
Mensen worden uitgemolken tot hun laatste druppel, maar wanneer er van de mensheid nog maar 5 procent in leven is, wordt bloed een schaars goed. Daarom werkt wetenschapper en vampier Edward Dalton (Ethan Hawke) aan een bloedvervanger. Dan ontmoet hij Elvis (Willem Dafoe, niet de king) - een voormalige vampier die heeft ontdekt hoe je weer mens kunt worden. De redding van de mensheid lijkt in zicht, ware niet dat Daltons vampiergenoten liever gewoon nachtwezens blijven.
Koffie verkeerd
Het aantal vampierfilms is inmiddels oneindig, toch hebben de gebroeders Spierig, script en regie, met Daybreakers een aardige genrefilm afgeleverd. Het is genieten van de kleine grapjes die ze in het dagelijks leven van een vampier hebben geschreven. Die drinkt zijn koffie namelijk altijd met een wolkje bloed en leidt een decadent leven. Je kunt makkelijk de ene peuk na de andere opsteken, want dood aan kanker ga je toch niet. Auto's zijn met zwartgetinte ramen en videoschermen uitgedost om overdag rijden mogelijk te maken. En je kan dan zo hard rijden als je wilt: de politie gaat pas 's nachts aan het werk.
De leuke vondsten kunnen niet verhullen dat het script ook wat vragen onbeantwoord laat: waarom is niet iedereen besmet geraakt met het vampiervirus? En hoe zijn de mensen besmet? De film houdt genoeg vaart om dat soort vragen even te vergeten; ook het vermakelijke spel van acteurs als Willem Dafoe en Sam Neill biedt genoeg afleiding. Daar steekt Ethan Hawke, die een getormenteerde vampier speelt die liever gewoon mens wil zijn, toch een beetje bleek bij af.
Ondanks het intrigerende uitgangspunt vervolgt de film een voorspelbaar pad. De vampierwereld is met een beperkt kleurenpalet in beeld gebracht, waarin koude kleuren overheersen en waar alles wat rood is lekker opvalt. (Dat koude kleurenpalet kennen we van wel meer futuristische films, dat het er somber uitziet in de toekomst is een bekend cliché.) We zien de wereld waarin de mensheid leeft, vooral in dagscènes waarin warme kleuren overheersen. Een simpele, doch effectieve manier om het contrast tussen beide volken aan te geven.
Extra's
Voor de liefhebbers bevat de dvd een making of van bijna twee uur. Saillant detail: de hoofdfilm duurt slechts 96 minuten. Ook een aangename aanvulling is de korte film The Big Picture, van dezelfde regisseurs. Hierin ziet een meisje via het beeldscherm van haar televisie, hoe haar leven eruit had gezien als ze wel op de eetuitnodiging van de buurman was ingegaan. Iedere keer als ze naar het volgende kanaal zapt, ziet ze een nieuw moment van haar toekomst. Een bijzonder concept met een verrassende afloop.
Een groot minpuntje aan de dvd is het feit dat je bij iedere kijkbeurt eerst alle trailers moet doorskippen omdat je niet meteen naar het hoofdmenu kan doorklikken. Daar moeten ze bij Dutch Film Works toch eens iets aan doen.
Daybreakers, USA 2009.
Regie: Michael Spierig, Peter Spierig
Met: Ethan Hawke, Willem Dafoe, Isabel Lucas en Sam Neill.
Nu op DVD: DFW.
Met alle filmtrilogieën en filmseries gaan we er tegenwoordig voor het gemak vanuit dat het vervolg beter is dan het origineel. Vooral in het geval van superheldenfilms, waar men de origin story van de held toch eerder als een struikelblok ziet voor een goede film. Als je de oorsprong eenmaal uit de weg hebt, kunnen we pas echt een goed verhaal maken, wordt er gedacht. Raar, want een interessante superheld valt of staat bij een doordachte oorsprong waarin op boeiende wijze wordt verhaalt hoe de held geworden is zoals hij is en vooral waarom hij zijn krachten ten goede van de mensheid inzet.
Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat Iron Man 2 tot mijn verbazing tegenvalt. Niet dat het harnas van Tony Stark Robert Downey Jr. niet als gegoten zit, maar dat was in Iron Man ook al het geval. Iedere scène met Downey Jr. is genieten. Ook de specialeffects vallen niet tegen. Alles ziet er piekfijn uit. Toch maakt Iron Man 2 zijn belofte niet waar.
Impotent
Jammer, want alleen de cast had al veel potentie. Scarlett Johansson als Natasha Romanoff, ook wel bekend als de Black Widow had veel sensueel vuurwerk kunnen opleveren. Helaas komt ze pas aan het einde van de film in vorm als ze mag afrekenen met een stel slechteriken. Maar dat is dan wel een beetje laat. Samuel L. Jackson speelt Nick Fury, de baas van SHIELD. Zijn rol is vooral die van pratend-hoofd-die-alles-uitlegt. Zelfs David Hasselhoff kwam meer in actie toen hij dit personage gestalte gaf in een slechte tv-film. En Mickey Rourke zet big bad Ivan Vanko adequaat maar op een niet-bijzondere wijze neer.
Het thema van de film lijkt het spiegelbeeld te zijn. Zowel Stark als Vanko zitten met een erfenis van hun vader opgescheept. Vanko wil wraak nemen omdat zijn vader nooit de credits of de financiële vergoeding kreeg voor het mede-opbouwen van het Stark-imperium. Hij bouwt een soortgelijk harnas als Iron Man en voegt er twee elektronische zwepen aan toe. Wapenontwerper en handelaar Justin Hammer lijft hem in om Iron Man te kloppen. Maar als de twee uiteindelijk tegenover elkaar staan, blijft het beloofde vuurwerk uit en loopt alles met een sisser af. Daarbij is de hoeveelheid actie in deze superheldenfilm toch al mager en is potentiële spanning ingeruild voor te veel leuk bedoelde onderonsjes tussen de acteurs.
Het thema dat een uitvinding als het Iron Man-harnas ook ten kwade gebruikt kan worden - het Amerikaanse leger wil dat Stark zijn uitvinding afstaat om als oorlogswapen in te zetten - biedt interessante mogelijkheden en luistert het begin van de film op later op de achtergrond te verdwijnen als de focus wordt gelegd op de gezondheidsperikelen van Stark.
Vermakelijke tik
Aan de andere kant is het genieten met Sam Rockwell die als de meedogenloze wapenhandelaar Justin Hammer het campy spiegelbeeld van Stark is. En regisseur Jon Favreau deelt zelf ook nog een vermakelijke tik uit in een actiescène. In plaats van de actieheld uit te hangen had hij zich beter kunnen concentreren op het rommelige verhaal. Dan had hij vast de scenarist op tijd naar huis had gestuurd om een versie te schrijven die de potentie van de personages meer benutte. Dan was Iron Man 2 ongetwijfeld meer dan alleen amusant geweest. Dan had het echt een goede film kunnen zijn.
Of het voor het eerst in de geschiedenis is dat eerstejaars filmacademiestudenten een lange speelfilm hebben gemaakt, zoals de makers beweren, weet ik niet, maar het zou zomaar heel goed kunnen. Wat echter belangrijker is: het dondert niet. Want wie ook zonder deze voorkennis naar De Weg naar Cádiz kijkt, ziet een volwassen debuutfilm met een sterke cast, een uitstekend scenario en gedegen camerawerk, dat wars is van alle hippe trends.
