat ik blij met een cartoon van Hallie Lama naar huis ging. Het was de bedoeling dat Hallie ter plekke de dialoog in de tekstballonnen zou opschrijven. Omdat de ingezonden tekst inferieur was aan de oorspronkelijke grap, vroeg ik Hallie of hij deze erin wilde zetten. De cartoon werd daarmee weer in oorspronkelijke staat hersteld. Een stukje esthetische geschiedvervalsing.
Check voor meer over de Week van de interactieve cartoon, cartoon.blog.nl. Daar kun je ook de winnende onderschriften lezen, maar laat vooral je eigen fantasie de loop.

Nieuwsgierig naar de leesvoorkeur van het Nederlands publiek, scande mijn ogen de CPNB Top 100, de lijs van de honderd bestverkochte boeken van het afgelopen jaar. Maar liefst één stripuitgave bevindt zich in deze lijst.
Fokke & Sukke: Het afzien van 2009 (uitgeverij Catullus) staat op nummer 76. Van deze cartoonbundel werden volgens het CPNB tussen de 30.000 tot 40.000 exemplaren verkocht.
De Het afzien-reeks van het team Reid, Geleijnse & Van Tol staat wel vaker in de top 100: vorig jaar stond het jaaroverzicht van Fokke & Sukke op nummer 60. Natuurlijk vind ik het leuk voor de stripmakers, maar het zegt veel dat deze bundel van Fokke & Sukke de bestverkochte strip is van Nederland en het de enige is die in de lijst voorkomt. Er valt voor het beeldverhaal nog een hoop terrein te winnen.
Niet dat ik onrealistische verwachtingen heb dat er ooit meer exemplaren van een strip verkocht zullen worden dan zeg Millennium 1: Mannen die vrouwen haten van Stieg Larsson, die met een verkoopaantal van 456.821 exemplaren de lijst aanvoert. Nu heeft de boeken-reeks van Larsson mede dankzij de verfilmingen van de trilogie, veel aandacht gekregen. Fokke en Sukke zijn in dat opzicht ook echte mediasterren: behalve diverse kranten en tijdschriften waar ze in gepubliceerd worden, zijn ze doordeweeks ook iedere avond te zien in DWDD.
Best verkocht
Jaarlijks rond eind januari presenteert de
CPNB, de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, de
CPNB Top-100: de lijst van de honderd bestverkochte boeken van het
afgelopen jaar. De lijst weerspiegelt de spontane voorkeur van het
Nederlandse boekenkopende publiek in dat jaar. En dat over alle genres
heen: romans naast kinderboeken, thrillers naast kookboeken. En ook over
alle verkoopkanalen heen: boekwinkel naast warenhuis, grootwinkelbedrijf
naast boekenclub.
Overigens zitten bij deze cijfers geen gegevens van stripuitgevers, noch zijn de verkopen in de stripwinkels meegenomen.

Cartoons maken makkelijk? Wellicht denk je dat een goed getekende grap zó gemaakt is. In de week van de interactieve cartoon kun je bewijzen of je het juiste gevoel voor humor hebt om cartoonist te zijn.
Vanaf vrijdag 29 januari tot en met vrijdag 5 februari is de crossmediale expositie ‘De Week van de Interactieve Cartoon’ te zien. In de Amsterdamse stripspeciaalzaak Lambiek en op de website Cartoon.blog.nl wordt gelijktijdig het werk van een tiental cartoonisten tentoongesteld. De bezoeker van de winkel of de site heeft de schone taak om een passende tekst bij de cartoons te verzinnen.
De verzonnen tekst kan naar dwvdic@gmail gestuurd worden. Uit alle inzendingen kiest de jury - bestaande uit Lambiek-eigenaar Boris Kousemaker en cartoonisten Robert Schuit en Guido Bootz - bij iedere cartoon een winnaar. De winnaar wint de cartoon met zijn tekst eronder. De winnaars worden op vrijdag 5 februari bekendgemaakt in Stripwinkel Lambiek dat gehuisd is op Kerkstraat 132 te Amsterdam).
De week van de interactieve cartoon is een initiatief van stripmaker Robert Schuit (aka Bandirah) die zich liet inspireren door de Cartoon Caption Contest van het tijdschrift The New Yorker. De actie zet op ludieke wijze het cartoon.blog dat Schuit sinds mei vorig jaar beheert, in de schijnwerpers. De tentoongestelde cartoonisten publiceren dan ook niet toevallig allemaal op deze site: Bandirah, Kapreles, Argibald, Kito, Danibal, Michiel van de Pol, Roland Conté, Hallie Lama, De Rustende Jager en Humordenar.
Hieronder alvast de cartoon van Argibald om te oefenen:



Maandag 11 januari werd in Paradiso te Amsterdam bekend gemaakt dat Franka tot de Grootste Stripheld van Nederland is verkozen door de lezers van stripblad Eppo. Geestelijk vader Henk Kuijpers nam de prijs van collega Jan Kruis in ontvangst.
Vanaf begin december kon men op de site van Eppo stemmen op een van de vijftig voorgeselecteerde striphelden van Nederlandse origine. Uiteindelijk was volgens de lezers van de Eppo niet Eric de Noorman, noch Sigmund of heer Bommel de grootste stripheld, maar Franka. Storm stond op een tweede plek, gevolgd door Agent 327.
Kuijpers reageerde enthousiast op zijn prijs: "Ik ben er ontzettend blij mee. Het is een echte prijs van een echt blad. Vele duizenden lezers hebben op mij gestemd en daar ben ik trots op." Kuijpers benadrukte het belang van een stripblad als Eppo nog even: "Door de ontwikkeling in de krantenwereld werd het steeds moeilijker voor het grote klassieke avonturenverhaal in feuilletonvorm geplaatst te krijgen. Daar is de Eppo voor opgericht."
Kuijpers tekent zijn heldin alweer sinds 1974: Franka was een van de hoofdpersonen in het verhaal Het misdaadmuseum en stond al snel alleen in de spotlight. Voorlopig is Kuijpers nog niet over haar uit verteld: "Ik heb nog veel te veel verhalen. De lol van dit werk is dat je al je hobby's in één vak kan persen. Als je iets wilt doen met oude auto's, schepen of exotische landen, dan moeten andere mensen dat in hun vrije tijd doen. Ik kan zeggen dat ik aan het werk ben. En al doende bedenk je steeds verhalen." Het kost Kuijpers een week om één pagina te tekenen, maar hij doet dan ook alles zelf: hij schrijft de verhalen, tekent en inkt ze en maakt een opzet voor de inkleuring. "Ik kan dus hooguit vijftig pagina's per jaar maken. Dat betekent dat er altijd meer verhalen zijn dan ik er kan tekenen." Daarnaast is hij samen met zijn vrouw ook uitgever van zijn werk.
Wat is de laatste keer dat Franka jou verrast heeft? "In het vorige verhaal heb ik besloten om haar ouders, een ouderlijk huis, en dat soort dingen te geven. Toen bleek dat ik er weer heel veel van mezelf in kon stoppen. De identificatie met Franka is niet een-op-een, maar ik wilde haar toch een soort huis geven waar ik zelf vroeger in woonde als kind. Op de een of andere manier is er toch een soort binding met haar."
Een kwestie van de grootste
Die middag in Paradiso werd tevens het tweede jaar van Eppo
stripblad ingeluid. Eppo verschijnt tweewekelijks en is
uitgebreid van 36 naar 48 pagina's. Cabaretier Howard Komproe presenteerde
die middag zonder zijn leeuwenpak van de ING, al was aan zijn manier van
presenteren duidelijk te merken dat hij vooral op een jeugdig publiek had
gerekend in plaats van volwassen stripmakers waaruit het publiek
voornamelijk bestond. Aan het begin van de middag verklaarden de mannen van
stripcollectief Lamelos
dat hun personage poephoofd de Grootste stripheld van Nederland moest zijn,
maar dat was puur gebaseerd op de lengte van zijn geslacht. Kaasheld moest
het op dat vlak afleggen aan zijn Lamelos-broertje. Na de uitreiking kwam
Jeroen Funke nog even het podium op om Kuijper de maat te nemen. Toen bleek
hij ook volgens de Lamelos-criteria toch echt de Grootste Stripheld van
Nederland te zijn.


