Peter Brutin en Matthias Cruyssaert - Commissaris Moordenaar. Parket naar de maan, Deel 1: De Neinstein machine
(Barcatproductions)

Ik heb een zwak voor smallpress en uitgaven in eigen beheer. Niet alleen
omdat het opnemen voor de underdog een menselijke reflex is, maar ook en
vooral omdat auteurs in de luwte dingen kunnen maken en uitgeven die
anders, uniek en origineel zijn. Grotere uitgevers zijn nu eenmaal banger
voor financiële missers dan voor eenheidsworst. In de afgelopen weken
vond ik drie uitschieters op mijn bord.
De figuur van Commissaris Moordenaar van Peter Brutin en Matthias Cruyssaert is al in vele gedaantes tot ons gekomen: Als vervolgstrip in Plots Stripmagazine (nooit afgerond), als uitgave in eigen beheer en nu, via smallpress uitgever Barcatproductions in een uitgave die het werk verdient. De eerste verhaallijn, die ik ooit hier besprak, werd uitgegeven op groter formaat, in twee delen en met tal van extra’s. Daar ga ik het hier niet over hebben want Brutin en Cruyssaert brachten ook meteen het eerste deel van een nieuwe verhaallijn uit: Parket naar de maan, Deel 1: De Neinstein machine.
Alle ingrediënten uit de vorige delen zijn van de partij: een even grote als hilarische cast, absurde humor en grappige dialogen. Over de plot valt weinig coherents te vertellen omdat dit een eerste deel is. Er worden gigantisch veel verhaallijnen uitgegooid. Men kan daar als lezer bang van worden in die zin dat het vermoeden rijst dat de auteurs de draadjes niet aan elkaar zullen kunnen knopen. In het vorige verhaal deden ze dit echter met verve en slaagden ze erin alle opgegooide balletjes vakkundig weer op te vangen. Ik twijfel er niet aan of Brutin en Cruyssaert daar ook met dit nieuwe verhaal in zullen slagen. Meer nog: de ingewikkelde plotlijnen maken deel uit van het plezier deze reeks te lezen.
Gelukkig proppen Brutin en Cruyssaert de strip vol genoeg met andere dingen waaraan de lezer heel wat plezier kan beleven. De dialogen en personages zijn zo grappig en aandoenlijk dat ik het verschillende malen op een proesten zette. De tekeningen zijn zeer expressief, wat bijdraagt tot het medeleven dat de lezer voelt met de figuren in deze strip. Figuren die, net zoals wij allemaal, eigenlijk een beetje sukkels zijn. Vooral de mannelijke figuren dan. De vrouwen in deze reeks zijn bijna zonder uitzondering slimmer, sexier en zelfstandiger dan hun tegenspelers. De tekeningen stralen een ambachtelijkheid en een sfeer uit die doet denken aan het beste dat de Belgische strip vroeger te bieden had. Er zit een soort knuddige, Belgische volksheid in die een onweerstaanbare uitwerking op me heeft. Bovendien zit de strip ook vol met verwijzingen naar Belgische monumenten: Guust Flater, Kuifje, enzovoort. Wat wil je nog meer als rechtgeaarde stripliefhebber?
De figuur van Commissaris Moordenaar van Peter Brutin en Matthias Cruyssaert is al in vele gedaantes tot ons gekomen: Als vervolgstrip in Plots Stripmagazine (nooit afgerond), als uitgave in eigen beheer en nu, via smallpress uitgever Barcatproductions in een uitgave die het werk verdient. De eerste verhaallijn, die ik ooit hier besprak, werd uitgegeven op groter formaat, in twee delen en met tal van extra’s. Daar ga ik het hier niet over hebben want Brutin en Cruyssaert brachten ook meteen het eerste deel van een nieuwe verhaallijn uit: Parket naar de maan, Deel 1: De Neinstein machine.
Alle ingrediënten uit de vorige delen zijn van de partij: een even grote als hilarische cast, absurde humor en grappige dialogen. Over de plot valt weinig coherents te vertellen omdat dit een eerste deel is. Er worden gigantisch veel verhaallijnen uitgegooid. Men kan daar als lezer bang van worden in die zin dat het vermoeden rijst dat de auteurs de draadjes niet aan elkaar zullen kunnen knopen. In het vorige verhaal deden ze dit echter met verve en slaagden ze erin alle opgegooide balletjes vakkundig weer op te vangen. Ik twijfel er niet aan of Brutin en Cruyssaert daar ook met dit nieuwe verhaal in zullen slagen. Meer nog: de ingewikkelde plotlijnen maken deel uit van het plezier deze reeks te lezen.
Gelukkig proppen Brutin en Cruyssaert de strip vol genoeg met andere dingen waaraan de lezer heel wat plezier kan beleven. De dialogen en personages zijn zo grappig en aandoenlijk dat ik het verschillende malen op een proesten zette. De tekeningen zijn zeer expressief, wat bijdraagt tot het medeleven dat de lezer voelt met de figuren in deze strip. Figuren die, net zoals wij allemaal, eigenlijk een beetje sukkels zijn. Vooral de mannelijke figuren dan. De vrouwen in deze reeks zijn bijna zonder uitzondering slimmer, sexier en zelfstandiger dan hun tegenspelers. De tekeningen stralen een ambachtelijkheid en een sfeer uit die doet denken aan het beste dat de Belgische strip vroeger te bieden had. Er zit een soort knuddige, Belgische volksheid in die een onweerstaanbare uitwerking op me heeft. Bovendien zit de strip ook vol met verwijzingen naar Belgische monumenten: Guust Flater, Kuifje, enzovoort. Wat wil je nog meer als rechtgeaarde stripliefhebber?

Rino Feys - A Shadowgraphic History
(Eigen beheer)

Van een heel andere orde is A Shadowgraphic History van Rino Feys.
In dit boek worden gags gebundeld met een hoofdpersonage dat verdacht veel
weg heeft van de drukletter “R”. Om het allemaal nog wat
moeilijker te maken beweegt R amper en lijkt hij (of zij?) niet te kunnen
spreken. Het lijkt onmogelijk om met die premisse een goed boek te maken
maar Feys weet te verrassen. Zijn gags draaien minder om het personage dan
over het spelen met de vormelementen van het stripmedium en met licht
filosofische overpeinzingen.
Feys tast letterlijk de grenzen van het beeldkader af en speelt met de perceptie van de lezer. Dit alles in een zeer simpele tekenstijl. Laat u niet afschrikken door deze omschrijving, die misschien een arty farty boek doet vermoeden, A Shadowgraphic History is niet per se high brow of moeilijkdoenerij voor de moeilijkdoenerij. Ik durf zelfs stellen dat kinderen die veel strips lezen het grootste gedeelte van de gags zullen begrijpen. Verwacht echter geen luid opborrelende lach, eerder krijg je als lezer bij vele gags een soort Aha-erlebnis die een begrijpende glimlach op uw lippen zal toveren.
Feys tast letterlijk de grenzen van het beeldkader af en speelt met de perceptie van de lezer. Dit alles in een zeer simpele tekenstijl. Laat u niet afschrikken door deze omschrijving, die misschien een arty farty boek doet vermoeden, A Shadowgraphic History is niet per se high brow of moeilijkdoenerij voor de moeilijkdoenerij. Ik durf zelfs stellen dat kinderen die veel strips lezen het grootste gedeelte van de gags zullen begrijpen. Verwacht echter geen luid opborrelende lach, eerder krijg je als lezer bij vele gags een soort Aha-erlebnis die een begrijpende glimlach op uw lippen zal toveren.

