

Vertel eens Marq, wie is Jodokus?
Jodocus is een jonge barbaar, die echter een stuk minder barbaars is dan zijn dorpsgenoten. Hij kan lezen, maar verder kan hij niet veel: boogschieten, zwaardvechten, jagen, vrouwen - het zegt hem allemaal weinig. Maar gedwongen door een hele reeks toevalligheden (noem het: avontuur) gaat dat veranderen.
Hoe ben je op dit concept gekomen? 'Jodocus ontstond in de jaren 80 van de vorige eeuw, als hoorspel voor de radiopiraat waarvoor ik samen met een vriend en vriendin een bijzonder maf programma maakte. In dit programma staken we de draak met de actualiteit, belden we mensen voor allerlei flauwekul op, draaiden we een enkele plaat en heel veel zelfgemaakte jingles en zonden we dus ook wekelijks een aflevering van ons zelfgemaakte hoorspel uit. Hierin was Jodocus een soort tegenhanger van Conan de Barbaar, met een stemgeluid dat het meest in de richting kwam van Purno de Purno. Als sidekick kreeg hij een zekere Sonya Barbarend naast zich.'
'Ik kan me nog een episode herinneren waarin ze een kasteel vol met Limbo's (met zwaar overdreven Limburgs accent) veroverden. Het programma dat na ons kwam werd geproduceerd door rasechte Limburgers daar staken we graag de draak mee. In diezelfde tijd heb ik samen met Anton Damen (co-scenarist van een aantal van Van Broekhovens strips, red.) twee korte strips en een strook van Jodocus gemaakt voor ons eigen tijdschrift Juttemis. Een heuse Oer-Jodocus.'
Conan is dus een van de inspiratiebronnen voor Jodocus.
'De Oer-Jodocus was een persiflage op Conan (vooral de twee films met Schwarzenegger, die waren ook bekend bij mijn twee mede-hoorspelmakers). Voor de huidige Jodocus laat ik me hooguit inspireren op de oorspronkelijke boeken van Robert E. Howard en verder de strips van Barry Smith en John Buscema. Ik heb Jodocus ontworpen al een soort verkleinde en gedrongen versie van Barry Smiths Conan - maar ik sluit niet uit dat er ook wat restjes Eric de Noorman in het recept geslopen zijn. '
Waarom heeft het zo lang geduurd voordat Jodocus weer tevoorschijn kwam?
'Ik heb een dikke twintig jaar de tijd genomen om allerlei ideeën uit te laten kristalliseren. Om een passende tekenstijl, manier van vertellen en inkleuren te vinden. Maar bovenal heb ik gezocht naar een publicatiemogelijkheid voor de ultieme Sage van Jodocus. Het is dan ook de strip die ik al jarenlang het liefst wil maken. Naast mijn droom een graphic novel te maken, wil ik namelijk al jaren aan een vervolgstrip werken. Bovendien is de Eppo-lezer wat ouder en dan kun je ook gelaagder te werk gaan en je als stripmaker meer experimenten veroorloven.'
Hoe is de strip bij de Eppo terechtgekomen?
'Rob van Bavel (hoofdredacteur van Eppo, red.) heeft een dik jaar geleden bij de start van zijn Eppo-nieuwe stijl gevraagd of ik ook een strip voor het blad wilde gaan maken. Het liefst geen Peer! Daar had ik zelf ook weinig zin in, dus dat kwam goed uit. Aanvankelijk leek het erop dat er alleen nog plaats zou zijn voor korte, afgeronde verhalen, dus daar ben ik me in eerste instantie op gaan richten. Het leek me wel leuk om een strip te gaan maken over een jochie dat geestenstemmen hoort om daarmee in te haken op de vele televisieprogramma's met aanverwante thema's, zoals The Ghost Whisperer in zowel Derek Ogilvie als Jennifer Love Hewitt-versie. Ik liep bij De Geestenluisteraar tegen allerlei problemen op en kreeg de strip maar niet van de grond. Weer een doos op zolder gevuld met schetsen, aantekeningen en openingsscènes! Uiteindelijk vielen er allerlei dingen in één klap op hun plaats en ben ik Jodocus gaan uitwerken voor Eppo. In eerste instantie als afgeronde episodes van 6 pagina's, maar al gauw bleek dat Rob er gewoon een vervolgstrip van wilde maken, dus kon ik lekker mijn gang gaan.'