Cowboy John is een Engelssprekende Rotterdammer die in een imaginaire wereld leeft. Hij denkt dat zijn fiets zijn paard is en de stad de prairie. Cowboy John is een creatie van stripmaker Jan Vriends die in deze video vertelt hoe hij dit markante stripfiguur bedacht heeft. Ook vertelt Vriends over de totstandkoming van het eerste Cowboy John-stripalbum.

Vrijdag 4 december presenteerde ArtEZ hogeschool voor de kunsten het eerste nummer van het tijdschrift Oogst, dat de verrichtingen toont van studenten Comic Design, een specialisatie binnen de studie Stories & Design die september dit jaar van start ging en die focust op het maken van strips.
Het eerste nummer werd in het nieuwbakken Heinz-museum te Amsterdam uitgereikt aan Gert Jan Pos, stripintendant van het Fonds BKVB, en aan Ger Strijker, lid van het College van Bestuur van ArtEZ hogeschool voor de kunsten. Aanwezig waren enkele stripmakers: Flo de Goede, Schwantz en Floris Oudshoorn werden onder andere gespot. En docenten Hanco Kolk, Trik en Sytse van der Zee die tevens de redactie voeren van Oogst. Nog belangrijker: enkele studenten waren die middag aanwezig, het tijdschrift Oogst draait immers om hun verrichtingen. De stripmakers in spe hadden wat werk opgehangen en enkele dummies neergelegd, daar lang niet alles in het tijdschrift terecht is gekomen.
Inhoud
Behalve afgeronde verhalen bevat het magazine ook schetsen en grafische
platen. Ook is er nadere uitleg over een uitwisselingsproject tussen
Spaanse en Nederlandse studenten. Zoals te verwachten zijn de bijdragen van
wisselende kwaliteit. Sommige studenten zijn nu eenmaal verder dan andere.
Het wordt interessant om in de loop van de opleiding verschillende nummers
van Oogst naast elkaar te leggen om de ontwikkeling van de
stripmakers te volgen. Wat het magazine mijns inziens ontbeert zijn korte
introducties van de studenten die in het eerste nummer zijn opgenomen. Ik
ben wel benieuwd wie er achter het werk schuilgaan. Maar misschien is het
daarvoor nog te vroeg en is dat soort informatie pas relevant bij de
eindexamenklas, als het kaf van het koren duidelijk van elkaar gescheiden
is.
Het tijdschrift zal twee keer per jaar verschijnen in een oplage van 1000 stuks. Oogst zal te koop zijn in stripspeciaalzaken in Nederland en Vlaanderen. De verkoopprijs is €4,95.

Striptekenaar Jan Kruis, creator van Jan, Jans en de kinderen, krijgt als eerste de Marten Toonderprijs.
Jan Kruis (Rotterdam, 1933) tekende van 1970 tot 1998 vrijwel wekelijks de strip Jan, Jans en de kinderen voor het damesweekblad Libelle. In 2007 verscheen een stripbewerking door Kruis van Multatuli’s Woutertje Pieterse.
De Marten Toonderprijs is een jaarlijkse oeuvreprijs voor de Nederlandse stripmaker die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de stripcultuur. Aan de prijs is een bedrag van 25.000 euro verbonden. Minister Plasterk van Cultuur zal Kruis de prijs overhandigen in het Stripmuseum in Groningen, aan het begin van het boekenseizoen in 2010.
De prijs is ingesteld door stripintendant Gert Jan Pos van het Fonds BKVB. De oeuvreprijs is vernoemd naar Marten Toonder, de in 2005 overleden stripmaker die zijn stempel op de Nederlandse stripwereld drukte met onvergetelijke figuren als Tom Poes en Olivier B. Bommel. Ook verrijkte Toonder de Nederlandse taal met termen als 'denkraam', 'grootgrutter' en 'zielknijper'.

Het zal sommige mannen misschien als een sprookje in de oren klinken om de laatste man op aarde te zijn. Aan gewillige, geile vrouwen heb je dan immers geen gebrek. Niets is minder waar voor Yorick Brown die in de comic Y:The last man inderdaad het allerlaatste exemplaar van het mannelijk geslacht op aarde is. Zijn metgezel, een mannelijke kapucijnaap, daargelaten.
In de zomer van 2002 vernietigde een plaag van onbekende oorsprong elke zaadcel, foetus en volgroeid zoogdier met het Y-chromosoom. Een wereld zonder mannen blijkt chaotisch en stuurloos waarin vrouwen werken voor voedsel en zich hebben onderverdeeld in verschillende facties. Zoals de Amazones: een groep extreme feministen die net als de amazones wier naam ze hebben overgenomen een borst hebben laten wegbranden en op zijn zachts gezegd geen fan zijn van het mannelijk geslacht. Zodra ze van het bestaan van Yorick horen willen ze er alles aan doen om zijn levensduur zo kort mogelijk te maken.
Nerdy joch
In Y: The last man is de potentiële laatste
redder van de wereld geen Schwarzenegger-achtige held, maar een beetje
nerdy jongen met een voorliefde voor ontsnappingskunstenaars en een
romantische inborst die bereid is om alle boosaardige mannenhaters te
trotseren om naar zijn vriendin in Australië af te reizen. U begrijpt
dat die eigenschappen hem nog ver zullen brengen tijdens zijn
overlevingstocht. En vaak ook problemen veroorzaken, net als de aap die hij
altijd bij zich heeft. Gelukkig wordt het stel bijgestaan door een
geheimagent.
De tekeningen zijn van de hand van Pia Guerra die op vakkundige, doch niet opzienbarende wijze het high concept dat zij samen met Brian K. Vaughan bedacht visualiseerde. Vaughan schreef ook series als Ex Machina, Runaways, en Pride of Baghdad, en was een van de hoofdschrijvers van de tv-serie LOST. Zijn scenario voor Y:The Last man is dan ook een schoolvoorbeeld van hoe men in Hollywood een script dient te schrijven. (Niet zo gek dus dat er plannen zijn voor een verfilming.) Vaughan introduceert in het eerste hoofdstuk zorgvuldig alle belangrijke hoofdpersonages en geeft de nodige informatie alvorens de actie te laten losbarsten. Daarbij wordt de lezer geen detail te veel of te weinig geboden en worden de plotpunten op precies het juiste moment gepresenteerd. Vaughan schrijft dialogen die uit een filmscript gelicht lijken te zijn. Ze zijn herkenbaar, maar werken prima binnen dit verhaal.
Het einde van de rock-'n-roll
Vaughan lardeert de plot met onverwachte vondsten: zoals de scène
waarin een groep vrouwen rondom het Washington Monument de verloren mannen
herdenkt. Yorick ontmoet daar ene Rose die met spijt in haar stem beseft
dat naast haar mannelijke vrienden ook The Rolling Stones niet meer leven.
In één rampzalige dag verloor de wereld de grootste
popartiesten. Fijn dat Vaughan de tijd neemt om op verschillende manieren
te laten zien hoe de ontmande wereld eruitziet. Tegelijkertijd gebruikt hij
dit rustige contemplatieve moment aan om een confrontatie tussen Yorick en
een stel Amazones op te zetten.
In de Nederlandse uitgave zijn de eerste vijf comics opgenomen. Verwacht dus een cliffhanger op de laatste bladzijde: zoals het televisieseries en goede comic-series betaamt blijft de lezer met een hongerig gevoel naar meer achter. Kortom: deze comic is vakwerk. Het eerste deel verscheen in oktober, het tweede zou februari 2010 in de winkels moeten liggen.
Y: The last man #1 Ontmand - Brian K. Vaughan en Pia Guerra
De Vliegende Hollander, € 14,95
ISBN: 9789049500481


Wasco (pseudoniem van Henk Spoel) is een van de meest eigenzinnige stripmakers die Nederland rijk is. Vaste lezers van Zone 5300 zijn z'n werk al geregeld tegengekomen. Recent deed hij mee aan 24 Hour Comics Day, het evenement dat over de gehele wereld plaatsvond en waarin stripmakers binnen 24 uur worden geacht evenzoveel strippagina's te tekenen, zonder dat ze van tevoren een verhaal hebben bedacht.
De kwaliteit van deze 24 Hour Comics verschilt nogal, maar die van Wasco - getiteld Wolken - valt in het bijzonder op door het surrealistische verhaal en de doordachte visualisatie. Hoewel hij bijna uitsluitend gebruikmaakt van een pagina-indeling van acht kaders met een identieke grootte, gebruikt Wasco de strippagina als organisch geheel om zijn verhaal te vertellen. Daarmee toont hij zich een meester van het medium. Het boekje telt overigens maar liefst 38 pagina's, dus veel meer dan het vereiste aantal dat ooit is opgesteld door de bedenker van 24 Hour Comics: stripmaker en -theoreticus Scott McCloud.
Wolken is getekend in ballpoint en uitgegeven op het ouderwetse schriftformaat. Leuk aan de uitgave is dat schoonheidsfoutjes niet zijn weggewerkt: enkele inktvlekken zijn zichtbaar en omdat de originele kleur blauw is aangehouden komt de strip dicht in de buurt van de originele pagina's. Met een oplage van 50 exemplaren heeft de liefhebber dus een zeldzaam boekwerkje in huis.
Overigens zal Wasco aanwezig zijn tijdens de Zone 5300 Wintersale.