Peter Brutin - Norah Limoen; Het zijn de bonkermannen (2 delen)
(Barcatproductions)

Tegelijk met de drie delen van Commissaris Moordenaar kwamen van
Peter Brutin ook nog drie strips met solowerk uit. Eerst is daar
Glyff een associatieve vertelling zonder woorden, hoewel mooi
getekend en een interessante oefening valt daar weinig meer over te
zeggen.
Vandaar dat ik uw aandacht op de twee delen van Norah Limoen wil
vestigen. In strikte zin is dit verhaal geen echte strip. Er vallen
bijvoorbeeld geen tekstballonnen te bespeuren. Norah Limoen is een
soort fabel geïllustreerd met meestal paginagrote tekeningen.
Het verhaal begint met een gigantische kont die aan het firmament
verschijnt boven de stad waarin Norah woont. Verschillende soorten mensen
reageren op verschillende soorten manieren en wanneer de kont ook de
kringspier begint te lossen gaan er heel wat poppen aan het
dansen.
Norah beslist op onderzoek te gaan en stijgt prompt ten hemel in haar vliegende huis. Dat huis illustreert meteen het fabelachtige karakter van het verhaal: huizen kunnen vliegen, konten kunnen plots uit de wolken tevoorschijn komen en verder stellen we ons daar geen vragen bij. Brutin gaat ver in het creëren van zijn eigen wereld. Achteraan het boek krijgen we een fictieve landkaart voorgeschoteld, hij verzint nieuwe manieren om de dag in te delen, en tal van fantasievol opgebouwde voertuigen, personages en maaltijden maken dat je bij elke nieuwe prent aangenaam verrast wordt.
Brutin brengt met zeer fijne en vloeiende lijnen een sfeer teweeg die doet denken aan de illustraties bij oude sprookjes. Ook een trefzekere manier van arceren draagt hiertoe bij. Eén klein minpuntje wel: het is zeer spijtig dat de teksten niet handgeletterd zijn maar met de computer gedaan werden. Dat haalt je soms wat uit het verhaal. Wie nu denkt dat dit verhaal een flinterdun en vulgair sprookje is, is eraan voor de moeite. Brutin wordt nooit vulgair. Eerder lukt het hem om zeer veel allegorieën en metaforen in zijn verhaal te stoppen. De beste sprookjes en vertellingen zeggen iets over de maatschappij of op zijn minst over de mensheid in het geheel. Norah Limoen draait daar de hand niet voor om. Ik moest zelfs af en toe aan Koning van Katoren denken. Aangezien ik dat allegorisch sprookje in mijn jeugd toch een tiental keer moet gelezen hebben is dat een zeer groot compliment.
Norah beslist op onderzoek te gaan en stijgt prompt ten hemel in haar vliegende huis. Dat huis illustreert meteen het fabelachtige karakter van het verhaal: huizen kunnen vliegen, konten kunnen plots uit de wolken tevoorschijn komen en verder stellen we ons daar geen vragen bij. Brutin gaat ver in het creëren van zijn eigen wereld. Achteraan het boek krijgen we een fictieve landkaart voorgeschoteld, hij verzint nieuwe manieren om de dag in te delen, en tal van fantasievol opgebouwde voertuigen, personages en maaltijden maken dat je bij elke nieuwe prent aangenaam verrast wordt.
Brutin brengt met zeer fijne en vloeiende lijnen een sfeer teweeg die doet denken aan de illustraties bij oude sprookjes. Ook een trefzekere manier van arceren draagt hiertoe bij. Eén klein minpuntje wel: het is zeer spijtig dat de teksten niet handgeletterd zijn maar met de computer gedaan werden. Dat haalt je soms wat uit het verhaal. Wie nu denkt dat dit verhaal een flinterdun en vulgair sprookje is, is eraan voor de moeite. Brutin wordt nooit vulgair. Eerder lukt het hem om zeer veel allegorieën en metaforen in zijn verhaal te stoppen. De beste sprookjes en vertellingen zeggen iets over de maatschappij of op zijn minst over de mensheid in het geheel. Norah Limoen draait daar de hand niet voor om. Ik moest zelfs af en toe aan Koning van Katoren denken. Aangezien ik dat allegorisch sprookje in mijn jeugd toch een tiental keer moet gelezen hebben is dat een zeer groot compliment.

Zondag 19 mei presenteert Kito weer een BDSL avondje in Worm. Oftewel:
Biertjes drinken, stripjes lezen en... Destroy All Civilized Comics!
Speciale gast is de dichter Jacob Groot, o.a. bekend van de roman 'Adam
Seconde', en winnaar van de A. Roland Holst Prijs voor Poëzie
2012.
Podium, bar en platenzaak WORM bevindt zich aan de Boomgaardstraat in Rotterdam. Meer over dit Kito Event lees je op de site van WORM.
Podium, bar en platenzaak WORM bevindt zich aan de Boomgaardstraat in Rotterdam. Meer over dit Kito Event lees je op de site van WORM.