Wanneer mogen we het eerste album verwachten en wie gaat dat uitgeven? 'Als het eerste verhaal van Jodocus ten einde loopt, gaan Rob en ik om de tafel zitten. Het ligt er natuurlijk helemaal aan hoe het publiek reageert op deze strip. Maar een album komt er wat mij betreft hoe dan ook. Eventueel bij Silvester of anders in eigen beheer.'
Je lijkt je bij dit verhaal in het bijzonder toe te leggen op de scèneovergangen. Wilde je wat meer experimenteren met deze strip?
'Ik wil er een eigen strip van maken die wegleest als een redelijk commercieel geval, maar waar de lezer zijn verwachtingen regelmatig bij zal moeten stellen. Zo wordt het niet alleen maar grappig, maar zullen er ook grote dramatische gebeurtenissen voorvallen. Veel clichés van het Sword &Sorcery-genre zullen op onverwachte momenten juist 180 graden omdraaien. En inderdaad: het vertelritme, het kleurgebruik en de 'montage' zijn niet helemaal doorsnee. Qua scèneovergangen wilde ik de strip als een gedicht opbouwen. Dat wil zeggen dat ik vaak tekstrijm gebruik als overgang en soms beeldrijm. Ik wil dat scenes vloeiend in elkaar overvloeien, want ik gebruik geen tekstblokken. Dat past niet bij mijn stijl van vertellen.'
Als voorbeeld van beeldrijm noemt Van Broekhoven een scène waarin een glas melk tegen de muur wordt gegooid. De melkvlek op de muur komt aardig overeen met de wijnvlek op het tafelkleed in het eerste plaatje van de volgende scène.
Kun je een paar van die clichés noemen die je op de hak gaat nemen?
'Bijvoorbeeld de bedreven, aantrekkelijke zwaardvechter/boogschutter als held of het watje als antiheld. Die laatste rol speelt Jodocus nu nog wel, maar hij gaat gaandeweg een hele ontwikkeling doormaken. Een ander cliché is het lieftallige prinsesje dat gered moet worden uit klauwen van de boze macht. In het eerste verhaal blijkt de prinses kanten te hebben die je niet meteen bij een lieftallig prinsesje zou verwachten.'
Verder hoeven we van Van Broekhoven ook geen 'ze leefden nog lang en gelukkig' te verwachten, maar details wil hij daarover nog niet kwijt: 'Een groot deel van mijn plezier in het maken van de strip zit hem in de verrassingen die ik de lezers hoop te gaan geven.'
Hoe zie jij de toekomst van Jodokus? Wordt het een blijvertje waar nog veel albums van gaan uitkomen?
'Jodocus wordt mijn bekendste strip. Elk jaar tot aan mijn voortijdige dood in 2073 verschijnt er een nieuw album, dat eerst voorgepubliceerd is in het snelst groeiende tijdschrift van Nederland, de Eppo, en de Sage van Jodocus groeit in die tijd uit tot een Begrip: merchandise, fanclubs, you name it - maar nooit ofte nimmer een film! Ik heb namelijk nog nooit een stripverfilming gezien die ik de moeite waard vond.'
Lees ook een interview met Marq van Broekhoven over Marq Denkt.



Het komend weekend staat Breda (en dan met name het Schaats- en Racketcentrum aan de Terheydenseweg 500) in het teken van strips. Grote publiekstrekkers zijn uiteraard Mike 'Hellboy' Mignola en Achdé, tekenaar van Lucky Luke 2.0. Maar als u er dan toch bent, breng dan ook een bezoek aan de huifkar van Jan Vriends, waar u een ter plekke gesigneerd exemplaar van het Cowboy John-album uit de Collectie Zone 5300 kunt kopen, of een van Jans fraaie originelen.
