Marinus de Ruiter
Marona info
*****
vanaf 15 oktober 2020 in de bioscoop
Marona_poster
In de unieke animatiefilm Marona van de Roemeense regisseur Anca Damian volgen we het hondje uit de titel, wiens omzwervingen de kijker niet onberoerd zullen laten. En als sommige elementen u hier en daar enigszins bekend zullen voorkomen, dan kan dat kloppen, want een bekende Vlaamse stripauteur had een flinke vinger in de stilistische pap.

Je kan niet anders dan je laten meeslepen door Marona, een animatiefilm verteld vanuit het perspectief van een zwervende puppy. Allereerst is er die wervelende stijl van Damian, alsof ze bonte collages tot leven wekt. Vlakke waterverftekeningen krijgen diepte en gaan bewegen, overlappen met verfijnd penseelwerk en naïeve tekeningen in kleurstiften en potloden. Bij aanvang moest ik aan de Vlaamse stripreus Brecht Evens denken en verhip, zijn naam duikt op in de aftiteling als ‘graphic concept consultant & character designer.’ De veranderlijke stijl van Marona staat bij elke scène in dienst van de handeling; zo belandt het hondje Marona op een bouwplaats die vormgegeven is als een Mondriaan en in beweging komt als een oud computerspel. En de concrete mensenwereld verstrengelt met het abstract verbeelde, transparante geuruniversum van Marona. Die huppelt zodra ze onheil ruikt van baasje naar baasje: eerst een acrobaat, dan een bouwvakker en vervolgens een schoolmeisje dat op het punt staat om te puberen.

Het is niet alleen de stijl die je meesleept, maar ook de emotionele reis die het hondje doormaakt. Aan het begin is al duidelijk dat Marona op het asfalt zal sterven en toch komt dit noodlot hard aan, net als de heftige zaken die voorbijkomen. Ziekte, verwaarlozing, misbruik, relatieproblemen, verlatingsangst: volwassen thema’s in een film die voor de jeugd is gemaakt, afgaande op de wat lieflijk aangezette Vlaamse stemmen in de nasynchronisatie. Of Marona zal aanslaan bij de doelgroep wil ik niet garanderen, maar voor liefhebbers van avontuurlijke animatiefilms is het een must.

(Deze recensie verscheen eerder in Zone 5300 nummer 123, voorjaar 2020)

Marona-still
Marinus de Ruiter
The Florida Project info
*****
Vanaf 8 februari 2018 in de bioscoop
IFFR 2018
Kinderen in speelfilms, ik heb er vaak moeite mee. Vooral in Hollywood riekt het naar kinderarbeid en, als we voormalig kindsterretje Corey Feldman mogen geloven, de akeligste #metoo-affaires. The Florida Project had ik om die reden over kunnen slaan, maar omdat er naast minderjarigen ook een rol in is weggelegd voor meesteracteur Willem Dafoe werd ik toch nieuwsgierig. Dit rauw-realistische drama was een van de publiekstrekkers op het afgelopen International Film Festival Rotterdam, wat mij betreft geheel terecht.

Het decor van The Florida Project wordt gevormd door de in Jamin-achtige kleuren geschilderde hotels, fastfoodrestaurants en ijscostalletjes in de omgeving van Disney World Florida. Dafoe speelt Bobby, manager van een motel dat er niet in slaagt een graantje mee te pikken van het toerisme naar het peperdure megapretpark. Het in felle tinten paars geschilderde Magic Castle is daardoor genoodzaakt kamers langdurig te verhuren aan pechvogels als de alleenstaande jonge moeder Halley, die erop los hosselt om haar dochtertje Moonee te onderhouden.

Het zijn vooral Moonee en haar carrousel van tijdelijke speelkameraadjes die onze blik sturen, waardoor de film een dromerige uitstraling krijgt die niet kan verhullen hoe hun moeders en vaders in het met steeds meer gebreken kampende motel de grip op het leven verliezen. Zo ook Halley, die met haar grote waffel de hele wereld lijkt aan te kunnen, net als haar dochter trouwens, maar zelf ook nog te veel kind is om zich tegen het noodlot te beschermen. Bobby ziet alles met lede ogen aan en het is knap hoe Dafoe de indruk wekt dat de man het allemaal al veel vaker heeft zien gebeuren.

Dat ik na afloop niet geheel ontmoedigd de zaal verliet was dankzij de regie en het scenario van filmtalent-van-het-moment Sean Baker, wiens personages krachtig en zelfbewust overkomen, ondanks hun machteloosheid. Ook cameraregisseur Alexis Zabe, eerder verantwoordelijk voor videoclips van Die Antwoord en Rihanna, heeft oog voor de schoonheid tussen alle ellende. En dan is er nog de impliciete sneer naar Disney, de grootgrutter in kindervertier die zich voordoet als weldoener, maar die eerder aanstichter lijkt van de schrijnende situaties die The Florida Project blootlegt.

The Florida Project
Marinus de Ruiter
Sarusuberi: Miss Hokusai info
*****
Te zien op HAFF t/m 20 maart 2016
HAFF
De Japanse animatiefilm Miss Hokusai omvat een periode uit het leven van kunstenaar Hokusai, in een mengvorm van moderne anime en tekeningen in de stijl van de meester zelf. Deze bewerking van de strip Sarusuberi van Hinako Sugiura speelt zich of in het 19e eeuwse Edo, het huidige Tokyo, wanneer Hokusai al de middelbare leeftijd bereikt heeft en met weinig anders bezig is dan tekenen. Vaak wisselt hij van woning om schuldeisers te ontwijken én om nooit te hoeven schoonmaken.