Jeroen Funke - Victor & Vishnu 3: Op safari
(Uitgeverij Strip 2000, Prijs € 8,95, ISBN 9789070060343)
De goedmoedige brilbeer Victor en de eigenwijze vogelaap Vishnu vormen een
klassiek komisch duo: onbevangen, blijmoedig en argeloos. Het loopt in
zeven sloten tegelijk, zonder daarvan schade te ondervinden of enige
ervaring op te doen. Het tweetal leert niets in het leven enbeleeft
zodoende des te meer plezier aan de wereld om hen heen. Niet de plot van de
korte verhalen telt, het gaat eerst en vooral om de weg die Victor en
Vishnu afleggen - en dat blijkt iedere keer weer een route van onverwachte
gebeurtenissen en absurde voorvallen.
De humor van Jeroen Funke is surrealistisch, met een geheel eigen logica. Op de beste momenten levert dat een briljant resultaat op, zoals in de ontmoeting met Reinaart de Vos. De brilbeer en de vogelaap zijn erg opgetogen over het onzichtbare huis dat de roodharige sluwerik hun aansmeert. Na afloop vraag je je af: wie houdt wie voor de gek? Wat weten slachtoffers die zo verrukt zijn van hun aankoop, meer dan de bedrieger die wegloopt met een zak geld maar met een wantrouwige blik achterom?
Bij de belevenissen van Victor en Vishnu weet je nooit waar ze naartoe leiden, omdat er weinig onmogelijk is in het universum van Jeroen Funke. Niets, eigenlijk. Waar het in de strip over het algemeen bon ton is om alles op dezelfde wijze weer te geven, kiest hij weliswaar een zelfde stijl (zij het met ruime marges), maar steeds een andere technische aanpak: dikke of dunne pen, potlood, zwart-wit, steunkleur of full color. Tekenen en vertellen sluiten daardoor perfect op elkaar aan, in deze strip die in de eerste plaats voor kinderen bedoeld is, maar die met een volwassen inzet is gemaakt.
Op safari bevat juweeltjes van humor die je niet serieus hoeft nemen en waar je keer op keer om kunt lachen - óók wanneer ze zich postuum in het hiernamaals afspelen. Als Victor en Vishnu in de hemel enthousiast doorgaan met badmintonnen, zucht God: ‘Zeg... kunnen jullie niet ergens anders gaan spelen?’ Zelfs de Allerhoogste is niet altijd tegen hen opgewassen.
De humor van Jeroen Funke is surrealistisch, met een geheel eigen logica. Op de beste momenten levert dat een briljant resultaat op, zoals in de ontmoeting met Reinaart de Vos. De brilbeer en de vogelaap zijn erg opgetogen over het onzichtbare huis dat de roodharige sluwerik hun aansmeert. Na afloop vraag je je af: wie houdt wie voor de gek? Wat weten slachtoffers die zo verrukt zijn van hun aankoop, meer dan de bedrieger die wegloopt met een zak geld maar met een wantrouwige blik achterom?
Bij de belevenissen van Victor en Vishnu weet je nooit waar ze naartoe leiden, omdat er weinig onmogelijk is in het universum van Jeroen Funke. Niets, eigenlijk. Waar het in de strip over het algemeen bon ton is om alles op dezelfde wijze weer te geven, kiest hij weliswaar een zelfde stijl (zij het met ruime marges), maar steeds een andere technische aanpak: dikke of dunne pen, potlood, zwart-wit, steunkleur of full color. Tekenen en vertellen sluiten daardoor perfect op elkaar aan, in deze strip die in de eerste plaats voor kinderen bedoeld is, maar die met een volwassen inzet is gemaakt.
Op safari bevat juweeltjes van humor die je niet serieus hoeft nemen en waar je keer op keer om kunt lachen - óók wanneer ze zich postuum in het hiernamaals afspelen. Als Victor en Vishnu in de hemel enthousiast doorgaan met badmintonnen, zucht God: ‘Zeg... kunnen jullie niet ergens anders gaan spelen?’ Zelfs de Allerhoogste is niet altijd tegen hen opgewassen.

Daniil’s charme in Groningen
84 internationale kunstenaars verstrippen, verbeelden en vereren grootste Russische absurdistische schrijver

Op de expo is werk te zien uit Nederland, Duitsland, Vlaanderen en Rusland, van onder anderen Mikhail Karasik, Jan en Ingeborg Vriends, Paul Bodoni, Vladimir Sitnikov, Victor Goppe, Charlotte Peys, Eva en Anne Staal, Merel Barends, Alexandr Stroilo, Iurii Shtapakov, Remco Polman, Olga Florenskaia, Rik Wielheesen, Ludwig Volbeda, Elaterina Petrova, Sergei Iakunin, Lamelos, Delphine Frantzen, Oleg Derchachev, Marcel Ruijters, Robin ter Beke, Daniil Shirokov, Marina Spivak, Wilma Vissers, Dmitrii Saenko en Wouter Gresnigt. Speciale aandacht gaat uit naar de Comic Design-studenten van de Zwolse ArtEZ Hogeschool: met meer dan dertig verstrippingen zijn zij prominent aanwezig in het Huis van Charms.
De expositie duurt van vr. 17 t/m za. 25 mei en is iedere dag open van 11.00 tot 18.00 uur. Adres: Munnekeholm 1, Groningen . De toegang is gratis. Meer info vindt u op www.timeshift.nu

In een cartoonen doos
Expositie van Farida Laan bij WG Kunst in Amsterdam

Van vrijdag 10 tot en met zondag 12 mei 2013 exposeert onze eigen Farida Laan (Olga) bij de Amsterdamse galerie WG Kunst. De expositie bestaat uit ruim tweehonderd op zichzelf staande cartoons op briefkaartformaat in een omvangrijke doosjesinstallatie. Cactussen met een persoonlijkheidsstoornis, lekkende kapsels, liegende kubussen. Zelf zegt zij hierover: 'In 2012 besloot ik snelle, met het tekentablet getekende, cartoons te maken, zonder vooropgezet plan, zonder voorschets, zonder thema. Ik noemde ze NULcartoons omdat leegte en directheid het uitgangspunt moesten zijn. Het resulteerde in grappen die het platte vlak opzoeken: zowel inhoudelijk als figuurlijk.'
Farida's tekenstijl varieert van realistisch tot klarelijn-cartoons; daarbinnen combineert ze beeld en tekst in een absurde logica. Ze neemt daarbij even gemakkelijk de kunsttraditie en het tekenen zelf tot onderwerp als grote neuzenstrips. In de cartooninstallatie wisselen het beschouwelijke en het banale elkaar in hoog tempo af. Naast de doosjesinstallatie toont zij een twaalftal geschilderde werken op papier.
Eerder exposeerde Farida Laan onder meer in Galerie Ras in Barcelona, had zij een solo-expositie in Crossfire Project Base in Pakhuis Wilhelmina in Amsterdam en was haar werk te zien in de Vishal in Haarlem.
WEEKENDSALON
10 t/m 12 MEI 2013
Geopend vrijdag, zaterdag & zondag 13.00-18.00
Farida Laan is gedurende de openingstijden aanwezig.
WG Kunst
Marius van Bouwdijk Bastiaansestraat 28
1054 SP Amsterdam
www.wgkunst.nl
020-6161515
wgkunst@wgkunst.nl
Anthony Bourdain, Joel Rose, Langdon Foss - Get Jiro
(Vertigo, € 24,95)


