Sandra de Haan
Dame Flux - Champagne info
*****
(Rauwplaat / De Konkurrent)
De Groningse Irene Wiersma noemt zich Dame Flux. Haar vrolijke synthesizerliedjes doen meteen de oren spitsen. Dit is nieuw. Dit vind ik leuk. De kitschy retro-sound past erg goed bij de droogkomische Nederlandse teksten. Ze komt soms erg meisjesachtig, zelfs suikerzoet uit de hoek. De opsomming van verkleinwoordjes in Uitverkoop is daarvan een goed voorbeeld. “Een grapje voor een lachje/ een muntje voor een drankje/ Een knipje voor een oogje / een bordje voor een goedkoopje.” Maar omdat ze dat zoete met humor en originaliteit combineert en simpelweg goeie electropopliedjes componeert is dat geen punt. De mix heeft die teksten helaas wel lastig verstaanbaar gemaakt: haar zachte zangstem en de synths vormen vaak één onontwarbaar geluid. Met koptelefoon luisteren is dat wel op te vangen, maar toch jammer.

In sommige nummers doet ze qua sound erg denken aan de Duitse Barbara Morgenstern, vooral in Grote Baas. “Ik ben grote baas/ niemand eet het brood van m’n kaas.” Maar waar Dame Morgenstern de laatste jaren erg saaie platen maakt, veegt Dame Flux haar zo van de draaitafel met deze verfrissende Champagne. Prijsnummer is de single Vind Ik Leuk. De stortvloed van onbenulligheden die op Facebook langs komt wordt op een Jeugd-van-Tegenwoordig-achtige wijze opgesomd door gast-rappers. Bekijk de leuke animatieclip op Youtube, waarin ook Sam Peeters van Lamelos te zien is.

Even dreigt het geheel wat aan de zoete kant te blijven, maar dan is daar plots het lekker rauwe en opwindende Negen Levens, dat op een plaat van Felix Kubin niet had misstaan. Deze en het volgende TV-modellenvel zijn favoriet. De nummers zijn fijn afwisselend, wat de aandacht moeiteloos veertien tracks lang vasthoudt. Er komt een walsje voorbij en de plaat sluit af met een filosofische tekst over huisdieren. “Als huisdieren konden praten zouden ze nu even stil vallen.” Dieren zouden immers ook niets met onze woordenschat kunnen beginnen. En “Konijnen vervelen zich nooit.” Precies, een ervaringsdeskundige.
De titels van de nummers heeft ze illustratief uitgebeeld door van de letters pictogrammen te maken. Leuk idee, maar wel onleesbaar. Gelukkig staan de titels in gewone letters op de schijf, anders was het schrijven van dit stukje wel erg lastig geworden. Irene Wiersma maakt overigens ook cartoons en strips. Maar die halen het niet bij deze zeer geslaagde plaat.
Alex van Bergen Bravenboer
Marble Sounds - Dear Me, Look Up info
*****
(Zeal Records / De Konkurrent)
Marble Sounds is de band van zanger/componist Pieter van Dessel. Deze sympathieke Belg maakt al enige jaren verzorgde popachtige luisterliedjes en Marble Sounds’ tweede album Dear Me, Look Up bevestigt Van Dessel’s compositietalent. Kenmerkend voor zijn songs is de gelatenheid over schijnbaar verloren dromen en onvervulde verlangens. Niet in de laatste plaats komt dat door het luie, haast dromerige stemgeluid van Van Dessel. Een gevoel van loomheid en melancholie wordt losgemaakt. Zelfs het prachtige hoesje ademt een sfeer van ongrijpbare behoeftes. De cover Ship In The Sand van geestverwant Robin Proper-Sheppard (The God Machine/Sophia) is misschien wel het meest tekenend: “I may be lonely, but I am not stupid. I try to live with my mistakes.”

Na iedere luisterbeurt onluikt de schoonheid van de songs een beetje meer. Dear Me, Look Up is dan ook een echte groeiplaat. Desondanks wordt bij mij niet helemaal de juiste snaar geraakt. Vermoedelijk door de ietwat eentonige en emotieloze zang van Van Dessel gedurende de krappe drie kwartier. Het is dan ook geen toeval dat de beste titels Leave A Light On en Evenings samengezongen zijn met Aino Vehmasto (I Am Oak). Haar prachtige heldere stem is op een geweldige wijze complementair met Van Dessel’s zang en van absolute meerwaarde. Leave A Light On is zelfs een van de beste liedjes die ik dit jaar heb gehoord en wat mij betreft nu al een classic. Alleen daarom al verdient deze plaat aandacht en waardering. Hopelijk gaan Van Dessel en Vehmasto nog vaker liedjes zingen met elkaar, want dit smaakt naar meer.
*****
(Rough Trade / Konkurrent)
Sinds Do you like rock music? uit 2008 heeft British Sea Power niet echt meer een indruk achtergelaten in de Lage Landen. Zelfs in eigen land werd hun laatste Valhalla Dancehall met gemengde gevoelens ontvangen. Niet geheel terecht want met Machineries of Joy laat de eigenzinnige band uit Brighton zien dat ze de fijne kneepjes van het Britpopvak nog steeds prima in de vingers heeft. Ontstaan tijdens hun maandelijkse clubavond Krankenhaus presenteert BSP een divers palet van tien liedjes. De sfeer varieert van vrolijke ritmes en een tinkelende gitaar in het titelnummer tot introverte sombere symphonica op afsluiter When a warm wind blows through the grass. En alles wat daar tussen zit.