Het verbeelden van draken, heksen en mystieke visioenen neemt Hokusai zo in beslag dat hij weinig oog heeft voor aardse zaken, hooguit een bezoek aan het bordeel. Zijn dochter en assistent, de Miss Hokusai uit de titel, wordt hier zo in meegesleept dat ze alleen nog lijkt te genieten wanneer er grote branden uitbreken in de stad. De leerlingen van de oude tekenaar proberen de neerwaartse spiraal te doorbreken, maar het gevoelsleven van Miss Hokusai wordt pas echt aangewakkerd door haar kleine zusje. Dit verwaarloosde nakomertje van meester Hokusai geniet ondanks haar blindheid met volle teugen van het leven; zelfs een onverwachte sneeuwbui of zeestorm kan haar pret niet bederven.

En zo zien we de twee zusjes gillend van plezier door ‘De grote golf van Kanagawa’ dobberen, nogal overdreven als je bedenkt dat deze beroemde Hokusai-prent de strijd van de mens tegen de onverbiddelijke natuur lijkt te verbeelden. Anderzijds is het juist de charme van Miss Hokusai dat het allesbehalve een historische biopic wil zijn maar vooral een ode aan de verlichtende kracht van beeldende kunst. Alleen de soundtrack slaat de plank mis; wie wil er nou foute jaren ’80-hardrock horen bij een prachtige animatie van een 19e eeuwse Japanse stad? Miss Hokusai kunt u hier vooralsnog alleen bekijken dankzij het Holland Animation Film Festival, dit weekend in Utrecht. Mocht u de voorstellingen gemist hebben dan is de import-dvd met Engelstalige ondertiteling binnenkort verkrijgbaar. En liefhebbers van Japanse prentkunst kunnen wij de verlengde expositie in het Sieboldhuis ook van harte aanbevelen (nog t/m 27 maart).

Miss Hokusai
Marinus de Ruiter
Simon Werner a disparu... info
*****
Prachtig vormgegeven anticlimax
Simon Werner

De Franse speelfilm Simon Werner a disparu… is een soort plakboek, een nostalgische ode van regisseur Fabrice Gobert (1974) aan films en muziek die hem sinds zijn pubertijd nauw aan het hart liggen. Die invloeden zijn vooral Amerikaans en zijn debuutfilm speelt zich dan ook af in een omgeving die eerder aan een Amerikaanse suburb dan aan een Franse buitenwijk doet denken.

Vanaf de openingsscène, waarin ‘het mooiste meisje van de klas’ Alice (Ana Girardot) langs keurig aangeharkte voortuintjes loopt op de maat van een new wave-hit, stapelen de verwijzingen zich op: Brat Pack-films, Donnie Darko, foto’s van Gregory Crewdson, Elephant van Gus van Sant, The Rules of Attraction van Bret Easton Ellis, enzovoorts. Gobert kreeg het zelfs voor elkaar om zijn jeugdhelden van Sonic Youth de soundtrack te laten verzorgen.

De wringende gitaren van Sonic Youth zijn de perfecte begeleiding voor Goberts whodunit rondom een schoolklas aan het begin van de jaren negentig, toen mobiele telefoons en beveiligingscamera’s nog niet alomtegenwoordig waren. Dit versterkt alleen maar het mysterieuze karakter van het verhaal dat gedurende de film vier keer opnieuw verteld wordt, telkens vanuit een andere tiener. Elke scène voegt weer een puzzelstukje toe aan de oplossing.

Middelbare scholier Alice is op weg naar een huisfeestje van een klasgenoot, dat ruw verstoord wordt wanneer een groepje vrienden een lijk ontdekt in het nabijgelegen bos. Wanneer het perspectief verschuift naar haar bewonderaar Jérémie (Jules Pélissier) wordt duidelijk dat het slachtoffer de ex is van Alice. Stap voor stap wordt de kijker meegetrokken in de geheimen van de scholieren, die worstelen met hun angsten en driften en daardoor een verstoorde blik krijgen op hun eigen werkelijkheid.

Simon Werner a disparu… is prachtig vormgegeven en het verhaal is fraai gestructureerd. Dat is een opsteker voor Gobert, maar ook een nadeel van de film; de regisseur neemt iets te veel ruimte om zijn goede smaak te etaleren. Hij idealiseert de pubertijd, terwijl hij hot topics als seksisme, machismo en homoseksualiteit op een gemakkelijke, voor de hand liggende manier afwerkt. Wat begint als een spannend drama loopt daardoor uit op een anticlimax waar niemand wijzer van wordt, alle goede bedoelingen en acteerprestaties ten spijt.

Simon Werner a disparu... draait vanaf 10 maart in de bioscoop.

Marinus de Ruiter
The Riot Club info
*****
Lone Scherfig
Er gaan de wildste verhalen rond over besloten studentengenootschappen zoals de Bullingdon Club te Oxford, Skull and Bones aan de Yale University en zelfs Minerva te Leiden. Oud-leden schuiven elkaar niet alleen de beste banen toe, maar schijnen ook op elkaar te kunnen rekenen als er schandalen in de doofpot moeten. Over zo'n schandaal gaat de Engelse speelfilm The Riot Club, waarin tien studenten uit de Oxford-elite de 'legendarische' schrans- en zuippartijen van hun voorgangers proberen te overtreffen. Daarbij wordt een eetzaal kort en klein geslagen en eindigt zelfs personeel op de intensive care. Voor het jongste clublid Miles voelt het als een ongelukkig voorval, maar langzaam wordt duidelijk dat ook hij het slachtoffer is van een venijnig steekspel om de macht binnen de club.