Een blik op de Stripdagen in Houten die eind september plaatsvonden. Dat betekent aandacht voor de autobiografische strip: een gesprek met , winnares van de Stripschapprijs en stripduo Ype & Willem. Ook laat Paul Stellingwerf van zich horen. Als bonus analyseren stripkenners Dr. Penseel en Hans B. Potlood de deplorabele staat waarin de stripbeurs in Nederland verkeert.

Tijdens de Stripdagen liep ik de Vlaamse stripmaker Serge Baeken tegen het lijf. Baeken is eigenlijk altijd aan het werk en creëert zoveel tekenmateriaal dat er uiteindelijk hele bibliotheken nodig zullen zijn om zijn gehele oeuvre in te bewaren. Ondanks zijn tekendrift lukte het mij om hem even los van de tekentafel te rukken en hem te ondervragen. Tijdens ons gesprek vertelde hij over zijn vele huidige projecten en hoe zijn fascinatie met pornografie een weg vindt in zijn werk.

Vrijdag 25 september vond voor de vierde maal de Lamelos-veiling plaats in stripwinkel Lambiek.
Belangstellenden kwamen vanuit alle windstreken naar de Kerkstraat in Amsterdam om te bieden op tweedehandsspullen, of om zelf spullen bij te dragen. Oude rolschaatsen, een Rambo-pakketje, ja zelfs een stenen penis verwisselde van eigenaar. De opbrengst van de veiling werd direct uitgegeven aan bier voor de aanwezigen. Zie hieronder de video over deze feestelijke veiling:
Het is inmiddels een aardige jaarlijkse traditie: de 24 Hour Comics Day die dit weekend over de hele wereld plaatsvindt. In Nederland proberen stripmakers in stripwinkel Lambiek te Amsterdam en in het Stripmuseum te Groningen in 24 uur net zoveel strippagina's vol te tekenen.
Vorig jaar ging het er als volgt aan toe bij Lambiek:
Als je in de buurt bent, kom dan even langs op Kerkstraat 132 in Amsterdam of op Westerhaven 71 in Groningen.
Update Een (foto)verslag van 24 Hour Comics Day in Lambiek vind je hier en voor meer informatie over de deelnemende tekenaars kun je ook op de site van Lambiek terecht.
Meer video's van mijn hand, over strips en andere onderwerpen, vind je hier.

Vrijdag 25 september is het vanaf 17:00 uur weer tijd voor de Lamelos-veiling in stripantiquariaat Lambiek te Amsterdam. Er worden dan weer allerlei vreemde spulletjes verkocht waar u op kunt bieden. En bied vooral gul, want met de opbrengst wordt drank aangeschaft die ter plekke genuttigd gaat worden. Want tja, stripmakers en bier - dat gaat goed samen.
Ook presenteert het vierkoppige collectief Lamelos zijn nieuwste boekje Kaasheld #4. Mocht je niet van bier houden (en da's geen schande!) kom dan in ieder geval een boekje scoren. En anders op de Stripdagen die dit weekend plaatsvinden.

Mickey Mouse samen met de Hulk in een strip of tekenfilm? We mogen hopen dat dit nooit zal voorkomen. Disney heeft echter vandaag laten weten Marvel te willen opkopen voor het leuke bedrag van 4 miljard dollar.
'It feels like Christmas morning,' twitterde Joe Quasada, editor in chief bij Marvel, vanmorgen. Kennelijk zijn de mensen bij Marvel blij met de deal. Niet zo gek ook, want Disney opereert over de hele wereld en zou een goede partner zijn voor Marvel wat betreft distributie en infrastructuur. Disney is wat geld en macht betreft immers een grote speler in de wereld van de entertainment. Ook bezit Disney filmmaatschappij Pixar dus wie weet wat dat voor mooie animatiefilms gaat opleveren. Hoewel daar nu nog niet zoveel over te zeggen valt, sprak John Lasseter recent wel met de mensen van Marvel. En volgens de berichten was iedereen 'enthousiast'. Het zou voor de fans van Marvel een verademing zijn, want eerlijk gezegd blinken de animatiefilms die Marvel nu uitbrengt niet uit als het gaat om technisch vernuft en verfijnde animaties.
Dat geldt overigens niet voor alle fans, die toch vooral bang zijn dat Disney zich inhoudelijk met de films en strips gaat bemoeien. Quasada bestrijdt dat idee en zegt dat er Marvel met de comics gewoon de koers blijft varen die nu is uitgestippeld. Niet dat die altijd even kritiekloos ontvangen wordt door de fans, maar dat terzijde. Ik denk niet dat we snel een team-up tussen Spiderman en Donald Duck kunnen verwachten. Ik hoop het in ieder geval niet, want de twee werelden van Marvel Comics en Disney zijn praktisch onverenigbaar. Op inhoudelijk vlak tenminste, vanuit zakelijk oogpunt is het een rooskleuriger verhaal.
Daarom snap ik wel waarom Disney geinteresseerd is in Marvel. Ze krijgen er 5000 nieuwe personages bij, waarvan een aantal zeer populair zijn bij het grote publiek. Zoals Spiderman, X-men, Wolverine en Iron Man. Op dit moment is er een renaissance van superheldenfilms gaande, en niet toevallig zijn dit allemaal Marvel-helden. En het einde hiervan is met Iron Man 2, het aangekondigde Spiderman 4, Deathpool, Wolverine 2, Thor, Captain America en de Avengers-films nog lang niet in zicht. Dat is natuurlijk big business. Marvel verdient veel meer geld met films en gelicenseerde producten als games en speelgoed dan met de strips zelf. Die zijn meer springplank geworden voor een hele diverse reeks nevenproducten. Dat hebben beide bedrijven met elkaar gemeen: ze slagen erin een x-aantal personages door middel van verschillende producten te verkopen: films, strips, speelgoed, games, tot en met badslippers met Spiderman-logo toe.
Voor Disney betekenen al die superhelden het aanboren van een nieuwe doelgroep. Als je kijkt naar de tv-programma's die Disney produceert en het speelgoed dat dit bedrijf op de markt brengt, (vooral veel prinsessen en feeënspul), dan is Disney toch vooral gericht op meisjes - even kort door de bocht gezegd. De superhelden van Marvel spreken traditiegetrouw toch vooral veel jongens aan.
Disney heeft aangekondigd dat ze de bestaande distributie-afspraken die Marvel heeft met filmmaatschappijen zal erkennen, maar dat ze tezijnertijd de films zelf op de markt wil brengen.
Overigens moet de deal nog goedgekeurd worden door de antitrust review en de aandeelhouders van Marvel moeten nog akkoord gaan. Men hoopt voor het einde van het jaar de zaken rond te hebben.

