Sandra de Haan
Alt-J - An Awesome Wave info
*****
(-)
Deze band is alleen om de naam al een vreemde eend in de bijt. In de wiskunde is de letter delta het teken voor verandering, op het scherm te krijgen met de combinatie Alt-J op een Apple toetsenbord. Na enig zoekwerk blijken hier geen wiskundige types achter schuil te gaan, maar vier literatuur- en kunststudenten uit Leeds. Zo'n perfecte debuutplaat kom je niet alle dagen tegen. Hij doet vanaf het piano intro meteen de oren spitsen: hier gebeurt iets! Op An Awesome Wave smeden ze een eigenzinnige mix van electronica, rock en triphop met een vleugje folk. Een indrukwekkende plaat met opzwepende rock vol inventief drumwerk (beluister de knettergoeie single Breezeblocks) , maar ook subtiele akoestische mijmeringen en a capella interludes.

De flexibele stem van Joe Newman heeft een enorme zeggingskracht. Ook de stukjes samenzang zijn erg fijn. Vooral wanneer zijn stem de hoogte in gaat, heeft de muziek ook vanwege de slimme composities, afwijkende ritmes, gitaarspel en sfeer wel iets weg van Radiohead. Fans van Dirty Projectors zal dit zeker bevallen.

Op hun homepage altjband.com staan ze pontificaal niet met hun vier gezichten in beeld, waarmee ze de band blijkbaar met mysterie willen omkleden. Dit is echt zo'n plaat die je iedereen in de handen wilt drukken, gewoon omdat hij simpelweg awesome is. Gelukkig wordt dat de mens makkelijk gemaakt: hij is in zijn geheel te horen in de Soundcloud . An awesome wave komt 28 mei uit en zal in de top 10 van 2012 niet gaan ontbreken. De heren zijn geprezen. Amen.
*****
(Solina Records - De Konkurrent)
Dit Finse duo heeft een fascinatie voor tragische verhalen in de evolutie. De tragiek van dieren die niet meer bestaan hebben ze in sprankelende electropopliedjes verwerkt. De zangstem van Jessika Rapo is helder als kristal en lijkt af en toe sterk op de te vroeg overleden zangeres van Broadcast, Trish Keenan. Dat Extinctions zo’n hemelse plaat is geworden is vooral te danken aan Rapo’s inventieve loepzuivere zangmelodieën. Componist Henry Ojala is zeker een talentvol toetsenist en gitarist, maar zonder Rapo zou Burning Hearts nooit zulke hoge ogen hebben gegooid. Beluister Burn Burn Burn in de Soundcloud.

Het bijgevoegde tekstboekje vol plaatjes van deze tragische dieren is niet overbodig: de galmknop staat de hele plaat lang flink open en ook de overdubs maken de teksten soms lastig verstaanbaar. Bij het meelezen blijken de teksten dan soms wel wat hippiemeisjesachtig. Modern Times: “My wings aren’t good for flying/ My legs are weak and bad/ We leave just feathers and some bones/ ‘cause tears dry up too fast.” The Swallows: “This is our world/ A sacred place to be/ This is our resort/ For resting weary feet.”

Ze lieten zich voor één nummer inspireren door de film Into the Wilderness , waarin Timothy Treadwell verslag doet van zijn leven tussen de Grizzlyberen in Alaska. “I could never climb those mountains/ I could never be/ Sleeping safely under the same stars as Timothy.” Evenals Into the Wilderness is ook The Swallows te horen in de Soundcloud. Het warme synthesizertapijt en de drums uit een doosje geven een jaren 80-sfeer aan dit zeer geslaagde dream pop album, hun tweede plaat sinds hun oprichting in 2006. We kijken alweer uit naar de opvolger.
Bas de Koning
Bear in heaven - I love you, it’s cool
*****
(Dead Oceans / Konkurrent)
Het nieuwe album van Bear in heaven zat al lang in de digitale pijplijn. Letterlijk want de afgelopen weken was het album al integraal via internet te beluisteren, uitgesmeerd over een lengte van 2709 uur. Dit betekent: in de vorm van een lang uitgerekte drone van in totaal 113 dagen die teruggebracht naar normale snelheid I love you, it’s cool vormde. Het zal dus niet verbazen dat elektronica op deze plaat een enorme hoofdrol speelt. Op de voorganger Beast Rest Forth Mouth was nog sprake van futuristische rockmuziek. Bear in heaven blijft stevig leunen op invloeden uit psychedelica en krautrock en stijgt met de eerste tonen van opener Idle heart letterlijk op. Doordat de nadruk op de toetsen ligt, klinkt bandleider, multi-instrumentalist en zanger Jon Philpot een beetje als Green Gartside (van jaren tachtig cult act Scritti Politti).