Een aantal goede redenen waarom u dit boek dient te kopen als u het nog niet heeft:
‘[…] in Cowboy John zoekt [Jan Vriends] duidelijk het experiment en de verdieping. […] Met als extra’s een onthullend interview met de auteur, deleted scenes, bloopers en een making of. Door al deze elementen is Cowboy John een uniek Nederlands stripalbum geworden.’ ***** (Eppo)
‘Dit album is heel bijzonder en heel goed. Smerige aanrader!’ (Michiel Veenstra)
‘Cowboy John is geen typische humorstrip, maar bevat voldoende angels om een langere tijd te blijven hangen bij de lezer. […] Cowboy John is dus een nieuwe worp van één van de meest polyvalente Nederlandse stripmakers en dankzij Zone 5300 kan nu ook een breed publiek genieten van dit weinig evidente stripwerk.’ (goddeau.com)
‘[Zone 5300] heeft het geheel in een mooi vormgegeven jas gegoten en prachtig laten drukken. Met de aanvullingen (onder meer enkele bloopers en een interview met Jan Vriends) levert dat een nieuw stukje Zone 5300-cultuur op.’ (Noordhollands Dagblad)
Dáárom dus..


Dit is dinsdag door de Stichting CPNB, initiatiefnemer en organisator, bekendgemaakt. De jaarlijkse prijs voor kwalitatief en inhoudelijk hoogstaande non-fictie wordt toegekend door een vakjury van boekverkopers. 'De tien boeken laten zien dat in Nederland op hoog niveau non-fictie wordt uitgegeven met een grote variatie,' aldus het CPNB. Onder de laureaten bevinden zich kook-, kunst- en geschiedenisboeken. Er is voor een graphic novel gekozen omdat de vakjury de vorm waarin de informatie wordt gebracht interessant vindt. Vanwege de vernieuwing in boekvorm viel ook 'de dwarsligger', waarbij een boek op zijn kant is gedrukt zodat deze makkelijk met een hand gelezen kan worden, in de prijzen.
Marcel Ruijters gaf Logicomix, in het Nederlands uitgegeven door De Vliegende Hollander, een waardering van 5-sterren en schreef in Zone 5300 #87 het volgende over deze graphic novel: 'Logicomix is een hippe biocomic over filosoof Bertrand Russell van het hier volslagen onbekend Griekse auteursteam Apostolos Doxiadis en Alecos Papadatos. Je verwacht een onverteerbare pil van 345 pagina's over filosofie en hogere wiskunde, maar het is juist een heldere, meeslepende raamvertelling met veel relativerende humor, getekend in een opvallend dynamische klare lijn. Leidraad is de speech die de pacifist Russell gaf bij het uitbreken van WO II. Het 'rare jongens, die filosofen'-effect duikt regelmatig op, maar het is bovenal leerzaam.'
Van de lintjes-winnende boeken zijn er zes oorspronkelijk Nederlands en vier zijn vertaald. Alle boeken verschenen in 2009. De Koninklijke Boekverkopersbond zal de Lintjes op vrijdag 23 april officieel opspelden. Zie hier een lijst van alle winnaars.

Sjef van Oekel, het opgewonden standje in smoking, keert binnenkort terug in de Nederlandse stripwereld. Eind mei verschijnt er een eerste bundeling van Van Oekel-strips door Wim T. Schippers en Theo van den Boogaard. Volgend jaar verschijnt er een tweede bundel. Ook zijn er plannen voor een compleet nieuw album.
Schippers en Van den Boogaard maakten in totaal zeven albums rondom het typetje dat Dolf Brouwers op televisie gestalte gaf. Deze zijn onder andere in Frankrijk, Duitsland, Denemarken en Spanje verschenen. De bundel verschijnt in mei bij uitgeverij De Vliegende Hollander en zal Ik word niet goed gaan heten. Deze omnibus bevat de eerste drie albums en bonusmateriaal dat onder andere verschenen is in de Holland Herald, het inflight-magazine van de KLM, maar ook obscuur materiaal dat nog maar door weinig ogen gezien is. Volgend jaar verschijnt de tweede bundel met bonusmateriaal.
Tegelijkertijd verschijnt ook Serial Tekenaar, een cartoonboek van Van den Boogaard met nieuw materiaal. Ook zijn er plannen voor een nieuw Sjef van Oekel-album dat Van den Boogaard weer samen met Schippers zal maken. Als de productie volgens plan verloopt wordt dat album ergens volgend jaar verwacht.

Sinds vrijdagavond staat er een levensgrote reproductie van deze cartoon van Hallie Lama op mijn schoorsteenmantel. Zó ben ik eraan gekomen.