Om maar met het scenario te beginnen: de grootste verrassing is dat dit is geschreven door Merel Barends, bij Zone-lezers en volgers van het Imagine-blog in 2008 en 2009 vooral bekend als stripmaker. Dat ze als stripauteur tussen haar generatiegenoten een unieke plaats inneemt is bekend, maar dat er eveneens scenarioparels uit haar pen vloeien, waarin het euvel van geforceerde ‘literaire’ dialogen plaats maakt voor naturelle, diep invoelbare teksten, waarin ze niet alleen een groot inzicht in menselijke relaties toont maar ook de humor niet schuwt, dat zag ik eerlijk gezegd niet aankomen - in elk geval niet op basis van haar beeldverhalen. Het doet vermoeden dat haar werkelijke kracht op de lange baan ligt. Dat belooft wat voor de graphic novel waar ze mee bezig is.
Maar een knap scenario met fantastische dialogen is één ding, als er wordt geacteerd door een stel amateurs met meer goede bedoelingen dan talent, leidt het tot niets. Dat regisseurs Jonathan Herzberg (levensgezel van Barends) en Shariff Korver en producent Edwin Goldman erin slaagden de professionele acteurs Bart de Vries en Lidewij Benus te strikken voor de rollen van Coen en Suzanne is een geschenk - zij verleenden geheel belangeloos hun medewerking en namen ruim de tijd om hun rollen te repeteren - liefdewerk pur sang. Maar dat is niet de enige reden dat Coen en Suzanne zo levensecht lijken: De Vries en Benus zijn in het echt ook een stel, en je voelt aan hun spel dat veel van de ruzietjes tussen de twee ex-geliefden hen niet geheel onbekend zijn. Niet alles wat tussen hen speelt wordt in dialogen gevat; vooral Benus weet in haar expressie een tragiek te vatten die meer zegt dan woorden. Show, don’t tell. Een prachtig voorbeeld daarvan is te vinden tegen het eind van de film, wanneer Coen een monoloog houdt onder de douche, terwijl de camera strak op Suzanne gericht blijft: het inzicht van waar ze nou precies mee bezig is, trekt langzaam als een donkere waas over haar gelaat.
Herzberg, Korver, Goldman en Barends hebben met hun debuut een knappe prestatie geleverd. Zij die beweren dat het altijd zo beroerd is gesteld met de Nederlandse film, worden keihard en zonder pardon in de hoek gezet door drie filmacademiestudenten en een stripauteur.
De weg naar Cádiz draait vanaf vandaag in diverse filmhuizen in het land. Kijk voor een overzicht op de officiële website .
Hiccup is het iele zoontje van het opperhoofd van een Vikingvolk. Een soort Wickie de Viking, maar dan anno 2010 en in 3D. Het hele dorp mag de dagen dan doorbrengen met het de hersens inslaan van allerlei bontgekleurde draken, Hiccup is bepaald geen held. In het bos ontdekt hij per ongeluk een gewonde draak die niet meer kan vliegen, lapt hem op en sluit er vriendschap mee. Geen erg orgineel gegeven, maar er zit zoveel charme in de dialogen dat dat niet al te zwaar weegt. Hiccup is van hetzelfde verlegen onhandige type dat ook de keukenknecht in Ratatouille zo geslaagd maakte. Er wordt duidelijk voortgeborduurd op succesrecepten: natuurlijk zit er ook weer een dom grappig dikkerdje bij zoals we die in Up zagen. Maar de vecht- en vliegscenes zijn een lust voor het oog en er zitten er genoeg onverwachte wendingen in het script dus is het alsnog genieten.
Opvallend is dat Hiccup en de andere kinderpersonages met een Amerikaans accent praten, terwijl de ruwe zeebonken een curieus mengelmoesje van Schots en Amerikaans praten. Puur Schots zou waarschijnlijk te lastig te volgen zijn voor de gemiddelde Amerikaan. De kinderen eenzelfde half Schots accent geven durfden ze niet aan: dat zou de identificatie met de held maar in de weg staan. De monsters zijn werkelijk prachtig; de animatoren hebben zich duidelijk helemaal uit kunnen leven. Maar ze bleven wel binnen de grenzen van wat het publiek gewend is aan filmmonsters voorgeschoteld te krijgen: een mix van Avatar (Hiccup temt een draak en vliegt er op rond), wat gezellige ronde contouren van Ghostbusters-geesten voor de nodige humor en natuurlijk elementen uit Jurassic Park, want ze moeten wel eng genoeg zijn. Veel tanden dus en veel vuur. How To Train Your Dragon is fijner dan Shrek en Madagascar, want zonder overdaad aan mierzoete meligheid. Vermaak voor het hele gezin. U kunt zich onmogelijk vervelen.

Vrijwel ongetraind gaat hij, gekleed in een wetsuit en een masker, de straten op. Al snel blijkt waarom niemand ooit heeft geprobeerd een Batman te zijn, want Lizewski belandt na zijn eerste aanvaring met de misdaad al in het ziekenhuis. Dat houdt hem echter niet tegen, vooral niet als een video van zijn tweede gevecht op YouTube van hem een instant ster maakt.
Kick-Ass zet een trend en krijgt al snel te maken met concurrentie, zoals Big Daddy en zijn 10-jarige dochter Hit Girl die als echte superhelden de schurken van de stad letterlijk een kopje kleiner maken.
Ruig
De comic Kick-Ass is een creatie van schrijver Mark Millar en tekenaar John Romita Jr. De strip is een slimme satire op superheldenstrips en gemaakt voor een volwassen publiek: het geweldsniveau ligt hoger dan de gemiddelde Spiderman-comic en de personages zijn ook veel grofgebekter. De zeer vermakelijke filmversie, die vanaf 15 april in de bioscoop draait, is in dat opzicht een stuk milder.
Juist omdat regisseur Matthew Vaugh zich bedient van gestileerd geweld en zich genoodzaakt voelt om Quentin Tarantino-achtige fratsen -inclusief Morricone soundtrack - uit te halen om de climax van de film te vergroten, komt het geweld op het witte doek minder hard aan dan de strak getekende lijnen van John Romita Jr. (Het heeft overigens wel iets ironisch dat Vaugh Tarantino citeert aangezien Tarantino's oeuvre zelf van filmcitaten samenhangt.)
Maar dat is niet het enige verschil. Het filmverhaal wijkt op sommige punten significant af van de strip, wat deels komt omdat de film al in productie was terwijl de comicserie nog gemaakt werd, maar deels ook is te wijten aan Hollywoodconventies.
De film volgt een andere narratieve structuur, waarbij de hoofdpersonages vlak achter elkaar worden geïntroduceerd en het verhaal van Kick-Ass en Hit Girl meer parallel aan elkaar lopen. Ook zitten sommige plotwendingen logischer in elkaar. Als Kick-Ass een onguur type in een drugshol aanspreekt op het feit dat hij zijn ex lastig valt, doet hij dit in de strip omdat de dame in kwestie een verzoek heeft gemaild naar zijn My Space pagina. In de film krijgt hij het verzoek van zijn vriendinnetje en is het een persoonlijke strijd die hij voert.
Modderfiguur
Andere aanpassingen zijn minder geslaagd: dat Lizeweski in de comic niet het meisje krijgt en zelfs wordt afgestraft voor het feit dat hij zich als homo voordeed om vriendjes met haar te kunnen worden, is een vele malen sterker statement dan de romantische afwikkeling in de filmversie. Ook het feit dat Big Daddy in de strip de oorsprong van zichzelf en Hit Girl bij elkaar heeft gelogen, maar dat deze geschiedenis in de film als de waarheid wordt gepresenteerd, maakt dat het thema van de strip zo goed als wegvalt: De strippersonages in Kick-Ass zijn normale mensen die geïnspireerd door strips de superheld proberen uit te hangen, maar die, een enkele uitzondering daargelaten, een modderfiguur slaan. De film eindigt dus nagenoeg toch weer als een standaard superheldenflick.