British Sea Porwer maakt zowel heftige progrock als lieflijke ballades. Ze zijn een soort Wedding Present die wel het conservatorium heeft afgerond. Toch is de band er in geslaagd om deze diversiteit tot een consistent geheel te smeden en is niet verdwaald in haar eigen ideeënstroom. Het vakmanschap spat er vanaf, maar men is niet verzand in een gestileerd kunstje. Kortom, intelligente poprock met een rafelrandje oftewel typische Eurorock. De makke voor BSP is en blijft echter dat de concurrentie binnen dit segment moordend is. Helaas voor hen leidt hun gekozen autonome route en hun niet echt onderscheidende geluid er ook toe dat ze een beetje wegzakken in de massa. Dat is jammer, maar geeft de fans wel de mogelijkheid om een goed bewaard geheim te koesteren. Niet verder vertellen dus; Machineries of Joy is een onvervalste kwaliteitsplaat. Beluister een track op hun site.
Alex van Bergen Bravenboer
Anna Von Hausswolff - Ceremony info
*****
(City Slang / De Konkurrent) release: 17 juni
De Zweedse Anna von Hausswolff maakt ernstige muziek. Althans die indruk wekt ze. Drama zo gezegd. Songtitels als Deathbed, Mountains Crave en Funeral For My Future Children verraden Von Hausswolff’s gemoedstoestand en de sfeer van haar tweede album Ceremony. Het album begint sterk met het instrumentale Epitaph Of Theodor, waarin een heus orgel de hoofdrol vertolkt. Lange, sombere klanken met veel gevoel voor zwaarwichtigheid. Het type orgel dat je op zondag in iedere kerk kunt horen en beslist niet onaangenaam. Als na tien minuten Von Hausswolff onverwacht besluit te gaan zingen, meen ik warempel Kate Bush te horen. Voor een moment maak ik me schuldig aan deze simpele vergelijking, maar naarmate het album vordert is het wel duidelijk dat Von Hausswolff niet dezelfde uitzonderlijke klasse heeft als haar Engelse collega. Beslist geen schande overigens. Daarbij moet ook gezegd worden dat Anna von Hausswolff wel degelijk muzikale kwaliteiten heeft.

Het is lastig Von Hausswolff in een comfortabel hokje te stoppen. Haar teksten zijn gothisch van aard en de muziek heeft overeenkomsten met volkse New Age waarbij veelal een duidelijke drone hoorbaar aanwezig is. Het meest opvallende is echter dat haar stem varieert tussen bescheiden fluisterend en emotioneel gebrul. Breekbaar en krachtig, zoals u wilt. Het knappe van haar zangkunsten is vooral dat zij altijd loepzuiver blijven. Kenmerkend voor het gehele album is de ietwat bombastische toon. Ze wil serieus genomen worden. Te serieus naar mijn smaak. Ceremony telt dertien titels waarvan het genoemde openingsnummer, Mountains Crave en Harmonica de absolute prijsnummers zijn. Mocht u in de stemming zijn voor zelfmedelijden, moeilijke gedachten en wellicht wat troost vindt in een kerkorgel, dan is Ceremony de aangewezen plaat. Beluister een compilatie van fragmenten op YouTube.

*****
(Secretly Canadian / Konkurrent)
Vrouwenstem met hippe electronica. Wie daar moe van wordt mag nu afhaken want het gelegenheidsduo Dungeonesse springt vrolijk dit genre binnen. Schrijver/producer Jon Ahrens (White Life, Art Department) en zangeres Jenn Wasner (Wye Oak, Flock of Dimes) deelden hun passie van top 40 hitmuziek en R&B uit de jaren negentig via internet. Onder hun eigen naam maken ze vooral indiefolk, wat niet echt een goede basis bood voor deze muzikale koerswijziging. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en al snel gingen er ideeën en kleine muzikale probeersels heen en weer. Met deze knip en plak-techniek zijn uiteindelijk tien liedjes gemaakt. Vergeleken met de concurrentie van andere dames in het huidige electronicagenre ligt bij Dungeonesse de nadruk vooral op de breaks.