Lama was een van de tien cartoonisten die een cartoon tentoonstelde in de crossmediale week van de interactieve cartoon: gelijktijdig werden een tiental prenten geëxposeerd in galerie Lambiek en op cartoon.blog.nl. Het was aan de bezoeker om onderschriften bij de plaatjes te bedenken. De winnaar mocht een grote afbeelding van de cartoon met zijn tekst mee naar huis nemen tijdens het finale feestje vrijdagmiddag in stripwinkel Lambiek.
Zes van de tien cartoonisten waren aanwezig, waaronder Robert Schuit (ook wel bekend als Bandirah en andersom ook wel bekend als Robert Schuit) en Guido Bootz (aka De Rustende Jager), de twee cartoonisten achter de week van de interactieve cartoon.
Aan Bootz vroeg ik naar het hoe en waarom van deze crossmediale expositie, dat me toch een ludieke actie leek om het cartoon blog onder de aandacht te brengen: 'Deels om aandcht voor de site te genereren, zeker, maar ook omdat het grappig is dat de cartoons hier echt hangen in lijsten en tegelijkertijd op het internet te zien zijn. Sommige mensen hebben geen zin om hier helemaal naar toe te komen en anderen hebben geen zin om op internet te gaan. En mensen die het hier gezien hebben kunnen ze het op internet nog eens teruglezen en rustig nadenken over dingen. Dat werkte wel goed.'
Volgens Schuit hadden ze in totaal tien A4-tjes vol met onderschriften ontvangen. Het aantal inzendingen vond Guido wel wat tegenvallen. 'Veel mensen hebben bij alle tien iets ingestuurd. Ik denk dat je wel ziet dat er bij de beste inzenders vaak dezelfde namen naar voren kwamen. Op zich hadden we wel iets meer inzenders verwacht.' Toch zijn de heren positief over het resultaat. Bootz: 'De dingen die ingestuurd werden waren kwalitatief wel vaak goed.'
Beetje theater
Het leek soms wel of ter plekke nog een winnaar werd gekozen uit de lijst
van inzendingen. Maar dat was deels theater, geeft Bootz toe: 'Je moet
zoiets wel een beetje leuk brengen, en een rommelige presentatie past wel
in Lambiek (lacht.)
Ach, we moeten het ook allemaal niet te serieus nemen.
Die
middag werden per cartoon het winnende onderschrift met de nodige flair
voorgelezen. Het publiek in Lambiek was die middag goedlachs. Toch bleek
uit de inzendingen vaak dat het bedenken van een grappig onderschrift niet
eenvoudig is. Cartoons maken moet men dus maar aan de professionele
grappenmakers overlaten.
Stand-ins
Een klein deel van de inzenders was aanwezig. De eega's van de Rustende
Jager en Bandirah hadden onder pseudoniem ook wat ingezonden en tot de
verbazing van de heren nog gewonnen ook. Voor wie niet aanwezig was, werden
ter plekke stand-ins uit het publiek geroepen om de cartoons in ontvangst
te nemen. Boris Kousemaker, de eigenaar van Lambiek, nam dan ook met veel
plezier een prent van Danibal in ontvangst. (Zie onderstaande foto waarin
dit heugelijke moment is vastgelegd:)
Zo kwam het dus dat ik blij met een cartoon van Hallie Lama naar huis ging. Het was de bedoeling dat Hallie ter plekke de dialoog in de tekstballonnen zou opschrijven. Omdat de ingezonden tekst inferieur was aan de oorspronkelijke grap, vroeg ik Hallie of hij deze erin wilde zetten. De cartoon werd daarmee weer in oorspronkelijke staat hersteld. Een stukje esthetische geschiedvervalsing.
Check voor meer over de Week van de interactieve cartoon, cartoon.blog.nl. Daar kun je ook de winnende onderschriften lezen, maar laat vooral je eigen fantasie de loop.

Nieuwsgierig naar de leesvoorkeur van het Nederlands publiek, scande mijn ogen de CPNB Top 100, de lijs van de honderd bestverkochte boeken van het afgelopen jaar. Maar liefst één stripuitgave bevindt zich in deze lijst.
Fokke & Sukke: Het afzien van 2009 (uitgeverij Catullus) staat op nummer 76. Van deze cartoonbundel werden volgens het CPNB tussen de 30.000 tot 40.000 exemplaren verkocht.