Bear in heaven bouwt met een wall of sound een massieve soundscape. Het resultaat is tamelijk bombastisch met weinig plek voor stiltes of detail. Beluister Sinful Nature in de Souncloud. En als het al gebeurt, zoals op The Reflection Of You, is het louter voor het effect. Op driekwart van het nummer ijlt Philpot “Dance with me.” , waarna een golf van geluid hem overspoelt. Nummer na nummer echoën de gitaren en zoemt, knort en bromt de synthesizer dat het een lieve lust is. Het slotmummer Space Remains klinkt zoals de titel doet vermoeden. Wie Fisherspooner al plat vond, zal met Bear in heaven geen leuke avond hebben. Maar fans van het Deense Mew zouden deze plaat zeker een kans moeten geven. BIH klinkt iets commerciëler, maar qua geluid zitten beide acts heel dicht bij elkaar. Vol, vet, psychedelisch en luid. Heerlijk.
Sandra de Haan
Bobby Conn - Macaroni
*****
(Fire Records - De Konkurrent)
Bobby Conn heeft een missie: niet alleen goeie platen maken, maar ook de hypocrisie in de Amerikaanse maatschappij aan de kaak stellen. Met een mengsel van humor en frustratie richt hij vooral zijn pijlen op de oorlogszuchtige overheid, het kapitalisme en de hebzucht. Dit alles verpakt in goed geschreven rocknummers met een glam- of metalsausje erover en opgediend met een enorme drive en showmanship. Sluit hij hiermee aan in de rij grote Amerikaanse protestzangers? Niet echt: niet alleen is hij bijzonder klein van stuk, met zijn falsetstem, kitchy gitaareffecten, clowneske make up en plateauzolen is Bobby Conn veel te avantgarde om een groot publiek te bereiken. Hij zal vermoedelijk altijd underground blijven. Dat vindt hij helemaal niet erg: dat geeft hem de vrijheid om alles te roepen wat hij vindt. Vooral zijn spectaculaire live shows hebben hem zo een schare trouwe fans opgeleverd, van Chicago tot New York, Rotterdam en Berlijn.

Ook op zijn zesde studioplaat Macaroni tapt hij uit dit vaatje. In Govt. komt dat het sterkst naar voren. ”Everybody hates the government/ Now I know that Hitler’s black…/ We just want our country back…/ We know all of your conspiracies…/ Keep us scared and keep us fat…/ So don’t confuse us with the facts. We’re working hard for the people…/ Nobody knows what the government knows.”

Zijn nieuwe band The Burglars is samengesteld uit leden van diverse bands uit de Chicago scene. Natuurlijk heeft zijn vrouw, violiste en zangeres Monica Boubou als vanouds een prominente rol. Enige minpunt van Macaroni is dat er muzikaal weinig vernieuwing te bespeuren valt, al is het Afrikaanse high life-gitaarspel in The Truth wel nieuw. Hoe goed de tracks stuk voor stuk ook zijn, het is meer van hetzelfde. Voor wie Bobby Conn niet kent maakt dit natuurlijk niets uit en is Macaroni een prima plaat om mee te beginnen. “You want something easy, you want something cheesy? It’s okay, macaroni.” Conn is een fenomeen met het hart op de juiste plaats en verdient alleen al daarom 3 sterren. Beluister alvast More Than You Need in de SoundCloud.
Bas de Koning
Nite Jewel - One Second Of Love
*****
(Secretly Canadian / Konkurrent)
Je plaat beginnen met de strofe “I’m a broken record/ You have heard this before” getuigt van lef of een enorme zelfkennis. Ramona Gonzalez aka Nite Jewel zit ergens daar tussenin. Meeliftend met het succes van dames zoals Florence & the Machine, Bat for Lashes en Lana del Rey koketteert ook Nite Jewel erg met de chillwave, jaren 80- synthesizers met moderne invloeden en een melancholisch sfeerbeeld. In die zin heb je deze plaat inderdaad al eerder gehoord. Dat neemt niet weg dat met One second of love best een aardige aanvulling op het genre geboden wordt. Ramona’s donkerbruine stemgeluid vloeit op de eerste twee nummers elegant over de synthdeuntjes en softe beats.

Maar geheel stijlvast is Nite Jewel niet. Misschien bewust van de afgegraasde jaren 80 stapt ze om de zoveel nummers een decennium vooruit en doet zich ineens tegoed aan iets dat lijkt op acid jazz. Daarbij geholpen door DâM-FunK en, uit de oude doos, Prophet. Tegen het einde gooit ze er nog een dubstepnummer tegenaan om de luisteraar bij de les te houden. In essentie is dit tweede album van Nite Jewel een toegankelijke plaat waar weinigen zich aan zullen storen. Dit album is als een decor voor een betoverende zomeravond (balkon, champagne erbij, je geliefde in een stijlvol strapless zwart jurkje of smoking) terwijl Ramona een beetje beteuterd haar seconde van liefde bezingt. Niet revolutionair, maar wel goed gemaakt. File under Cocktailpop.
*****
(Monastery Records - eigen beheer)
Rotterdam is een dorp, al helemaal als je een trouwe bezoeker bent van improvisatieconcerten. Iedereen lijkt elkaar te kennen of heeft wel eens met de ander op de planken gestaan. Ook Joe en Vanita Monk kom je er geregeld tegen, niet alleen als bezoekers, maar ook als muzikanten. Ze maakten ook opnamen, met behulp van (eveneens impromuzikanten) Katja Vetter en Pierre Verbeek. Vorig jaar hebben ze een selectie van 92 fragmenten op cd gezet, opgenomen tussen december 2003 en januari 2004. De werkwijze wordt in het mooi verzorgde boekje toegelicht: “Composed, decomposed and recomposed by Vanita & Joe Monk.”