Dit maakt Kick-Ass overigens niet tot een slechte film. In tegendeel: Kick-Ass is een fijne satire op het superheldengenre die de gemiddelde bioscoopbezoeker twee uur vermaakt. De lezers moeten maar door de verschillen heen kijken.
Aaron Johnson, die recent een zeer overtuigende John Lennon neerzette in Nowhere Boy, is een verdienstelijke Lizewski. Ook Nicholas Cage, die als Big Daddy zijn dialogen op een net zo'n typische manier uitspreekt als Adam West in de Batman tv-serie, zorgt voor een gepaste glimlach.
Maar ster van de film is natuurlijk de 13-jarige Chloë Grace Moretz. Zij weet de kijker ervan te overtuigen dat een meisje van tien een samurai zwaard kan hanteren alsof ze ermee geboren is en in staat is om er een stel maffiosi mee in de pan te hakken. Moretz schopt echt kont.
Kick-Ass draait vanaf 15 april in de bioscoop.


Lea Meyer (Carice van Houten) is stewardess en leidt een schijnbaar gezellig leventje met haar man Harry (Waldemar Torenstra). Totdat hij besluit dat ze een kind willen.
Harry: 'We zijn zes jaar samen. Dat moeten we vieren. Laten we een kind nemen!'
Lea: 'Wat moet jij nou met een kind, je bent toch nooit thuis?'
Harry: 'Nee, maar jij wel.'
Zo gaat dat kennelijk in de wereld van Van Royen - ik kan me daar niet zoveel bij voorstellen. Maar goed, Lea heeft geen bezwaar tegen een flinke sekspartij, integendeel, maar dat daar ook kindjes van kunnen komen lijkt voor haar van secundair belang. De bevalling is zwaar, kent veel pijnlijke momenten en duurt zo tergend lang in de film, dat ik zelden een effectievere reclamespot voor anticonceptiemiddelen heb gezien.
Na de bevalling krijgt Lea een postnatale psychose. Als ze haar pasgeboren zoontje probeert weg te stoppen in een verhuisdoos, wordt het tijd dat ze wordt opgenomen. Tijdens haar verblijf in een inrichting laat Lea langzaam haar schild van cynisme zakken en blijkt dat de moeilijke band met haar kind alles te maken heeft met de vroegtijdig verbroken relatie met haar vader.
Carice! Carice!
Bovenstaand plot had snel kunnen verzanden in gratuite emotioneel kijkvoer, maar Antoinette Beumer, die na een reeks tv-series met De Gelukkige Huisvrouw haar speelfilmdebuut maakt, wisselt ietwat botte humor en tragiek vakkundig met elkaar af en zal daarmee de doelgroep zeker aanspreken.
Toegegeven: de vriendinnen van Lea en de gekken in de inrichting hangen naar het clichématige en sommige sequenties hadden wat strakker geknipt mogen worden. Ook de seksscènes in het begin ontstijgen het typische Hollandse filmidee van erotiek niet: platte seksplaatjes zonder passie.
Toch zijn dat soort schoonheidsfoutjes snel vergeten door het krachtige spel van de cast, waarbij gezegd moet worden dat Van Houten bewijst dat ze de beste actrice van Nederland is. Haar spel ontroert.
Verder is het camerawerk van Bert Pot prima in orde en heeft Tom Holkenborg (Junkie XL) een zeer verdienstelijke soundtrack gecomponeerd.
Niet dat ik na het zien van deze film in de toekomst sneller een roman van Van Royen zal oppakken, maar nog een verfilming van dit kaliber zie ik graag tegemoet.
De Gelukkige Huisvrouw draait vanaf 15 april in de bioscoop.

Wie bij porno voor vrouwen denkt aan sekspartijen waar een nodeloos verhaal aan voorafgaat, zal de meeste korte feministische pornofilms van de dvd Dirty Diaries als een koude douche ervaren.
Dirty Diaries is een initiatief van de Zweedse documentairemaakster Mia Engberg. Engberg veroorzaakte veel ophef met de film Come Together, waarin het gelaat van vrouwen is te zien terwijl ze zichzelf vingeren en klaarkomen. Ze nodigde bevriende filmmaaksters uit hun visie op seksualiteit te tonen. Het resultaat is 12 korte videofilms van wisselende kwaliteit.
Bij de dvd zit een boekje met daarin per film een inleiding van de filmmaaksters. Op de site van Dirty Diaries staat een heus manifest waarin Engberg ten strijde trekt tegen de mannelijke overheersing van seksualiteit, tegen censuur en het schoonheidsideaal. In het manifest staat lettterlijk: 'We are fed up with the cultural cliche that sexually active and independent women are either crazy or lesbian and therefore crazy.'
Prima, maar bijdragen als Flasher girl on tour, waarin de hoofdrolspeelster te onpas in Parijs in het openbaar masturbeert en nietsvermoedende voorbijgangers met haar kut confronteert, en Authority, waarin een betrapte graffitispuitster met een stereotiep pottenuiterlijk een agente vastbindt en sigarettenas in haar mond deponeert, zullen het clichébeeld van de enge mannenhatende, lesbische feministe dat Engberg in haar manifest wil tegenspreken, eerder bevestigen dan ontkrachten.
Nylonpakken
Wel mooi is Red Like Cherry, waarin door middel van close-ups en
onscherpe silhouetten de roes van de opwinding wordt verbeeld. Ook is
Skin een van de betere bijdragen. In Skin ontdoen een man en
vrouw zich tijdens het vrijen langzaam van vleeskleurige nylonpakken. De
twee geliefden geven zich langzaam aan elkaar bloot en transformeren van
twee anonieme wezens in individuen. Toch roept de schaar waar de pakken
langzaam mee opengeknipt worden juist weer wel het beeld op van de vrouw
met penisnijd, maar die interpretatie moet wellicht op het conto van deze
mannelijke recensent geschreven worden.
In de anusfilm Fruitcake, waarbij het woord anus als bijvoeglijk naamwoord of als zelfstandig naamwoord beschouwd kan worden, wisselt de filmmaakster onscherpe shots waarin de anus gevingerd wordt af met beelden waarin een vinger een onschuldige kiwi penetreert. Het zal wel avant-gardistisch bedoeld zijn, opwindend is het niet. En porno die niet opwindt is net zo nuttig als een condoom waneer je zwanger wilt raken.
Focus, people, focus!
Hoewel ik sympathie voel voor de doelen van Engberg - wie is er immers niet
tegen censuur, het schoonheidsideaal waar geen mens aan kan voldoen en
tegen de patriarchale overheersing van vrouwen in de porno-industrie? - is
het vooral de uitvoering die teleurstelt. Bijna geen van de filmmaaksters
weet haar onderwerp mooi - laat staan scherp - in beeld te brengen, wat
het geheel een amateuristisch tintje geeft.
Sterker nog: tussen de grote hoeveelheid amateurporno op het internet zitten, vergeleken bij de 'kunstenaars' op deze dvd, de echte Paul Verhoevens van de porno. In dat opzicht is het opmerkelijk dat het Zweedse filminstituut dit project subsidieerde.
