Jorge Torregrossa

Het Imagine loopt ten einde, en het persoonlijk programma wordt gevuld met
restjes: films die niet hoog op je prioriteitenlijst stonden, maar
hé, what the heck, je kunt nooit weten. FIN blijkt
dan een meer dan aangename verrassing. Jorge Torregrossa bewerkte met vaste
Alex de la Iglesia-scenarist Jorge Guerricaechevarría de
apocalyptische roman van David Monteagudo tot een prachtige, ingetogen film
waarin het einde van de mensheid nu eens niet door een storm van special
effects wordt bewerkstelligd, maar waarin de dreiging wordt versterkt door
een op hol geslagen kudde berggeiten of een roedel uitgehongerde honden -
tevens twee van de meest indrukwekkende scènes uit de film.
FIN staat diametraal tegenover een apocalyptischse thriller als The Divide (2011), waarin de mens wordt afgeschilderd als een cynisch en opportunistisch wezen. Het groepje vrienden dat in FIN probeert te overleven en langzaam uiteenvalt is weliswaar ook niet perfect - het einde van de wereld is wat dat betreft een mooie metafoor voor broze vriendschapsbanden en verloren idealen - maar je bent wel begaan met hun lot. De conclusie van de film is een mooie boodschap aan de mensheid: met liefde en vriendschap kun je nog een behoorlijk eind komen. Laat u niet van de wijs brengen door de idioot lage rating op IMDb: FIN is een klein meesterwerk dat een grotere distributie verdient.
FIN staat diametraal tegenover een apocalyptischse thriller als The Divide (2011), waarin de mens wordt afgeschilderd als een cynisch en opportunistisch wezen. Het groepje vrienden dat in FIN probeert te overleven en langzaam uiteenvalt is weliswaar ook niet perfect - het einde van de wereld is wat dat betreft een mooie metafoor voor broze vriendschapsbanden en verloren idealen - maar je bent wel begaan met hun lot. De conclusie van de film is een mooie boodschap aan de mensheid: met liefde en vriendschap kun je nog een behoorlijk eind komen. Laat u niet van de wijs brengen door de idioot lage rating op IMDb: FIN is een klein meesterwerk dat een grotere distributie verdient.

Alan Brennan

Een film die met een strip begint: dat kan alleen maar een goed teken zijn,
toch? In het geval van Earthbound wel. De strip vertelt de
achtergrondgeschiedenis van Jace, alias Joe, de laatste nazaat van het
koninklijke geslacht op de planeet Zalaxon, dat gevlucht is voor een
kwaadaardige bezettingsmacht en zich nu schuilhoudt op planeet Aarde. Dat
vertelt zijn vader hem althans vlak voordat hij sterft, wanneer Joe elf is.
Vijftien jaar later is Joe een brildragende en schuchtere
sciencefictionnerd, zonder enige ervaring met de liefde, omdat de kans dat
hij een vrouw ontmoet die compatibel is met hem nagenoeg nihil is. Dat
verandert natuurlijk op slag als de schattige Maria zijn leven
binnenwandelt.
Als u nu aan Superman moet denken: dat kan kloppen. Al is dat niet de enige referentie aan popcultuur in Earthbound, want de film zit vol met zulke geestige verwijzingen. Zoals Joe’s hamster met de gedenkwaardige naam Ham Solo III en de bountyhunters die Joe achtervolgen en regelrecht uit The Matrix afkomstig lijken. De vertolking van Joe door Rafe Spall (Prometheus, Hot Fuzz) is bovendien hartverwarmend, zoals hij laveert tussen ontwapenend nerdy en Hugh Grant-achtig charmant. Jenn Murray ondergaat als Maria een soortgelijke metamorfose: van muizig meisje naar lieftallige heldin met werkelijk oogstrelende outfits. En ook David Morrissey (Doctor Who, ‘The Governor’ in The Walking Dead) levert weer een bijzonder aangename prestatie af als Joe’s vader Bill, die zijn zoon met zo’n beladen erfenis heeft opgezadeld en hem de hele film in hologramvorm van adviezen blijft voorzien. Of zitten hij en die erfenis alleen maar in Joe’s hoofd?
De film slaagt er feilloos in om je voortdurend op het verkeerde been te houden, dankzij het slimme scenario dat door alle acteurs consequent droogkomisch wordt uitgevoerd. Dat alles maakt van Earthbound een alleszins verrukkelijke sciencefictioncomedy die alleen maar geslaagde grappen bevat en wat mij betreft een van de leukste films van het Imagine is.
Als u nu aan Superman moet denken: dat kan kloppen. Al is dat niet de enige referentie aan popcultuur in Earthbound, want de film zit vol met zulke geestige verwijzingen. Zoals Joe’s hamster met de gedenkwaardige naam Ham Solo III en de bountyhunters die Joe achtervolgen en regelrecht uit The Matrix afkomstig lijken. De vertolking van Joe door Rafe Spall (Prometheus, Hot Fuzz) is bovendien hartverwarmend, zoals hij laveert tussen ontwapenend nerdy en Hugh Grant-achtig charmant. Jenn Murray ondergaat als Maria een soortgelijke metamorfose: van muizig meisje naar lieftallige heldin met werkelijk oogstrelende outfits. En ook David Morrissey (Doctor Who, ‘The Governor’ in The Walking Dead) levert weer een bijzonder aangename prestatie af als Joe’s vader Bill, die zijn zoon met zo’n beladen erfenis heeft opgezadeld en hem de hele film in hologramvorm van adviezen blijft voorzien. Of zitten hij en die erfenis alleen maar in Joe’s hoofd?
De film slaagt er feilloos in om je voortdurend op het verkeerde been te houden, dankzij het slimme scenario dat door alle acteurs consequent droogkomisch wordt uitgevoerd. Dat alles maakt van Earthbound een alleszins verrukkelijke sciencefictioncomedy die alleen maar geslaagde grappen bevat en wat mij betreft een van de leukste films van het Imagine is.