Buiten deze muzikale gemeenschap genieten ze nauwelijks bekendheid, maar toch even wat namen van de muzikanten die te horen zijn: violiste Mira Uršić, cellist Peter Sterk, Miriam Siebenstädt, saxofoniste Mariette Kleisen, saxofonist Henk van Schaik, gitarist Victor Snijtsheuvel en natuurlijk Joe en Vanita zelf, op voornamelijk klarinet, saxofoon, keyboard en zang. Het instrumentarium is zoals je mag verwachten opmerkelijk: unplugged electric guitar, ashtrays, chair, drumsticks, water, plastic bottle, broken pianos, clarinet, crystal glass, bicycle wheel, harmonica, voice en ga zo maar door. Er komen subtiele stukken langs, sinistere soundscapes, ongepolijste staaltjes Musique Concrète, fijnzinnig klarinetspel en hemeltergende saxofoonerupties. De vocalen doen af en toe denken aan duivelsuitdrijvingen of imitaties van krolse katten. Er gaan vaak een stuk of acht muzikanten in gesprek met elkaar, wat de aanwezigheid van een dirigent geen overbodige luxe maakt. Dit type muziek is wat je noemt een acquired taste.

De opnames zijn gemaakt in de Jazz Bunker, het Poortgebouw en in huize Monk. Resultaat: een staalkaart met uitgebreide documentatie die vooral voor de betrokkenen interessant is, maar ook voor de avontuurlijk ingestelde jazzliefhebber. Op hun website zijn 17 fragmenten te horen. De Rotterdamse Improvisatie Poel organiseert regelmatig improsessies. Het programma is hier te vinden.
Bas de Koning
Shearwater - Animal Joy
*****
(Sub pop / Bertus)
Met het zwaar georkestreerde The Golden Archipelago (2010) sloot Jonathan Meiburg aka Shearwater de trilogie af die hij in 2006 met Palo Santo begonnen was. Ondanks positieve recensies bleven commercieel succes en erkenning achter. Dat is jammer, want de emotionele epische indierock van Shearwater schuurde dicht aan tegen het populaire Arcade Fire. Meiburg vertrok daarna bij platenlabel Matador en tekende bij Sub Pop. Met Animal Joy gooit hij het over een andere boeg. De verfijnde symfonische aanpak van de voorgaande trilogie is vervangen door een rocksound die zwaar leunt op bombast en grandeur. Op deze plaat ligt de nadruk op ritme, wat het geheel een opzwepende maar ook een gejaagde indruk geeft.

Intussen galmt Meiburg er flink overheen met een gezwollen stemgeluid alsof hij in de Rotterdamse Kuip staat te zingen. Soms komen er nog vlagen van de oude Shearwater boven water, zoals Open your houses (Basilik) en het gedragen intro van Isolence. Maar ook hier pompt de band zich gedurende het nummer steeds verder op. Shearwater gaat met deze plaat voor het grote gebaar en klinkt zodoende meer als Peter Gabriel dan als Arcade Fire. Dat is niet erg, maar Meiburg offert hiermee wel zijn karakteristieke eigen geluid op. Hij hoopt waarschijnlijk hiermee een doorbraak naar het grote publiek te bereiken. Het is Shearwater gegund. Als het dan toch een keer moet lukken, dan maar met Animal Joy. Beluister twee tracks op hun website .
*****
(The Leaf Label / De Konkurrent)
Jherek Bischoff is niet alleen componist, maar ook performer, producer en arrangeur. Dit veelzijdige talent uit Seattle beweegt zich graag in het gebied waar orkestraal uitgevoerde muziek en pop elkaar raken. Hij heeft deel uitgemaakt van de experimentele rockband Parenthetical Girls en werkte samen met onder andere Xiu Xiu en Amanda Palmer. Behoorlijk ingewikkeld spul waar je echt voor moet gaan zitten, wil het niet finaal langs je heen gaan. Zijn composities zijn razend knap geschreven, maar soms ook wat vermoeiend door de enorme hoeveelheid instrumenten en tempowisselingen. Maar wie bijvoorbeeld Joanna Newsom, Owen Pallett en de recente platen van Sufjan Stevens helemaal niet vermoeiend, maar juist fantastisch vindt kan ik Composed van harte aanbevelen.