Een tip voor alle aspirant pornografen in Nederland: stuur vanaf nu uw onscherpe huisgemaakte porno naar het Filmfonds. Een verhaal, opwindende afloop of interessante seks zijn geen vereisten. Maar vergeet niet er een manifest bij te stoppen om uw werk te verantwoorden.
DIRTY DIARIES, Zweden 2009. Regie: Mia Engberg, e.a. (Dutch filmworks)



Wat meteen opvalt aan Nowhere Boy is de natuurgetrouwe weergave van Woolton, Liverpool, de omgeving waar John Lennon opgroeide. De film begint in 1955, wanneer tiener Lennon nog bij zijn oom en tante woont, en eindigt in 1958, wanneer hij op het punt staat naar de kunstacademie te vertrekken en voor het eerst de studio betreedt met zijn band The Quarry Men, die later zou transformeren in The Beatles.
De film geeft niet alleen een beeld van de muzikale geboorte van de zanger en gitarist, maar belicht ook de intense emotionele ontwikkeling die Lennon in die tijd doormaakte. Hoofdrolspeler Aaron Johnson blijft daarbij overtuigen, als de rebelse, bijdehante tiener die Lennon was, maar ook in de scènes waarin de klappen vallen. John krijgt in zijn naaste omgeving een aantal sterfgevallen te verwerken die diepe littekens achterlaten. Deze tragische momenten zijn goed in balans met luchtige scènes en komische dialogen, dankzij het scenario van Matt Greenhalgh (Control).
Centraal staat de complexe verhouding tussen John, zijn peettante Mimi en zijn echte moeder Julia, die hij pas op 15-jarige leeftijd leert kennen. Via Julia leert hij gitaar- en pianospelen en komt hij in aanraking met rock-'n-roll, maar ontdekt hij ook de schaduwzijde van haar door schande en geestesziekte getekende leven.
Nowhere Boy zit vol prachtige details, bijvoorbeeld wanneer John in de schoolbanken als een waanzinnige werkt aan zijn stripachtige tijdschrift The Daily Howl, of wanneer The Quarry Men voor het eerst op het podium staan en een fotograaf de groep vastlegt; deze scène is gemaakt aan de hand van foto’s van het oorspronkelijke optreden.
De officiële goedkeuring van Yoko Ono is al reden genoeg voor fans van The Beatles om Nowhere Boy te gaan bekijken. De film geeft kleur aan de muziek en maakt voelbaar waarom nummers van The Beatles tegelijk vrolijk en diep melancholisch kunnen klinken. Een bezwaar voor fijngevoelige fans zou kunnen zijn dat Paul McCartney, gespeeld door Thomas Brodie Sangster, een stuk jonger en kinderachtiger oogt dan de stoere Lennon.
De film is een triomf voor regisseur Sam Taylor-Wood, die met Nowhere Boy haar speelfilmdebuut maakt. Taylor-Wood is een bekende uit de internationale kunstwereld. De Britse maakte naam met haar strak vormgegeven fotografie en videokunst, waarin zij een fascinatie toont voor gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal van mensen in extreme psychische toestanden.
Taylor-Wood is de zoveelste in de rij videokunstenaars die zich met succes aan een speelfilm waagden; Nowhere Boy misstaat niet naast Me and You and Everyone We Know (Miranda July) en Hunger (Steve McQueen). Dat juist Taylor-Wood de stap naar speelfilm maakt is niet verbazingwekkend; ze werkte voor haar kunst al veel samen met professionele cinematografen en acteurs.
Wat het acteren betreft is Nowhere Boy een magische film. Kristin Scott Thomas, als de puriteinse Mimi, en Anne-Marie Duff, als de net iets te intieme Julia, zijn tegenpolen waartussen Johnson als Lennon zich moet bewegen. Het wordt bijna eng wanneer je de berichten uit de Britse (roddel-)pers leest rond de relatie tussen Taylor-Wood en de jonge Johnson, die in leeftijd 23 jaar verschillen en die binnenkort een kind krijgen. De twee werden verliefd tijdens de opnames en het is voor te stellen dat er over deze relatie een tweede film te maken is van een vergelijkbare intensiteit. Wat zich daar op die filmset ook afgespeeld moge hebben, Nowhere Boy mag er in ieder geval zijn.
Nowhere Boy draait vanaf 24 maart op het International Film Festival Breda en vanaf 1 april elders in het land.


Ik heb een zwak voor films van striptekenaars. Okay, ook voor stripverfilmingen (hoe wisselend van kwaliteit die ook vaak mogen zijn), maar als stripmakers films gaan maken, weet je zeker dat er vrijwel altijd iets bijzonders volgt. Omdat stripmakers vanuit een ander idioom denken dan klassieke filmmakers. Ze zijn vrij - of liever gezegd vrijer - van de conventies die het medium gewoonlijk hanteert. En dikwijls fantasierijker, juist omdat ze de regels vaak niet kennen.
Dat bevestigde ook Joann Sfar na afloop van zijn biopic over Serge Gainsbourg, Gainsbourg (Vie héroïque), die maandag 15 maart in Rialto Amsterdam in bijzijn van de regisseur zelf in première ging. Tijdens de geanimeerde Q & A vertelde hij levendig over hoe hij zijn crew ertoe bracht die conventies los te laten. Hij deed dat aan de hand van illustraties die hij ter plekke tekende. ‘Ik wilde het shot van Lucy Gordon, die Jane Birkin speelt, als ze wegloopt van Gainsbourg in beeld brengen op een manier waarvan mijn crew zei dat zoiets niet mogelijk was. Dus schoten we de scène op de manier waaraan zij de voorkeur gaven. Nadat we talloze takes gemaakt hadden, waren zij ook wel bereid om het een keer op mijn manier te proberen. Die scène is uiteindelijk in de film beland.’ Gelukkig maar, omdat juist de hand van Sfar de film zo origineel maakt. Net als in MirrorMask (2005) van collega-stripmaker David McKean zijn fantasie en werkelijkheid in Vie héroiqueingenieus in elkaar gevlochten, terwijl de film toch oorspronkelijk blijft.
Neem bijvoorbeeld de dubbelganger. Om de dualiteit van Gainsbourgs persoonlijkheid te illustreren gebruikt Sfar een imaginair personage dat de naam Gueule (Smoel) draagt: de personificatie van Gainsbourgs extremere eigenschappen. Gueule zal een drijvende kracht in zijn artistieke loopbaan worden - en hem tegelijkertijd in grote problemen brengen. Drank, vrouwen - bij voorkeur getrouwd - de aanvaringen met de gevestigde orde, de drang tot provocatie en zelfdestructie: Gueule is er de bron van. Die splitsing tussen de aanvankelijk schuchtere Lucien Ginsburg, die als Serge Gainsbourg tot Frankrijks grootste chansonnier zal uitgroeien, en zijn theatrale alter ego Gueule (beeldschoon vormgegeven in de stijl die Sfar ook als striptekenaar hanteert) werkt feilloos.
Voor een groot deel is dat ook te danken aan de geweldige cast. Zowel titelrolvertolker Eric Elmosnino als Kacey Mottet Klein die Gainsbourg op jonge leeftijd speelt, ZIJN Gainsbourg. Uiterlijk, mimiek, charisma. De helaas tragisch aan haar einde gekomen Lucy Gordon (ze pleegde zelfmoord voor de film uitkwam) zet een prachtig worstelende en breekbare Jane Birkin neer. Doug Jones wekt ondanks zijn expressiehandicap (zijn kostuum) de stripfiguur Gueule tot leven. En wat betreft Brigitte Bardot: ik zag het verschil niet toen Laetitia Casta haar entree maakte.