De Het afzien-reeks van het team Reid, Geleijnse & Van Tol staat wel vaker in de top 100: vorig jaar stond het jaaroverzicht van Fokke & Sukke op nummer 60. Natuurlijk vind ik het leuk voor de stripmakers, maar het zegt veel dat deze bundel van Fokke & Sukke de bestverkochte strip is van Nederland en het de enige is die in de lijst voorkomt. Er valt voor het beeldverhaal nog een hoop terrein te winnen.
Niet dat ik onrealistische verwachtingen heb dat er ooit meer exemplaren van een strip verkocht zullen worden dan zeg Millennium 1: Mannen die vrouwen haten van Stieg Larsson, die met een verkoopaantal van 456.821 exemplaren de lijst aanvoert. Nu heeft de boeken-reeks van Larsson mede dankzij de verfilmingen van de trilogie, veel aandacht gekregen. Fokke en Sukke zijn in dat opzicht ook echte mediasterren: behalve diverse kranten en tijdschriften waar ze in gepubliceerd worden, zijn ze doordeweeks ook iedere avond te zien in DWDD.
Best verkocht
Jaarlijks rond eind januari presenteert de
CPNB, de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, de
CPNB Top-100: de lijst van de honderd bestverkochte boeken van het
afgelopen jaar. De lijst weerspiegelt de spontane voorkeur van het
Nederlandse boekenkopende publiek in dat jaar. En dat over alle genres
heen: romans naast kinderboeken, thrillers naast kookboeken. En ook over
alle verkoopkanalen heen: boekwinkel naast warenhuis, grootwinkelbedrijf
naast boekenclub.
Overigens zitten bij deze cijfers geen gegevens van stripuitgevers, noch zijn de verkopen in de stripwinkels meegenomen.

Cartoons maken makkelijk? Wellicht denk je dat een goed getekende grap zó gemaakt is. In de week van de interactieve cartoon kun je bewijzen of je het juiste gevoel voor humor hebt om cartoonist te zijn.
Vanaf vrijdag 29 januari tot en met vrijdag 5 februari is de crossmediale expositie ‘De Week van de Interactieve Cartoon’ te zien. In de Amsterdamse stripspeciaalzaak Lambiek en op de website Cartoon.blog.nl wordt gelijktijdig het werk van een tiental cartoonisten tentoongesteld. De bezoeker van de winkel of de site heeft de schone taak om een passende tekst bij de cartoons te verzinnen.
De verzonnen tekst kan naar dwvdic@gmail gestuurd worden. Uit alle inzendingen kiest de jury - bestaande uit Lambiek-eigenaar Boris Kousemaker en cartoonisten Robert Schuit en Guido Bootz - bij iedere cartoon een winnaar. De winnaar wint de cartoon met zijn tekst eronder. De winnaars worden op vrijdag 5 februari bekendgemaakt in Stripwinkel Lambiek dat gehuisd is op Kerkstraat 132 te Amsterdam).
De week van de interactieve cartoon is een initiatief van stripmaker Robert Schuit (aka Bandirah) die zich liet inspireren door de Cartoon Caption Contest van het tijdschrift The New Yorker. De actie zet op ludieke wijze het cartoon.blog dat Schuit sinds mei vorig jaar beheert, in de schijnwerpers. De tentoongestelde cartoonisten publiceren dan ook niet toevallig allemaal op deze site: Bandirah, Kapreles, Argibald, Kito, Danibal, Michiel van de Pol, Roland Conté, Hallie Lama, De Rustende Jager en Humordenar.
Hieronder alvast de cartoon van Argibald om te oefenen:



Maandag 11 januari werd in Paradiso te Amsterdam bekend gemaakt dat Franka tot de Grootste Stripheld van Nederland is verkozen door de lezers van stripblad Eppo. Geestelijk vader Henk Kuijpers nam de prijs van collega Jan Kruis in ontvangst.
Vanaf begin december kon men op de site van Eppo stemmen op een van de vijftig voorgeselecteerde striphelden van Nederlandse origine. Uiteindelijk was volgens de lezers van de Eppo niet Eric de Noorman, noch Sigmund of heer Bommel de grootste stripheld, maar Franka. Storm stond op een tweede plek, gevolgd door Agent 327.