Voor de leek: Japanners zijn dol op manga en op eten, en dat combineert prima. Van de serie Oishinbo verschenen inmiddels 104 delen en werden meer dan 100 miljoen exemplaren verkocht. Wij moeten het doen met de Engelse versie waarvan er tot op heden slechts zeven delen verschenen. Maar wel van A tot Z schitterend: kookboeken in stripvorm.
De verhalen hebben een flinterdunne plot, maar de gerechten worden minutieus ontleed en tot in de kleinste details beschreven. Heerlijk: wie van saké, ramen en ingelegde groenten houdt, wil er toch alles over weten? Dan knipper je toch niet met je ogen als het 800 pagina’s lang over het fileren van zalm gaat?
Get Jiro van ‘scenarist’ Bourdain is andere koek. Het boek is van Amerikaanse makelij en heeft dan wel veel weg van manga, het is veel meer het standaard rauwe-superheldenwerk. Niets mis mee, overigens, maar voor de tere smulpapenziel wellicht ietsjes te bloederig en ruig.
Het verhaal is zo verteld: we zijn vijftig jaar verder en de hele wereldbevolking is geobsedeerd door eten. Er zijn vleeseters die de aarde uitputten, veggies die forse winsten maken met kiwi’s en onbespoten sla, fastfoodterroristen, anarchistische raw-foodies en in het midden van die groepen staat de stoïcijnse Jiro fier overeind, als een onverzettelijke Galliër: hij bereidt nog echt voedsel zoals het bedoeld is. Puur, eerlijk en zonder fratsen. Iedereen dingt naar zijn gunsten en Jiro wordt gedwongen te kiezen. Natuurlijk speelt hij alle groepen tegen elkaar uit, gebruikmakend van het sleetse superheldenmotief: als je niet oprecht bent, dan zullen je zwakheden je ondergang zijn. Met andere woorden, Bourdain kent zijn klassiekers.
De vlijmscherpe sushimessen vliegen in het rond, de planteneters worden -heel Amerikaans- als een stelletje verdachte sujetten weggezet en het einde is er één uit Hollywood, maar toch maakt dat van Get Jiro geen slappe strip: daarvoor is het verhaalgegeven te origineel. Als de schotel in de oven is gezet en je moet nog een uurtje wachten, dan is Get Jiro -excusez le mauvais jeu de mots- prima leesvoer.

Bart Schoofs - Morgen is er weer een dag
(Oogachtend)


Ik heb gedaan wat ik normaal nooit doe voordat ik een recensie schrijf: ik heb een stuk van een andere recensent gelezen alvorens mijn eigen stuk te schrijven. Onder het zoeken naar info over Bart Schoofs viel mijn oog op een andere recensie en voor ik het wist had ik ze tot mij genomen. Geen paniek echter, de mening van de schrijver staat haaks op de mijne... (Wordt vervolgd.) In Morgen is er weer een dag zijn er geen vaste hoofdpersonages. (daar gaat alvast de helft van het potentiële lezerspubliek) De strips van Shoofs zijn tranches de vie die uitgaan van doorsnee mensen, uitspraken en situaties. Schoofs vertrekt voor zijn strips van iets banaals of ordinairs, iets waar we dagelijks mee in contact komen. Iets dat we niet meer ter discussie stellen omdat we het zo gewend zijn. Schoofs neemt daarmee echter geen genoegen. Hij neemt onderwerpen, clichés, typetjes en geijkte uitspraken en zaagt venijnig aan hun stoelpoten door ze het terrein van het absurde in te drijven.
Ook nieuwerwetse toestanden waar de auteur het nut niet van inziet krijgen ervan langs: mental coaches, apps, Facebook, bloggen: allemaal moeten ze het ontgelden. Preciezer nog: de mensen die deze zaken op een debiele manier gebruiken moeten het ontgelden. Dat is de tweede laag die Schoofs over zijn strips uitsmeert: de gags blijken ook vaak te vertrekken vanuit dwaas gedrag van zijn medemens. Dat maakt de grappen, of althans het uitgangspunt van de grappen heel herkenbaar. De grote kritiek die ik in die andere recensie las wat dat Schoofs zijn publiek geen clous serveert. Naar mijn bescheiden mening beseft Schoofs dat zeer goed en streeft hij daar ook niet naar. (Ik vermoed dat hij wel weet wat clous zijn aangezien hij ook scenario’s voor Kinky & Cosy schrijft) De humor in Morgen is er weer een dag zit in de situatie, in de overdrijving, in de personages, in de droge beschrijvingen waarmee Schoofs zijn prenten lardeert. Soms kom je eens een clou tegen, maar dan zit die ergens middenin een pagina. Ik heb alleszins meer gelachen halverwege een pagina dan op het einde. (Daar gaat nog een kwart van het lezerspubliek.)
Dit soort humor komt niet zoveel voor in de Vlaamse stripwereld, dat is waar, maar laat u alstublieft niet afschrikken. Dit boek is hilarisch. Ik moest af en toe zelfs aan het fantastische In De Gloria denken. Ook daar komt de humor voort uit de situatie en de personages en ook daar kreeg je niet altijd een clou op je talloor. (Een deel van het lezerspubliek dat wegliep begint nu toch weer te twijfelen) De tekeningen zijn vrij onopvallend en simpel. Ze beelden vrijwel altijd gewoon uit wat er gebeurt. Er zit amper emotie in het lijn- en kleurwerk. Droog, rechtuit, stiff upper lip, wat perfect bij de humor past. Morgen is er weer een dag is voer voor de humoristische misantroop, voor de goedlachse mensenhater en voor diegenen onder ons die humor zonder clous kunnen behapstukken. U weet misschien nog niet eens dat u tot één van deze groepen behoort. Deze strip is de uitgelezen gelegenheid om dat eens uit te testen. In tegenstelling tot Café Cowala verschijnen de strips van Schoofs nog steeds wekelijks. We kunnen dus verwachten dat er ooit nog een bundeling verschijnt. Goed nieuws voor ons dus, goed nieuws voor slechte mensen.
Peter Moerenhout schrijft strips, schrijft over strips en interviewt stripmakers. Hij schrijft ook nog andere dingen en maakt muziek. Ga gerust eens kijken op zijn blog. Het doet geen pijn.