De filmbeelden zijn bovendien adembenemend: stuk voor stuk waard om een voor een te bekijken, als ware het een strip. En nee, een groot publiek zal de film dan waarschijnlijk niet gaan trekken, daar is hij net te afwijkend, fantasierijk en ja, vreemd voor. Maar dat zou hij wel verdienen.
Gainsbourg (Vie héroïque) draait sinds 15 maart in de Nederlandse bioscopen. Lees ook Natasja's verslag van de première en soirée
.


Er zijn van die films waar je naar uitkijkt zodra de eerste berichten binnenkomen. The Lovely Bones is zo’n film. Na Peter Jacksons enigszins teleurstellende remake van King Kong (te lang, te overdone, te veel van alles eigenlijk) klonk het nieuws dat zijn verfilming van Alice Sebolds roman terug zou grijpen naar zijn eerdere, kleinere werk vóór de Lord Of The Rings-trilogie als muziek in mijn oren. De premisse - een vermoord meisje kijkt vanuit het hiernamaals toe hoe haar familie met het verlies omgaat en haar moordenaar in alle rust zijn volgende moord voorbereidt - was veelbelovend: Heavenly Creatures met een snufje The Frighteners, of andersom wellicht. Oh, wat zou ik The Lovely Bones graag in mijn hart hebben willen sluiten, zoals ik díé twee films in mijn hart heb gesloten.
Maar het leven zit vol teleurstellingen. The Lovely Bones is geen emotionele mokerslag zoals Jackson zijn publiek met Heavenly Creatures toebracht, maar een natte doek in het gezicht. Jackson trekt weliswaar alle registers op om de kijker te betrekken bij het verdriet van de familie van de vermoorde Susie, maar of het nu de kleffe pianomuziek van Brian Eno is of de beperkte gezichtsuitdrukkingen van vader Mark Wahlberg, het komt allemaal veel te Amerikaans-sentimenteel over om echt te ontroeren. De hemel die Jackson uit zijn CGI-doos tovert zou ook een stuk beter te pruimen zijn geweest zonder die ersatz-Enya (of is het de echte?) in de soundtrack. En de zo typerende Jackson-humor die van The Frighteners (om over Braindead nog maar te zwijgen) een tegendraads horrorfestijn maakte, wordt plichtmatig in vijf minuten afgeraffeld in een scène met slonzige grootmoeder Susan Sarandon.
Deugt er dan helemaal niets? Gelukkig wel. Stanley Tucci, met watten in de wangen, gekleurde lenzen en comb-over, maakt van de moordenaar een uiterst angstaanjagend en gestoord personage; een scène die de kijker wél naar de keel grijpt is het moment voor de moord, waarin Tucci de transformatie van neighbour next door naar psychopatische killer overtuigend gestalte geeft. Maar het duurt daarna nog tot het einde van de film, waarin Jackson de verwachtingen doorbreekt door een ander pad te kiezen dan de Hollywood-toon van de film doet vermoeden, voor we weer rechtop in de bioscoopstoel zitten. Daarmee redt hij The Lovely Bones op het nippertje. Al kan het goed zijn dat u voor die tijd al in slaap bent gevallen of murw gebeukt bent door alle zoetigheid.
En plots word ik overvallen door een gedachte: áls er een hemel bestaat, mag die dan alsjeblieft vrij van CGI zijn?
The Lovely Bones draait vanaf vandaag in de Nederlandse bioscopen.


Van 10 februari (ja, dat is vandaag al) t/m woensdag 24 februari zijn in Melkweg Cinema (Lijnbaansgracht 234a, Amsterdam) De 10 van Schokkend Nieuws te zien: de tien beste horror-, scifi-, cult- en fantasyfilms van 2009 volgens dit gerenommeerde genrefilmtijdschrift. Een aantal van die films worden ook persoonlijk ingeleid door SN-medewerkers, onder wie ondergetekende.
Aldus de Melkweg: ‘Een paar dingen die opvielen aan de lijstjes en bijhorende argumentatie: de Schokkend Nieuws-medewerker ziet zijn sf-film graag old school opgediend, houdt erg van de doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-stroming (te merken aan het grote enthousiasme voor Cory McAbees low budget-knutselfilm Stringray Sam) en is blij dat Sam Raimi weer eens ouderwets tekeer ging met zijn Drag Me To Hell.’
Het volledige programma:
- wo 10 feb: Lake Mungo, Joel Anderson (Australië 2009, 89 min, inleiding Phil van Tongeren)
‘Sterk onderschatte horrorfilm bespeelt breed register van emoties, van huiver tot brok in de keel.’ (Phil van Tongeren)
- do 11 feb: Let The Right One In, Tomas Alfredson (Zweden 2008, 115 min, inleiding Rob van der Velden)
‘Een film om heel dicht bij je te koesteren, zo mooi.’ (Erik Kriek)
- vr 12 feb t/m za 13 feb: District 9, Neil Blomkamp (VS 2009, 112 min)
‘Herboren: het scifi-genre. Geboorteplaats: Zuid Afrika. Gewicht: Heavy-weight.’ (Ruben van Eijl)
- zo 14 feb: Moon, Duncan Jones (UK 2009, 97 min.)
‘Duncan Jones geeft de liefhebbers van old school mindfuck SF weer hoop.’ (Mark van den Tempel)
- ma 15 feb: The Chaser, Hong-jin Na (Zuid-Korea 2009, 125 min, inleiding Tonio van Vugt)
‘Een nagelbijter van Zuid-Koreaanse origine, dus dan weet u het wel: snoeihard, genadeloos en vol plotwendingen en blunderende cops - wie overleeft en wie gaat zonder toetje naar bed?’ (Tonio van Vugt)
- di 16 feb t/m wo 17 feb: Antichrist, Lars von Trier (DE, DU, FR, SE, IT, PO 2009, 104 min, di 16 feb: inleiding Jan Doense) ‘Verontrustendste film van het jaar.’ (Jan Doense)
- do 18 feb, ma 22 feb: Drag Me To Hell, Sam Raimi (VS 2009, 99 min, ma 22 feb: inleiding Barend de Voogd) ‘Sam Raimi maakte eindelijk weer een ouderwets grappige griezelfilm. Zigeunervrouwtjes en schattige katjes moeten het ontgelden.’ (Barend de Voogd)
- vr 19 feb t/m za 20 feb: Inglorious Basterds, Quentin Tarantino (VS 2009, 153 min)
‘Sterk staaltje nazi-bashing van Tarantino, met een van de meest geraffineerde schurken uit de recente filmgeschiedenis.’ (Rob van der Velden)
- zo 21 feb: Stingray Sam, Cory McAbee (VS 2009, 61 min.)
‘Mobiele telefoons zijn in de bioscoop een gruwel, maar de bioscoop op een mobieltje kan een feest zijn, zo bewees space cowboy McAbee met zijn hilarische multiplatform scifi-serial.’ (Bart van der Put) wo 24 feb: Martyrs, Pascal Laugier (Frankrijk/Canada 2009, 97 min)
’ Briljant en grotesk of één grote shit sandwich? (Milan Hulsing)’
Alle voorstellingen beginnen om 19.00 uur, de toegangsprijs bedraagt € 6,00 (€ 5,00 met korting), dus daar hoeft u het niet voor te laten. En titels als Lake Mungo, Stingray Sam en Martyrs zullen niet gauw nog eens op het witte doek worden vertoond (of in de dvd-bakken verschijnen), dus laat deze kansen niet voorbij gaan.