Het geheel doet sterk denken aan de Big Beat rage die rond de millenniumwissel furore maakte op de alternatieve dansvloer met Olive en Lamb als grote voorbeelden. Wasner samplet en overdubt haar stem tot meerdere lagen en bouwt zo het nummer op. Hij werkt met vrij kale arrangementen. Af en toe komt een rapper assistentie verlenen. Zelf geeft het duo aan dat ze dit project vooral als guilty pleasure zien om de ‘pop’ terug in de muziek te brengen. In die opzet zijn ze redelijk geslaagd. Het geheel is vooral luchtig, zonder veel eeuwigheidswaarde. Maar voor de zomerse balkons is deze relax-muziek een prima te pruimen soundtrack. In de Soundcloud zijn drie tracks te horen.
Matthijs de Jonge
Black Bug - Reflecting The Light
*****
(Eighteen Records / Hozac Records)
Punk maken met synthesizers levert meestal rotzooi op. Ja, Suicide heeft er in 1977 een heel aardig plaatje mee gemaakt, maar verreweg het meeste dat in deze hoek valt, bestaat uit aanstellerig gekrijs over een verzameling preset-deuntjes uit een wegwerpkeyboard. Volkomen overbodig.

Er zijn gelukkig uitzonderingen op de regel. Uit Frankrijk, waarschijnlijk niet geheel toevallig het land dat ons al sinds de vroege jaren tachtig meent te moeten teisteren met de ene waardeloze synthesizerflutpunkplaat na de andere, bereikt ons nu het werkje Reflecting The Light van het gezelschap Black Bug. Het trio bestaat, waarschijnlijk evenmin geheel toevallig, niet uit Fransen maar uit Zweden. Deze band laat de voorgeprogrammeerde loopjes voor wat ze zijn en trakteert de luisteraar in plaats daarvan op elf staaltjes zeer opgefokt science-fictionlawaai dat de naam "punk" niet verdient omdat het zo onbeholpen is, maar vanwege de geschiftheid en het venijn dat er vanaf druipt. De muziek van Black Bug klinkt alsof er een stel in leren jasjes gehulde garagepunkers de horlepiep staan te dansen op de peperdure keyboards van Skinny Puppy en Kraftwerk. Hoewel de zang op zichzelf geen schoonheidsprijs verdient, slaagt de band er voor de rest behoorlijk goed in een synthesizerplaat af te leveren waar de liefhebber van de betere Amerikaanse gooi- en smijtpunk mee uit de voeten kan. De plaat is in zijn geheel te horen op hun Bandcamp page .
*****
(Finest Gramophone / V2)
De Deense Tina Dico draait al sinds 2001 mee maar blijft internationaal wat in de ondergrond verborgen. Ondanks dat ze tijdens de laatste tour van Massive Attack zorgde voor de vocale ondersteuning. Jammer want voor fans van de huidige golf aan intelligente meisjespop (Bat for Lashes / Florence) valt er veel te genieten bij deze ijsblonde singer-songwriter. De eerste nummers We’re All Experts en het orkestrale Moon To Let vatten de sfeer al mooi samen. Het is een beetje dromerige, melancholieke Europop met veel nadruk op de piano. Qua stem en muziek doet Dico mij sterk denken aan Californische Sam Philips, ook zo’n eigenzinnige tante die de wereld als sinds 1989 bestookt met kwaliteitspop en er voor kiest om alles in eigen beheer te maken.

Misschien wil Tina al die aandacht wel helemaal niet. Het gros van de liedjes gaat erover hoe je kun verdwijnen, je terugtrekken op een eenzame plek, desnoods de maan. Wat dat betreft is de titel scherp gekozen. Waar ga je heen om te verdwijnen? En wat neem je mee? Met Tina op je iPod wordt het in ieder geval een sfeervol en intiem reisje. Het risico dat de plaat echter loopt is dat het geheel zelf ook in de achtergrond verdwijnt. De afwisseling qua tempo, spanningsopbouw en intonatie tussen de nummers is wat vlak (met hier en daar een gedoseerde uitschieter zoals de erupties op True North). Gaandeweg het album wordt dit ietwat monotoon en daarmee kun je stellen dat twaalf liedjes een prima balans is. Meer zou alleen maar afbreuk doen.
Sandra de Haan
The Postal Service - Give Up, deluxe anniversary edition
*****
(Sub Pop / Konkurrent)
The Postal Service zijn Ben Gibbard (Death Cab For Cutie) en Jimmy Tamborello (Dntel), plus zangeressen Jen Wood en Jenny Lewis. Perfectie bestaat niet. Toch zou je er bijna aan gaan twijfelen bij het luisteren naar Give Up. In 2003 stegen ze met deze plaat tot grote hoogten, geholpen door de hit Such Great Heights. De plaat staat vol ijzersterke electropopliedjes met goeie teksten over bitterzoet relatieleed. Ze werden een voorbeeld voor diverse electropopacts die na hen kwamen. Helaas hebben ze dat succes niet kunnen voortzetten. Al jaren is er niet veel meer van de band vernomen, al zijn ze solo wel doorgegaan met muziek maken. Het minder lichtvoetig klinkende Dntel bracht in 2003 het succesvolle album Life Is Full Of Possibilities uit. Tien jaar later brachten ze die plaat opnieuw uit; geremastered met een extra disc vol remixes en B-sides. Dit recept beviel blijkbaar goed. Ze herhalen het nu met The Postal Service.