Kuijpers reageerde enthousiast op zijn prijs: "Ik ben er ontzettend blij mee. Het is een echte prijs van een echt blad. Vele duizenden lezers hebben op mij gestemd en daar ben ik trots op." Kuijpers benadrukte het belang van een stripblad als Eppo nog even: "Door de ontwikkeling in de krantenwereld werd het steeds moeilijker voor het grote klassieke avonturenverhaal in feuilletonvorm geplaatst te krijgen. Daar is de Eppo voor opgericht."
Kuijpers tekent zijn heldin alweer sinds 1974: Franka was een van de hoofdpersonen in het verhaal Het misdaadmuseum en stond al snel alleen in de spotlight. Voorlopig is Kuijpers nog niet over haar uit verteld: "Ik heb nog veel te veel verhalen. De lol van dit werk is dat je al je hobby's in één vak kan persen. Als je iets wilt doen met oude auto's, schepen of exotische landen, dan moeten andere mensen dat in hun vrije tijd doen. Ik kan zeggen dat ik aan het werk ben. En al doende bedenk je steeds verhalen." Het kost Kuijpers een week om één pagina te tekenen, maar hij doet dan ook alles zelf: hij schrijft de verhalen, tekent en inkt ze en maakt een opzet voor de inkleuring. "Ik kan dus hooguit vijftig pagina's per jaar maken. Dat betekent dat er altijd meer verhalen zijn dan ik er kan tekenen." Daarnaast is hij samen met zijn vrouw ook uitgever van zijn werk.
Wat is de laatste keer dat Franka jou verrast heeft? "In het vorige verhaal heb ik besloten om haar ouders, een ouderlijk huis, en dat soort dingen te geven. Toen bleek dat ik er weer heel veel van mezelf in kon stoppen. De identificatie met Franka is niet een-op-een, maar ik wilde haar toch een soort huis geven waar ik zelf vroeger in woonde als kind. Op de een of andere manier is er toch een soort binding met haar."
Een kwestie van de grootste
Die middag in Paradiso werd tevens het tweede jaar van Eppo
stripblad ingeluid. Eppo verschijnt tweewekelijks en is
uitgebreid van 36 naar 48 pagina's. Cabaretier Howard Komproe presenteerde
die middag zonder zijn leeuwenpak van de ING, al was aan zijn manier van
presenteren duidelijk te merken dat hij vooral op een jeugdig publiek had
gerekend in plaats van volwassen stripmakers waaruit het publiek
voornamelijk bestond. Aan het begin van de middag verklaarden de mannen van
stripcollectief Lamelos
dat hun personage poephoofd de Grootste stripheld van Nederland moest zijn,
maar dat was puur gebaseerd op de lengte van zijn geslacht. Kaasheld moest
het op dat vlak afleggen aan zijn Lamelos-broertje. Na de uitreiking kwam
Jeroen Funke nog even het podium op om Kuijper de maat te nemen. Toen bleek
hij ook volgens de Lamelos-criteria toch echt de Grootste Stripheld van
Nederland te zijn.


Samuel is een zwijgend wit ventje dat zich onverstoorbaar verplaatst in een uiterst gestyleerd universum dat geïnspireerd lijkt op 16-bit computerspelletjes en The Simpsons. Een zeer gelijkmatige lijnvoering en een adembenemende inkleuring bepalen de sfeer, maar voor u 'eye candy' roept: achter elk detail schuilt een bedoeling. Samuels reis gaat langs de meest uiteenlopende landschapstypen, van poolijs tot grootstad tot zandwoestijn, maar is net zo goed een innerlijke reis over Samuels verbondenheid met de kosmos. Veelbetekend zijn de pagina's waarop Samuel de top van een berg beklimt, daar een zelfportret uit hout snijdt om dat vervolgens in brand te steken. Of de scène waarin hij een bezoek aan een vogelaarwijk vol junkies en freaks brengt om daarna terug te keren naar de natuur. Dit brengt misschien hippie-idealen van weleer in herinnering, maar dan wel op een manier die je 'streetwise' zou kunnen noemen. Er is namelijk namelijk nogal wat ironie en zwarte humor in dit boek verwerkt. Samuel is niet bepaald lief en hij bewoont ook geen sprookjeswereld. In een scène verwijdert hij een doorn bij een soort vogelbekdiertje waarna ze samen van een zonsondergang genieten, maar op andere momenten slacht Samuel in het pikkedonker een dubbelganger af om in diens open buik te kruipen, of schiet hij onbekommerd een rivaal dood om diens lijk als opstapje naar het lekkerste fruit uit een boom te gebruiken. Voor wie bekend is met Frank van Jim Woodring (zie elders op dit stripblog) kan dit nuttig vergelijkingsmateriaal zijn aangezien we ook hier met een woordloze strip met een mystieke sfeer te maken hebben, maar Musturi is niet uit op pure horror-in-sleutelmomenten: de wereld waarin Samuel zich bevindt heeft een net zo belangrijke rol als Samuel zelf en is niet sinister maar neutraal, onverschillig. Wel heeft Musturi's werk dezelfde intrigerende raadselachtigheid en zorgvuldige grafische benadering.