The Riot Club is gebaseerd op het succesvolle toneelstuk Posh van Laura Wade en hoewel ik alleen de film heb gezien denk ik toch dat ik de voorkeur zou geven aan een theatrale vertolking. Het verhaal is een karikatuur van de klassenstrijd, met uitstekende grappen en dialogen en flink aangedikt met gooi-en-smijtwerk. De scherpe kantjes van het scenario worden naar mijn idee afgezwakt door de filmbewerking, die de indruk maakt van een waargebeurd verhaal en daardoor veel te serieus overkomt. Juist door die realistische stijl komt het acteerwerk wel weer goed uit de verf en kunnen we concluderen dat The Riot Club vooral een visitekaartje is voor de Britse hoofdrolspelers, die hiermee ongetwijfeld in de smaak zullen vallen bij de Hollywood-elite.

The Riot Club draait vanaf 4 december in de Nederlandse bioscopen

riotclub
Marinus de Ruiter
Vertical Cinema info
Deorbit
Voor Vertical Cinema maakten tien filmmakers nieuw werk voor een verticaal scherm, op initiatief van kunstorganisatie Sonic Acts. Het project ging officieel in première op het International Film Festival Rotterdam en is dit weekend te zien in Amsterdam, in het Stedelijk Museum.

Waarschijnlijk kijken we films liever op een horizontaal scherm omdat onze ogen nou eenmaal naast elkaar zitten en omdat we graag samen kijken, bij voorkeur op een rij. Zo beredeneerd zijn computerspellen als Tetris juist verticaal georiënteerd, omdat ze meer op het individu zijn gericht, net als veel amateurfilmpjes die via smartphone en tablet worden verspreid. Horizontaal versus verticaal, collectief versus individu, theater versus boek, groepsportret versus selfie: dit soort tegenstellingen wordt uitgedaagd door het project Vertical Cinema, dat dit weekend plaatsvindt in het Stedelijk Museum.

Vertical Cinema toont nieuw werk van makers die zich bewezen hebben op het gebied van de experimentele film. De kijkervaring in het Stedelijk is zowel collectief als zeer individueel: de tien films worden vertoond op een verticaal bioscoopscherm, waarbij het geluid via meer dan 100 draadloze koptelefoons doorgegeven wordt aan de toeschouwers op en rondom de monumentale museumtrap. Tegenover het scherm, dat in de galerij hangt, staat de aangepaste 35mm-filmprojector.

De films zijn vooral abstract van vorm en grillig in hun verloop, waardoor iedere kijker in eerste instantie op zichzelf is aangewezen. Toch sturen de films op momenten aan op een collectieve ervaring. Colterrain van Tina Frank opent met een smalle gang van gespiegelde verticale kleurbanen, waar we doorheen lijken te vliegen. Chrome van Esther Urlus, gemaakt in de filmwerkplaats van Worm, is een opeenvolging van kleurvlekken die karakter krijgen en soms zelfs sympathiek worden, mede dankzij de soundtrack van Huib Emmer.

Hoogtepunt van Vertical Cinema is het 17 minuten durende Deorbit van de Japanse filmkunstenaar Makino Takashi en zijn Nederlandse generatiegenoten van Telcosystems. Deorbit is een overdonderende ervaring, waarin gedetailleerd uitgewerkte kosmische en planetaire vormen botsen op gelijksoortige patronen uit de natuur, van oceaangolven tot bergwanden. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof we neerstorten vanuit de atmosfeer, maar het effect is veel rijker en roept allerlei associaties uit de kunst op, van de val van Icarus tot de hellevaarten van Dante en Jeroen Bosch. Deorbit is een geslaagde fusie van kunstvormen die doorgaans als veeleisend worden ervaren, van experimentele film tot noise en geïmproviseerde muziek (de soundtrack bevat een solo van drummer Balász Pándi). Hiermee bewijzen de makers dat eigenzinnig experiment en collectief spektakel elkaar niet uitsluiten.

Vertical Cinema is zondag 23 februari nog te zien in het Stedelijk Museum om 18.00, voorafgegaan door een lezing om 16.00.
Marinus de Ruiter
Putin's Games info
12-02-2014 22:00
Terwijl op de Olympische skipiste bij Sotsji elke dag 10 cm sneeuw wegsmelt is er niemand meer die zich niet afvraagt waarom de Winterspelen plaatsvinden op het warmste plekje van Rusland. Iedereen weet nu dat er 50 miljard dollar geïnvesteerd werd om deze Spelen uit de moerasgrond aan de subtropische Zwarte Zee te stampen, terwijl de twee vorige Winterspelen gemiddeld 2 miljard hebben gekost. Was het omdat initiatiefnemer Vladimir Poetin koste wat het kost vergeten massagraven wilde wegmoffelen, zoals je zou kunnen concluderen uit deze protestactie van de Tsjerkessen? Voordat u 'samenzweringstheorie' kunt roepen komt regisseur Alexander Gentelev met een aannemelijker antwoord in zijn veelgeprezen documentaire Putin's Games, waarvan de Engelstalige versie nu te zien is op YouTube.

Gentelev toont de chaos rondom de bouw van het Olympische dorp en laat inwoners aan het woord die hun huis moesten verlaten en door wanbeleid geen nieuwe woning aangeboden kregen. In zijn poging antwoord te krijgen op de vraag 'waarom' komt hij tot de conclusie dat er vele belanghebbenden zijn die Sotsji tegen elke prijs wilden transformeren van pittoresk kuuroord naar een nieuw Miami voor de superrijken. Dat is nog niet helemaal gelukt, maar zodra de Spelen afgelopen zijn is het terrein weer vogelvrij voor de hoogste bieder, suggereert Putin's Games. Dat de onverzettelijke Poetin nog brood ziet in dit plan zal niemand verbazen, maar dat het Internationaal Olympisch Comité ondanks alle kennis vooraf met Sotsji heeft ingestemd wordt met de dag onbegrijpelijker.