De afgelopen tijd buzzde het internet over de nieuwe Spiderman-film. Regisseur Sam Raimi en acteur Tobey Maguire hebben inmiddels de handdoek in de ring gegooid. Er waren wat scriptproblemen zoals de studio het noemde, en waarschijnlijk konden de filmmaker en de filmstudio het niet met elkaar eens worden over de koers die gevaren moest worden voor het vierde deel uit de serie. Dat een film vol compromissen tot een mislukking kan leiden, bewees Spider-Man 3 die het slechtst werd ontvangen van de reeks. En terecht, want het was een janboel van karakters, slecht uitgewerkte plotlijnen en vooral een onevenwichtige combinatie tussen drama en humor. Inmiddels is er een reboot aangekondigd. Aan de ene kant is dat jammer, aan de andere kant juich ik de vervanging van Sam Raimi door Marc Webb juist toe.
In plaats van dezelfde koers te blijven varen koos Columbia Pictures ervoor om de serie te rebooten, oftewel, opnieuw te starten. In een persbericht maakten ze bekend dat het verhaal van Peter Parker weer op de middelbare school zal beginnen:
'Culver City, CA (January 11, 2010) — Peter Parker is going back to high school when the next Spider-Man hits theaters in the summer of 2012. Columbia Pictures and Marvel Studios announced today they are moving forward with a film based on a script by James Vanderbilt that focuses on a teenager grappling with both contemporary human problems and amazing super-human crises.
The new chapter in the Spider-Man franchise produced by Columbia, Marvel Studios and Avi Arad and Laura Ziskin, will have a new cast and filmmaking team. Spider-Man 4 was to have been released in 2011, but had not yet gone into production.'
Recent werd aangekondigd dat regisseur Marc Webb - what's in a name - de reboot van Spiderman onder zijn hoede zal nemen. Webb, wie is dat, vraagt u zich wellicht af. Nou die bracht ons vorig jaar nog het verfrissende (500) Days of Summer.
Via een persbericht lieten Columbia Pictures en Marvel Studio's weten dat Webb erg in zijn nopjes is met zijn nieuwe baan:
'This is a dream come true and I couldn’t be more aware of the challenge, responsibility, or opportunity. Sam Raimi’s virtuoso rendering of Spider-Man is a humbling precedent to follow and build upon. The first three films are beloved for good reason. But I think the Spider-Man mythology transcends not only generations but directors as well. I am signing on not to ‘take over’ from Sam. That would be impossible. Not to mention arrogant. I’m here because there’s an opportunity for ideas, stories, and histories that will add a new dimension, canvas, and creative voice to Spider-Man.'
Aan de ene kant is het te betreuren dat we Tobey Maguire niet meer terugzien als het webhoofd. Zijn performance in de eerste drie films was zeer verdienstelijk. Ook viel er veel te genieten van Raimi's interpretatie van de Spiderman-strips. Vooral Spider-Man 2 mag genoemd worden als een van de beste superhelden-films ooit, met een solide plot en uitermate overtuigend spel van Maguire, James Franco als Harry Osborn en Alfred Molina als Doctor Octopus. Wat mij ook spijt is dat we Dylan Baker nu niet zullen terugzien. Baker speelde in de trilogie Dr. Curt Conners die in de strip verandert in het monster The Lizard. Zijn vaste aanwezigheid in de serie wees erop dat Conners uiteindelijk het serum in zou nemen dat zijn leven voorgoed zou veranderen. Die verhaallijn had ik nog graag uitgespeeld gezien, in het bijzonder omdat er geen groter contrast kan zijn tussen het vriendelijke voorkomen van Baker en de monsterlijke verschijning van The Lizard.
Voordat Spider-Man 4 werd afgeblazen werd bekend dat John Malkovich The Vulture zou gaan spelen. Dat beloofde veel goeds: niet alleen is de oude Vulture een interessante schurk, als zo'n personage wordt vertolkt door een zwaargewicht als Malkovich mag je wat vuurwerk op het witte doek verwachten. Helaas zullen we nu nooit weten hoe hij het er vanaf zou hebben gebracht.
Nieuwe ronde, nieuwe Spiderman
Aan de andere kant juich ik een reboot juist toe en niet alleen omdat het
derde deel zo duidelijk de plank missloeg. Raimi herhaalde zichzelf vaak in
de drie films. Het was irritant dat hij iedere keer Mary Jane weer liet
ontvoeren door de schurk om zo Spidey uit zijn web te lokken. Niet alleen
werd deze slimme en aantrekkelijke meid daardoor gereduceerd tot het niveau
van Lois Lane (die moet van alle geliefden uit de superheldenstrips wel het
meeste zijn ontvoerd in haar carrière). Ook is het ontvoeren van het
liefje van de held een verschrikkelijk cliché en om hier tot
driemaal toe op terug te vallen getuigt van creatieve armoede. Ook het
gedweep tussen de aantrekkingskracht tussen Peter en Mary Jane en het
daarna geforceerd kreupel laten lopen van de relatie werd ook erg
sleets.
Kortom, wat mij betreft was het wel meer mooi geweest met het Raimi-, Maguire- en Dunst-team. Laat Sam Raimi maar weer lekker horrorfilms draaien, want daarin weet hij goed zijn weg te vinden.
Er zijn nog een paar andere redenen te bedenken om enthousiast te worden van het idee van een reboot. Hoewel Webb vooral videoclips op zijn naam heeft staan, wist hij zoals gezegd met (500) Days of Summer de filmliefhebber op positieve wijze te verrassen. Hoewel één goede film nog geen garantie is dat Webb klaar is voor een dergelijk groot project.
Ervan uitgaande dat hij weet wat hij doet, zal Webb het personage Peter Parker ongetwijfeld door een frisse blik aanschouwen. En er is genoeg materiaal om uit te kiezen. In 2000 begon Marvel met de serie Ultimate Spiderman, een serie gericht op een jong publiek dat een hedendaagse versie van Spiderman kreeg voorgeschoteld. Schrijver Brian Michael Bendis maakte van Parker weer een frisse tiener en herschreef diens geschiedenis naar eigen inzicht. Ongetwijfeld liet scenarist Jamie Vanderbilt, waar Webb mee aan de slag gaat, zich inspireren door de verhalen van Bendis en zal het nieuwe script een combinatie zijn van Ultimate Spiderman en de officiële geschiedenis van het webhoofd.
Het is alleen te hopen dat men niet te lang op de oorsprong van Spiderman blijft hangen. Dat verhaal kennen we nu wel. Wat mij betreft kan in een korte flashback worden vertelt hoe Parker zijn spinnenkrachten krijgt. Ook laat Bendis naar mijn smaak Parker te vaak ontmaskeren in Ultimate Spiderman. Ook iets wat Webb beter achterwegen kan laten, daar de vele ontmaskeringen het wel heel moeilijk maakt te geloven dat Spiderman gewoon met zijn werk kan doorgaan.
Een laatste voorlopige kanttekening
Is de wereld klaar voor een reboot van Spiderman? Met het grote aantal
superheldenfilms dat ons nog staat te wachten is een verzadiging van de
markt geen onrealistisch scenario. Misschien is het dan ook te vroeg voor
een nieuwe versie van Spiderman in 2012. Persoonlijk kan ik er geen genoeg
van krijgen en zie ik tien keer liever een film van dit genre dan de
gemiddelde meuk die tegenwoordig in Hollywood wordt geproduceerd (met een
beetje pech nog gepresenteerd in 3D ook.)