Voor zijn nieuwe plaat heeft Bischoff een flink aantal persoonlijke muzikale helden om zich heen verzameld, waaronder David Byrne, Nels Cline, Greg Saunier (van Deerhoof), Carla Bozulich, Craig Wedren (ex-zanger Shudder To Think), SoKo, Paris Hurley en nog een handvol meer. Vocalisten, maar ook componisten. Parenthetical Girls- zanger Zac Pennington schreef ook een nummer mee: Young And Lovely. Dat zal als single uitgebracht worden voor Record Store Day (21 april), samen met Eyes, het nummer met David Byrne. In The Secret Of The Machines laat Bischoff Caetano Veloso een gedicht van Rudyard Kipling zingen. Een beetje elitair is het allemaal wel, maar zo mooi gedaan dat het niet echt stoort.

De druk op en neer fladderende dwarsfluiten zijn wel een beetje too much, maar goed. En Pennington's nogal aanstellerige zangstijl vol vibrato blijft gelukkig tot één nummer beperkt. Strijkers, blazers, drums, gitaren, fluiten, regelmatig worden ze laag op laag gestapeld tot een uitbundig versierde muzikale slagroomtaart. Gelukkig zijn er wel wat sobere passages om even op adem te komen voor we ons misselijk luisteren, waardoor deze plaat beter te behappen is dan de topzware Parenthetical Girls-nummers. Het tempo ligt ook niet overal even hoog, wat prettig is. De violen en cello's in het prachtige filmische Your Ghost zijn een hoogtepunt.
Sandra de Haan
Human Don’t Be Angry
*****
(Chemikal Underground / De Konkurrent)
Is Human Don’t Be Angry een albumtitel of een band? Het hoesje biedt geen duidelijkheid. Wel doen het gitaarspel en de trieste sfeer al snel aan Arab Strap denken. Een online rondje speuren leverde hier al snel de verklaring voor: dit is het nieuwe project van ex-Arab Strap-gitarist Malcolm Middleton. Nadat de Schotse band er in 2006 mee ophield ging hij solo verder. Na vijf platen vol spelen met melancholieke folky liedjes begon hij het onder zijn eigen naam optreden als beperkend te ervaren. Het was tijd voor iets nieuws. Een nieuwe band beginnen zou dan een logische stap zijn. Toch koos hij ervoor solo muziek te blijven maken, zij het onder dit pseudoniem. Dat bleek hem de muzikale vrijheid te geven die hij een tijdje had gemist, zo lezen we in een interview met Nicola Meighan.

De hoesfoto met een ouderwets spelletje mens-erger-je-nieten ziet er onschuldig en vrolijk uit. De muziek staat daar haaks op: die is vaak traag, dreigend en deprimerend. Dat geldt niet in het minst voor de teksten. First Person Singular, Present Tense :“… Looking for the exit, a way out. I wanna go home, home. I’m looking for the person, looking for the person, looking...” In Middleton’s liedjes overheerste altijd al de melancholie en jezelf Human Don’t Be Angry noemen heeft daar niet veel aan veranderd. Het geluid is wel breder, diverser geworden. Piano, beats uit de laptop, vibrafoon, synths en veel gitaren zorgen voor een compleet bandgeluid. De zang heeft maar een bescheiden rol.

Monologue: River:“I’m gonna row down the river, row down. I’m gonna go wherever I’m gonna go. Don’t know how I’m ever gonna find… peace of mind.” Meer tekst heeft het nummer niet nodig. Het instrumentale slotnummer met de titel Getting Better (At Feeling Like Shit) maakt de Weltschmerz compleet. Maar wat is het allemaal prachtig en goed gedaan! Middleton is duidelijk nog lang niet uitgespeeld. De plaat komt 16 april uit. Beluister het HDBA theme in de Soundcloud .
Sandra de Haan
Lele - Partytime info
*****
(Magnetron)
De Amsterdamse übercoole party animals van De Jeugd van Tegenwoordig wonnen vorig jaar de Nederlandse Popprijs. Iets minder bekend is hun andere ‘band’ Lele. Zanger Pepijn Lanen, Piet Parra en producer Rimer London maken onder deze naam muziek die veel electronischer is. Flage was in 2008 een van de beste Nederlandse platen die ik in jaren had gehoord. Ook in Duits, Frans en Engels zette taalvirtuoos Lanen de lachspieren flink aan het werk. Zelfs het sexistische gezwatel van Willie Wartaal was een genot om naar te luisteren vanwege het aanstekelijke plezier en lekkere beats.

Ze lieten hun nieuwe materiaal even op de plank liggen om de release van de nieuwe plaat van De Jeugd van Tegenwoordig niet in de weg te zitten. Maar deze lente is het dan eindelijk partytime! De stijl van Flage wordt hier doorgetrokken: dansbare beats en hippe retrobliepjes. Lanen beperkt zich nu tot Engels en Nederlands. Zelf is hij erg tevreden met deze ‘meer volwassen plaat’. Misschien bedoelt hij daarmee dat de plaat een stuk minder melig is. Ze lijken die onderbroekenlol en onnozele rijmelarij achter zich te willen laten, wat wel een beetje jammer is. Want de grote troef van Lele zijn juist die maffe teksten. Die zijn niet alleen meer volwassen, ze leggen het in de mix ook vaak af tegen de electronica. De nummers propvol eighties kitsch en discobeats zijn veel meer dichtgesmeerd met synths dan voorheen. Het open geluid van Flage liet de teksten een stuk beter uit de verf komen. Vervorming en veel galm maakt het vaak lastig te volgen. Maar Lele is geen Spinvis. Lele gaat voor entertainment, geen luisterliedjes. De plaat lijkt bedoeld om doorheen te kletsen en te dansen. Wie gaat er op een feestje nu aandachtig naar teksten zitten luisteren?