NB: rechtstreeks bestellen bij de uitgever strekt tot aanbeveling want hoewel dit een van de mooiste stripalbums van 2009 is, moet de kans dat het een weg vindt naar de Nederlandse stripwinkels laag ingeschat worden.


Cowboy John is een Engelssprekende Rotterdammer die in een imaginaire wereld leeft. Hij denkt dat zijn fiets zijn paard is en de stad de prairie. Cowboy John is een creatie van stripmaker Jan Vriends die in deze video vertelt hoe hij dit markante stripfiguur bedacht heeft. Ook vertelt Vriends over de totstandkoming van het eerste Cowboy John-stripalbum.

Op 19 december, om 14.00 uur vindt er in het Nederlands Stripmuseum in Groningen een Stripveiling plaats waarvan de opbrengst naar de 3FM Serious Request-actie zal gaan.
Het betreft hier een brede veiling met werk aangeboden door diverse Nederlandse stripmakers en stripuitgeverijen. Er zitten 'grote' werken tussen die een leuk bedrag op moeten kunnen leveren, maar er zitten tussen de items genoeg 'kleinere' stukken, zodat kopers met een krappe beurs ook voor een tientje (of twee) het Rode Kruis kunnen steunen en met een leuk gesigneerd boekje of tekeningetje naar huis mogen gaan.
Cartoonist Hallie Lama is de initiatiefnemer van de veiling. Zie voor meer informatie het blog van de veiling.
De Avonturen van RedRat deel 11 en 12, 'Het Heimwee' en 'De Spijt', zijn uitgegeven bij Papieren Tijger. Het geheel telt 72 pagina's en kost 15 euro.


De Vlaanderen-special van Zone 5300 is uit en zal op Strip Turnhout gepresenteerd worden. Strip Turnhout is een tweejaarlijks stripfestijn in, u raadt het wellicht al, Turnhout te België dat dit weekend plaatsvindt. Ook de Zone-redactie daar aanwezig met een speciaal programma.
In Zone 5300 #88 - de Vlaanderen-special - wordt de loep gericht op de Vlaamse stripcultuur: België heeft de reputatie een land te zijn met een goed stripklimaat. Maar is dat wel zo? Wat kunnen wij van onze zuiderburen leren? En bestaat België heden ten dage nog wel? In een uitvoerig achtergrondartikel geeft Zone 5300 antwoord op al die vragen.
De fraaie cover van #88 werd gemaakt door niemand minder dan grand old man Herr Seele!
Verder bevat deze propvolle Zone een interview met stripschilder Gerolf van de Perre die enige tijd in China verbleef en daar zijn eerste beeldverhalen situeerde. De strips in dit nummer zijn van zowel Vlaamse als Nederlandsche makelei. Onder andere van Serge Baeken en Brecht Evens, Jeroen Janssen, Stedho en Maarten de Saeger. Ook Cowboy Henk door Kamargurka en Herr Seele is van de partij. Het niet eerder gepubliceerde Exit-oma van Edward van de Venkel en Floor de Goede staat ook in dit nummer. Dit korte stripverhaal stond niet in de stripgedichtenbundel Draken met stekkers omdat het te ontoegankelijk en te gruwelijk zou zijn voor kinderen. Zonde om in de la te laten liggen, vonden wij.
Ook in dit nummer weer een blik in de dummy van een stripmaker. Dit keer is dat het schetsboek van Kapreles (Yves Albrechts). Geen onbekende voor de trouwe Zone 5300-lezers, want zijn uit duizenden herkenbare illustraties sierden al enkele korte verhalen en waren terug te vinden in de muziekrubriek.