Video: Barend De Voogd over zijn passie voor film

Filmjournalist Barend De Voogd is de hoofdredacteur van Schokkend
Nieuws, daarnaast schrijft hij recensies voor NU.nl. Ook is hij
een van de programmeurs van het Imagine
Filmfestival. Het werd hoog tijd om hem eens te ondervragen over zijn
filmliefde en zijn fascinatie met de fantastische film in het bijzonder. En
hoe gaat het programmeren van een filmfestival in zijn werk?
De muziek in deze Daily Webhead is natuurlijk van Marco Raaphorst.
De muziek in deze Daily Webhead is natuurlijk van Marco Raaphorst.
Fede Alvarez

Tegenover elke geslaagde remake staan er minstens vijf die nog niet de
schoenen van het origineel mogen likken. Bij Evil Dead houd je dan
ook je hart vast: hoe kan een film zonder Ash die titel dragen? Dat zowel
Bruce Campbell als Sam Raimi in de productiestoel zaten stelt enigszins
gerust. Maar de festivalwebsite verklapt het al: debuterend regisseur Fede
Alvarez kiest voor een hardcoreversie van het origineel -
géén humor, géén knipogen. En al is dat op zich
een te respecteren keuze (post-moderne grappen in remakes heeft in het
verleden meer kapotgemaakt dan ons lief is), de generieke hedendaagse
special effects van de demonen (gekleurde lenzen, gescheurde huid) doen
terugverlangen naar de groteske rubberpakken van weleer. Ook beschikt de
cast over te weinig charisma om de ironische, kick-ass Campbell te
doen vergeten, en het liet me ook min of meer koud wat hun lot was.
Géén goed teken.
Is deze remake dan een verloren zaak? Nee, de film zal het vermoedelijk wel goed doen bij een jonger publiek dat nog niet zo veel gewend is. Hij is angstaanjagend en snel, en heeft de meest memorable elementen van het origineel behouden, zoals het camerawerk in het bos en de verkrachtingsscène met boomwortels - al is die ondanks alle CGI lang niet zo naar als in het origineel. Ook de gendertwist aan het eind van de film is een goede vondst. Eindoordeel: er zijn veel slechtere remakes gemaakt, maar deze is nog net een maatje te klein voor de schoenen van het origineel. En wie nog een glimp van díe magie wil opvangen, moet even blijven zitten tot na de aftiteling.
Is deze remake dan een verloren zaak? Nee, de film zal het vermoedelijk wel goed doen bij een jonger publiek dat nog niet zo veel gewend is. Hij is angstaanjagend en snel, en heeft de meest memorable elementen van het origineel behouden, zoals het camerawerk in het bos en de verkrachtingsscène met boomwortels - al is die ondanks alle CGI lang niet zo naar als in het origineel. Ook de gendertwist aan het eind van de film is een goede vondst. Eindoordeel: er zijn veel slechtere remakes gemaakt, maar deze is nog net een maatje te klein voor de schoenen van het origineel. En wie nog een glimp van díe magie wil opvangen, moet even blijven zitten tot na de aftiteling.