Hopen ze voor de tweede keer munt slaan uit hun gouden tijd? Is het nostalgie? Wie zal het zeggen. Ze vonden het in ieder geval tijd voor het uitbrengen van geremasterde versies. Of dat anno 2013 genoeg mensen tot aanschaf zou bewegen lijkt twijfelachtig. Daarom zijn maar liefst 15 bonus tracks toegevoegd. Met een oogstrelend dik kartonnen boekwerk er omheen is dat een goed verkoopbaar hebbeding geworden. De meeste bonus tracks waren al eerder uitgebracht op singles: versies met alleen akoestische gitaar en zang, remixes, live tracks en twee covers: Againt All Odds (take a look at me now) van Phil Collins en Grow Old With Me van John Lennon. Tevens staan er tracks op van The Shins en Iron & Wine die respectievelijk We Will Become Silhouettes en Such Great Heights coveren.
De echte fan zal de die extra’s waarschijnlijk al in huis hebben. Er staan maar twee nummers op die nog niet eerder uitgebracht zijn. Toch is het ding de aanschaf wel waard. De geremasterde versies klinken als een klok. En aan het artwork en de twee boekjes vol foto’s en songteksten is veel zorg besteed. Beluister hier twee tracks: We Will Become Silhouettes en The District Sleeps Alone Tonight.

Bas de Koning
Quasiland - Quasiland info
*****
(Ziel / Konkurrent)
Deze jonge zevenkoppige band uit Tienen maakt studentikoze luchtige rammelpop. Dat was bijna de samenvatting van dit debuut van het Vlaamse collectief Quasiland, gebaseerd op de eerste twee liedjes. Met half afgeronde akkoorden, speels - lullig aandoende gitaarloopjes, semi-intellectuele teksten en no budget-productie lijken Driebaanslaan en De Brug zo vanuit het oefenkot op de cd gebrand te zijn. Er zit echter progressie in de selectie van tien songs. Vanaf het derde nummer Goochelaar veranderd er iets. Quasiland pikt de geest van de oude Talking Heads op en creëert een polderfunk sfeertje dat bij iedere draaibeurt steeds pakkender wordt. De dialoog-achtige manier van zingen tussen Wannes Deboes en Abigail Singo-Magou komt dan ook beter tot zijn recht.

Wannes’ lage bromstem legt de basis en daarover drapeert Abigail een heldere bovenlaag. Blijft het dilemma van de teksten die op z’n minst nogal vaag kunnen overkomen. Alsof Wannes in zijn slaapkamer een dromendagboek had liggen en iedere ochtend snel opschreef wat er die nacht aan de binnenkant van zijn ogen was gebeurd. Maar meestal herinnert hij zich maar flarden van die droom en zo klinken deze teksten ook. Als losse flarden tekst die bij toeval een samenhang hebben maar soms ook onbegrijpelijke rijmelarij lijken. Het maakt dit debuut er niet toegankelijker op. Door de lichte muzikale omlijsting met hier en daar blazers of een orgel als accent weet Quasiland het gelukkig wel aangenaam te houden. Net als de Nederlandse Spinvis of Roosbeef hangt Quasiland ergens tussen pop, cabaret en repetitieruimte in. Fans van Lage Landen lofi weten genoeg. Beluister de eerste single Kotterbij op YouTube . Ook mooi is Willem Endelach, dat hier live is te zien.
Sandra de Haan
CocoRosie - Tales of a Grass Widow
*****
(City Slang / De Konkurrent)
De zusjes Bianca en Sierra Casady maken al 10 jaar eigenzinnige muziek. Ze worden door de schrijvende pers nog altijd in het freakfolk-hokje gestopt. Dat heeft meer te maken met hun uitzinnige verkleedpartijen dan met hun muziek, want die is allang niet zo weird meer als in hun beginjaren. Freaky zijn de zusjes zeker, een in hun hippie-jeugd ontwikkelde eigenschap die ongetwijfeld geholpen heeft hun liedjes aan de man te brengen. Hun zelfportretten zijn een kunstvorm op zich. Op CocoRosie-platen tref je van alles aan: hiphop, electrobeats, samples, avantfolk, synths, pop, found sounds en kinderspeelgoed.

Hun nieuwe plaat Tales of a Grass Widow klinkt een stuk toegankelijker dan ouder werk. Ze stapten voor deze vijfde plaat over van Sub Pop naar City Slang. Veel prettig in het gehoor liggende beats, minder kinderspeelgoedgefriemel, meer dansbare glad klinkende beats. Antony Hegarty zingt twee nummers mee. In Tears For Animals bezingt hij zijn ‘love for human kind’, een bekend thema in zijn werk. Het nummer kwam vorige zomer al uit als b-kant van de single We Are On Fire. De dames klinken hier soms bijna even engelachtig als Liz Frazer. Het is een van de beste tracks op het album. Na een swingend begin zakt de plaat wat in met een indiase fluit-passage. End Of Time is een echt hip-hop nummer met niet zo geweldige praat-zang. Dan weer een stukje traporgel, afwisseling is er genoeg om de aandacht elf nummers lang vast te houden. Maar ook ontbreekt samenhang.