Marinus de Ruiter
As the Palaces Burn info
*****
Te zien op IDFA t/m 1-12
IDFA
De metal-documentaire is een volwassen genre sinds het succes van Metal: A Headbanger’s Journey, van regisseur en cultureel antropoloog Sam Dunn. Hoewel Dunn zich kritisch opstelt in zijn films, kan hij het nooit laten om zijn favoriete muzieksoort te verheerlijken. Collega-filmmaker Don Argott zocht juist de keerzijde van de heavy metal op in zijn documentaire Last Days Here, over de wegkwijnende zanger Bobby Liebling van de band Pentagram. Ook in Argotts nieuwe film As the Palaces Burn zien we een metal-zanger op een dieptepunt belanden. Randy Blythe is blikvanger van Lamb of God, dé metalband van het moment, die aan het begin van de film nog op zegetocht is langs uitzinnige menigtes in Colombia en India. Dan wordt Randy geheel onverwacht op het vliegveld van Praag gearresteerd op verdenking van doodslag.

Terwijl de band van niks wist blijkt twee jaar eerder een Tsjechische fan gestorven te zijn bij een optreden van Lamb of God, als gevolg van een val. Amateurvideo’s bewijzen dat Randy met hulp van een zaalwacht in ieder geval één lastige toeschouwer van het podium heeft geduwd. Hoe de rechtszaak zich in de loop van de film ontwikkelt blijft tot het laatste moment spannend, zelfs voor hen die weten hoe het allemaal is afgelopen. De bandleden worstelen niet alleen met het achterhalen van de waarheid, maar ook met de wispelturigheid van de zanger, een herstellende verslaafde die bijzonder gesteld is op zijn fans en die het überhaupt niet kan verkroppen dat één van hen is overleden tijdens een concert. As the Palaces Burn, bij aanvang nog een doorsnee muziekdocumentaire, ontpopt zich als een verhaal over karakter, doorzettingsvermogen en acceptatie van het lot.

Eveneens te zien op 28 feb. en 1 mrt. 2014 in Melkweg Cinema.

palaces
*****
Te zien op IDFA t/m 30-11
IDFA
‘Ben je Joods? Dan moet je manager worden’, zei Jimi Hendrix in 1968 tegen de 21-jarige Shep Gordon, die het advies direct ter harte nam. Shep was toevallig aan het zwembad beland van het Landmark Motor Hotel in Los Angeles, waar ook Janis Joplin en Jim Morrison rondhingen. De in wietdampen gehulde ontmoeting met Hendrix bleek het startschot voor de fenomenale Hollywood-carrière van Shep Gordon, manager van rocksterren, acteurs en tv-koks, onwaarschijnlijke womanizer en huisvriend van Steve Jobs en de Dalai Lama. Een halve charmeur en een halve gluiperd, maar bovenal een Supermensch volgens acteur en komiek Mike ‘Austin Powers’ Myers, die een documentaire over zijn manager maakte.

Supermensch is het regiedebuut van Myers en dat is op sommige punten wel te merken. De vertrouwde aaneenschakelingen van oude foto’s en talking heads (o.a. Michael Douglas, Sylvester Stallone, Willie Nelson) worden afgewisseld met cartoon-achtige animaties en nagespeelde scènes uit Sheps leven. Die zien er grappig uit, maar lijken nogal haastig in elkaar gezet, waardoor ze vaak de plank misslaan. Het mooist zijn toch de verhalen van Shep zelf. De sterren prijzen zijn onvoorwaardelijke trouw, maar de man zelf lijkt toch het meest te genieten van de genante momenten. Zo was hij het die Alice Cooper de levende kip aangaf die onbedoeld in het uitgelaten publiek belandde, met bloederige afloop. Shep Gordon verstond als geen ander de kunst om een slaatje te slaan uit schandalen, en ondanks alle goede daden die hij sindsdien heeft verricht, zijn het juist de schandalige verhalen die Supermensch de moeite waard maken.

supermensch2
Marinus de Ruiter
Fort McMoney info
*****
idfa
Op IDFA vond de lancering plaats van Fort McMoney, een indrukwekkende kruising tussen game en documentaire die kijkers uitdaagt om invloed uit te oefenen op een van de meest vervuilende industriegebieden ter wereld. Het internetspel stuurt je op pad als onderzoeker in de Canadese stad Fort McMurray, die omringd is door enorme teerzanden waaruit olie gewonnen wordt. Officieel is het de beste plek om geld te verdienen in Noord-Amerika, maar critici zien het als een met mensenhanden gemaakte natuurramp vanwege het vervuilende oliewinningsproces en de grootschalige vernietiging van gigantische, eeuwenoude bosgebieden. Er wordt hard gewerkt, maar ook hard gegokt en gedronken. Bovendien is huisvesting peperduur, wat doet vermoeden dat het meeste geld uiteindelijk weer in de zakken belandt van de oliebaronnen en hun lakeien.

Het spel heeft de betrekkelijk eenvoudige vorm van een adventure game, waarvan de grafische omgeving opgebouwd is uit slim gemonteerde filmfragmenten. Met simpele muisbewegingen navigeer je door verschillende fotografische panorama’s. Door personages aan te klikken kun je hun verhalen beluisteren en kun je kiezen uit interviewfragmenten die regisseur David Dufresne samen met professionele journalisten heeft vastgelegd. Een woonwagenbewoner legt uit dat in Fort McMurray alles draait om geld, vandaar de bijnaam Fort McMoney. Een zwerver wijst je de weg naar de sociaal werker, die vertelt hoe de arbeiders worstelen met problemen rond gokken, alcohol, drugs en prostitutie. Vervolgens zit je tegenover de burgemeester, de gehaaide lobbyist of de zwaar getatoeëerde uitbater van de stripclub. De uitdaging is om kritisch te blijven en uit te vinden wie er nou echt aan de touwtjes trekt in Fort McMurray.