Don Coscarelli

Don Cascarelli maakte naam met de Phantasm-films, een reeks die startte in
1979 en per deel in kwaliteit afnam. In 2002 verraste hij echter vriend en
vijand met de vijfsterrencultfilm Bubba Ho-Tep, gebaseerd op een
kort verhaal van Joe R. Lansdale, waarin een bejaarde Elvis (een geweldige
Bruce Campbell) en een tot neger omgebouwde J.F. Kennedy het opnemen tegen
een moordzuchtige eeuwenoude mummie. Totale gekte, inderdaad, maar wel
één met een sterke interne logica. Diezelfde gekte, maar dan
nóg een graadje erger, vinden we terug in John Dies at the
End, dit keer gebaseerd op de cultroman van David Wong. De plot in het
kort: de vrienden David en John komen in aanraking met de drug Soy Sauce,
een soort levend, parasitair goedje dat hen in staat stelt door de tijd en
tussen verschillende dimensies te reizen. Dat is verdomde handig, vooral
als er een invasie dreigt uit een parallel universum.
Wat Wong en Cascarelli vervolgens uit de hoge hoed toveren is te bizar voor woorden, maar vooruit, hier zijn er een paar: geesten, worstmonsters, honden achter het stuur van een auto, een hotdog als mobiele telefoon. Totale gekte, had ik dat al gezegd? En toch valt het allemaal op zijn plaats. Dan zijn er ook nog de vele verwijzingen naar Cascarelli’s eigen werk: naast het parallelle universum en de ‘sphere’ in de slotscène, herkennen we in Father Shellnut niemand minder dan Angus Scrimm, ofwel The Tall Man uit de Phantasm-reeks. Het zou me niets verbazen als Wong zijn roman heeft geschreven met die films in zijn achterhoofd.
Wie niet mee wil gaan in de heerlijke waanzin die ons wordt voorgeschoteld ziet in John Dies at the End wellicht niets meer dan een rehash van de Bill & Ted-films, maar wie zich twee uurtjes wil vermaken met een visueel vindingrijke film vol bizarre wendingen en weirde humor: look no further. Dat zal dan wel op dvd worden, want hij zal hier na Imagine vermoedelijk niet meer op een groot doek te zien zijn.
Wat Wong en Cascarelli vervolgens uit de hoge hoed toveren is te bizar voor woorden, maar vooruit, hier zijn er een paar: geesten, worstmonsters, honden achter het stuur van een auto, een hotdog als mobiele telefoon. Totale gekte, had ik dat al gezegd? En toch valt het allemaal op zijn plaats. Dan zijn er ook nog de vele verwijzingen naar Cascarelli’s eigen werk: naast het parallelle universum en de ‘sphere’ in de slotscène, herkennen we in Father Shellnut niemand minder dan Angus Scrimm, ofwel The Tall Man uit de Phantasm-reeks. Het zou me niets verbazen als Wong zijn roman heeft geschreven met die films in zijn achterhoofd.
Wie niet mee wil gaan in de heerlijke waanzin die ons wordt voorgeschoteld ziet in John Dies at the End wellicht niets meer dan een rehash van de Bill & Ted-films, maar wie zich twee uurtjes wil vermaken met een visueel vindingrijke film vol bizarre wendingen en weirde humor: look no further. Dat zal dan wel op dvd worden, want hij zal hier na Imagine vermoedelijk niet meer op een groot doek te zien zijn.

Frank Khalfoun

Gaat Elijah Wood ooit nog van het Hobbit-stigma afkomen? Of hij nou wordt
gecast als hitman in Sin City of heel zieke seriemoordenaar in
Maniac: die puppy-ogen blijven je aanstaren en je wilt hem een
koekje geven. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat fotografe Anna valt
voor de schijnbaar zachtaardige Frank, die mannequins restaureert in de
shop van zijn moeder. Die puppy-ogen zijn vermoedelijk ook de reden dat
Anna geen aandacht heeft voor Franks handen, die hij met een staalborstel
schrobt tot de vellen erbij hangen. Want Frank heeft een minder
zachtaardige kant: in de nachtelijke uurtjes verzamelt hij pruiken van echt
mensenhaar, die door de rechtmatige eigenaressen nou niet bepaald
vrijwillig worden afgestaan. En daarna voelt hij zich schuldig. En dan pakt
hij de staalborstel. Vanwaar die vrouwenhaat? Flashback: ‘Ga maar
even wachten in de auto’, wordt een jeugdige Frank toegebeten door
zijn moeder die zich op straat van achteren laat nemen door een anonieme
minnaar. Maar hee, wie weet, misschien is Anna wel degene die Frank kan
genezen…
Maniac is een remake van de gelijknamige film van William Lustig uit 1980. Die heb ik nooit gezien, dus ik kan geen enkele vergelijking maken. Wel roept de film de sfeer op van de video nasties uit de jaren 80 waartoe het origineel ook behoort. Waar de nieuwe versie (met een scenario van o.a. Alexandre Aja ‘Haute Tension’ Aja) in elk geval in slaagt is het oproepen van beklemming, mede door de gimmick die wordt gebruikt: we zien alles letterlijk door Franks ogen, we zitten in zijn hoofd en komen er gedurende de hele film niet meer uit. Maar die gimmick legt tevens de zwakte van Maniac bloot: ondanks het inkijkje in Franks gekte maakt de film enige identificatie nauwelijks mogelijk. Frank is gewoon een very sick puppy., en Maniac een seriemoordenaarsfilm die meer wil zijn dan zijn genregenoten maar daar helaas onvoldoende in slaagt.
Maniac is een remake van de gelijknamige film van William Lustig uit 1980. Die heb ik nooit gezien, dus ik kan geen enkele vergelijking maken. Wel roept de film de sfeer op van de video nasties uit de jaren 80 waartoe het origineel ook behoort. Waar de nieuwe versie (met een scenario van o.a. Alexandre Aja ‘Haute Tension’ Aja) in elk geval in slaagt is het oproepen van beklemming, mede door de gimmick die wordt gebruikt: we zien alles letterlijk door Franks ogen, we zitten in zijn hoofd en komen er gedurende de hele film niet meer uit. Maar die gimmick legt tevens de zwakte van Maniac bloot: ondanks het inkijkje in Franks gekte maakt de film enige identificatie nauwelijks mogelijk. Frank is gewoon een very sick puppy., en Maniac een seriemoordenaarsfilm die meer wil zijn dan zijn genregenoten maar daar helaas onvoldoende in slaagt.