Gratis strips voor heel Nederland en België op 4 & 5 mei

Vandaag en morgen is het voor de tweede keer Free Comic Book Day in Nederland. Iedereen die dit weekend een stripspeciaalzaak bezoekt, mag zolang de voorraad strekt een gratis stripalbum meenemen, ongeacht of je een boek koopt of niet. Al wordt een boek kopen uiteraard wél gewaardeerd. Maar het hoéft niet. Free Comic Book Day is een ideële actie die bedoeld is om het beeldverhaal zo breed mogelijk onder de aandacht van het publiek te brengen.
Free Comic Book Day is een internationaal evenement dat afkomstig is uit de Verenigde Staten en in de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een wereldwijd succes. Het valt altijd op de eerste zaterdag in mei - al is de naam Free Comic Book Day in ons land ietwat bedrieglijk, omdat het evenement in Nederland en België eigenlijk uit twee dagen bestaat. Ook op zondag 5 mei zijn er nog gratis strips verkrijgbaar bij de stripwinkels die op die dag geopend zijn.
Er zijn in totaal tien albums van Nederlandse en Belgische uitgeverijen beschikbaar waaruit bezoekers kunnen kiezen. De albums waaruit gekozen kan worden zijn de volgende:
• Agent 327 (Uitgeverij L)
• OOG (een voorproefje op de nieuwe strips van Uitgeverij Oogachtend)
• Roodbaard (heruitgave van deze klassieke strip door Uitgeverij Sherpa)
• Sienna (Uitgeverij Saga)
• Animal Kingdom (Uitgeverij Dark Dragon)
• Game of Thrones 1 (Uitgeverij Dark Dragon)
• Esteban/Alleen/Moederkillers (een sampler van drie strips van Uitgeverij Ballon)
• De Tempelier 1 (Uitgeverij Daedalus)
• De Legendariërs 1 (Uitgeverij Silvester)
• De Verborgen Geschiedenis 8 (Uitgeverij Silvester)
In de ons omringende landen is Free Comic Book Day al enige tijd een geslaagd evenement, in Nederland kende het vorig jaar een voorzichtige start. Dit jaar is het aantal deelnemende stripwinkels echter zienderogen toegenomen en wordt de promotie zo breed mogelijk ingezet. Free Comic Book Day wordt in de Benelux georganiseerd door de Belgische stripdistributeur Pinceel Stripverspreiding en, jawel, door ons, Zone 5300 nam dit keer de Nederlandse markt voor onze rekening. De tien FCBD-albums worden rechtenvrij aangeboden door de deelnemende uitgeverijen en de drukkosten komen voor rekening van de deelnemende stripspeciaalzaken.
Een volledige lijst met deelnemende stripspeciaalzaken in Nederland vindt u op www.fcbd.be/waar

Harvey Pekar, Joseph Remnant - Cleveland
(ZIP/ Top Shelf, € 20,99)


Diverse tekenaars zochten hem op in zijn geliefde Cleveland en werkten met hem samen. Na zijn overlijden blijkt pas hoeveel de beste man bij leven en welzijn heeft geproduceerd, want aan de stroom strips is voorlopig nog geen einde gekomen. Pekar wist overal erg veel van en vertelde er graag over. Niet dat dat alle strips bijster interessant maken (Ego and hubris is niet door te komen en het onlangs in vertaling verschenen The Beats, over Ginsberg, Kerouac en Burroughs is tamelijk oppervlakkig), maar toch: Pekar is en blijft een kwaliteitsmerk.
Het vorig jaar verschenen Cleveland is ronduit fantastisch. Het album, stemmig getekend door Joseph Remnant in de traditie van het vroege werk van Crumb, vertelt het verhaal van de stad Cleveland, van het prille begin eind 18de eeuw tot nu. Het ontstaan van de kern, de ligging aan de Cuyahoga rivier, de industrialisatie, demografische verschuivingen, gettovorming en urbanisatie: aan de hand van Cleveland vertelt Pekar over de veranderingen in de Verenigde Staten. Dat levert een boeiend verhaal op, met veel aandacht voor detail en liefde voor de stad. Pekar is zijn hele leven in Cleveland gebleven en praat over zijn stad alsof het een familielid betreft. Het tekenwerk en met name het kleurgebruik is heel raak. De afgelopen jaren werkte Pekar met zes tekenaars en van die groep is het werk Remnant met afstand het bekoorlijkste. Cleveland is een aanwinst en voor wie er gevoelig voor is: een vijfsterrenstrip.

Jamie Hewlett & Alan Martin - The Hole Of Tank Girl
(ISBN: 978-0-857-68744-9, Titan Books, € 92,99)


Waarschijnlijk hevig teleurgesteld door de enorme flop van de film besloot het Britse duo de samenwerking te beëindigen. Bovendien wilde Hewlett andere uitdagingen aangaan (de band Gorillaz). TG leek een vroege dood gestorven. Ruim tien jaar later werd de comic gereboot mét Martin, maar zonder Hewlett. Het succes van weleer werd niet meer behaald.
Exact 25 jaar na de eerste Tank Girl-publicatie is het volledige werk van Hewlett en Martin verzameld in een prachtige uitgave bestaande uit ruim 350 pagina’s. Het bevat alle comics in chronologische volgorde gedrukt op dik papier in encyclopedie formaat, keurig gebonden met een stevige opbergcassette. Dat maakt van dit boekwerk een niet te missen bezit. Tel daarbij op enkele schetsen van Hewlett himself, het intro van Martin plus handtekening en je hebt het over cultuurgoed. Over de kleine honderd euro wat dit allemaal moet kosten, zwijgen we dan maar.

Shuzo Oshimi - The Flowers Of Evil
(Vertical, € 8,75 per deel)


Hoofdpersonage Kasuga leest iedere dag een stukje uit Baudelaire’s bundel. Deze normale ietwat onzekere schooljongen begrijpt er niet veel van, maar de combinatie van zedenloosheid en serieuze literatuur geven hem een stoer en bijzonder gevoel. Op een dag ziet Kasuga een verlaten sporttas liggen op school. Het blijkt de tas te zijn van Saeki, het knappe meisje waar hij heimelijk verliefd op is. In een flits pakt hij de ongewassen gymkleding en neemt het mee naar huis. Kasuga krijgt al snel spijt. De verklaring van zijn actie probeert hij te vinden met behulp van Baudelaire’s boek. Het verhaal begin pas echt wanneer Kasuga wordt opgewacht door klasgenote Nakamura en te horen krijgt dat ze alles heeft gezien. In ruil voor geheimhouding ontwaart zich daarna een psychologisch spelletje waarin Nakamura op een sadistische manipulatieve wijze Kasuga reduceert tot een gebruiksobject.
Nakamura is de onvoorspelbare duivelin die haar slachtoffer vernedert en tot wanhoop drijft. Zo wordt Kasuga letterlijk uitgekleedt, geslagen en bedreigd. Maar naarmate hun intense relatie vordert, word het duidelijk dat beiden onderhuids een verwantschap delen van decadentie en pervertie. Met het verschil dat Nakamura dat onderkent en Kasuga er niets van wil weten. De strip is een echte page turner, maar perfect is het beslist niet. Met uitzondering van Nakamura zijn alle personages te clichématig en de emoties overdreven. Het belangrijkste minpunt is echter dat het verhaal te lang duurt en een bevredigend einde ontbreekt. Helaas wordt een strip in Japan veelal pas beëindigd naarmate de verkopen stagneren. Gevolg is dat deel vijf zojuist in de winkel ligt en in Japan al het zevende deel. The Flowers Of Evil laat zich het beste categoriseren als vermakelijke pulp dat leest als die spreekwoordelijke trein. De anime-serie ligt al klaar en de geruchtenmachine over een film draait op volle toeren. Daar is een goede reden voor, zo weet ik inmiddels.