Vanaf vrijdag 28 augustus ligt de eerste officiële uitgave van cartoonist Hallie Lama in de schappen, Walhallie geheten. Wat? Alweer een cartoonbundel, zult u wellicht denken. Ja, maar deze is wél leuk.
Hallie Lama is een van de originelere geesten die er in het Nederlandse cartoonlandschap rondlopen. Zijn prenten zijn schetsmatig en to the point. Wat ze ontberen aan fijnzinnige afwerking wordt door de dynamische lijnvoering ruimschoots gecompenseerd. En niet te vergeten: door de aansprekende humor. Walhallie, het universum van Hallie Lama, wordt bevolkt door vreemde randfiguren voor wie extremiteiten dagelijkse kost zijn. Mannetjes met wie je maar beter niet alleen op een bankje in het park kan gaan zitten, maar om wie je wel lekker kunt lachen.
Enkele maanden geleden maakte ik onderstaande video over Hallie Lama. Hierin spreekt de stripmaker openhartig over zijn inspiratiebronnen, het chronische vrouwentekort in zijn cartoons en zijn voorkeur voor het tekenen van vreemde mannetjes. Met als bonus de creatie van een nieuwe cartoon, gevolgd van schets tot online publicatie. De video werd begin 2009 opgenomen. Inmiddels is Lama's wens om door een echte uitgeverij gepubliceerd te worden verwezenlijkt. Eerder verschenen er al enkele smallpress-boekjes van hem in eigen beheer.

Stok tekent al sinds 1998 aan haar autobiografische oeuvre. 'Het werk van Stok onderscheidt zich van andere autobiografische strips door het gebruik van dit genre voor langere verhalen met een persoonlijke dimensie,' aldus het Stripschap dat dit jaar voor de 36ste maal de prijs toekent. Recent verscheen van Stok Dan maak je maar zin, waarin de stripmaker de twijfels van een dertiger beschrijft die na de dood van haar zwager tussen alle modegrillen en moderne trends op zoek gaat naar de zin van het bestaan. Stok stond ook regelmatig in Zone 5300.
Eerste vrouw
De Stripschapprijs wordt sinds 1974 op
voordracht van een onafhankelijke commissie toegekend aan een stripmaker
die zich buitengewoon verdienstelijk heeft gemaakt voor het (Nederlandse)
beeldverhaal. Saillant detail: Stok is de eerste vrouw die deze oeuvreprijs
krijgt. 'Zij krijgt deze prijs niet vanwege haar geslacht, maar omdat zij
een stripauteur is zonder weerga, met een nog altijd groeiend oeuvre van
topkwaliteit', benadrukt de jury in haar rapport. Enkele eerdere winnaars
van de Stripschapprijs zijn Erik Kriek (2008), Hanco Kolk (1996) en Marten
Toonder (1982).
Zaterdag 26 september wordt de prijs uitgereikt tijdens De Stripdagen in Houten.
Lees ook:
Recensie Je geld of je
leven
Marten Toonder
Prijs aangekondigd
19 juli. Nieuwe ontwikkelingen:
Enkele maanden terug werd Barbara Stok na jarenlang stripbijdragen geleverd te hebben, ontslagen bij het Dagblad van het Noorden. Politiek tekenaar Kees Willemen nam de toekenning van de Stripschapsprijs te baat om voor haar in het geweer te komen en schreef de onderstaande open brief. Wie hem mede wil ondertekenen, sture een mailtje naar: c.j.a.j.m.willemen@hetnet.nl
( 19-08-2009 Nieuwsblad/Barbara Stok, ( Open)Brief aan Hoofdredactie.Kees Willemen) Aan Hoofdredactie Dagblad v/h Noorden t.a.v. Pieter Sijpersma
Geachte Heer,
Toen maandag 17 augustus bekend werd dat onze collega Barbara Stok als eerste vrouwelijke tekenaar van Nederland en eerste Noordelijke tekenaar de Stripschapprijs gewonnen had, was wat wij collega- tekenaars ons afvroegen hoe zal het Dagblad hierover berichten.
Al een flinke tijd heerst er in onze kring enige verbijstering over het feit dat het Dagblad het werk van een zo getalenteerde collega niet meer plaatst om bezuinigingsredenen. Een uiterst arbitraire beslissing vinden wij maar ook een die nou niet bepaald invulling geeft aan de slogan ’Er gaat niets boven Groningen’. Het Dagblad dat zich een monopolie in minimaal twee provincies in het Noorden heeft verworven heeft niet alleen een informatieve functie maar dient alles in het werk te stellen om tekenaars van een dergelijk hoog niveau als Barbara aan zich te kunnen blijven binden. Anders verwatert het medium dat U bestiert tot een waterverfachtig niemendalletje zonder enig karakter. Kunst, cultuur en energie dat zijn de exportproducten van Noord Nederland! Zaken waarin men zich absoluut van de rest van Nederland kan onderscheiden. Alleen dat typerende onderscheid vindt men niet terug in Uw krant . Wij tekenaars zijn binnen de wereld van cultuur en kunst niet de enigen die uiterst ontevreden zijn op de aandacht en de hoeveelheid ruimte die Uw krant aan onze sector besteedt. Tegenwoordig moet je zelfs landelijke kranten als Trouw, de Volkskrant en vooral NRC Handelsblad er op na slaan om uitgebreide verslagen en recensies van allerlei culturele activiteiten in het Noorden te kunnen vinden. Uw krant was weer in geen velden of wegen te zien ! Mogelijk heeft dat te maken met kaalslag binnen de kunstredactie die daardoor verre onder niveau presteert.
Alles in een krant is een kwestie van keuze en visie.
Daarom voelen wij het op Pagina 1 met veel trots vermelden dat Barbara Stok de Stripschapprijs heeft gewonnen en tenslotte op pag.18 uit haar eigen mond te moeten horen dat zij is ontslagen, een staaltje van schaamteloze en cynische berichtgeving die echt een enorme belediging is voor iedereen die zich uitslooft om kunst en cultuur in het Noorden op de kaart te zetten.
Wij verwachten van U niet alleen persoonlijk excuses voor dit soort berichtgeving waarin ook nog haar fijntjes onder de neus wordt gewreven dat zij “de fles champagne die ze bij het cafe de Wolthoorn met haar vriend naar binnen sloeg uit eigen zak moest betalen want de Stripschapsprijs is nu eenmaal geen geldprijs”van een dergelijk laaghartig provincialisme dat dit de verslaggever in deze tot een landelijk risee maakt. Het spijt me wel zoiets kan je echt niet maken. En wij verwachten dat U als Hoofdredacteur nu eens ruggengraat toont, haar wederom in dienst neemt zodat het Dagblad weer om aan te zien is en er reden is je te verheugen wanneer deze in de brievenbus glijdt. Deze brief zal ook naar de Journalist worden gestuurd.
Met collegiale groet, Kees Willemen

Dik als een telefoonboek is Vluchtweg naar de zon van de Franse stripmaker Baru (pseudoniem van Hervé Barulea). Voordat je het weet heb je echter de laatste bladzijde omgeslagen, want deze roadmovie raast door je hoofd met 150 kilometer per uur.
De plot leest als een achtervolgingsfilm. Karim Kemal is tweeëntwintig en berucht. Hij zou dealen, kapitalen verdienen met kaartspelen en met de rijkste vrouwen het bed delen voor geld. Als hij met een van zijn maîtresses betrapt wordt, krijgt hij een gewelddadige en wraaklustige echtgenoot achter zich aan. Samen met nieuwbakken vriend Alexandre, een tiener van zeventien die tegen Karim opkijkt omdat hij in alles zijn tegenpool is, slaat hij op de vlucht om het vege lijf te redden.
Vluchtweg naar de zon werd oorspronkelijk gemaakt voor de Japanse stripmarkt en werd in 1995 al uitgegeven door uitgeverij Kodansha. Voor de Europese markt werd de strip herbewerkt en in hetzelfde jaar uitgegeven. De grote vraag is waarom de strip nu pas in het Nederlands verschijnt, want in 1996 werd Vluchtweg naar de zon al bekroond als Beste Boek op het stripfestival van Angoulême.
Anders dan manga
Baru vertelt zijn verhaal in prachtige zwart-witplaten, getekend in een
snelle en energieke inktlijn. Zoals het manga betaamt gebruikt Baru overdreven expressies om
zijn personages te laten acteren. Mangahaters kunnen de strip met een
gerust hart openslaan, want verder staat het karakterdesign ver af van de
clichématige vormgeving die doorgaans met de Japanse strip
geassocieerd wordt.
Baru staat vooral bekend om zijn maatschappijkritische verhalen. In zijn semi-autobiografische debuutalbum Quéqette Blues schetst hij het alledaagse leven van de Franse arbeidersklasse. In Vluchtweg naar de zon komen Alexandre en Karim ook uit een arbeiderswijk. In de 400plus pagina's zien we vooral hoe Alexandre, zoon van een Italiaanse staalarbeider, zich ontwikkelt en onder invloed van Karim volwassener wordt. De wraaklustige echtgenoot die Karim wil vermoorden is een rechts-extremist verbonden aan de politieke partij 'Élan National Francais': een eendimensionale racist met psychopathische trekjes, die al zijn haat jegens buitenlanders wil botvieren op Karim, die van Algerijnse afkomst is. Het sociaal engagement van de stripmaker is op de achtergrond lichtjes aanwezig en zit met name in bovengenoemde details. Vluchtweg naar de zon moet toch vooral gezien worden als een vakkundig gevisualiseerd en vermakelijk actieverhaal.
Zie hier een preview van de strip.
Vluchtweg naar de zon - Baru
Sherpa, €29.95
ISBN 978-90-8988-006-2