De expressieve zangpartijen vol vibrato hebben in bijna elke track de hoofdrol. En daar wringt de schoen, of juist niet? Hun hoge kindvrouw-stemmetjes vind je ofwel betoverend of vreselijk irritant. Een middenweg is er bijna niet. Als je het stemgeluid van Björk en Joanna Newsom prachtig vindt, dan zit je bij CocoRosie vermoedelijk wel goed, al kunnen de muzikale ideeën van de zusjes bij lange na niet tippen aan alle eerder genoemden. Eindconclusie: muzikaal best een aardige plaat, alleen jammer van die stemmen. De single Gravedigress is al te horen in de Soundcloud. Waar het nummer over gaat? "It’s an imagined conversation between an abandoned child and an outcast old woman." Ach ja, ze hebben een imago hoog te houden. De plaat komt 27 mei uit.

Alex van Bergen Bravenboer
Ola Podrida - Ghosts Go Blind info
*****
(Western Vinyl / De Konkurrent)
Het Texaanse Ola Podrida is de eenmansband van zanger/gitarist David Wingo. In kleine kring geniet Wingo enige bekendheid als succesvol componist van filmmuziek. Meest recente voorbeelden zijn het onvolprezen Take Shelter uit 2011 en het dit jaar op het witte doek te bewonderen Prince Avalanche. Omdat Wingo de behoefte had in een liveband te spelen, maar vooral ook omdat niet al zijn composities gebruikt kunnen worden voor film besloot hij Ola Podrida op te richten. Ghosts Go Blind betreft het derde album sinds het onopgemerkte titelloze debuut uit 2007.

Bij de eerste tonen van de uitstekende opener Not Ready To Stop is het meteen duidelijk dat Ola Podrida van verzorgde liedjes houdt. Het gehele album is muzikaal keurig op orde en tekstueel potent. De muzikale stijl betreft een mengeling van indie en alt-country wat me nog het meest doet denken aan Band Of Horses. David Wingo blijkt tevens over een krachtige stem te beschikken waarnaar het prettig luisteren is. De ene keer lekker pratend zingend met onvervalst Texaans accent en de andere keer als het broertje van Chris Martin.

Wingo’s Ola Podrida heeft met Ghosts Go Blind simpelweg een prima plaat afgeleverd waar niet veel op aan te merken valt. Echter na een aantal luisterbeurten krijg ik toch het gevoel dat er meer in had gezeten. Ondanks het overduidelijke vakmanschap had het allemaal wel wat ruiger gemogen, ietwat rauwer en ongepolijster. Vooral David Wingo zingt op een aantal nummers ronduit technisch te goed, waardoor het geheel snel oninteressant wordt. Maar begrijp me niet verkeerd: Ola Podrida is een naam om te onthouden, want de potentie is duidelijk aanwezig en het talent van Wingo onbetwist. De plaat komt 26 april uit. Beluister Staying In in de Soundcloud.

Stefan Nieuwenhuis
Michael Hearst - (Songs For) Unusual Creatures
*****
(Chronicle Books, 16,99 euro/ Urban Geek Records, 13,95 euro)
Wie een poging doet de bezige New Yorker Michael Hearst (1972) te beschrijven heeft aan acht slashes niet genoeg. Om onze ruimte nuttig te besteden is een verwijzing naar zijn Wiki-pagina het voordeligst. De frontman van de eclectische klezmer-folkband One Ring Zero heeft zijn werkterrein onlangs verder vergroot met de publicatie van het boek Unusual Creatures, met - natuurlijk - een begeleidende solo-cd onder de naam Songs for Unusual Creatures.
Het boek is eigenlijk een verzameling superduperdieren. Net als in de Albert Heijnse evenknietjes staan er luchtig verzamelde wetenswaardigheden over onbekende, schattige en drollige beesten in. Wist u bijvoorbeeld dat veertig procent van alle insecten op aarde kevers zijn en dat veertig procent van alle muziek op de oldie-radio van The Beatles is? Kortom, interessante weetjes voor grote kinderen.

Wat het boek nog mooier maakt is de vormgeving en die is stevig in handen van Rotterdammer Jelmer Noordeman en het Amsterdamse Elasticbrand, bestaande uit Christie Wright en Arjen Noordeman. Vooral het kleurgebruik is puik en kan met gemak meedingen als highest rated op Adobe’s Kuler. Tekst, illustraties en vormgeving maken van Unusual Creatures een kek bladerboek dat net zo makkelijk in de reguliere boekenkast past, als op de eyecandy-plank of -tafel.