Het aantrekkelijke aan Fort McMoney is dat alle personages echt bestaan en dat je voor je gevoel een band met ze opbouwt, dankzij de in close-up gefilmde interviews en de subtiele omgevingsgeluiden in de soundtrack. De mogelijkheid om je daadwerkelijk via Facebook te profileren in Fort McMurray en zo zelfs door te dringen tot de lokale politiek is een ijzersterk punt.

De vraag is of je van kijkers kunt vragen hun eigen verhaal te monteren. Bij elkaar zijn er in het spel erg veel interviews verwerkt en die kunnen leuk zijn, maar soms ook eenvormig of gewoon saai. Desondanks zet Dufresne een gewaagde mengvorm van documentaire, game en social media neer. Fort McMoney is ambitieus, veelomvattend en verdient daarom alle lof. Deel 1 staat nu online en deel 2 gaat van start op de laatste dag van IDFA, zondag 1 december.

fmm700
Marinus de Ruiter
Ai Weiwei · The Fake Case info
*****
Te zien op IDFA van 23-11 t/m 1-12
IDFA


De titel van de nieuwste documentaire over de invloedrijke Chinese kunstenaar, architect en activist Ai Weiwei, The Fake Case, is een kunststukje op zich. Fake is de naam van de studio die Ai in 1999 bouwde in Beijing en waar hij lange tijd in huisarrest leefde, na 81 dagen geïsoleerde gevangenschap in 2011. Ai werd opgepakt en aangeklaagd wegens belastingfraude van Fake. Letterlijk een ‘fake case’ volgens de kunstenaar, een schijnproces, omdat hij het bedrijf op papier niet beheerde.

Waarschijnlijker is dat men hem het zwijgen wilde opleggen als waarschuwing aan iedere inwoner van China die kritiek heeft op de overheid. De documentaire volgt de nog verwarde kunstenaar vanaf het moment dat hij vrijkomt tot aan de voltooiing van een nieuwe installatie, die afgelopen zomer wereldwijde aandacht trok op de Biënnale van Venetië. Dit kunstwerk bestaat uit zes bijna manshoge kijkdozen in de vorm van metalen kisten (‘fake cases’, in feite) met levensechte tableaus die Ai's gevangenistijd uitbeelden.

Gedurende de film wordt Ai's huisarrest opgeheven, maar krijgt hij zijn paspoort niet terug, terwijl er buiten zijn woning voortdurend tientallen politieauto’s staan opgesteld. Het is het begin van een nieuw kat-en-muisspel waarbij Ai het hoofd boven water probeert te houden.

Ai koos ooit de naam Fake als verwijzing naar de oneindige stroom namaakproducten uit China, maar ook omdat het als ‘Fuck’ klinkt zodra een Chinees het probeert uit te spreken. ‘Fuck Off’ was immers de naam van zijn eerste groepsexpositie in China, waarmee hij de Westerse pers op zijn hand kreeg. Omdat de expositie in het Chinees een andere titel had, iets in de trant van ‘recalcitrante houding’, bleef het stil aan de kant van de overheid. Dat veranderde snel toen Ai wereldwijde aandacht trok na zijn medewerking aan het Olympisch stadion in Beijing, voltooid in 2008, en vooral sinds zijn kritische onderzoek van misstanden rond de aardbeving dat jaar in Sichuan. De terreur die Ai sindsdien van politie en overheid ondervindt werd tussentijds samengevat in de documentaires Ai Weiwei: Without Fear or Favour (2010) en Ai Weiwei: Never Sorry (2012). Daarbij zijn er nog een aantal documentaires van Ai zelf.

Het op IDFA getoonde A Fake Case roept een dubbel gevoel op. Regisseur Andreas Johnsen heeft een heldere, zakelijke stijl en weet dicht op de huid van Ai en zijn vrienden en familie te komen. Enerzijds is de film dus een uitstekende actuele aanvulling op de eerdere documentaires. Anderzijds is het niet meer dan dat: een aanvulling, met weinig achtergrondinformatie over de kunstenaar en zijn werk. Bovendien irriteert het dat Johnsen regelmatig sturende vragen stelt in de trant van, ‘vind je het allemaal nog wel de moeite waard?’ Tegen het eind van de film reageert de kunstenaar verbolgen met een tegenvraag, ‘wil je me soms aan het huilen krijgen?’ Concluderend is A Fake Case dus vooral interessant voor hen die al op de hoogte zijn van Ai’s situatie; anderen kunnen beter eerst de bovengenoemde documentaires bekijken. Spoiler: Ai speelt in deze film met het idee voor een kunstwerk dat goud waardeloos zal maken, een concept waar zijn overduidelijk steenrijke kunsthandelaar geen vat op krijgt. Het geeft aan dat Ai nu al verder probeert te denken dan een eventuele nieuwe Chinese revolutie, en dat er in de toekomst vast nog wel meer interessante documentaires over de man gemaakt kunnen worden.
Marinus de Ruiter
Shado’man info
*****
Te zien op IDFA van 22-11 t/m 1-12
IDFA
Shado’man legt de nachtelijke omzwervingen vast van een groep gehandicapte daklozen in Freetown, Sierra Leone, op een manier die doet denken aan de duistere olieverfschilderijen van Caravaggio of Rembrandt. Bij het schaarse licht van voorbijgaande auto’s en mobiele telefoons zien we vooral de rolstoelen, krukken en blindenstokken van zwerfjongeren; hun donkere gezichten blijven moeilijk te onderscheiden, waardoor de film nogal wat inspanning vergt van de kijker.