Stripreportage over Sound Central Festival zoekt hulp
Jules
Calis heeft grote ambities als het gaat om het maken van journalistieke
strips. Eind april gaat hij naar Kabul om een verslag te tekenen van het Sound Central
Festival, het enige alternatieve kunstfestival in Afghanistan. Hij kan
echter nog wel wat hulp gebruiken, namelijk in financiële vorm. Daarom
heeft hij er een crowdfundingproject van gemaakt. 'Voor reportages en
achtergrondverhalen vind ik de journalistieke strip ideaal.'
Wat zijn je plannen precies?
Ik vertrek 29 april voor 7 tot 10 dagen naar Kabul waar ik het Sound Central Festival zal bezoeken als verslaggever: ik ga ter plekke schetsen, interviews houden en een reportage over maken in de vorm van een journalistieke strip. Zeer waarschijnlijk heb ik al een Nederlandse krant bereidt gevonden om het te publiceren.
Waarom wil je dit project uitvoeren?
Ik kwam via de Facebookpagina van ISAF bij een bericht van de BBC over het South Central Festival 2012. Het festival werd toen voor de tweede keer georganiseerd. Na wat verder erover te lezen kwam ik erachter dat de Nederlandse ambassade in Kabul ook dit festival financieel steunt. Maar ik kon geen enkel bericht erover vinden in de Nederlandse media, behalve een NOSop3 bericht uit 2011 (waarschijnlijk aangeleverd door een persbureau). Voor mij zijn er twee dingen die een rol spelen: voorop staat het verhaal en het evenement en op de tweede plaats het medium de journalistieke strip. Ik vind het een erg bijzonder en moedig evenement en ook in Nederland zou ik het graag in de media willen zien. En als niemand anders het doet, dan doe ik het.
Ik zou ook graag tussen alle ellende en negatieve berichtgeving wat meer positieve berichtgeving en tekenen van hoop willen zien/lezen. Dit soort berichtgeving blijft vaak in de kranten beperkt tot een foto of een heel kort bericht.
Wat hoop je ermee te bereiken?
Ik hoop ten eerste op een verruiming van de blik van lezers. Dat men ziet dat het daar niet alleen maar oorlog en ellende is en dat er mensen en initiatieven zijn die ondanks moeilijkheden toch dingen doen waar ze in geloven. Sowieso ben ik gefascineerd door hoe mensen omgaan met intense situaties en hoe sommigen proberen een verschil te maken. Het uitgangspunt van de reportage is mensgericht. Er zullen vragen naar voren komen als: Wat beweegt mensen om dit festival te organiseren? Wat betekent het voor de bezoekers? Wat is het belang van het festival? En nog belangrijker: Wat betekent het voor de toekomst van Afghanistan?
Waarom wil je dit in stripvorm doen?
Ik heb een fascinatie voor strips en in het bijzonder journalistieke strips. Ik ben er voorstander van dat journalistieke strips uiteindelijk ook daadwerkelijk als journalistiek medium ingezet gaan worden (wat gelukkig ook langzaam maar zeker gebeurt, alleen in Nederland gaat het wel erg langzaam!). Ook dit heb ik nog in geen enkele krant eerder gezien. Daarnaast zijn in Nederland nu ook veranderingen en experimenten gaande in de journalistiek dus lijkt het me ook een prima tijdstip om de journalistieke strip in de kranten, ook eventueel digitaal, te presenteren.
Is strip maken niet een heel trage vorm van journalistiek bedrijven?
Het is zeker een trage vorm van journalistiek. Nieuwsberichten middels journalistieke strips zouden bijvoorbeeld niet haalbaar zijn, maar voor reportages en achtergrondverhalen vind ik het ideaal. Ik ben ook niet goed in artikelen schrijven, maar ik heb wel al behoorlijk wat pagina's ervaring met journalistieke strips. Maar voor een bijzonder verhaal wil ik ook een bijzondere vorm gebruiken die in eerste instantie niet zo voor de hand ligt. Daarom dus de journalistieke strip.
Heb je de ambitie om de Joe Sacco van de Lage Landen te worden?
Mijn inspiratievoorbeelden zijn zeker tekenaars als Joe Sacco, maar ook Patrick Chappatte, Ted Rall, David Axe, Dan Archer, Susie Cagle, om er maar wat te noemen. Zij die het ook echt met eigen ogen willen zien, tekenen dingen waarvan ze vinden dat mensen het moeten weten en het ook daadwerkelijk doen. Tuurlijk laten we eerlijk zijn, ik heb wel ambitie om naam te maken in de stripwereld en eventueel ook in de journalistiek. Vanaf dat ik 4 was wilde ik al striptekenaar worden, uiteindelijk ging ik geschiedenis studeren (niet afgemaakt overigens, ik was het op veel vlakken niet eens met de manier van lesgeven en innovatie in het middelbaar onderwijs vond ik achterlopen of te langzaam gaan), daarna naar de kunstacademie waar ik uiteindelijk toch weer terugkwam op strips. Alleen dan wel strips over wat er speelt in de wereld en die een bepaalde impact op mensen kunnen hebben.
Ik heb altijd al interesse gehad voor oorlogen, conflicten en andere heftige situaties, maar als er andere verhalen zijn waarvan ik vind dat ze verteld moeten worden, zou ik dat ook maar wat graag aangrijpen.
Wat is je doelgroep?
Eigenlijk het grote publiek, dus zo ruim en breed mogelijk en niet alleen stripliefhebbers. Mensen zullen niet zo snel een strip kopen, maar let maar eens op hoeveel jonge Metro- en Spits-lezers meteen de strips erbij pakken. Ik ben erg benieuwd wat voor reacties hier straks op komen als het uiteindelijk ook in een Nederlandse krant komt en dat er eventueel ook meer striptekenaars of journalisten mee aan de slag gaan.