Andrzej Zulawski

Possession, dat draait in het House of Psychotic Women-onderdeel, begint
als een drama over het stukgelopen huwelijk van Mark (Sam Neill) en Anna
(Isabelle Adjani). Als Mark terugkeert van een nogal geheimzinnige
zakenreis wil Anna van hem scheiden, zonder dat ze wil uitleggen waarom.
Mark raakt bezeten van de gedachte dat zijn vrouw een minnaar heeft. Die
blijkt ze inderdaad te hebben, al weet deze Heinrich ook niet waarom ze
zich zo vreemd gedraagt. In de reeks heftig in beeld gebrachte scenes
rondom de uitzinnig psychotische en moordzuchtige Anna die volgt, wordt
vervolgens duidelijk dat er nóg een minnaar in het spel is - al
heeft het bloederige en slijmerige wormachtige wezen waarmee ze het bed
deelt weinig menselijks.
Sinds 1981, het jaar waarin Andrzej Zulawski Possession maakte, heeft de film een indrukwekkende reputatie opgedaan als dé arthousefilm die iedereen moet zien. Daarom lieten we de schattige Koreaanse film A Werewolf Boy, die tegelijkertijd draaide, ervoor schieten. Bleek dat even een vergissing. Zelden zag ik een film die zó zwaar overschat is als deze. Vooruit, Isabelle Adjani is prachtig, ook als hysterica die wittig slijm en bloed spuwt. Maar verder dacht ik elke tien minuten: ik snap er geen fuck van - oh wacht, ik snap het bijná - oh nee, toch niet. Alle acteurs maken zich op pijnlijke wijze schuldig aan overacting, en dat moet bij een acteur als Sam Neill wel aan de regisseur te wijten zijn. Waanzin demonstreren door Adjani kleren luid gillend in de ijskast te laten stoppen: come on!. Mag het wat minder?
De film bevat een aantal motieven, zoals dat van de doppelgänger, die op zichzelf fascinerend zijn maar als los zand aan elkaar hangen. Zulawski betracht coherentie door verhaalelementen symbolisch met elkaar te verbinden, zoals de roze sokken van de man met wie Mark tijdens zijn zakenreis contact moest leggen en die na bijna twee uur opeens in de film opduiken. Maar eigenlijk raaskalt Possession voort zonder enige vorm van coherentie, met een volstrekt potsierlijke apotheose. Valt er dan verder echt niks goeds over te zeggen? Ja, één ding: de jurk van Adjani is heel mooi, in een zeldzame kleur blauwpaars die ook wel Vermeerblauw wordt genoemd. Daar krijgt de film precies één ster voor.
Sinds 1981, het jaar waarin Andrzej Zulawski Possession maakte, heeft de film een indrukwekkende reputatie opgedaan als dé arthousefilm die iedereen moet zien. Daarom lieten we de schattige Koreaanse film A Werewolf Boy, die tegelijkertijd draaide, ervoor schieten. Bleek dat even een vergissing. Zelden zag ik een film die zó zwaar overschat is als deze. Vooruit, Isabelle Adjani is prachtig, ook als hysterica die wittig slijm en bloed spuwt. Maar verder dacht ik elke tien minuten: ik snap er geen fuck van - oh wacht, ik snap het bijná - oh nee, toch niet. Alle acteurs maken zich op pijnlijke wijze schuldig aan overacting, en dat moet bij een acteur als Sam Neill wel aan de regisseur te wijten zijn. Waanzin demonstreren door Adjani kleren luid gillend in de ijskast te laten stoppen: come on!. Mag het wat minder?
De film bevat een aantal motieven, zoals dat van de doppelgänger, die op zichzelf fascinerend zijn maar als los zand aan elkaar hangen. Zulawski betracht coherentie door verhaalelementen symbolisch met elkaar te verbinden, zoals de roze sokken van de man met wie Mark tijdens zijn zakenreis contact moest leggen en die na bijna twee uur opeens in de film opduiken. Maar eigenlijk raaskalt Possession voort zonder enige vorm van coherentie, met een volstrekt potsierlijke apotheose. Valt er dan verder echt niks goeds over te zeggen? Ja, één ding: de jurk van Adjani is heel mooi, in een zeldzame kleur blauwpaars die ook wel Vermeerblauw wordt genoemd. Daar krijgt de film precies één ster voor.