Eenmaal gewend aan het donker, en aangepast aan het trage voortbewegen van de hoofdpersonen, wordt ons een wereld getoond die waarschijnlijk onzichtbaar was gebleven zonder de techniek van de digitale camera’s, waarmee elk vlekje licht gevangen werd in prachtige composities. Net als eerder werk van regisseur Boris Gerrets is zijn nieuwste film deels documentaire en deels performance. Of de scènes echt zijn of gespeeld blijft vaak in het midden. Meestal moeten we ook raden naar de oorzaken achter de erbarmelijke situaties van de hoofdfiguren. Het doet niet af aan de kracht van de beelden en de tragiek van de verhalen.

Een vertederende scène met twee blinde jongens, die elkaar uitleggen hoe ze zich met stok oriënteren, wordt gevolgd door een bruut gevecht tussen een blinde en een rolstoeler. Een jong kind wordt tegen betaling ingezet als begeleider. Rolstoeler en alcoholist Shero maakt zijn vriendin zelfs zwanger puur en alleen om een kind te krijgen dat later voor hem kan zorgen. Shado’man is duidelijk geen heldenverhaal zoals de documentaire Benda Bilili, waarin een bende gehandicapte Afrikaanse jongeren internationaal succes boekt als muziekgroep. Het laatste wat Gerrets lijkt te willen is de kijker tevreden naar huis sturen en de film eindigt dan ook even uitzichtloos als de situatie in Freetown, de stad waar hij zelf als adolescent een tijd woonde. Wat de film draaglijk maakt is de wonderlijke chemie tussen de hoofdfiguren, die eindeloze gesprekken voeren vol surrealistische poëzie en pesterige humor.



Shado’man draait vanaf 11 februari in de Nederlandse bioscopen
Marinus de Ruiter
Muscle Shoals info
*****
Te zien op IDFA van 22-11 t/m 1-12
IDFA
Een kabbelende Tennessee River, grazige weiden en een indrukwekkende rij gebleekte tanden, waaronder die van Bono en Keith Richards: de eerste beelden van de muziekdocumentaire Muscle Shoals hebben een feel-goodgehalte dat bijna ongemakkelijk voelt op het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA). Terwijl in de overige zalen filmmakers onrecht blootleggen en ons aansporen om zo snel mogelijk iets van de wereld te veranderen, laat Muscle Shoals zien hoe in het gelijknamige plaatsje in Alabama de tijd sinds de jaren ’70 stil lijkt te staan. Hier werden onsterfelijke soulhits van Aretha Franklin, Percy Sledge en Wilson Pickett opgenomen, waarna de twee lokale studio’s toevluchtsoorden werden voor rock-, pop en countrysterren van het hoogste kaliber.

Met typisch Amerikaanse pathos en begeleid door gestileerde natuurbeelden en sfeerschetsen vragen hoofdrolspelers in het succesverhaal zich af hoe het mogelijk is dat er zoveel kaskrakers ontstonden in dit gehucht. Ligt het aan de aardstralen, de magische rivierstroming of aan de geesten die er rondwaren? Zwak punt aan de documentaire is de hoeveelheid aandacht voor deze overbodige stellingen, want het is al snel duidelijk dat het antwoord enerzijds gelegen is in de gedrevenheid van producer Rick Hall, een verbeten doorzetter met de nodige trauma’s, die concurreert met zijn voormalige protegés The Swampers, studiomusici die het talent aan de kont hebben hangen. Anderzijds ontstond de magie doordat Afro-Amerikaanse zangers en blanke musici in harmonie met elkaar samenwerkten in de studio en daarmee vernieuwende muziek voortbrachten, terwijl buiten de strijd om rassenscheiding in volle gang was. Aan die strijd, die in Alabama een kookpunt bereikte, had meer aandacht besteed mogen worden in Muscle Shoals, al met al een vermakelijke docu waar de gemiddelde muziekliefhebber zich geen buil aan kan vallen.

*****
Rock-'n-roll-Sturmführer
Lemmy DVD
Bij een documentaire over Lemmy Kilmister weet je vooraf al dat het goed zit met de soundtrack. De man met de grote snor, dito wrat en schorre keel is namelijk zanger/bassist van Motörhead, dat sinds 1975 bijna elk jaar een plaat maakt met minstens één knaller. Een garantie dus voor anderhalf uur fijn harde rock-'n-roll. En iedereen die cool is vindt Lemmy cool, dus talking heads zijn ook geen probleem.

De tijd was rijp voor Lemmy, want Motörhead is langzaam opgewaardeerd van white-trash-herrie tot classic rock. De Britse band werd ooit gebombardeerd tot 'Worst Band in the World', maar dat deerde niet, want zoals ex-gitarist Fast Eddie het zegt: 'Kids were like, "I wanna see the worst band, they must be great!"'

Motörhead kan rekenen op trouwe fans, waaronder Metallica en Mötley Crüe. Lemmy woont al jaren bij zijn beroemde vrienden in L.A., waar hij vastgekleefd lijkt aan de trashy Sunset Strip. Daar wijdt hij zich naar hartenlust aan gokken, zuipen, roken, vrouwen en speed. Toch is hij allesbehalve een asshole; de documentaire laat overtuigend zien dat Lemmy eigenlijk heel lief is, een serieuze man met een passie voor oorlogsgeschiedenis. Wanneer Lemmy zijn gigantische collectie nazimessen toont en een Duitse tank beklimt in Sturmführer-uniform geloof je hem als hij zegt: 'Ik ben zo ver verwijderd van een neonazi als je maar kan bedenken. Als de Israëli's de mooiste uniforms hadden, dan had ik díe verzameld.'

Lemmy ontstijgt de gemiddelde rockumentary vanwege Lemmy. Verder doet de film wat hij moet doen: vakkundig aandacht schenken aan ondergewaardeerde muziek.