Wil je Jules helpen met zijn project? Check dan hier hoe je dat kunt doen. En bekijk de facebookpagina om op de hoogte te blijven.
Wat zijn je plannen precies?
Ik vertrek 29 april voor 7 tot 10 dagen naar Kabul waar ik het Sound Central Festival zal bezoeken als verslaggever: ik ga ter plekke schetsen, interviews houden en een reportage over maken in de vorm van een journalistieke strip. Zeer waarschijnlijk heb ik al een Nederlandse krant bereidt gevonden om het te publiceren.
Waarom wil je dit project uitvoeren?
Ik kwam via de Facebookpagina van ISAF bij een bericht van de BBC over het South Central Festival 2012. Het festival werd toen voor de tweede keer georganiseerd. Na wat verder erover te lezen kwam ik erachter dat de Nederlandse ambassade in Kabul ook dit festival financieel steunt. Maar ik kon geen enkel bericht erover vinden in de Nederlandse media, behalve een NOSop3 bericht uit 2011 (waarschijnlijk aangeleverd door een persbureau). Voor mij zijn er twee dingen die een rol spelen: voorop staat het verhaal en het evenement en op de tweede plaats het medium de journalistieke strip. Ik vind het een erg bijzonder en moedig evenement en ook in Nederland zou ik het graag in de media willen zien. En als niemand anders het doet, dan doe ik het.
Ik zou ook graag tussen alle ellende en negatieve berichtgeving wat meer positieve berichtgeving en tekenen van hoop willen zien/lezen. Dit soort berichtgeving blijft vaak in de kranten beperkt tot een foto of een heel kort bericht.
Wat hoop je ermee te bereiken?
Ik hoop ten eerste op een verruiming van de blik van lezers. Dat men ziet dat het daar niet alleen maar oorlog en ellende is en dat er mensen en initiatieven zijn die ondanks moeilijkheden toch dingen doen waar ze in geloven. Sowieso ben ik gefascineerd door hoe mensen omgaan met intense situaties en hoe sommigen proberen een verschil te maken. Het uitgangspunt van de reportage is mensgericht. Er zullen vragen naar voren komen als: Wat beweegt mensen om dit festival te organiseren? Wat betekent het voor de bezoekers? Wat is het belang van het festival? En nog belangrijker: Wat betekent het voor de toekomst van Afghanistan?
Waarom wil je dit in stripvorm doen?
Ik heb een fascinatie voor strips en in het bijzonder journalistieke strips. Ik ben er voorstander van dat journalistieke strips uiteindelijk ook daadwerkelijk als journalistiek medium ingezet gaan worden (wat gelukkig ook langzaam maar zeker gebeurt, alleen in Nederland gaat het wel erg langzaam!). Ook dit heb ik nog in geen enkele krant eerder gezien. Daarnaast zijn in Nederland nu ook veranderingen en experimenten gaande in de journalistiek dus lijkt het me ook een prima tijdstip om de journalistieke strip in de kranten, ook eventueel digitaal, te presenteren.
Is strip maken niet een heel trage vorm van journalistiek bedrijven?
Het is zeker een trage vorm van journalistiek. Nieuwsberichten middels journalistieke strips zouden bijvoorbeeld niet haalbaar zijn, maar voor reportages en achtergrondverhalen vind ik het ideaal. Ik ben ook niet goed in artikelen schrijven, maar ik heb wel al behoorlijk wat pagina's ervaring met journalistieke strips. Maar voor een bijzonder verhaal wil ik ook een bijzondere vorm gebruiken die in eerste instantie niet zo voor de hand ligt. Daarom dus de journalistieke strip.
Heb je de ambitie om de Joe Sacco van de Lage Landen te worden?
Mijn inspiratievoorbeelden zijn zeker tekenaars als Joe Sacco, maar ook Patrick Chappatte, Ted Rall, David Axe, Dan Archer, Susie Cagle, om er maar wat te noemen. Zij die het ook echt met eigen ogen willen zien, tekenen dingen waarvan ze vinden dat mensen het moeten weten en het ook daadwerkelijk doen. Tuurlijk laten we eerlijk zijn, ik heb wel ambitie om naam te maken in de stripwereld en eventueel ook in de journalistiek. Vanaf dat ik 4 was wilde ik al striptekenaar worden, uiteindelijk ging ik geschiedenis studeren (niet afgemaakt overigens, ik was het op veel vlakken niet eens met de manier van lesgeven en innovatie in het middelbaar onderwijs vond ik achterlopen of te langzaam gaan), daarna naar de kunstacademie waar ik uiteindelijk toch weer terugkwam op strips. Alleen dan wel strips over wat er speelt in de wereld en die een bepaalde impact op mensen kunnen hebben.
Ik heb altijd al interesse gehad voor oorlogen, conflicten en andere heftige situaties, maar als er andere verhalen zijn waarvan ik vind dat ze verteld moeten worden, zou ik dat ook maar wat graag aangrijpen.
Wat is je doelgroep?
Eigenlijk het grote publiek, dus zo ruim en breed mogelijk en niet alleen stripliefhebbers. Mensen zullen niet zo snel een strip kopen, maar let maar eens op hoeveel jonge Metro- en Spits-lezers meteen de strips erbij pakken. Ik ben erg benieuwd wat voor reacties hier straks op komen als het uiteindelijk ook in een Nederlandse krant komt en dat er eventueel ook meer striptekenaars of journalisten mee aan de slag gaan.
Wil je Jules helpen met zijn project? Check dan hier hoe je dat kunt doen. En bekijk de facebookpagina om op de hoogte te blijven.
Bruno De Roover - Café Cowala
(Ballon Media)