Yudai Yamaguchi

‘Ik was er graag bij geweest op het festival,’ zegt regisseur
Yamaguchi in het korte introductiefilmpje dat voorafgaat aan
Abductee, ‘maar ik kan niet weg hier.’ Hij legt niet uit
waarom, wat in de zaal de grappige reactie oproept dat hij zelf
waarschijnlijk ook ontvoerd is, want het filmpje is duidelijk in een
afgesloten ruimte opgenomen. Dan begint de film en we vallen er meteen in.
Meneer Chiba, een voormalige mangakunstenaar die aan lager wal is geraakt,
heeft geen idee waarom hij ontwaakt in een container zonder uitgang. Hij is
vastgebonden en heeft een plastic zak over zijn hoofd, waar hij zich maar
met moeite uit kan bevrijden.
We schudden en buitelen mee met meneer Chiba, terwijl zijn container van vrachtwagen naar trein naar boot wordt versleept, en gaan met hem mee op onderzoek in die paar vierkante meter die hij ter beschikking heeft. Daar bevinden zich een aantal raadselachtige voorwerpen: een mobiele telefoon die meneer Chiba vertelt dat hij in elk geval niet ontvoerd is door zijn schuldeisers, een lichtstok en een mysterieus stuk rots. Gaandeweg ontdekt meneer Chiba dat hij niet alleen is. Meer verklappen zou een doodzonde zijn. Het einde is zó verrassend dat tijdens de aftiteling met luide stem wordt geprotesteerd door iemand uit het publiek: ‘Nou ja! Wat is dit nou!’ Waarschijnlijk is de spreker een debutant op het Imagine, waar alles mogelijk is, en dan met name in de films die er draaien.
We schudden en buitelen mee met meneer Chiba, terwijl zijn container van vrachtwagen naar trein naar boot wordt versleept, en gaan met hem mee op onderzoek in die paar vierkante meter die hij ter beschikking heeft. Daar bevinden zich een aantal raadselachtige voorwerpen: een mobiele telefoon die meneer Chiba vertelt dat hij in elk geval niet ontvoerd is door zijn schuldeisers, een lichtstok en een mysterieus stuk rots. Gaandeweg ontdekt meneer Chiba dat hij niet alleen is. Meer verklappen zou een doodzonde zijn. Het einde is zó verrassend dat tijdens de aftiteling met luide stem wordt geprotesteerd door iemand uit het publiek: ‘Nou ja! Wat is dit nou!’ Waarschijnlijk is de spreker een debutant op het Imagine, waar alles mogelijk is, en dan met name in de films die er draaien.

Jon Wright

Waar de aliens uit H.G. Wells' War of the Worlds het aflegden tegen
aardse bacillen, daar blijken de bloedzuigende buitenaardse monsters die
aan de kust van het Ierse eilandje Erin aanspoelen héél
slecht tegen alcohol te kunnen. Dus wat doe je dan als - stereotype-alert!
- rechtgeaarde Ier? Je sluit je op in de lokale pub en zuipt jezelf bijkans
in coma voor je de strijd aangaat. Waar zagen we dat verschansen in de
kroeg tegen een monsterlijke overmacht trouwens al eerder? Juist, in
Shaun of the Dead. Geeft niks, Grabbers is sowieso
één groot eerbetoon aan monsterfilms als Tremors en,
in een scène in een verlaten bar, Gremlins. En wat Jon
Wrights tweede lange film aan originaliteit tekortschiet, wordt ruimschoots
gecompenseerd door de scherpe oneliners, geslaagde grappen, spannende actie
en het fraai ogende monster. Zelfs de lovestory tussen de alcoholistische
cop Ciarán (Richard Coyle) en rookie Lisa (Kate Myers) voelt hier op
zijn plaats, en je hoopt van harte dat ze het einde van de film
halen.
Grabbers bewaart net als zijn voorbeelden een perfecte balans tussen comedy en horror, en voor de liefhebbers: er wordt niet gekeken op een onthoofdinkje meer of minder. Tot slot een speciale vermelding voor Russell Tovey (weerwolf George uit de Britse serie Being Human), die in de rol van stijve lokale wetenschapper alle registers mag opentrekken en daarmee voor een van de leuskte personages tekent. Een perfecte afsluiter van de Imagine-dag, deze film, en daarna snel naar de bar voor een biertje, want je weet tenslotte wat er 's nachts aanspoelt uit het IJ...
Grabbers bewaart net als zijn voorbeelden een perfecte balans tussen comedy en horror, en voor de liefhebbers: er wordt niet gekeken op een onthoofdinkje meer of minder. Tot slot een speciale vermelding voor Russell Tovey (weerwolf George uit de Britse serie Being Human), die in de rol van stijve lokale wetenschapper alle registers mag opentrekken en daarmee voor een van de leuskte personages tekent. Een perfecte afsluiter van de Imagine-dag, deze film, en daarna snel naar de bar voor een biertje, want je weet tenslotte wat er 's nachts aanspoelt uit het IJ...