We gaan zien hoe het Webb zich de komende jaren ontvouwt.


The Box van Richard Kelly bevat een vergezocht plot maar een prachtig tijdsbeeld.
Een mysterieuze houten doos met daarin enkel een rode knop wordt bezorgd door de raadselachtige Arlington Steward in het huis van het gezin Lewis (Cameron Diaz & James Marsden). De deal die hij aan hen voorlegt liegt er niet om: als ze op de rode knop drukken krijgen ze 1 miljoen dollar, maar dan zal er ook iemand die ze niet kennen sterven. Het is een simpel maar fascinerend gegeven. Wat zal het stel doen en wat voor consequenties heeft de keuze die ze maken? Wie overtuigt de ander om de knop in te drukken? En vooral: kunnen ze leven met de uiteindelijke beslissing?
Als dramatisch gegeven is dit goud in de juiste handen. Maar regisseur Richard Kelly levert op zijn best slechts chroom af met The Box. In plaats van dat hij dit gegeven maximaal uitbuit en een psychologisch verhaal vertelt, gooit Kelly het over een andere boeg. Hij giet het verhaal in het stramien van een kat-en-muispel en concentreert zich op het onthullen van wie Mr. Steward is, voor wie hij werkt en wat het doel van het experiment is. In tegenstelling tot in Donnie Darko, het spetterende debuut uit 2001 waarmee Kelly naam maakte, kiest hij ervoor het mysterie te onthullen. Vanaf dat moment vervliegt de geloofwaardigheid van het filmverhaal als lucht uit een lekke ballon. Het resultaat is een slappe, ongeloofwaardige scifi thriller.
Kelly baseerde zijn script op het korte verhaal 'Button, button' van Richard Matheson. Dit verhaal vormde eerder de basis van een aflevering van de tv-serie The Twilight Zone. Kelly liet in een interview weten dat hij met dit relaas de gemakzuchtige maatschappij van nu wil becommentariëren:
'What fascinates me is the complexity of the instant-gratification, push-button society we live in today, with our handheld devices, TV remotes, computers, and all the ways in which we effortlessly solve our problems or meet our needs, large and small. We toss off messages without much thought to the consequences or ramifications. It was a little different 30 years ago, when the story is set, and that’s one of the reasons why I wanted to keep it in the 1970s, when the story was first published. Pushing a button was a more deliberate act back then. For Norma and Arthur, it could be the most deliberate act of their lives.'
That 70s show
Een andere reden om de film in 1976 te situeren is om de plot te verbinden
met het Viking project, waarmee de NASA voor het eerst
apparatuur op Mars liet landen om metingen te verrichten.
Net als in de film Donnie Darko die speelde in midden jaren tachtig, is Kelly erin geslaagd om een overtuigend tijdsbeeld te creëren. The Box werd deels op locatie op de Langley NASA-basis in Richmond, Virginia opgenomen. Die omgeving ziet er grotendeels nog hetzelfde uit. Kelly huurde meerdere adviseurs in, waaronder een oud-lid van het Viking-team om een zo'n kloppend mogelijk beeld te schetsen. De art-direction doet dan ook authentiek aan, inclusief het afzichtelijke behang vol drukke patronen dat men in die tijd aan de muur durfde te plakken. De filmbeelden werden digitaal bewerkt om de look te krijgen van hoe films in de jaren zeventig werden gedraaid. Er werd toen met bepaalde filters en diffuus licht gedraaid, wat een beeld oplevert vol zachte tinten. Visueel is The Box daardoor een feest van herkenning voor een ieder die is opgegroeid met Amerikaanse televisieseries uit die tijd.
Een andere reden om de film te gaan zien is het verfijnde acteerwerk van Frank Langella die een levensechte Arlington Steward neerzet. Een groot contrast met Cameron Diaz die denkt serieus te acteren door vooral een zorgelijk gezicht te trekken.
De belofte van de jonge geniale regisseur die Kelly leek te zijn door Donnie Darko heeft de regisseur wat mij betreft niet ingelost. Het rommelige Southland Tales, dat ook een pamflet moest zijn tegen de maatschappelijke koers die Amerika vaart (overconsumptie, oorlogvoering, de regering die het volk nauwlettend in de gaten houdt, het onderdrukken van vrije wil en seksuele exploratie en de koortsachtige zoektocht naar alternatieve energiebronnen) viel ook erg tegen. In narratief opzicht kent The Box al meer coherentie, maar is in vergelijking tot Kelly's eerste film allesbehalve een meesterwerk. Is Kelly dan toch een one-hit wonder?
The Box draait vanaf 4 februari in de bioscoop.


Flashbacks of a Fool is het speelfilmdebuut van videoclipregisseur Baillie Walsh. Het is een prima debuut met slechts enkele schoonheidsfoutjes.
Antiheld Joe Scot (een gedegen acterende Daniel Craig) is een aan lagerwal geraakte acteur die zichzelf heeft verloren in drugs, drank en seks. Wanneer hij krijgt te horen dat jeugdvriend Boots (Max Deacon) is overleden, drijven Scots herinneringen af naar de laatste zomer van zijn jeugd: zijn vriendschap met Boots, zijn eerste liefde Ruth en de relatie met een vriendin van zijn moeder, maar vooral denkt hij na over hoe een reeks van keuzes en een onbezonnen daad leidden tot een tragische dood en hem deden besluiten het ouderlijk huis te ontvluchten. De terugkeer naar huis dwingt Scot om zich te verzoenen met zijn verleden.
Regisseur Walsh scheef ook het scenario en bedient zich van enkele herkenbare gegevens: de uitgerangeerde acteur die zich overgeeft aan een hedonistische levensstijl is immers een cliché. Ook zijn sommige wendingen voorspelbaar, de tragische gebeurtenis die Scot ertoe aanzet om te vluchten zie je van tevoren aankomen. Maar dergelijke schoonheidsfoutjes (als je ze al zo mag noemen) zij de regisseur vergeven door het gedegen spel van de cast en de stijlvolle vertelwijze. Walsh neemt de tijd om de gebeurtenissen langzaam te doen ontvouwen en trakteert de toeschouwer - dankzij het vakwerk van cameraman John Mathieson - op prachtige beelden en een fijnzinnige cinematografie. Het romantische kustlandschap van Zuid-Afrika, dat dubbelt voor de Engelse kust begin jaren zeventig, is sfeervol in beeld gebracht. De zee speelt dan ook een terugkerende rol in het verhaal: ze neemt en geeft.
IJdeltuit
Het is de visualisatie van Flashbacks of a Fool die mij in het
bijzonder aantrok aan dit debuut: Wanneer Scot via een telefoontje van zijn
moeder verneemt dat zijn oude vriend Boots is overleden weet hij zijn
emoties in toom te houden. De filmmakers zetten Scot echter in zijn huis
neer, voor een levensgrote foto waarop de acteur met tranende ogen in de
lens kijkt. Niet alleen zijn innerlijke gevoelens worden met dit theatrale
beeld gecommuniceerd, ook zijn ijdelheid wordt nog eens onderstreept.
Het vermoeden rijst al snel dat er meer moet schuilen achter deze schijnbaar ijdele acteur die zich verliest in een hedonistische levensstijl en die aan oppervlakkig menselijk contact de voorkeur geeft. Het antwoord op de vraag hoe hij zo geworden is wordt langzaam onthuld in de terugblik naar zijn jeugd. Maar of Scot werkelijk anders zal zijn na zijn terugkeer, laat Walsh fijn in het midden.