Het nummer En Pierre is nog het meest Lele-oude-stijl. “Een net niet rijmend rijmboek, een extra strakke rijbroek, een vullisbak van diamant, operatie van bil- naar tietenman, de Soprano’s op VHS, Flügeldrink-privéles. Kom eens naar beneden en sla je slag, grijpen naar die prijzen, graaien mag. Kijk eens in de camera met je saaie lach. Kom eens lekker naar beneden, sla je slag”. Dit meteen mijn favoriete nummer, al mag het daaropvolgende Pearl Necklace in Underworld-stijl er ook wezen.

De single Neen is hier te horen. De plaat is in zijn geheel te horen op de VPRO-luisterpaal . Erg fijn is Parra’s consistent doorgevoerde grafische vormgeving van alle Lelehoesjes, T-shirts, buttons, posters en wat al niet.
Sandra de Haan
Die Zorros - Future
*****
(Voodoo Rhythm / Clear Spot)
Reverend Beat-Man is met zijn blues trash al jaren de schrik van Zwitserland. De kale man met een voorliefde voor de combinatie sex, religie, dood, alcohol en algehele waanzin blijkt ook een lichtvoetige kant te hebben. Hij drumt namelijk ook in Die Zorros, het ideale trio voor feesten en partijen voor wie van retrokitsch houdt. Hun zojuist verschenen cd Future is daarvoor zeer geschikt. Beat-Man speelt met Olifr Guz op orgel en Patrick Abt op gitaar en bas voornamelijk instrumentale surfversies van nummers die je niet met het genre zou associëren. Onder andere No No No van Amy Winehouse, Paint it Black van The Stones, Black Sabbath, Nights in White Satin van The Moody Blues en Walrus Eats Taxmen van The Beatles gaan door de surfmangel. Iets dergelijks is natuurlijk al talloze malen gedaan met andere hits en muziekstijlen, maar Die Zorros brengen het met aanstekelijk plezier.

Het ironische effect werkt de ene keer wel beter dan de andere. Het slotnummer Sailing (jawel, van Rod Stewart) gaat jammerlijk ten onder in een overdosis meligheid en Zwitsers gebrabbel. Hun zelfgeschreven acht tracks zijn stukken minder memorabel. De slappe uitstapjes naar jazz en bluesrock hadden ze beter achterwege kunnen laten. Waar de ‘foute’ orgelgeluiden het voortouw nemen lijken Die Zorros zich aan het Finse trio Aavikko te spiegelen. Toch kunnen ze daar nooit aan tippen bij gebrek aan goeie ideeën. Als je maar maximaal 12 minuten besteedt aan het instuderen van een nieuw nummer (ze gaan er prat op de snelste band ter wereld te zijn), weet je wat je krijgt: geleende riffjes, simpele akkoordenschema’s en heel veel pastische. Is het daarom een slechte plaat? Ja, maar wel een leuke: omdat ze hun pretentieloosheid met zoveel plezier etaleren is het ze vergeven. Lang leve de lol. No No No is op de labelsite te horen.
Bas de Koning
Mungolian Jetset - Schlungs
*****
(Smalltown supersound / Sonic Rendezvous)
Ik was niet echt te spreken over de remix-verzamelaar die het duo Pål "Strangefruit" Nyhus en Knut Sævik oftewel Mungolian Jetset in 2009 maakten. Maar wellicht dat deze tweede eigen plaat met de melige titel Schlungs uitzicht op verbetering biedt. Aan pretenties ontbreekt het niet bij dit Noorse koppel dat zich presenteert als prog-disco band. Ze laten de plaat beginnen met 2011 - A Space Woodysey en gooien vrolijk Also Sprach Zarathustra in de remix. De knipoog naar de soundtrack van de film van Stanley Kubrick ligt er dubbeldik bovenop. Het moet gezegd worden, ik vond de remix verzamelaar destijds nogal een bij elkaar geraapt zooitje. Daar is op deze plaat verbetering in gekomen.