Shinobu Yaguchi

Op het Imagine is ook plaats voor een hartverwarmende Japanse komedie. En
dan is het niet nodig dat er iets bovennatuurlijks gebeurt, een oude man in
een robotpak is al genoeg. Drie stuntels van ingenieurs, die in opdracht
van een overambitieuze witgoedfabrikant bezig zijn met het ontwikkelen van
een androïde huishoudrobot, laten hun creatie namelijk per ongeluk uit
het raam wandelen. Met nog maar een week te gaan voor de Robot Fair zit er
maar één ding op: iemand inhuren die precies in het robotpak
past. En laat dat nou net de norse senior Suzuki zijn, die met zijn slechte
rug over precies de juiste motoriek beschikt. Wat een eenmalig optreden zou
moeten worden, groeit echter uit tot een nationaal fenomeen wanneer de
‘robot’ op de fair het leven van een meisje redt. Hoe lang zal
het duren voor het bedrog uitkomt?
Het innemende personage van Suzuki, gespeeld door de Japanse rockster-op-leeftijd Mickey Curtis, is de grote kracht van de film, waarin verder vooral plaats is voor licht clichématige karakters als wereldvreemde nerds en scoopgeile journalistes. Dat is overigens geen heel groot bezwaar: het scenario is inventief en grappig genoeg om je bij de les te houden en regisseur Shinobu Yaguchi beschikt over een uitstekende komische timing. Eén minpunt: Robo-G duurt als zoveel Aziatische films net even te lang. Vooral tegen het eind gaat de boel een beetje slepen, maar in de laatste tien minuten komt alles voorbeeldig samen en is er plaats voor een aantal van de leukste grappen uit de film. Wie riep daar ‘Amerikaanse remake’?
Het innemende personage van Suzuki, gespeeld door de Japanse rockster-op-leeftijd Mickey Curtis, is de grote kracht van de film, waarin verder vooral plaats is voor licht clichématige karakters als wereldvreemde nerds en scoopgeile journalistes. Dat is overigens geen heel groot bezwaar: het scenario is inventief en grappig genoeg om je bij de les te houden en regisseur Shinobu Yaguchi beschikt over een uitstekende komische timing. Eén minpunt: Robo-G duurt als zoveel Aziatische films net even te lang. Vooral tegen het eind gaat de boel een beetje slepen, maar in de laatste tien minuten komt alles voorbeeldig samen en is er plaats voor een aantal van de leukste grappen uit de film. Wie riep daar ‘Amerikaanse remake’?

Q

Hoera! Bollywood heeft de arthouse ontdekt! Maar dan wel het soort arthouse
waar je moeder je voor je heeft gewaarschuwd. Regisseur Q ontpopt zich als
de Indiase Khavn De La Cruz, ook wel bekend als de schrik van het IFFR, en
de goede verstaander weet dan genoeg. Het ‘experimenteel vormgegeven
sprookje’ dat de Imagine-catalogus ons belooft blijkt vooral
experimenteel te zijn, als in: zeer moeilijk kijkende acteurs in
armetierige decors die existentialistische dialogen opdreunen als betrof
het het telefoonboek, doorsneden met ongetwijfeld pregnant bedoelde beelden
die uit minstens drie andere films lijken te komen. Ook met liedjes, dat
dan weer wel, want Bollywood blijft blijkbaar Bollywood, hoe
non-conformistisch je je als filmmaker ook opstelt. Een monologue
intérieur van het ontevreden prinsje dat de hoofdrol speelt,
‘I want to go, I want to fly away’, spoort aan om precies
dát te doen en na drie kwartier vlieg ik naar de uitgang.
De catalogus vermeldt bij het Bollywood & Beyond-programma: ‘De Indiase publieksfilm bevindt zich op een interessant kruispunt: blijft hij naar binnen gericht, of zal hij proberen een wereldwijd publiek aan te spreken?’ Als het aan Q ligt vrees ik dat eerste, want het was lang geleden dat ik een film zag die zó in zijn eigen aars verdween, en zó misplaatst was op een festival voor de fantastische film.
De catalogus vermeldt bij het Bollywood & Beyond-programma: ‘De Indiase publieksfilm bevindt zich op een interessant kruispunt: blijft hij naar binnen gericht, of zal hij proberen een wereldwijd publiek aan te spreken?’ Als het aan Q ligt vrees ik dat eerste, want het was lang geleden dat ik een film zag die zó in zijn eigen aars verdween, en zó misplaatst was op een festival voor de fantastische film.