Muziek voor de ziel
Muziek van David Bowie (Ziggy Stardust-periode voor de kenners) en in het
bijzonder het nummer 'If there is something' van Roxy Music spelen een
belangrijke rol in Flashbacks of a Fool. Natuurlijk zijn herkenbare
songs een dankbaar middel om een tijdsbeeld neer te zetten, Walsh geeft ze
echter ook een niet geringe rol in de betekenis van de plot. Niet
verwonderlijk wellicht voor een regisseur die zijn eerste stappen zette bij
het maken van muziekvideo's voor bands als INXS, Oasis en Massive Attack.
Hartverscheurend is de slotsequentie waarin een citaat van de liedtekst van
bovengenoemd nummer een stortvloed aan emoties losmaakt bij Ruth, gespeeld
door Claire Forlani. Het geluid van de scène is weggedraaid, alleen
het liedje is te horen, wat het indrukwekkende optreden van de acteurs
extra benadrukt.
Flashbacks of a Fool is reeds uit op dvd.
Flashbacks of a Fool, Groot-Brittanie/2008.
Regie: Baillie Walsh. Met: Daniel Craig, Emilia Fox, Claire Forlani, Harry
Eden, Helen McCrory, Jodhi May, Olivia Williams.
(DFW)



Het is niet Mikael Blomkvist, onderzoeksjournalist bij het blad Millennium, die de hoofdrol vertolkt in Millennium 1: Mannen die vrouwen haten. Hoewel hij het voortouw neemt in het onderzoek, is het zijn tegendraadse partner, hacker Lisbeth Salander die de spotlight steelt. Salander is een van de sterkste vrouwenrollen sinds jaren.
Het eerste deel van de Millennium-trilogie is reeds op dvd verschenen in een drie uur durende versie. De film is dan ook over twee schijfjes uitgesmeerd, als ware het een miniserie. Het zal de fans van de boeken alleen maar meer bekoren, want die zien immers de verfilming van hun geliefde boek het liefst zo trouw mogelijk. Maar ook ik, hoewel geen letter gelezen van Stieg Larssons-reeks, heb gefascineerd gekeken naar de wrange en cynische wereld die hij schetst in Mannen die vrouwen haten.
Grimmige visie
Mikael Blomkvist (Michael
Nyovist), journalist en eigenaar van het blad Millennium, wordt
benaderd door oud-zakenman Henrik Vanger. Veertig jaar geleden is de
zestienjarige Harriët Vanger op mysterieuze wijze verdwenen en
vermoedelijk vermoord. Vanger hoopt dat Blomkvist in staat is om het
mysterie rondom Harriëts verdwijning op te lossen. Blomkvist schakelt
de hulp in van hacker Lisbeth en samen komen ze op een bloedig spoor van
vrouwenmoorden. Het gaat er ruig aan toe in Millennium 1: het
expliciete geweld zal ook niet ieders kopje thee zijn. Toch is het
prijzenswaardig dat regisseur Niels Arden Oplev er niet voor terugdeinst
dit te tonen. Het is de eerlijke, grimmige blik op de wereld waarin deels
de aantrekkingskracht van Larssons schrijfwerk schuilt.
Regisseur Oplev neemt de tijd: de eerste anderhalf uur van de film bouwt hij nauwgezet het verhaal op. Pas wanneer Blomkvist en Salander elkaar voor het eerst ontmoeten komt de film in een hogere versnelling en breekt de actie los. Toch verveelt Millennium 1: Mannen die vrouwen haten geen seconde: Michael Nyovist, ook wel de Scandinavische George Clooney genoemd, weet in één blik een hele gedachtewereld te communiceren. Maar de spotlight is voor Noomi Rapace, de autodidacte theateractrice die Salander gestalte geeft. Salander is een getraumatiseerde vrouw die ondanks de mishandelingen die ze heeft ondergaan weigert een slachtoffer te zijn. Zij geeft de regie van haar leven niet snel uit handen en 'bijt' een ieder die haar probeert vast te ketenen.
Communicatietechnologie
In het onderzoek van Blomkvist en Salander speelt diverse
communicatietechnologie een belangrijke rol. Voor hacker Salander zijn
computers uiteraard het belangrijkste gereedschap. Ze stelt in opdracht van
haar baas een heel dossier over Blomkvist samen op basis van de gegevens
die ze steelt van zijn pc. Wanneer ze zich wil bevrijden van de
handtastelijke voogd bij wie ze onder curatele staat, zet ze
videotechnologie in. Technologie is als het ware haar wapen, maar blijkt
ook een handig gereedschap voor Blomkvist. Hij vindt zijn eerste grote
aanwijzing door een reeks oude foto's van Harriët digitaal achter
elkaar te plaatsen om op die manier het verleden tot leven te wekken. Maar
ook ouderwetse communicatietechnieken bieden een bron van aanwijzingen:
Harriëts dagboek, haar Bijbel, het krantenarchief en de administratie
van het Vanger-concern bieden onmisbare gegevens. Uiteindelijk draait goed
detectivewerk niet alleen om het verzamelen van gegevens, maar om welk
verhaal daarmee geconstrueerd wordt. De gegevens over de verdwijning van
Harriët waren, voor de slimme speurneus, immers al veertig jaar
beschikbaar. Het is het analytisch vermogen van Blomkvist en het talent van
Salander om codes te kraken waarmee het mysterie wordt opgelost. Hierin
vullen held en heldin elkaar goed aan. En waar Blomkvist tekortschiet als
actieheld, compenseert Salander dit ruimschoots met haar vechtlust.
Een minpuntje aan deze eerste van drie films is het einde waarin alle eindjes nog even snel aan elkaar worden geknoopt op een Hollywoodachtige wijze waardoor de cynische blik op de wereld die centraal stond enigszins teniet wordt gedaan door de goede afloop.
De erfenis van Larsson
De dvd bevat interessante
extra's zoals een documentaire over de Zweed Stieg Larsson. Bijna
even opmerkelijk als de Millennium-reeks zelf is het verhaal van de
schrijver van de trilogie. Larsson was een journalist die schreef over
extreemrechts en het antifascistische tijdschrift Expo oprichtte.
Larsson overleed voordat het eerste boek naar de drukker ging en liet een succesvolle erfenis achter. De boeken zijn in 25 talen op de markt gebracht en de eerste film oogstte veel succes, deel 2 en 3 draaien vanaf januari en maart in de Nederlandse bioscopen. De vele miljoenen die Larsson daarmee heeft achtergelaten zijn voor zijn vader en broer. De vrouw met wie hij 32 het leven deelde en met wie hij niet wilde trouwen uit angst voor bedreigingen van de neonazi's ziet er vooralsnog geen cent van terug. Dat heeft alles te maken met de Zweedse wet en het feit dat Larsson geen testament heeft opgesteld. Vol verbijstering keek ik naar pa en broer die in de documentaire vertellen niet te weten wat ze met al het geld moeten doen en deze erfenis eigenlijk maar als last zien. Kennelijk kunnen ze zelf niet bedenken dat ze er een deel van aan de weduwe van Larsson kunnen schenken. (Over Mannen die vrouwen haten gesproken. Al is die conclusie waarschijnlijk een brugje te ver.)
De dood van een auteur die zelf niet kon genieten van het succes van zijn werk en wiens erfenis leed veroorzaakt: het is een droevige noot in een verder succesvol verhaal.
Millennium 1: Mannen die vrouwen haten, Zweden/2009.
Regie: Niels
Arden Oplev. Met: Michael Nyqvist, Noomi Rapace, Lena Endre, Peter Haber.
(Lumière)