Lemmy verschijnt deze week op dubbel-dvd met Nederlandse ondertiteling en 200 minuten extra materiaal.
Lemmy
28 maart t/m 1 april 2012
Het vijftiende Holland Animation Film Festival pakt uit op een nieuwe hoofdlocatie, het Louis Hartlooper Complex in Utrecht, met veel hedendaagse Chinese animatiefilms, bijzondere games én de betere lange 3D-animatiefilms van dit moment.



Onder de noemer Independent China presenteert het HAFF Chinese animatiefilmers van een nieuwe generatie die zich in de laatste jaren bijzonder sterk ontwikkeld heeft. Er zijn korte films en features en er is zowel verhalend als meer beeldend werk. Wat de jonge filmmakers verbindt is hun kritiek op de ingrijpende ontwikkelingen in het China van de afgelopen eeuw door communisme en kapitalisme, en de teloorgang van het culturele erfgoed. Er is onder meer de Nederlandse première van een prachtige korte film die Sun Xun maakte op basis van houtsneden. Sun Xun was op het vorige HAFF nog artist in residence en zijn werk is volgens festivaldirecteur Gerben Schermer momenteel erg geliefd op grote internationale kunstbeurzen. Een portret:



Het festival is opgeschoven van de herfst naar het voorjaar; vandaar dat er vorig jaar even geen HAFF was. Dat wordt dit jaar goedgemaakt met nieuwe onderdelen zoals HAFFgames, gewijd aan de kruisbestuiving tussen animatiefilms en games. Hoogtepunt is de presentatie van de Westerse versie van Ni No Kuni, de game van Studio Ghibli. Deze Japanse animatiestudio is bekend van films als Spirited Away en Princess Mononoke. Hier de trailer:



De talloze korte films op HAFF zijn verdeeld over verschillende competities met als belangrijkste de competities voor Nederlandse animatiefilms, Europese studentenfilms en internationale shorts. In die laatste competitie draait Brandt Rhapsodie, waarin striptekenaar François Avril zijn trefzekere lijnenspel omzet in een bitterzoete rap-videoclip (hier een voorproefje).

Brandt Rhapsodie

Onder de negen lange animatiefilms die dit jaar in competitie gaan op het HAFF bevindt zich Tatsumi, het portret van de Japanse striptekenaar Yoshihiro Tatsumi dat al zeer positief beoordeeld werd door Zone 5300. Meer strip: competitiefilm Arrugas (Wrinkles) is een adaptatie van Paco Roca’s gelijknamige stripverhaal over alzheimer:



Buiten de competitie selecteerde het HAFF een aantal van de beste animatiefilms van dit moment, waaronder Oscarwinnaar Rango. Daarbij zijn er Nederlandse voorpremières van 3D-films als A Monster in Paris, met stemmen van Vanessa Paradis en Sean Lennon, en het Deense cultspektakel Ronal the Barbarian:



Verder mag de jaarlijkse aan HAFF gekoppelde Kunstripbeurs niet ongenoemd blijven. Hier vindt de presentatie plaats van de langverwachte en niet geheel onomstreden bundel Filmfanfare, met 51 verstrippingen van Nederlandse speelfilms (waaronder Spetters door Erik Kriek). Gaat dat meemaken!

Het Holland Animation Film Festival opent woensdag 28 maart om 20:00 in het Louis Hartlooper Complex, Tolsteegbrug 1 te Utrecht. De Kunststripbeurs vindt plaats op 31 maart in de Janskerk op het Janskerkhof te Utrecht, met de presentatie van Filmfanfare tussen 14:00 en 15:00.
Marinus de Ruiter
Howl info
*****
26-05-2011 18:00
Howl Poster
Howl
Door televisie wordt de aandachtsspanne van mensen steeds korter, constateerde de Amerikaanse dichter Allen Ginsberg (1926-1997) begin jaren '90, wat voor hem de aanleiding was om zijn alom erkende meesterwerk Howl in stripvorm uit te brengen. De strip, getekend door de New Yorkse illustrator Eric Drooker, komt terug als animatie in de speelfilm Howl, over de bewogen geschiedenis van het gedicht.

Achteraf gezien is Howl van grote invloed geweest op de jongeren die Ginsberg in dit gedicht uit 1955 omschrijft, jongeren van een naoorlogse generatie vol potentie die hij ten onder ziet gaan aan waanzin en die zich laven aan drank, drugs en seks, maar nergens van kunnen genieten. In het gedicht wijst Ginsberg naar de oorzaak van al die gekte: Moloch, symbool voor het allesoverheersende militair-industriële complex waar president Eisenhower zes jaar later tevergeefs voor zou waarschuwen in zijn afscheidstoespraak.

Ginsberg was tegelijk profeet en entertainer. Howl is een lang gedicht, maar zoals hij het door de jaren heen voordroeg, geïnspireerd door de solo's van jazzmusici, wist hij iedereen moeiteloos 20 tot 30 minuten in zijn greep te houden. Daarbij hielp het dat hij gevoel voor humor had, dat hij de taal van de straat sprak en dat hij woorden als 'fuck', 'cunt' en 'cock' niet schuwde.



Om de vermeend obscene taal in Howl kreeg Ginsbergs uitgever Lawrence Ferlinghetti in 1957 een proces aan zijn broek, het proces dat centraal staat in de film. We zien aanklagers en verdedigers hartstochtelijk pleidooi voeren, afgewisseld met beelden van Ginsberg, die in zijn appartement geïnterviewd wordt. Ginsberg wordt geacteerd door James Franco, die weer een compleet ander gezicht laat zien dan in 127 Hours. De rechtszaak en het interview lopen parallel met passages uit Howl die verspreid zijn over de film en samen het volledige gedicht vormen.