De Zone in Turnhout
Tijdens Strip Turnhout exposeert de Zone 5300 originelen, covers,
nooit eerder gepubliceerde pagina's van Zone-auteurs en parafernalia uit
haar vijftienjarige geschiedenis. Stripmaker Jan Vriends is in vol
cowboyornaat (en met huifkar!) aanwezig om het album van Cowboy John te
promoten. Ook zullen videoreportages van stripjournalist en videomaker
Michael Minneboo te zien zijn. Hij interviewde in het afgelopen jaar onder
andere Serge Baeken, Jan Vriends, Tonio van Vugt, Hallie Lama en maakte
reportages over de Lamelos-veiling in stripwinkel Lambiek en de Stripdagen
in Houten. Liefhebbers kunnen bij de Zone 5300-stand een unieke button
laten maken van materiaal uit oude Zone-nummers. Kortom: tot ziens in
Turnhout dit weekend!
Let op: Update!!!
Op zaterdag en zondag zijn er doorlopende programma's met striptekenaars
uit de gelederen van Plots, Pulp Deluxe, De Lijn en Zone 5300
zelf. Op zaterdag is er o.a. een sketchbattle met deze tekenaars (er kan er
maar één winnen!), en op zondag zijn er van 14.00 tot 17.00
uur optredens van Jan Vriends, The Incredibly Ladykillers en The Red Rum
Orchestra. Het onbetwiste hoogtepunt zal echter komen van De Grote Strip
en Cartoon Teken Workshop Show door Kito en Vincent in 't Hout. Deze
begeesterde Zone 5300-tekenaars volgden een groot gedeelte van hun
opleiding in het beroemde striptekenklooster van Delhi, alwaar zij onder
leiding van de Goeroe Hergemushnamoerthi (zijn naam wordt geheiligd en
getekend driemaal) zijn ingewijd in de tantala van het striptekenen.
Deze kennis stellen zij kosteloos aan u beschikbaar om het getekende beeld
over moeder aarde te verspreiden. Inclusief cursus Veilig
Striptekenen!
Zie voor het volledige showprogramma de site van Plots Stripmagazine.

Vrijdag 4 december presenteerde ArtEZ hogeschool voor de kunsten het eerste nummer van het tijdschrift Oogst, dat de verrichtingen toont van studenten Comic Design, een specialisatie binnen de studie Stories & Design die september dit jaar van start ging en die focust op het maken van strips.
Het eerste nummer werd in het nieuwbakken Heinz-museum te Amsterdam uitgereikt aan Gert Jan Pos, stripintendant van het Fonds BKVB, en aan Ger Strijker, lid van het College van Bestuur van ArtEZ hogeschool voor de kunsten. Aanwezig waren enkele stripmakers: Flo de Goede, Schwantz en Floris Oudshoorn werden onder andere gespot. En docenten Hanco Kolk, Trik en Sytse van der Zee die tevens de redactie voeren van Oogst. Nog belangrijker: enkele studenten waren die middag aanwezig, het tijdschrift Oogst draait immers om hun verrichtingen. De stripmakers in spe hadden wat werk opgehangen en enkele dummies neergelegd, daar lang niet alles in het tijdschrift terecht is gekomen.
Inhoud
Behalve afgeronde verhalen bevat het magazine ook schetsen en grafische
platen. Ook is er nadere uitleg over een uitwisselingsproject tussen
Spaanse en Nederlandse studenten. Zoals te verwachten zijn de bijdragen van
wisselende kwaliteit. Sommige studenten zijn nu eenmaal verder dan andere.
Het wordt interessant om in de loop van de opleiding verschillende nummers
van Oogst naast elkaar te leggen om de ontwikkeling van de
stripmakers te volgen. Wat het magazine mijns inziens ontbeert zijn korte
introducties van de studenten die in het eerste nummer zijn opgenomen. Ik
ben wel benieuwd wie er achter het werk schuilgaan. Maar misschien is het
daarvoor nog te vroeg en is dat soort informatie pas relevant bij de
eindexamenklas, als het kaf van het koren duidelijk van elkaar gescheiden
is.
Het tijdschrift zal twee keer per jaar verschijnen in een oplage van 1000 stuks. Oogst zal te koop zijn in stripspeciaalzaken in Nederland en Vlaanderen. De verkoopprijs is €4,95.