Ik lees amper populaire magazines en overweeg mijn abonnement op
Humo zelfs op te zeggen nu dat blad al geruime tijd deemoedig het
hoofd gebogen heeft voor commerciële broodheren en in plaats van te
strijden tegen de verkleutering er de deuren net wijd voor open gezet
heeft. Café Cowala, dat in P-Magazine verscheen, kende
ik dus niet. “Verscheen” inderdaad, want sinds september 2012
heeft de redactie deze strip er uitgebonjourd. Een verlies voor hun lezers,
me dunkt.
Dit eerste verzamelalbum is dus mijn eerste kennismaking met een bont allegaartje personages. Dat valt meteen op: er bestaan niet echt hoofdrolspelers in deze gagstrip. Café Cowala blijkt een verzamelplaats voor allerhande kleurrijke (en dat mag u letterlijk nemen) en antropomorfe mensdieren: een sukkelige eend in trainingspak die krampachtig probeert om een sexy honddame te versieren, een varkenskleuter die met zijn vriendjes vrij absurde daden placht te stellen, een driegeslacht, dat de generatiekloof op komische wijze toelicht, enzovoort. Allen gebonden door de lijm van het café waarvan sprake. De uitbater daarvan, die uiteraard een “cowala” is, lijkt vaak het enige normale personage, de straight man waarop het publiek zichzelf kan projecteren en die nodig is om aan de grappen een kader of vaart te geven. De Luc Verschueren tegenover Jaques Vermeiren, zo u wilt.
Meestal zijn er in dit soort albums minder goede, middelmatige en geslaagde gags te vinden maar tot mijn grote plezier moest ik vaststellen dat het aantal zeer geslaagde grappen hier voluit in de meerderheid is. Soms zijn die aangebrand of plat, maar nooit vulgair. Het cartooneske uiterlijk van de hoofdrolspelers draagt daar waarschijnlijk veel toe bij. Bruno De Roover, geestelijke vader, haalt de mosterd voor zijn gags uit een veelvoud aan onderwerpen: popcultuurfiguren als de zeven dwergen, de smurfen en Spider-man passeren de revue, maar evengoed kan een oud kinderliedje de aanleiding zijn tot een geslaagde pointe. De Roover let erop geen al te absurde grappen te maken en slaagt erin steeds een menselijk element in zijn gags te steken. De meeste grappen kunnen bogen op voor elkeen herkenbare gevoelens en situaties en dat maakt dat deze strip bij de lezer natuurlijk vlotjes binnenkomt.
De Roovers opzetjes zijn vrij klassiek. Voor sommige grappen stoft hij zelfs de regel van drie die we vaak in cafémoppen tegenkomen af. U weet wel: iets vreemds gebeurt drie keer of een vraag wordt driemaal gesteld en bij de derde keer komt de pointe. Gelukkig weet De Roover dat gegeven fris te houden en het cliché te mijden of naar zijn hand te zetten. Dat Heineken pisbier is weten we bijvoorbeeld allemaal, maar De Roover weet het op originele wijze te benadrukken. Ook de paginaopbouw is van klassieke aard: meestal zes of negen prentjes, naargelang wat er nodig is voor de mop. De Roover houdt nogal veel hetzelfde camerastandpunt aan om een grap te vertellen. Aanvankelijk vond ik dit een minpunt omdat de achtergronden vaak heel leeg, of soms zelfs totaal wit zijn en ik dat als luiheid van de tekenaar ervoer. Later begonnen die grafische herhalingen echter een min of meer hypnotiserend effect te sorteren. Ze speelden alleszins in op mijn neurotische voorkeur voor geordende toestanden en symmetrie. Dat dan weer wel. En zeer gedetailleerde tekeningen leiden wellicht af van waar het om gaat: de grap.
Dat het café slechts een aanleiding en verzamelplek is om het over alles te hebben wat De Roover bedenkt maakt het geheel ook aangenaam afwisselend. Iemand die bijvoorbeeld met een afgezaagd humoristisch personage als Jezus Christus nog originele grappen weet te maken kan op mijn goedkeuring rekenen. U zult zich niet snel vervelen. Dat er een nummer op de cover staat is goed nieuws. Dat Café Cowala zes jaar gelopen heeft in P-Magazine ook. We kunnen dus stilletjes hopen dat er nog een vijftal albums op stapel staan en dat die zo hard verkopen dat De Roover nieuw materiaal kan beginnen tekenen. Tournee Générale!
Dit eerste verzamelalbum is dus mijn eerste kennismaking met een bont allegaartje personages. Dat valt meteen op: er bestaan niet echt hoofdrolspelers in deze gagstrip. Café Cowala blijkt een verzamelplaats voor allerhande kleurrijke (en dat mag u letterlijk nemen) en antropomorfe mensdieren: een sukkelige eend in trainingspak die krampachtig probeert om een sexy honddame te versieren, een varkenskleuter die met zijn vriendjes vrij absurde daden placht te stellen, een driegeslacht, dat de generatiekloof op komische wijze toelicht, enzovoort. Allen gebonden door de lijm van het café waarvan sprake. De uitbater daarvan, die uiteraard een “cowala” is, lijkt vaak het enige normale personage, de straight man waarop het publiek zichzelf kan projecteren en die nodig is om aan de grappen een kader of vaart te geven. De Luc Verschueren tegenover Jaques Vermeiren, zo u wilt.
Meestal zijn er in dit soort albums minder goede, middelmatige en geslaagde gags te vinden maar tot mijn grote plezier moest ik vaststellen dat het aantal zeer geslaagde grappen hier voluit in de meerderheid is. Soms zijn die aangebrand of plat, maar nooit vulgair. Het cartooneske uiterlijk van de hoofdrolspelers draagt daar waarschijnlijk veel toe bij. Bruno De Roover, geestelijke vader, haalt de mosterd voor zijn gags uit een veelvoud aan onderwerpen: popcultuurfiguren als de zeven dwergen, de smurfen en Spider-man passeren de revue, maar evengoed kan een oud kinderliedje de aanleiding zijn tot een geslaagde pointe. De Roover let erop geen al te absurde grappen te maken en slaagt erin steeds een menselijk element in zijn gags te steken. De meeste grappen kunnen bogen op voor elkeen herkenbare gevoelens en situaties en dat maakt dat deze strip bij de lezer natuurlijk vlotjes binnenkomt.
De Roovers opzetjes zijn vrij klassiek. Voor sommige grappen stoft hij zelfs de regel van drie die we vaak in cafémoppen tegenkomen af. U weet wel: iets vreemds gebeurt drie keer of een vraag wordt driemaal gesteld en bij de derde keer komt de pointe. Gelukkig weet De Roover dat gegeven fris te houden en het cliché te mijden of naar zijn hand te zetten. Dat Heineken pisbier is weten we bijvoorbeeld allemaal, maar De Roover weet het op originele wijze te benadrukken. Ook de paginaopbouw is van klassieke aard: meestal zes of negen prentjes, naargelang wat er nodig is voor de mop. De Roover houdt nogal veel hetzelfde camerastandpunt aan om een grap te vertellen. Aanvankelijk vond ik dit een minpunt omdat de achtergronden vaak heel leeg, of soms zelfs totaal wit zijn en ik dat als luiheid van de tekenaar ervoer. Later begonnen die grafische herhalingen echter een min of meer hypnotiserend effect te sorteren. Ze speelden alleszins in op mijn neurotische voorkeur voor geordende toestanden en symmetrie. Dat dan weer wel. En zeer gedetailleerde tekeningen leiden wellicht af van waar het om gaat: de grap.
Dat het café slechts een aanleiding en verzamelplek is om het over alles te hebben wat De Roover bedenkt maakt het geheel ook aangenaam afwisselend. Iemand die bijvoorbeeld met een afgezaagd humoristisch personage als Jezus Christus nog originele grappen weet te maken kan op mijn goedkeuring rekenen. U zult zich niet snel vervelen. Dat er een nummer op de cover staat is goed nieuws. Dat Café Cowala zes jaar gelopen heeft in P-Magazine ook. We kunnen dus stilletjes hopen dat er nog een vijftal albums op stapel staan en dat die zo hard verkopen dat De Roover nieuw materiaal kan beginnen tekenen. Tournee Générale!