De cd is een instrumentale curiositeit met zestien nummers die ‘passen’ bij de dieren uit het boek. Daar is fantasie voor nodig, maar leuk is het wel. Veel gekke instrumenten en typische arrangementen. Bijna net zo geestig als Hearsts eerdere solo-project Songs For Ice Cream Trucks, een klassieker in het zelfbedachte genre.
Sandra de Haan
Karen Gwyer - Needs Continuum
*****
(No Pain In Pop / Konkurrent)
Vrouwen en electrobeats, een veel voorkomende combinatie. Maar de rollen zijn bijna altijd strikt verdeeld: de vrouw zingt en de man bedient de laptop. Vrouwen die van beide markten thuis zijn, die zijn ver in de minderheid. Goed, er zijn er natuurlijk tientallen actief, maar het lijstje namen dat echt naam maakt in de scene (Björk, Laurie Anderson, TheeSatisfaction, Kevin Blechdom) mag nodig langer worden.

Nu dook onlangs Karen Gwyer op met een solo ambient electroplaat. Daar wilde ik wel eens meer van weten; wie is Karen Gwyer? Ze kwam als dochter van twee cellisten ter wereld in Ann Arbor, keerde na een tijdje cello en viool studeren de klassieke muziek de rug toe en stortte zich tot teleurstelling van haar ouders op de techno-scene. Via New York kwam ze in Londen terecht. Needs Continuum is haar debuut (als je een eerdere EP niet mee telt). Techno mag dan haar grote liefde liefde zijn, Needs Continuum is geen danceplaat geworden. Het eerste nummer Sugar Tots begint met intrigerende synth-drones, sitar-achtige geluiden en dof galopperende electrobeats. Ze werkt met repeterende patronen en soundscapes met een mystieke inslag. Lange stukken met en zonder (vaak ongewone) beats wisselen elkaar af. Ze is niet bepaald zuinig met galm.

Het is allemaal smaakvol gedaan, maar leunt soms ook tegen kitsch aan, zoals de latere platen van Dead Can Dance dat nogal eens deden. Invloeden van Krautrock, Afrikaanse drumpatronen en Britse psychedelica (the Orb) hoor je erin terug, al is het wel vertaald naar een dromerige stijl. Ritmes hoeven niet per se opzwepend te zijn; ze kunnen ook een meditiatieve sfeer oproepen. Dat heeft Gwyer goed in de vingers. Tegen het einde voegt ze ook nog vervormde stemmen toe, galmend als in een kerk. De esoterische sfeer die zo in Jaja Uses Ancestral Spirits ontstaat is wat mij betreft net één stap te ver. Aan één Lisa Gerrard hebben we meer dan genoeg. Gelukkig spelen de vocalen maar een bijrol. Al met al is dit een fijne en bijzondere plaat die heel geschikt is voor de huiskamer. Needs Continuum is in zijn geheel te horen in de SoundCloud.

Pieter van Oudheusden
Sylvie Simmons - I’m Your Man
*****
(Nijgh & Van Ditmar, € 19,90)
Leonard Cohen was de dertig al gepasseerd toen hij popmuziek begon te schrijven als noodzakelijke bijverdienste voor zijn literaire carrière. Met zijn songs zou hij zichzelf als dichter overtreffen, hoewel het succes in de VS aanvankelijk op zich liet wachten. ‘Deprimerende muziek’, vond Billboard, en het zou lang duren voor Rolling Stone hem aanprees als ‘een eigentijdse Brecht’. Maar in Engeland en elders in Europa sloegen zijn eerste platen al meteen aan. Het blijkt een duurzaam succes, want zijn nummers - vaak traag ontstaan en in vele varianten - worden na tientallen jaren ook nu nog gretig door jonge artiesten gecoverd. Alleen al van Halleluja, populair in talentenjachten, zouden er driehonderd versies bestaan.

Ook wie geen fan is, moet toegeven dat Leonard Cohen een groot charisma heeft. In de jaren 60 en 70 geen langbehaarde egotripper, zoals destijds gebruikelijk, maar een op Dustin Hoffman lijkende gentleman in een famous blue raincoat, verslingerd aan verdovende middelen en aantrekkelijke vrouwen, geplaagd door ernstige depressies en niet-aflatende twijfels, en onderhevig aan tegenstrijdige religieuze ervaringen. Via de omweg van Scientology komt hij terecht bij het zenboeddhisme, dat hem leert zichzelf, zijn leven en zijn roem te relativeren. ‘Barmhartige leegte in zijn zuiverste vorm,’ volgens Cohen. Niet zo vreemd dat biografe Sylvie Simmons als een blok voor haar onderwerp viel. Haar journalistiek opgezette I’m Your Man bevat een massa informatie uit door haar afgenomen interviews, maar opvallend weinig kritische aantekeningen die de onloochenbare kwaliteiten in het werk van Cohen - steeds liefdevol ‘Leonard’ genoemd - meer reliëf hadden kunnen geven.