Het spacey thema en psychedelische disco-house worden consequent doorgetrokken. Het tien minuten durende Moon Jocks N Prog Rock zet wat betreft de toon. Disco-beat, wat gesampelde blazers, een soul-achtige zanger erover, vocoder hier en daar en voilá, we hebben een hit? Gelukkig is dat niet zo want anders zou iedereen met een computer een succesvol artiest kunnen worden. De Mungolian Jetset speelt nadrukkelijk leentjebuur bij Basement Jaxx, maar weet op geen enkel moment te pakken zoals dat Britse duo. Maar laat ik niet te streng zijn, er is vooruitgang en het geheel is in ieder geval erg vrolijk. Met voldoende Mack bier achter uw kiezen kan het best gezellig worden. Beluister een voorproefje in de SoundCloud
*****
(No Quarter / De Konkurrent)
Zijn er onderhand niet genoeg virtuoze folkgitaristen op de wereld? Nathan Salsburg uit Louisville, Kentucky geeft met zijn debuutalbum luid en duidelijk antwoord op deze vraag: nee. Folkliefhebbers die o.a. John Fahey en Nick Drake in de kast hebben staan kunnen Affirmed blind aanschaffen. Wat een feest. Zijn verbluffend knappe instrumentals doen hier en daar erg aan die van Jim o’Rourke denken, al zijn ze iets traditioneler. De fingerpicking-melodieën zijn behoorlijk complex, maar de techniek zit het overbrengen van emotie geen moment in de weg. Je hoort dat er lang aan de plaat gesleuteld is en toch klinkt elke track soepel en relaxed. Echt zo’n plaat die met elke luisterbeurt beter wordt.

Tussen de eigen composities staat één traditional van Shirley Collins: The False True Love, waarin hij ook zingt, bijgestaan door Julia Purcell en accordeonist Matthew Schreiber. Nathan Salsburg is muziekhistoricus en trakteert de luisteraars van enkele radiostations op pareltjes uit het Amerikaanse muzikale verleden. Het zal ons niet verbazend als zijn naam in de muziekgeschiedenisboeken van de toekomst een blijvend plekje gaat krijgen. Het slotnummer is hier te horen. Meer horen? Live op YouTube .
*****
(Chemikal Underground / De Konkurent)
Het in Glasgow gevestigde label Chemikal Underground mag dan een grote professionele organisatie geworden zijn, het lijkt nog steeds een vriendenclub. Het label is de spin in het web van de vruchtbare Schotse scene. Soms levert dat mooie onverwachte samenwerkingen op. Ook folkgitarist RM Hubbert lijkt iedereen te kennen. Hij heeft voor zijn tweede plaat Thirteen Lost & Found een flink aantal muzikanten uit de buurt uitgenodigd op zijn feestje (niet allemaal uit de Chemikal stal). Aidan Moffat, voorheen zanger van Arab Strap, praat en zingt in z’n kenmerkende volkse tongval het mooiste nummer Car Song. Zangeres en gitariste Emma Pollock neemt Half Light voor haar rekening. Daarnaast zijn er bijdragen van violist Luke Sutherland (Long Fin Killie / Mogwai), banjospeler John Ferguson, Paul Savage (The Delgados), Shane Connolly en Rafe Fitzpatrick. Alex Kapranos, gitarist bij Franz Ferdinand, produceerde het geheel en speelde ook mee.

Bij liedje nummer vijf waan je je plots op een ander continent. Hier heeft zangeres Hanna Tuulikki de hoofdrol. Dat zij een Fins-Engelse achtergrond heeft zou je niet zeggen. Ze begeleidt zich op het traditionele Finse snaarinstrument de kantele. Net als haar zeer hoge stem klinkt het ding meer Chinees dan Fins. De prachtige plaat wordt afgesloten met een solonummer vol liefdesleed van folkveteraan Alasdair Roberts. Beluister Gus Am Bris An Latha in de SoundCloud .
Onze favoriete platen van 2011
De beste platen van 2011 door Bas de Koning 1) Fonetyka - Requiem dla Wojaczka. 2) Vetusta Morla - Mapas. 3) Lovisa Negga - Kär. 4) Kasia Nosowkska - 8. 5) Eleanoora Rosenholm - Hyväile minua pimeä tähti. 6) Kate Bush - 50 words for snow. 7) Jonathan Johansson - Klagomuren. 8) Keckec & Acid folk orchestra - Pesme iz godina uspavanog razuma. 9) Jean Louis Murat - Grand Lièvre. 10) Chisu - Kun valaistun.
Onze favoriete platen van 2011-deel 2
De beste platen van 2011 door Peter ter Mors 1) Feist - Metals 2) Beirut - The Rip Tide 3) Tom Waits - Bad As Me 4) The Leisure Society - Into The Murky Water 5) The Decemberists - The King Is Dead 6) Elbow - Built A Rocket Boys 7) Josh T. Pearson - The Last Of The Country Gentlemen 8) James Blake - James Blake 9) Anna Calvi - Anna Calvi 10) Other Lives - Tamer Animals