Het lijkt nog ver weg dat 2010, maar voordat je het weet is het weer maart en vindt de tweede editie van de Stripbeurs Breda plaats. De organisatie heeft alvast een paar namen bekend gemaakt van stripmakers die aanwezig zullen zijn. Zet ze alvast in je agenda.
Allereerst is dat de nieuwe tekenaar van Lucky Luke, Achdé, die ook de festivalposter heeft getekend. Op scenario van Laurent Gerra voltooide Achdé onlangs een derde verhaal van Lucky Luke, De man van Washington.
Hellboy
De tweede striplegende die heeft toegezegd naar Breda te komen is Mike Mignola, de tekenaar
van Hellboy. Met zijn creatie Hellboy en zijn minimalistische tekenstijl
heeft hij aan de Amerikaanse comic-scene een geheel nieuwe richting
gegeven. Mignola heeft inmiddels 12 Eisner Awards op zijn naam staan en is
naast striptekenaar en schrijver ook betrokken bij diverse filmprojecten
zoals de film The Hobbit van Guillermo del Toro. Maar dat laatste
zullen we hem maar niet kwalijk nemen.
De Stripbeurs Breda zal plaatsvinden op 6 & 7 maart in het Racketcentrum in Breda. Maar eerst zien we jullie natuurlijk op de Stripdagen in Houten waar de Zone-redactie een feestje gaat bouwen in verband met het 15-jarig bestaan van de Zone 5300, en op Strip Turnhout later dit jaar.

Kijk, dat zien we graag: stripmakers die enthousiast praten over hun werk. Dan Slott is een van de vaste schrijvers van Amazing Spiderman. Hij praat in zijn eerste vlog over de mijlpaal Amazing Spiderman #600 waarvoor hij het hoofdverhaal schreef, dat in beeld werd gebracht door John Romita jr. en inkter Klaus Janson. Romita jr is een van de beste tekenaars die Spidey ooit op papier zette.
Wat zo grappig is aan deze ludieke video is Slotts enthousiasme voor zijn werk en zijn liefde voor het personage. Hij was van kinds af aan al gek op Spiderman en laat in een aandoenlijk moment een paar items uit zijn speelgoedcollectie zien. De nerds nemen de stripindustrie bijkans over.
Amazing Spider-Man #600 ligt reeds in de winkels. Het jubileumnummer staat traditiegetrouw vol met schokkende gebeurtenissen. Behalve de terugkeer van Doc Ock, wiens laatste dagen geteld lijken te zijn is de andere grote gebeurtenis de bruiloft van tante May en de vader van JJ Jameson. (En oh ja: Mary Jane komt terug, maar daar schreef ik al eerder over.) De comic bevat verder nog enkele korte verhalen, waarvan 'Identity crisis' werd geschreven door de geestelijk vader van Spidey, Stan Lee himself.
Wat mij betreft genoeg redenen om de (online) stripwinkel te bezoeken.
Onder: Cover design AMS 600 door John Romita jr.


In mei 2002 brachten Frank Miller en Charles Brownstein een weekend door bij Will Eisner in Florida. Brownstein interviewde de twee stripgiganten; de vele uren tape resulteerden in 2005 in het boek Eisner/Miller - het boek kwam een paar maanden na het overlijden van Will Eisner uit. Brownstein schreef de gesprekken op als een dialoog tussen Eisner en Miller. Eisner/Miller is een boek dat iedere stripliefhebber gelezen moet hebben.
Will Eisner is een van de pioniers in de stripwereld en werd beroemd met zijn strip The Spirit (waar Miller overigens vorig jaar een filmversie van maakte). Nadat hij jaren werkte aan instructieboeken in stripvorm, begon hij in de jaren zeventig met het maken van meer persoonlijke verhalen. Volgens de legende zou Eisner de term graphic novel hebben bedacht om zijn strip A Contract with God aan een uitgever te slijten. Geen enkele serieuze uitgever zou immers geïnteresseerd zijn in het uitgeven van een strip, maar hetzelfde werk een grafische roman noemen gaf de uitgave de nodige allure. Naast A Contract with God maakte Eisner nog andere graphic novels als The Plot en The Dreamer, wat gaat over zijn ervaringen in de stripindustrie.
Frank Miller is op zijn eigen manier een grootheid. De laatste jaren staat hij vooral bekend om zijn serie Sin City en het historische epos 300 die allebei verfilmd werden. In de vroege dagen van zijn carrière drukte Miller een nadrukkelijke stempel op superhelden als Daredevil: de reeks die hij schreef en tekende en die geïnkt werd door Klaus Janson is legendarisch. Ook blies hij Batman nieuw leven in met The Dark Knight Returns. Hierin zette Miller een cynische en fascistische versie van Batman op leeftijd neer die perfect paste in de jaren tachtig - een tijd waarin de Koude Oorlog even heel erg heet leek te worden.
Leesgenot
Het is eindeloos fascinerend om de twee grootheden uit de stripwereld met
elkaar te horen converseren - en vooral ook discussiëren - over de
geschiedenis van Amerikaanse comics, de invloed van nieuwe technologie op
het medium en de strijd tegen censuur. Het boek is rijk aan illustraties
van Miller, Eisner en andere stripmakers, bevat een aantal foto's van de
gesprekken en bestaat uit korte hoofdstukken die thematisch zijn
ingedeeld.
Uit de gesprekken komt duidelijk naar voren hoe verschillend de werkwijzen van Eisner en Miller zijn. Waar Eisner eerst de positie van de tekstballonnen bepaalde en, inkte om vervolgens een pagina in potlood te tekenen en te inkten, koos Miller er bijvoorbeeld bij de graphic novel Sin City: Family Values voor om eerst alle pagina's te tekenen, daarna de tekst op de pagina te inkten en dan pas de potloodtekeningen in de inkt te zetten. Het is in de kunst van het weglaten dat beide heren elkaar op het vlak van stijl ontmoetten. Eisner en Miller vinden dat je in een strip lang niet alles hoeft te tekenen - je kunt elementen suggereren, de lezer maakt het plaatje toch zelf in zijn hoofd af. In wezen is de stijl van beide stripmeesters impressionistisch. In Millers Sin City-reeks is dat goed duidelijk. Hij gebruikt een sterk zwart-wit contrast en vol silhouetten en schaduwpartijen. Vaak bevat de achtergrond slechts enkele details.
Guns for hire
Eisner en Miller waren ten tijde van het interview al jaren goed bevriend,
al waren ze het lang niet altijd met elkaar eens. Juist de momenten dat ze
met elkaar in discussie gaan, komt de lezer het meeste te weten over hun
visie op het medium.
Over tekentechnieken kan de aspirant-stripmaker dus veel leren van Miller en Eisner. Wat betreft hun inzichten over de stripindustrie trouwens ook. Ze geven een paar goede tips over hoe je een voet tussen de deur krijgt bij uitgevers en klappen flink uit de school over de stripindustrie. Ze vertellen over hoe bitter Jack Kirby al die jaren was omdat hij vond dat Stan Lee alle credits voor hun creaties kreeg. Volgens Miller wilde Kirby ooit een boek schrijven met de titel: Excelsior, My ass!. Eisner vertelt dat in de begindagen van de comicsindustrie uitgevers oppermachtig waren. Ze wisten makkelijk de rechten te verwerven van personages. Als een stripmaker met een goed idee kwam, was hij verplicht alle rechten ervan over te dragen aan de uitgever, anders kon hij verdere opdrachten wel vergeten. Eisner was bij Bob Kane thuis toen die terugkwam met het contract dat hij had gekregen voor Batman. Het enige wat Kane voor zijn creatie terugkreeg was de belofte van werk en een afgesproken bedrag per afgeleverde pagina. Geen gouden bergen dus. Die kreeg Kane jaren later, toen hij een advocaat inschakelde. Hij kreeg nooit de rechten meer van Batman, maar werd wel financieel gecompenseerd.
De uitgevers lieten merken dat als de stripmaker slechts een gun for hire was en gemakkelijk vervangen kon worden voor een andere werker als hij niet na behoren presteerde. Volgens Eisner en Miller had dit tot gevolg dat de beroepsgroep jarenlang met een minderwaardigheidcomplex kampte. Pas in de jaren tachtig ontstond er een royaltysysteem voor stripmakers. Dit hing samen met de opkomende cultus rondom bepaalde makers zoals Todd McFarlane en Frank Miller.
Eisner/Miller - Brownstein, Charles - .
Dark Horse Books - 19.95 dollar
ISBN 1-56971-755-9