Bas de Koning
Carmen Villain - Sleeper
*****
(Smalltown Supersound/De Konkurrent)
De Noorse Carmen Villain heeft de pech dat haar debuutplaat uitkwam in de maand dat de noiselegendes van My Bloody Valentine hun comeback maakten. Want Villain is duidelijk door hen en Sonic Youth beïnvloed. Sterker nog, Sleeper klinkt als een slechte kopie van de Sonic Youth-klassieker Daydream Nation, maar dan op een laag toerental en met Kim Gordon op alle vocalen. Villain is een voormalig model en sierde ooit de covers van bladen als Vogue en Marie Claire. Daar heeft ze blijkbaar een flinke knauw van opgelopen. Ze koos voor de artiestennaam Villain om afstand te nemen van haar carrière als model. Het album gaat vooral 'over onverschilligheid, een soort leegte die ik voelde als model.' Op de hoes is haar gezicht veelbetekenend verborgen achter een wilde bos haar.

Dit onbehagen heeft ze nu als een soort therapie omgezet in vervormde gitaren, sombere synthesizer-drones en verveelde praatzang. De verwijzingen naar drugs zijn legio, dus la Carmen zal flink los gegaan rond de catwalk. De hele plaat straalt een grote onverschilligheid uit. Kim Gordon wist altijd in haar monotone zang een verbetenheid en felheid door te laten klinken die soms bang maakte. Villain heeft dat harde randje niet en duwt de plaat dus niet dat stapje verder om het fel en spannend te krijgen. Bij stukken als Dreamo en Obedience past haar passieve houding wel maar twaalf nummers lang is het behoorlijk monotoon. Ze sluit af met een onherkenbare cover van Shocking Blue’s Demon Lover. Dus ook nog een Nederlands tintje maar of we daar nu blij van moeten worden? Beluister Made A Shell in de Soundcloud.

*****
(YCR Records)
Niek Hilkmann, alias Yoshimi, is met zijn 24 jaar nog maar net op weg en kijkt nu al achterom. In 2011 bracht hij het verfrissend non-conformistische conceptalbum Sowieso uit, waarop allerlei vormen van verwarring langs trokken. Zijn nieuwe cd Bottelaars en Beesten gevat geen nieuw werk, maar een verzameling nog niet eerder uitgebrachte tracks uit 2007-2012. Wie de Rotterdamse feestneus een beetje kent weet ongeveer wat je kunt verwachten: nonchalant gespeelde simpele rockliedjes, uptempo en vol studentikoze meligheid. De eigenzinnige teksten waren op Sowieso het meest in het oor springende element. Ook nu hoopt hij dat de luisteraar “de naieve en bedenkelijke kwinkslagen kan waarderen”. Helaas zijn die op dit ‘conservatie-album’ zo goed als onverstaanbaar door een teveel aan galm. Jammer! Toch meldt het bijgaande persbericht dat het opgepoetste versies zijn. Alleen het laatste nummer, de live-opname Doe de krab is te verstaan. Het is het beste nummer, ook door het fijne viool- en orgelspel.

De Dire Straits-cover Walk Of Life is wel grappig; het klinkt een beetje als Violent Femmes die op een dronken feestje spontaan aan het jammen slaan. Ook staat er een cover op van een nummer van zijn inspirator Wim T. Schippers: No Way Around That. Hilkmann is nog jong, dus niet getreurd. We wachten gewoon op waar hij straks ongetwijfeld mee gaat komen. Aan goeie ideeën geen gebrek. En passant richtte hij namelijk ook het label Kikvors op, tevens platform om het muzikale klimaat van Rotterdam op ludieke wijze te versterken. Vind je de platen van stadgenoten Eric de Boer (Ricky de Sire) en Harry Merry leuk, maar ken je Yoshimi nog niet? Probeer dan zijn debuutplaat en laat Bottelaars en Beesten voor wat het is: een hebbeding voor de fan die compleet wil zijn. Nog een pluspunt: het genummerde kartonnen hoesje. Elk exemplaar is uniek want met een wisselend aantal lukraak geplaatste Yoshimi’s en hand-met-bierflesje bestempeld. Handenarbeid, daar houden we van! De plaat komt 1 april uit. De releaseparty is 30 maart in Club Vibes.

Matthijs de Jonge
Iceage - You're Nothing
*****
(Matador)
Iceage bestaat uit een stelletje opgefokte Deense pubers met een voorliefde voor het vroege werk van Joy Division. De tomeloze energie op hun debuut kreeg in 2011 zoveel handjes op elkaar dat je bijna zou vergeten dat het songmateriaal zelf uitermate zwak was. De bandleden (18 en 19 jaar destijds) zijn nu echter twee jaartjes ouder. Lang niet elke band wordt daar beter van maar in het geval van Iceage is dat echt een vooruitgang gebleken. Riffjes volgen logischer op elkaar, er is meer onderscheid aangebracht tussen de afzonderlijke nummers en de band heeft inmiddels geleerd dat het af en toe best de moeite loont het tempo kortstondig wat naar beneden te brengen.