De beste platen van 2011 door Sandra de Haan 1) Spinvis - Tot ziens, Justine Keller 2) Jason Forrest - The Everything 3) Shabazz Palaces - Black Up 4) Biosphere - N-Plants 5) Akron Family - The Cosmic Birth and Journey of Shinju TNT 6) Nicolas Jaar - Space is Only Noise 7) Nils Frahm & Anne Müller - 7fingers 8) Peter Broderick - Music For Confluence 9) Dan Freeman & The Serious - I lie a lot 10) Robag Wruhme - Thora Vukk
*****
(Chemikal Underground / De Konkurrent)
Postrock is dood. Dat is best spijtig. Episch centrum Louisville, Kentucky bracht opmerkelijk veel bands voort die van eind jaren 80 tot begin deze eeuw een rij indrukwekkende platen achtergelaten hebben. Slint, June of 44, Palace Brothers, Rachel’s, Rodan, Shipping News, The For Carnation, Aerial M (later Papa M), ik draai ze bij vlagen nog steeds. Maar aan alles komt een eind en dat is maar goed ook. Op tijd iets anders gaan doen is meestal beter dan steeds minder goeie platen maken (iets waar Shipping News helaas niet helemaal in slaagde). Van postrock hoorde je langzaam steeds minder. Bands gingen uit elkaar, waarna verschillende kopstukken solo doorgingen, onder een andere naam of in andere samenstellingen, zoals Will Oldham a.k.a Bonnie Prince Billy, David Pajo (Slint) en Tara Jane o’Neill (Rodan). Maar vaak niet met evenveel impact als voorheen.

King’s Daughters & Sons pakt nu de draad weer op. Het eerste nummer Sleeping Colony doet sterk denken aan The For Carnation: sober, traag, uitermate droevig maar ook prachtig. Dat is simpel te verklaren: deze vijfkoppige band is samengesteld uit de fine fleur van de Louisville scene. Todd Cook en Kyle Crabtree van Shipping News spelen bas en drums, Rachel Grimes (van Rachel’s) zet haar piano en hoge zachte stem in, Joe Manning en Michael Heinemann spelen gitaar en zingen. Is postrock dan toch weer tot leven gewekt? King’s Daughters & Sons brengt de stad weer even terug in de schijnwerpers, vooral door de achtergrond van de bandleden. Deze poging oude tijden te doen herleven is goed gelukt, al zijn niet alle nummers even sterk. If Then Not When is een mooie mix van alt-rock en folk-ballades geworden, vol emotie en goed geschreven. Na het trage begin gaat het tempo gelukkig wat omhoog. De plaat is een stuk gevarieerder in tempo en volume dan de For Carnation-platen. De verstilde kamermuziek van Rachel Grimes contrasteert mooi met de ruige gitaarnummers. Maar beide uitersten ontmoeten elkaar ook vaak in één track. Dat pakt best goed uit, zeker wat samenzang betreft. Het vlammende Anniversary en het tranenktrekkende Lorelei zijn hoogtepunten.

Het lijkt in eerste instantie vreemd dat de plaat bij een label in Glasgow is uitgebracht, maar bij nader inzien ook weer niet, want de melancholische sfeer past perfect bij hun nieuwe collega’s Adrian Crowley en Arab Strap’s Aidan Moffat. Kortom, een fijne plaat voor de oudere nostalgisten, voor mensen die een passende soundtrack zoeken bij de huidige recessie, maar zeker ook voor jongere luisteraars die bovengenoemde bands niet kennen. Die kunnen met deze plaat als startpunt beginnen aan een reis terug in de tijd, een ontdekkingstocht in de muzikale geschiedenis van Louisville. De plaat is nu in zijn geheel te horen op VPRO’s Luisterpaal . Daarnaast zijn 3 nummers te horen op site van Chemikal Underground.
*****
(Constellation / De Konkurrent)
Colin Stetson
De bombast van Arcade Fire is niet voor iedereen weggelegd, ook niet voor ondergetekende, maar de Canadese band heeft wel oog voor uitzonderlijke musici als Colin Stetson. Deze Amerikaanse saxofonist begeleidde meer grote publiekstrekkers, onder wie Tom Waits en David Byrne. Met New History Warfare Vol. 2: Judges bewijst hij als solosaxofonist met gemak drie kwartier lang te kunnen boeien. Door middel van onorthodoxe technieken weet hij zijn bassaxofoon te laten klinken als een compleet blaasorkest, inclusief percussie.

Voor wie verstand heeft van improvisatiejazz klinken de technieken van Stetson bekend in de oren: het ploppen met de tong, het ritmisch tikken met de kleppen, circulaire ademhaling, waarbij men door de neus inademt en tegelijk met de mond lucht door het instrument perst, en het grommen door het riet, waardoor meerdere noten tegelijk klinken: ze zijn uitgevonden, uitgebuit en uitgebreid door een hele stamboom aan blazers, onder wie Evan Parker, John Butcher en Peter Brötzmann; Stetson speelde zelf met bassaxofoon-expert Anthony Braxton.

New History Warfare klinkt echter anders dan soloalbums van bovengenoemde musici. Stetson is er niet op uit om de grenzen van improvisatie te verleggen. Zijn composities zijn strak ritmisch, liggen goed in het gehoor en zijn daardoor beter te vergelijken met de instrumentale solomuziek van folkgitaristen als John Fahey. Stetson gebruikt zijn virtuositeit om melodie, ritme en noise samen te voegen tot onweerstaanbare grooves. De plaat is bovendien perfect opgenomen en bevat voldoende afwisseling, onder meer door bijdragen van gastvocalisten Laurie Anderson en Shara Worden (My Brightest Diamond).