Bob Dylan Revisited bevat dertien verstripte interpretaties van bekende songs van de Amerikaanse singer-songwriter. Striptekenaars als Lorenzo Mattotti, Dave McKean, Zep en Francois Avril tekenden hun eigen versie van een zelfgekozen klassieker. Het resultaat is een interessant album met hoogwaardig grafisch werk, mooi uitgegeven door Silvester strips. Alleen jammer van die vertalingen.
Het is interessant om te zien hoe de liedjes van Dylan de creatieve geest van de stripmakers prikkelden tot deze uiteenlopende bloemlezing. Sommige stripmakers in Bob Dylan Revisited: 13 songteksten in beeld gebracht blijven dicht bij de brontekst, anderen gebruiken het oorspronkelijke nummer slechts als springplank voor een visuele krachttoer. Toch passen mijns inziens de bijdragen die dicht bij de brontekst blijven en een verhaal vertellen het beste bij het oeuvre van Dylan. De Amerikaanse troubadour, wiens carrière begon met het zingen van folkmuziek in de vroege jaren zestig, staat immers vooral bekend als verhalenverteller. Een mooi voorbeeld hiervan is de protestsong 'Hurricane', waarin Dylan verhaalt hoe de zwarte boxer Rubin Carter veroordeeld werd voor een driedubbele moord die hij schijnbaar niet beging. Gradimir Smudja schilderde het stripverhaal in sepiagetinte platen en blijft dicht bij Dylans verhaal. De strip is daarmee een van de meest rechttoe rechtaan interpretaties in het album en werkt daardoor heel goed als visualisatie van Dylans nummer.
Dave McKean gooit het over een andere boeg. Hij gebruikt figuren en elementen uit scènes die voorkomen in de song 'Desolation Road', maar heeft er vooral zijn eigen ding van gemaakt en creëerde een non-narratief relaas met als rode draad de frase "I believe you belong to me". Wie McKeans strip leest en tegelijkertijd Dylans nummer draait merkt dat de duistere en soms spookachtige beelden van McKean een heel andere sfeer oproepen dan het akoestische nummer waarin vooral gitaar en mondharmonica zijn te horen.
Dylans stem
In Bob Dylan Revisited wordt iedere bijdrage ingeleid met een
voorblad met daarop een geïllustreerd portret van Dylan, de songtekst
en Nederlandse vertaling. Handig wellicht voor mensen die de Engelse taal
niet goed beheersen, hoewel ik over het algemeen geen fan ben van het
vertalen van songteksten en in het geval van Dylans poëzie acht ik een
vertaling zelfs onwenselijk. Een deel van de magie van Dylans teksten zit
in het feit dat de betekenis vaak niet eenduidig is. Die ambiguïteit
biedt ruimte voor verschillende interpretaties. Bij een vertaling zit je
aan de uitleg van de vertaler vast. In dit geval is dat de visie van
Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet. Hun vertalingen, die eerder in twee
dikke boeken bij Nijgh en Van Ditmar verschenen, zijn voor dit album
gebruikt.
Dylan Revisited was oorspronkelijk een Franse uitgave, met Franstalige songteksten in de stripkaders die nu in het Nederlands staan geschreven. De strips zijn op zichzelf al een interpretatie van de songs, en mede door de vertaalde verliezen de adaptaties in het album al snel de connectie met de nummers van Dylan. Zijn stem, het ritme en de sound van de songs gaan als het ware verloren en dat is erg jammer. Om de link met Dylan enigszins te ervaren zit er voor de fan niets anders op dan om tijdens het lezen de songs te luisteren.
Ik ben me er terdege van bewust dat ik het album door de ogen van een Dylan-purist bezie. Hoewel de strips ook los van de brontekst zijn te beoordelen, is het de vraag of dit wenselijk is aangezien het stripalbum zijn bestaansrecht ontleent aan het feit dat stripmakers hun visie geven op de wereldberoemde composities. Daarbij zullen niet-Dylan fans weinig boodschap aan deze uitgave hebben.
Overigens is Bob Dylan Revisited een tweede uitgave in een serie van vier over popmuzikanten die Silvester op de markt brengt. Eerder verscheen een biografie over Johnny Cash die binnenkort op dit blog onder de loep wordt genomen.
Bob Dylan Revisited
Silvester, €24.95
ISBN: 978-90-5885-388-2
Voor meer artikelen van Michael Minneboo zie Mike's Webs.

We berichtten eerder al over Comic Invasion dat eind mei in Sugar Factory plaatsvond. Zie het beeldblogje van Merel Barends en het verslag met foto's.
Recent publiceerde Sugar Factory onderstaande video online. Het geeft een aardig sfeerbeeld en laat zien hoeveel krabbels en tekeningen er in die vier dagen zijn gemaakt. (De compilatie-video laat ook mooi zien hoe graag stripmakers geslachtsdelen en blote vrouwen tekenen als ze niet in de gaten worden gehouden.)
De video werd gemaakt door officemanager Stijn Schenk.