Neil Jordan

Twee vrouwen, de een engelachtig, de ander zo hot dat ze bijna van het doek
afbrandt, maar beiden beeldschoon. Een troosteloze flat, een ranzige
stripclub, een vervallen hotel in een idyllisch havenstadje en een
geheimzinnig, desolaat eiland. Én een zeer elegante vertelling. Dat
zijn de voornaamste ingrediënten van Byzantium, de nieuwste
film van Neil Jordan (The Company of Wolves, The Crying Game), die
gisteravond tijdens de opening van het Imagine de Lifetime Achievement
Award kreeg uitgereikt. De engelachtige Eleanor (Saoirse Ronan) is de
verteller van dit verhaal, dat niet verteld mag worden, maar daar kan ze
geen weerstand aan bieden als ze verliefd wordt op een jonge
leukemiepatiënt. Haar geheim: de sexy Clara (Gemma Arterton), die voor
haar zus doorgaat, is eigenlijk haar moeder. De vrouwen zijn vampiers die
op de vlucht zijn voor de schimmige broederschap aan wie ze hun bestaan te
danken hebben. Clara, die voordat ze onsterfelijk werd een zwaar bestaan
had als hoer, heeft namelijk het belangrijkste gebod van de broederschap
overtreden toen ze haar dochter het eeuwige leven gaf, en beschermt haar nu
met alle mogelijke middelen.
Jordan geeft hun geschiedenis tergend langzaam en niet-lineair prijs, waarbij hij heden en verleden fraai met elkaar verweeft. Het scenario van Moira Buffini (gebaseerd op haar toneelstuk A Vampire Story) vermijdt bovendien de clichés van het genre, vooral waar het de oorsprong van vampiers betreft. Tel daar de oogstrelende cast - zowel de hoofd- als bijrolspelers leveren puik acteerwerk af - bij op en het resultaat is precies dat stijlvolle en intrigerende liefdesverhaal waar een regisseur als Jordan het patent op heeft. Al had hij in deze film wat mij betreft zijn impliciete protest tegen vrouwenmisbruik best wat scherper mogen aanzetten en het monster dat de bron van alle ellende is (de legerkapitein die Clara als kind in een bordeel stopte - een rol van Jonny Lee Miller) best wat gruwelijker mogen straffen.
Jordan geeft hun geschiedenis tergend langzaam en niet-lineair prijs, waarbij hij heden en verleden fraai met elkaar verweeft. Het scenario van Moira Buffini (gebaseerd op haar toneelstuk A Vampire Story) vermijdt bovendien de clichés van het genre, vooral waar het de oorsprong van vampiers betreft. Tel daar de oogstrelende cast - zowel de hoofd- als bijrolspelers leveren puik acteerwerk af - bij op en het resultaat is precies dat stijlvolle en intrigerende liefdesverhaal waar een regisseur als Jordan het patent op heeft. Al had hij in deze film wat mij betreft zijn impliciete protest tegen vrouwenmisbruik best wat scherper mogen aanzetten en het monster dat de bron van alle ellende is (de legerkapitein die Clara als kind in een bordeel stopte - een rol van Jonny Lee Miller) best wat gruwelijker mogen straffen.

Danny Boyle

Jawel, gisteren is het Imagine, festival voor de fantastische film, voor de
29ste keer van start gegaan. Mét een nieuwe directeur, Chris
Oosterom, en een aantal opvallende premières (Jurassic Parc
3D, bijvoorbeeld) en intrigerende programma-onderdelen als House of
Psychotic Women en Bollywood & Beyond, die min of meer voor zichzelf
spreken. Later hierover meer, want we gaan als vanouds het Imagine verslaan
op dit blog. Duidelijk is dat Oosterom een paar verrassend goeie deals met
filmmaatschappijen heeft weten te sluiten, en de openingsfilm van
gisterenavond zette wat dat betreft de toon.
Laten we één ding vaststellen: Danny Boyle is niet in staat om een slechte film te maken. Zelfs een ‘tussendoortje’ als Trance, dat niet de urgentie heeft van pak ‘m beet Trainspotting, Slumdog Millionaire of 127 Hours), weet ons in elk geval van begin tot eind aan het grote scherm gekluisterd te houden. Dat komt in de eerste plaats omdat het scenario (waar we verder niet te veel over verklappen), dat het heistgenre combineert met de hypnosethriller, een alleraardigste mindfuck is: scenaristen Joe Ahearne en John Hodge geven je telkens genoeg houvast om je het idee te geven dat je het allemaal wel doorhebt, om vervolgens het tapijt met brute kracht onder je uit te trekken. Daarnaast worden de hoofdrollen vertolkt door Vincent Cassell, James McAvoy en Rosario Dawson. Punt. Tot slot is de fotografie van Boyle’s vaste cameraman Anthony Dod Mantle, dus ziet de film er weer prachtig uit. Rest ons nog een chapeau-de-luxe voor Rosario Dawson, die het aandurfde op een wel heel bijzondere manier full frontal naakt te gaan; niet-functioneel, al probeert Boyle wel die indruk te wekken, maar u hoort ons niet klagen.
Laten we één ding vaststellen: Danny Boyle is niet in staat om een slechte film te maken. Zelfs een ‘tussendoortje’ als Trance, dat niet de urgentie heeft van pak ‘m beet Trainspotting, Slumdog Millionaire of 127 Hours), weet ons in elk geval van begin tot eind aan het grote scherm gekluisterd te houden. Dat komt in de eerste plaats omdat het scenario (waar we verder niet te veel over verklappen), dat het heistgenre combineert met de hypnosethriller, een alleraardigste mindfuck is: scenaristen Joe Ahearne en John Hodge geven je telkens genoeg houvast om je het idee te geven dat je het allemaal wel doorhebt, om vervolgens het tapijt met brute kracht onder je uit te trekken. Daarnaast worden de hoofdrollen vertolkt door Vincent Cassell, James McAvoy en Rosario Dawson. Punt. Tot slot is de fotografie van Boyle’s vaste cameraman Anthony Dod Mantle, dus ziet de film er weer prachtig uit. Rest ons nog een chapeau-de-luxe voor Rosario Dawson, die het aandurfde op een wel heel bijzondere manier full frontal naakt te gaan; niet-functioneel, al probeert Boyle wel die indruk te wekken, maar u hoort ons niet klagen.