Colin Stetson speelt vanavond (30 november) in Doornroosje, Nijmegen en donderdag 1 december in het Bimhuis, Amsterdam.

Sandra de Haan
Dan Freeman and the Serious - I Lie A Lot
*****
(Solaris Empire / Sonic Rendezvous)
Berlijn oefent al decennia een bijna magische aantrekkingskracht uit op muzikanten. En niet alleen elektronica-adepten. Jazzsaxofonist Dan Freeman vertrok van Tasmanië naar Berlijn om er muziek te studeren. Op de Academy of Music Hanns Eisler ontmoette hij de band The Serious, ruilde zijn sax in voor piano en ging zingen. De samenwerking bleek een schot in de roos. Hun debuutplaat I Lie A Lot is erg goed en kan zich zelfs bij vlagen meten met Radiohead en Jeff Buckley. Overdreven? Oordeel zelf; het album is te horen in de SoundCloud.

De academische achtergrond van de vier mannen heeft 11 knap gecomponeerde liedjes opgeleverd, tussen alternatieve pop en jazzy rock in. Technische perfectie kan soms zielloze stijloefeningen opleveren, maar daar hebben zij geen last van. De nummers zitten vol dynamiek, spannende overgangen en soms ongewone maatsoorten. Toch is het een heel toegankelijke popplaat. Van een flinke dosis pathos en galm zijn de mannen niet vies. Dan Freeman is enorm romantisch, vooral in de subtielere pianostukken, maar lekker rocken kunnen ze ook. Af en toe neigt de boel wel erg esthetisch te worden. Op die momenten denk je dat je naar een Coldplay-kloon zit te luisteren. Gelukkig blijven ze meestal aan de goede kant van de streep.

Freeman’s beweeglijke zangmelodieën zijn keuriger dan die van Jeff Buckley, maar nooit saai. De rocknummers zijn favoriet, zoals het titelnummer I Lie A Lot, inclusief noisy freejazz-einde. De hoekige tracks Break Of Day en Older zijn de betere tracks. Meer daarvan graag. Het goedkoop uitziende hoesontwerp is wel een minpunt; die nodigt niet bepaald uit tot luisteren. Ik benieuwd naar hun volgende stap: zullen ze verder richting pop gaan en wereldwijd het Coldplaypubliek veroveren, of juist meer het experiment gaan opzoeken? Het zal geen verbazing wekken dat ik hoop op het laatste. Een lichte koerswijziging is zeker niet ondenkbaar. Bassist Bernhard Meyer en de enorm creatieve gitarist Peter Meyer hebben met een ander trio namelijk onlangs een nog avontuurlijker plaat gemaakt en kunnen dus meer kanten op:

Meyer/Baumgärtner/Meyer - Melt (Traumton, september 2011)

Dat is andere koek. Voor echte popliefhebbers is deze experimentele jazzrock waarschijnlijk een paar bruggen te ver. Maar wat zetten alleen bas, gitaar en drums hier een prachtige kathedraal van geluid neer! Van dromerige klanklandschappen tot spetterende rockpassages, dit is smelten geblazen. Fan van de eveneens Berlijnse jazzrockers Der Rote Bereich? Check even die link. Dit is geschoolde muziek met ballen (en baarden). Drie van de negen lange nummers zijn hier te horen.

*****
(Fiction / V2)
Deze band rond zangeres Liela Moss is de afgelopen jaren volledig langs me heen gegaan. Afgaande op de kritieken heb ik niet veel gemist. Het debuut Cuts Across The Land uit 2005 staat genoteerd als een leuke demo en opvolger Neptune als afgeraffeld. Na dik drie jaar sleutelen komt dit Londense quintet nu met een epische rockplaat waarop het grote gebaar niet geschuwd wordt. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Bruiser een prima plaat is om in te stappen. Een stuwende ritmesectie en ronkende gitaarriffs laten tijden van de alternatieve rock uit de jaren 90 herleven. Beluister alleen al opener Cherry Tree waar de strak drummende Olly 'The Kid' Betts de toon zet en Toby Butler er halverwege gierend met zijn gitaar overheen gaat. Het basgitaargeluid van Marc Sallis geeft het geheel iets zompigs en vuigs.

Vooral de geest van the Smashing Pumpkins is alom aanwezig. In plaats van de snerpende nazale stem van Billy Corgan doen zij het met de goeie rockstrot van Liela. Evenals de Pumpkins voegt The Duke Spirit een flinke dosis psychedelica en pathos aan de mix toe. Aangenaam aan Bruiser is ook dat er regelmatig gas terug wordt genomen om zo wat lucht te geven aan dit toch wel enigszins dichtgespijkerde en volgeproduceerde album. Tekstueel mag er echter nog wel een cursus tegenaan gegooid worden. Het twintig keer herhalen van de titel is wel catchy, maar gaat op een gegeven moment nogal vervelen. Maar het is ze vergeven want Bruiser is zeker een plaat waar je mee voor de dag kunt komen. Beluister Don’t Wait in de SoundCloud.