Eindelijk is Black Hole van Charles Burns in Nederlandse vertaling verschenen. Een prachtige grafische roman die tot na de laatste bladzijde blijft boeien.
In Zwart gat raken in de jaren zeventig tieners besmet met een seksueel overdraagbare ziekte die lichamelijke afwijkingen veroorzaakt. De een wordt opgezadeld met een paar bulten, de ander is minder gelukkig en krijgt er gratis een ledemaat of orgaan bij. Bij Rob groeit bijvoorbeeld een tweede mond die praat als hij slaapt; Eliza heeft een staart boven haar kont en Chris heeft vergroeiingen in haar rug en verliest geregeld haar bovenste huidlaag. De meeste besmette tieners leven als verschoppelingen in het bos en proberen er het beste van te maken.
Zwart gat is claustrofobisch en verontrustend, maar tegelijkertijd blijvend fascinerend. De toon is ernstig en gespeend van humor. Burns werkte een decennium aan het verhaal en publiceerde de twaalf afleveringen eerst afzonderlijk voordat in 2005 de graphic novel in zijn geheel werd uitgegeven. Black Hole bleef niet onopgemerkt, en won de Eisner Award, de Harvey Award en de Ignatz Award. Het is opmerkelijk dat deze strip pas na vier jaar eindelijk in het Nederlands is vertaald. Wellicht heeft dit te maken met de aankomende filmadaptatie. Naar verluidt zal regisseur David Fincher (Fight Club, Se7en) de verfilming voor zijn rekening nemen. Een prima keuze, al zou een regisseur als David Cronenberg, met zijn voorliefde voor vreemde lichaamsopeningen, ook zeker raad weten met het rijke materiaal van deze graphic novel.
Puberteit als ziekte
Zwart gat is een complexe vertelling vol flashbacks en
psychedelische dromen, waarin verschillende vertellers afwisselend aan het
woord komen. Wat de belevenissen van al deze personages bindt is de
vreemdsoortige ziekte die wordt doorgegeven als de tieners onbeschermde
seks met elkaar hebben. Toch moeten we Zwart gat niet zien als een
pamflet tegen onbeschermde seks; Burns gebruikt de ziekte en de
vervreemding die deze veroorzaakt tussen de slachtoffers en gezonde mensen
als metafoor voor de puberteit, een periode waarin het lichaam ook allerlei
veranderingen ondergaat en waarin de adolescent zich vaak ook een
buitenbeentje voelt. Burns heeft zelf ooit in een interview
gezegd dat hij in Black Hole de pubertijd voorstelt als een ziekte.
De één groeit erover heen, de ander blijft er eeuwig in
hangen. Misschien dat de geïnfecteerde personages daarom nooit hulp
zoeken voor hun lichamelijke afwijkingen. Ze vluchten liever weg van de
maatschappij en het daarin heersende ouderlijk gezag. Zwart gat is
een interessante studie naar de belevingswereld van adolescenten die, zoals
het clichébeeld over deze periode dicteert, hun dagen vooral slijten
met de speurtocht naar bier, seks en drugs.
Meesterverteller
Burns doet de naam beeldroman, of graphic novel zo je wil, eer aan. Hij
gebruikt de middelen van het medium optimaal. Burns tekent in een
semi-realistische stijl, wat het effect van de horrorelementen vergroot.
Zijn strakke lijnvoering en zwart-wit verdeling zijn formidabel. De
stripmaker gebruikt een scherp licht-donkercontrast. In combinatie met het
strakke lijnperspectief geeft dit de tekeningen veel diepte. Ondanks het
feit dat hij jarenlang aan de strip werkte is zijn stijl consistent. Maar
goed, de hand van Burns is eigenlijk altijd herkenbaar. Dat geldt zowel
voor zijn illustratiewerk voor The New Yorker en The
Believer, als voor zijn andere strips die onder andere in het
experimentele striptijdschrift RAW verschenen.
In Zwart gat zijn subjectieve kaders een belangrijk stijlmiddel. Om te vertellen wat er zich in het hoofd van de personages afspeelt gebruikt Burns innerlijke monologen, maar vooral ook point of view-shots. Hiermee maakte hij een gelaagde en bij vlagen intieme vertelling. Soms is Burns voyeuristisch, zoals bij de seksscène tussen Chris en Rob. We zien vanuit het perspectief van Chris hoe Rob haar penetreert. Het stijlmiddel van de subjectieve camera wordt heel effectief ingezet als Chris halverwege de daad tot haar schrik (en die van de lezer) de extra mond in de hals van Rob ontdekt. In dezelfde scène gebruikt Burns een visuele metafoor om het orgasme van Chris te verbeelden. Binnen een sequentie weet meesterverteller Burns dus verschillende genres te vermengen en diverse beeldmiddelen effectief in te zetten. Moeiteloos laat hij een romantisch samenzijn tussen twee nieuwe geliefden ontaarden in een horrorachtig schrikmoment. De vervreemding die de jongen en het meisje na hun eerste vrijpartij ervaren is dan weer exemplarisch voor de ongemakken die de eerste stappen op het seksuele vlak met zich meebrengen.
Burns, Charles - Zwart gat
Oog & Blik/De Bezige Bij, € 29,90
ISBN: 9789054922025

Vorig jaar gooide uitgeverij Marvel comics het roer flink om in Spidermans wereld. Het huwelijk tussen Mary Jane en Peter Parker werd door de magische krachten van Mephisto tenietgedaan. In de krantenstrip hebben ze dit nu teruggedraaid.
Nou ja, in de krantenstrip, sinds jaar en dag geschreven door Stan Lee himself, heeft de magische handeling nooit plaatsgevonden, maar begon men simpelweg met een nieuw verhaal waarin Peter Parker weer vrijgezel was en bij zijn tante May woonde. Nu ruim een jaar later, bleek dit bestaan slechts een boze droom te zijn geweest. Een clichématige verhaalwending die in een soap niet zou misstaan. En helaas net zo fantasieloos als hoe de schrijvers bij Marvel het huwelijk in de eerste plaats uit de geschiedenis van Spiderman wisten. Naar verluidt reageren de stripmakers van de krantenstrip hiermee op de vele boze brieven die ze ontvingen nadat Marvel deed alsof het huwelijk tussen Peter en Mary Jane nooit had bestaan.
In de normale stripuitgaven van Spiderman blijft de Brand New Day verhaallijn vooralsnog van kracht. Al zal het mij benieuwen hoe lang dat nog duurt. De reacties waren indertijd heftig van de negatieve soort.
In de verhaallijn van de maandelijkse Spiderman-comics werd tante May dodelijk verwond. De enige manier om haar leven te redden was door een pact met de duivel te sluiten. Tante May zou leven als Mephisto de grootste liefde aller tijden mocht ontbinden. Dit had tot gevolg dat Peter Parker opeens weer bij zijn tante inwoonde, kampte met geldproblemen en vooral veel pech leek te hebben. Het huwelijk tussen Mary Jane en Peter Parker dat in 1987 plaastvond had opeens nooit bestaan. Met deze reboot proberen de schrijvers van Marvel vooral de begindagen van het webhoofd te evenaren om op die manier weer aansluiting te vinden op het jonge publiek.
Bron afbeelding: Mtv Splash Page.


Het heeft iets anarchistisch: lekker op de muur tekenen en alles vol kladderen met stripfiguurtjes. Wat je als kind niet mocht, was dit weekend toegestaan in Sugar Factory Amsterdam. Tenminste, als je een van de uitgenodigde stripmakers was van Comic Invasion.
Van donderdag 21 tot en met zondag 24 mei namen stripmakers de Sugar Factory over. Tijdens het reguliere programma werden muren vol getekend, lichaamsdelen van een krabbel voorzien en waren ook bierviltjes niet veilig. Op sommige avonden werden tijdens dj-sets tekeningen gemaakt en geprojecteerd.
Cartoonjocken
Maar waarom eigenlijk? Stijn Schenk, officemanager bij Sugar Factory, legt
uit: 'We willen de strips uit de stripbeurs halen en op andere plekken
brengen. Strips moeten meer in het straatbeeld zichtbaar zijn.' Het idee
ontstond toen Floor de Goede door een oom, een van de eigenaren van Sugar
Factory, werd gevraagd om de flyer voor het programma van de maand mei te
maken. Flo is samen met Tommy A en andere stripmakers cartoonjocker:
terwijl een dj muziek draait of een band optreedt, maken de tekenaars in
razendsnel tempo tekeningen. Het tekenen wordt vastgelegd door een camera
en meteen geprojecteerd tijdens het optreden. Na de flyer opdracht vroeg de
Sugar Factory de stripmakers om bij het programma deze maand iets met
strips te gaan doen. Dat idee groeide uit tot Comic Invasion, waarbij de
stripmakers 'infiltreren' in de Sugar Factory en met allerlei activiteiten
op een ludieke manier aandacht vragen voor het beeldverhaal.
Zaterdagavond waren stripmakers Jeroen Funke (Lamelos), Dio (John & John), Tommy A (Cutie magazine), Floris Oudshoorn (Swamp Thing) en Merel Barends (Zone 5300, Eisner) in Sugar Factory om daar hun tekenkunst te verspreiden. Tussendoor vertelde Barends waarom ze hieraan participeerde. 'Het is een onconventionele manier om je werk onder de aandacht te brengen. Je bereikt er een heel ander publiek mee,' liet de stripmaakster weten. Toch doet Barends vooral mee voor de gezelligheid: 'Dit heeft natuurlijk een heel andere sfeer dan in je eentje thuis aan de slag gaan. Het is gezellig tekenen met een biertje erbij. Je bent als stripmaker onderdeel van het feest.'
Tommy A vertelde Comic Invasion vooral te zien als iets grappigs. 'Dit heeft geen effect; mensen gaan er niet meer strips door kopen.' De reactie van de bezoekers in de rookruimte, waar de muren zaterdagavond aardig vol zaten, was positief. Men vond de illustraties vooral 'leuk en vrolijk'. Al kwamen de mensen in eerste instantie voor de muziek en was men niet op de hoogte van de aanwezige stripmakers.
Interactie
Nu is een van de uitgangspunten van Comic Invasion dat er interactie
ontstaat tussen de stripmakers en het publiek. Dat dit soms anders uitpakte
dan gepland, bleek toen bezoekers op de eerste avonden zelf een stift ter
hand namen en de wanden als kladblaadje gingen gebruiken. Dat was echter
niet de bedoeling. Mooi illustreren moet je immers aan de professionals
overlaten. Ook vielen twee kunststukjes aan de toiletmuur zo in de smaak
dat ze door bezoekers werden gestolen. Toch smaakt Comic Invasion naar
meer. 'Dit is niet eenmalig, maar een work in progress,' vertelt
Schenk. 'In de toekomst willen we vaker stripmakers uitnodigen.'
Lees ook het beeldblogje van Merel Barends over Comic Invasion.