In hun prachtig geconstrueerde monument voor Howl leggen filmmakers Rob Epstein en Jeffrey Friedman niet zozeer de nadruk op het revolutionaire karakter van het gedicht. Net als in hun documentaires Celluloid Closet en Times of Harvey Milk maken ze zich vooral druk over het wegwissen van homoseksualiteit uit de geschiedenis en het vertekende beeld dat dit geeft voor toekomstige generaties. Daarmee brengen ze een ode aan Ginsberg, die zelf homoseksueel was; hij uit het openlijk in Howl en tegelijk beschrijft hij welke ellende er voort kan komen uit het onderdrukken van iemands seksuele voorkeur.

Mede door het taboedoorbrekende karakter is Howl zo belangrijk en daarom zou iedereen op de hoogte moeten zijn van de geschiedenis achter het gedicht. Epstein en Friedman leggen het allemaal glashelder uit, met als nadeel dat hun film soms iets te voorgekauwd overkomt. Dit geldt ook voor de animaties van Drooker, die te weinig in contrapunt gaan met het gedicht. De film wordt gered door Franco, die zich bewijst als een van de betere acteurs van zijn generatie.
Marinus de Ruiter
Nowhere Boy info
*****
Het leven van Lennon in Liverpool
Nowhere Boy
Nowhere Boy
Nowhere Boy is veel meer dan alleen een speelfilm over de jonge jaren van John Lennon. Natuurlijk, de Engelse film is verplichte kost voor Beatles-fans, maar is daarnaast ook voer voor psychologen, kunstliefhebbers en de roddelpers. Nowhere Boy opent het International Film Festival Breda, dat vanavond van start gaat. Vanaf 1 april is de film ook elders in het land te zien.

Wat meteen opvalt aan Nowhere Boy is de natuurgetrouwe weergave van Woolton, Liverpool, de omgeving waar John Lennon opgroeide. De film begint in 1955, wanneer tiener Lennon nog bij zijn oom en tante woont, en eindigt in 1958, wanneer hij op het punt staat naar de kunstacademie te vertrekken en voor het eerst de studio betreedt met zijn band The Quarry Men, die later zou transformeren in The Beatles.

De film geeft niet alleen een beeld van de muzikale geboorte van de zanger en gitarist, maar belicht ook de intense emotionele ontwikkeling die Lennon in die tijd doormaakte. Hoofdrolspeler Aaron Johnson blijft daarbij overtuigen, als de rebelse, bijdehante tiener die Lennon was, maar ook in de scènes waarin de klappen vallen. John krijgt in zijn naaste omgeving een aantal sterfgevallen te verwerken die diepe littekens achterlaten. Deze tragische momenten zijn goed in balans met luchtige scènes en komische dialogen, dankzij het scenario van Matt Greenhalgh (Control).

Centraal staat de complexe verhouding tussen John, zijn peettante Mimi en zijn echte moeder Julia, die hij pas op 15-jarige leeftijd leert kennen. Via Julia leert hij gitaar- en pianospelen en komt hij in aanraking met rock-'n-roll, maar ontdekt hij ook de schaduwzijde van haar door schande en geestesziekte getekende leven.

Nowhere Boy zit vol prachtige details, bijvoorbeeld wanneer John in de schoolbanken als een waanzinnige werkt aan zijn stripachtige tijdschrift The Daily Howl, of wanneer The Quarry Men voor het eerst op het podium staan en een fotograaf de groep vastlegt; deze scène is gemaakt aan de hand van foto’s van het oorspronkelijke optreden.

De officiële goedkeuring van Yoko Ono is al reden genoeg voor fans van The Beatles om Nowhere Boy te gaan bekijken. De film geeft kleur aan de muziek en maakt voelbaar waarom nummers van The Beatles tegelijk vrolijk en diep melancholisch kunnen klinken. Een bezwaar voor fijngevoelige fans zou kunnen zijn dat Paul McCartney, gespeeld door Thomas Brodie Sangster, een stuk jonger en kinderachtiger oogt dan de stoere Lennon.

De film is een triomf voor regisseur Sam Taylor-Wood, die met Nowhere Boy haar speelfilmdebuut maakt. Taylor-Wood is een bekende uit de internationale kunstwereld. De Britse maakte naam met haar strak vormgegeven fotografie en videokunst, waarin zij een fascinatie toont voor gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal van mensen in extreme psychische toestanden.

Taylor-Wood is de zoveelste in de rij videokunstenaars die zich met succes aan een speelfilm waagden; Nowhere Boy misstaat niet naast Me and You and Everyone We Know (Miranda July) en Hunger (Steve McQueen). Dat juist Taylor-Wood de stap naar speelfilm maakt is niet verbazingwekkend; ze werkte voor haar kunst al veel samen met professionele cinematografen en acteurs.

Wat het acteren betreft is Nowhere Boy een magische film. Kristin Scott Thomas, als de puriteinse Mimi, en Anne-Marie Duff, als de net iets te intieme Julia, zijn tegenpolen waartussen Johnson als Lennon zich moet bewegen. Het wordt bijna eng wanneer je de berichten uit de Britse (roddel-)pers leest rond de relatie tussen Taylor-Wood en de jonge Johnson, die in leeftijd 23 jaar verschillen en die binnenkort een kind krijgen. De twee werden verliefd tijdens de opnames en het is voor te stellen dat er over deze relatie een tweede film te maken is van een vergelijkbare intensiteit. Wat zich daar op die filmset ook afgespeeld moge hebben, Nowhere Boy mag er in ieder geval zijn.

Nowhere Boy draait vanaf 24 maart op het International Film Festival Breda en vanaf 1 april elders in het land.
Nowhere Boy