Lasse Hallström

Het Zweedse The Hypnotist (Hypnotisören) is de eerste uit een
serie van acht speelfims rond politieinspecteur Joona Linna. Yep, het gaat
hier om de nieuwste Scandinavische thrillerserie, maar voordat u ‘KRO
Detective’ roept: de film markeert tevens de terugkeer van regisseur
Lasse Hallström naar zijn geboorteland - en er zijn slechtere manieren
denkbaar om een nieuwe reeks te lanceren dan met een Oscar-genomineerde
filmmaker aan het roer. Dat pakt verrassend uit doordat Hallström, die
toch vooral bekend is van veilige arthousefilms als Chocolat en het
recente Salmon Fishing in the Yemen, al in de eerste minuten een
aardig Argento-sfeertje weet neer te zetten en ook de gore niet
schuwt. Die beklemmende sfeer blijft de hele film goeddeels aanwezig, en
tegen het eind van de film is er zelfs, al dan niet bedoeld, een vrij
letterlijke Argento-verwijzing - ik verklap hier niets als ik
‘Profondo Rosso’ zeg.
De premisse: een gezin wordt op gruwelijke wijze omgebracht, op de oudste zoon na, die de slachting ternauwernood overleeft. Linna (Tobias Zilliacus) wordt op de zaak gezet en roept de hulp in van gewezen hypnotiseur Erik Bark (Mikael Persbrand) om de jongen, die in coma ligt, als getuige te kunnen horen. Het whodunnit-element is overigens niet de sterkste kant van The Hypnotist: wie genoeg thrillers heeft gezien kan de meeste wendingen wel van tevoren zien aankomen - een enkele verrassende uitzondering daargelaten, zoals een scène waarin een galeriehouder wordt geconfronteerd met de moordenaar. Nog een minpunt is dat de motivatie van de dader ongeveer net zo geloofwaardig is als die in de gemiddelde giallo (daar hebben we Argento weer). De beklemmende sfeer echter maakt veel goed, zeker in de eerste helft. Verder krijgt het drietal hoofdrolspelers (naast Zilliacus en Persbrand zien we Hallströms vrouw Lena Olin als de echtgenote van de hypnotiseur) alle ruimte. Waarbij Zilliacus, die ook in de volgende zeven delen de rol van Linna zal spelen, het wel af moet leggen tegen de screen presence van Persbrand als de door zijn verleden gekwelde hypnotiseur. Het is voor Zilliacus te hopen dat hij in een volgend deel een minder charismatische tegenspeler krijgt…
The Hypnotist is a.s. zondag te zien tijdens het Lumière Crime Festival in Pathé Buitenhof, Den Haag en draait vanaf 3 januari 2013 in de bioscopen.
De premisse: een gezin wordt op gruwelijke wijze omgebracht, op de oudste zoon na, die de slachting ternauwernood overleeft. Linna (Tobias Zilliacus) wordt op de zaak gezet en roept de hulp in van gewezen hypnotiseur Erik Bark (Mikael Persbrand) om de jongen, die in coma ligt, als getuige te kunnen horen. Het whodunnit-element is overigens niet de sterkste kant van The Hypnotist: wie genoeg thrillers heeft gezien kan de meeste wendingen wel van tevoren zien aankomen - een enkele verrassende uitzondering daargelaten, zoals een scène waarin een galeriehouder wordt geconfronteerd met de moordenaar. Nog een minpunt is dat de motivatie van de dader ongeveer net zo geloofwaardig is als die in de gemiddelde giallo (daar hebben we Argento weer). De beklemmende sfeer echter maakt veel goed, zeker in de eerste helft. Verder krijgt het drietal hoofdrolspelers (naast Zilliacus en Persbrand zien we Hallströms vrouw Lena Olin als de echtgenote van de hypnotiseur) alle ruimte. Waarbij Zilliacus, die ook in de volgende zeven delen de rol van Linna zal spelen, het wel af moet leggen tegen de screen presence van Persbrand als de door zijn verleden gekwelde hypnotiseur. Het is voor Zilliacus te hopen dat hij in een volgend deel een minder charismatische tegenspeler krijgt…
The Hypnotist is a.s. zondag te zien tijdens het Lumière Crime Festival in Pathé Buitenhof, Den Haag en draait vanaf 3 januari 2013 in de bioscopen.

Video: Luuk KLIKT!

Het KLIK! Amsterdam Animation Festival is weer voorbij. Gelukkig
hebben we de video's nog. Zoals dit gesprek dat ik opnam met Luuk van
Huët, een van de oprichters van KLIK, programmeur en de man die de
teksten schrijft voor het programmaboekje en de site.
Hoogste tijd om hem eens te vragen wat animatie voor hem betekent, met welke film zijn liefde begon en hoe je nu eigenlijk een filmfestival programmeert.
Hoogste tijd om hem eens te vragen wat animatie voor hem betekent, met welke film zijn liefde begon en hoe je nu eigenlijk een filmfestival programmeert.