Stripmakers nemen in de vierde week van mei de Sugar Factory over tijdens Comic Invasion. Nederlandse tekentalenten zullen tijdens live-optredens en clubnachten de interactie opzoeken met de muziek en het publiek. Tekeningen, geïnspireerd door de muziek, worden ter plekke gemaakt en tijdens de optredens geprojecteerd.
De activiteiten van het stripcollectief tijdens Comic Invasion zijn een extensie van de nachtgalerie en gaan de interactie aan met de bestaande programmering. Zowel de striptekenaars als de organisaties van de vier avonden (MIKO loves Barkers, Beyond Rotation, Jesus Loved You en Wicked Jazz Sounds) zullen zich door elkaar laten inspireren. Er zal live getekend worden (het zogenaamde cartoonjocken), gefotografeerd, geprojecteerd, getatoeëerd en stripfiguren worden door Lamelos tijdens live-acts tot leven gebracht.
Behalve stripcollectief Lamelos zullen aanwezig zijn: Floor de Goede, het Horror Collectief, David de Rooij, Aimée de Jongh, Margreet de Heer, Maaike Hartjes en CKoe. Organisator is Tommy A (voormalig hoofdredacteur Cutie magazine en tegenwoordig student aan de Rietveld Academie). Flo maakte de flyer voor deze editie van Comic Invasion.
Comic invasion, 21 t/m 24 mei
Sugar
Factory
Lijnbaansgracht 238, Amsterdam

De Nederlandse stripwereld is vanaf vandaag een serieuze oeuvreprijs rijker. Vanaf 2010 zal de Marten Toonder Prijs jaarlijks worden uitgereikt aan de Nederlandse stripmaker die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de stripcultuur. Aan de prijs is een bedrag van 25.000 euro verbonden.
Dat maakte minister Ronald Plasterk (Onderwijs, Cultuur & Wetenschap) maandag bekend bij de opening van de expositie ‘Nederland volgens Sigmund’ in het stripmuseum te Groningen. De prijs is een initiatief van de kersverse stripintendant Gert Jan Pos en het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB). Pos is per 1 mei door het Fonds BKVB als intendant aangesteld om de Nederlandse strip een extra impuls te geven.
Waarom deze nieuwe prijs? Nederland heeft immers al de Stripschapprijs, de oeuvreprijs die sinds 1974 jaarlijks wordt uitgereikt. 'Er kwam een verzoek vanuit het beroepsveld,' vertelt Pos. 'In het verleden zijn er prijzen geweigerd door stripmakers omdat er geen of een laag geldbedrag aan vastzat.' Vorig jaar weigerden Hanco Kolk en collega Peter de Wit bijvoorbeeld de nominaties voor de Hoogste Prijs van de VPRO. De stripmakers vonden het prijzenbedrag van 1250 niet overeenstemmen met de prestige die de Hoogste Prijs pretendeerde te hebben. Pos: 'Natuurlijk is het een eer om de Stripschapprijs te krijgen, maar bij deze waardering hoort ook een geldbedrag. Schilders, schrijvers en dichters krijgen immers ook prijzen waar een aanzienlijk bedrag aan vastzit.'
Vanaf 2010 zal de Marten Toonder Prijs ieder jaar aan het begin van het boekenseizoen in maart worden uitgereikt. Minister Plasterk zal de eerste Marten Toonder weggeven. Aan wie is nog niet bekend, maar daar het om grote namen gaat die veel voor de Nederlandse stripcultuur betekenen is de kans groot dat stripmakers als Joost Swarte, Dick Matena, Jan Kruis en Hanco Kolk & Peter de Wit op de shortlist staan. Mocht Kolk ooit de prijs krijgen, dan heeft hij geen legitieme reden meer om thuis te blijven.
Marten Toonder drukte zijn stempel op de Nederlandse stripwereld met onvergetelijke figuren als Tom Poes en Olivier B. Bommel en verrijkte de Nederlandse taal met termen als 'denkraam', 'grootgrutter' en 'zielknijper'. Lees hier meer over de in 2005 overleden stripgrootheid.


Etienne is een werkloze privé-detective die een grote geldprijs wint in de lotto. Voordat hij veilig het lot kan inleveren en zijn geld ontvangt is er echter nog van alles mogelijk. Auteur Jean-Claude Denis en stripmakersduo Philippe Dupuy en Charles Berberian laten zien dat de weg naar het geluk vol valkuilen kan zitten. Je lot kan immers gestolen worden wanneer je in de nacht verdwaald rondloopt. Een auto-ongeluk overkomt je ook zomaar. En wie kun je nog vertrouwen met zo'n waardevol stukje papier op zak? Is bijvoorbeeld de interesse die Etienne's ex-vriendin Laetitia toont oprecht of weet ze dat hij een rijk man is geworden?
Jean-Claude Denis heeft zijn sporen als stripauteur ruimschoots verdiend in de Franse stripwereld en heeft met Vlak voor het geluk een luchtig verhaal met goed uitgewerkte personages geschreven. Dat deze levensecht lijken is vooral te danken aan de natuurgetrouwe dialogen die Denis hen laat uitspreken. Vaak zorgen de dialogen ook voor een fijne scèneovergang: de tekst van de nieuwe scène verwijst naar of geeft antwoord op de gestelde vraag in de voorgaande dialoog. Overigens is het vertellen over alledaagse taferelen wel aan Berberian en Dupuy toevertrouwd. Zij behoren immers tot de école Pigalle, een groep tekenaars die op lichtvoetige wijze kleinburgerlijke onderwerpen verstrippen. Het stripfiguurtje Meneer Johan van dit duo is daar een mooi voorbeeld van.
Televisiesoap
De niet-geïnkte potloodtekeningen van Dupuy en Berberian zijn in een
losse stijl getekend en de achtergronden zijn vaak een gedetailleerde, doch
snelle schets. Deze semi-cartoonstijl is expressief, maar sprak mij minder
aan - je houdt ervan of niet. Berberian
en Dupuy hanteren een camerastijl die doet denken aan die
van televisiesoaps. Zo zien we op blz. 50 een medium shot van
Etienne en ene Patricia van de Franse kansspelen die hem psychologische
bijstand komt verlenen. Patricia zit op een stoel en praat met de winnaar
over zijn mogelijke geldbestedingen. De twee daaropvolgende plaatjes zit
Patricia in dezelfde houding, haar hoofd en gezichtsuitdrukking zijn
vrijwel identiek in alle drie de plaatjes. Het tweede plaatje is een
close-up van haar gezicht, maar nog steeds gezien vanuit hetzelfde
perspectief als het eerste en derde plaatje (zie de afbeelding onderaan dit
stuk.) Op de volgende pagina wordt het helemaal wat geforceerd als Etienne
achter haar staat en Patricia nog steeds niet haar hoofd naar hem toedraait
terwijl ze tegen hem praat. Dit maakt de figuurtjes nogal houterig en de
strip op visueel vlak eentonig en beperkt.
Jammer van deze saaie cameravoering, want er valt verder veel te genieten van de kleine beeldgrapjes die Berberian en Dupuy in hun tekeningen stoppen; zoals het zoontje van de vrienden van Etienne die 's ochtends slaapdronken de kamer binnenloopt met de afstandsbediening van de televisie al in de aanslag, en de twee eendjes die vol verbazing zwemmen naar de auto die zojuist te water is geraakt. Voor de gevederde zwemmers letterlijk een vreemde eend in de bijt. Het zijn dit soort humoristische toevoegingen die het verhaal nog leuker maken en de wrange kantjes ervan ietwat maskeren.
Dupuy-Berberian & Jean-C. Denis - Vlak voor
het geluk
Oog & Blik/De Bezige Bij, € 19,95
ISBN 9789054922483
Voor meer artikelen van Michael Minneboo zie Mike's Webs.