Wat ook helpt is dat de productie er flink op vooruit is gegaan: waar het debuut klonk als een bende ingeblikte horzels, is op You're Nothing daadwerkelijk te horen wat voor fijne noise, galm en punklawaai de band zo plezierig uit dertig jaar popmuziekgeschiedenis bij elkaar steelt en door elkaar roert. De originaliteitsprijs gaat Iceage ook met You're Nothing niet winnen, maar als er een prijs te vergeven was voor enthousiast en overtuigend jatwerk, maakte de band daar zeker kans op. Beluister Coalition in de SoundCloud.

*****
(Badman Records / Bertus)
De Amerikaanse singer-songwriter Lisa Germano heeft een uniek geluid, dat ze nu zo’n twintig jaar geperfectioneerd heeft. Zo stijlvast kom je ze niet vaak tegen. Met piano, viool, een hese onvaste stem en soms akelig persoonlijke liedjes is ze inmiddels een soort cultfiguur geworden met een kleine maar trouwe following. No Elephants is haar dertiende plaat. In 1994 brak ze bij het 4AD label door met het ironisch getitelde Happiness. De sfeer was sprookjesachtig maar nooit zoetsappig, met teksten die vaak zwartgallig en confronterend waren maar ook grappig en vol zelfspot. Kinderspeelgoed en liefdesverdriet, blokfluiten en drankzucht, alleen zij kan dat in één nummer samen brengen zonder dat het gekunsteld klinkt. De donkere kant van de menselijke psyche kreeg altijd ruim baan; niet zo vreemd dus dat Michael Gira haar uitnodigde om twee platen bij zijn Young God Records uit te brengen. Voor haar nieuwste werk stapte ze over naar het in Portland gevestigde Badman Records.

Met haar 54 jaar doet ze het wat rustiger aan. Het bandgeluid maakte al jaren geleden plaats voor een steeds soberder aanpak. Op de laatste platen was het instrumentarium nog vrij breed met naast viool ook fluiten, bellen, trekzak, omgevingsgeluiden en gitaar. No Elephants is nog ingetogener. Haar stem houdt het midden tussen zingen en zuchten, begeleid door voornamelijk piano. Weinig viool deze keer, wat een beetje jammer is. Het is geen makkelijke plaat; je moet er moeite voor doen om de aandacht erbij te houden. De plaat geeft zich niet prijs bij de eerste luisterbeurt. Germano’s voortkabbelende meditaties lijken slaapliedjes, maar dat is schijn. Het klinkt allemaal lief en mooi, maar wie in de teksten duikt ziet dat er weinig veranderd is. Germano’s muziek lijkt wel therapie.

No Elephants is haar meest in zichzelf gekeerde plaat tot nu toe. Ze is een meester in de details, de kleine geluidjes op de achtergrond, maar daar luister je makkelijk overheen. Haar instrumentaaltjes zijn vaak erg goed. Gelukkig zit er hier ook weer een bij: Dance Of The Bees, met een soort banjogetokkel, gitaarnoise en de piepjes van een onbereikbaar telefoonnummer. Contact houden met de wereld, het valt soms niet mee. Hier blijkt de plaat ook over te gaan: "My communication with myself, the earth and its beings is getting weirder every day. All the shit in my head, my troubles relating to humans and the earth's beings, I think that's what this record is about." Beluister een track op YouTube .

Sandra de Haan
Mister Lies - Mowgli info
*****
(Lefse Records / Konkurrent)
Nick Zanca, alias Mister Lies, is een laptopcomponist zoals er massa’s actief zijn. Wil je opvallen met electrobeats, dan moet je dus behoorlijk goed zijn. Zijn debuut Mowgli is dat ook. In 2012 brachte hij al de EP Hidden Neighbors uit, een wat ingehouden voorproefje van het echte werk. In Chicago houden ze wel van een beetje kitsch. Daar bedient Zanca zich ook gretig van. Een beetje dub, relaxte clubby grooves, synthetische handclaps, foute jaren 80- toetsenpartijen, soulvolle zangeressen, samples, een trompetje hier en daar en veel galm. Zang is er voor de sfeer, niet voor de inhoud: zwaar vervormd dus zelden verstaanbaar. Maar wat is het allemaal lekker. Spannend is dat je je regelmatig afvraagt of dit nu vreselijke kitsch is of daardoor juist weer helemaal hip. Door op die grens te gaan zitten daagt hij de luisteraar uit.

Zijn aanpak doet wat denken aan James Pants en Nicolas Jaar, maar dan uitbundiger. En waarom hij in een blokhut aan een meer in Vermont de boel op heeft genomen? Dat lezen we vaker in persberichten van grotestadsmuzikanten. Blijkbaar is afzondering niet goed mogelijk in de stad. Hoedanook, het resultaat mag er zijn. Ook het hoesje, dat door hemzelf is getekend want hij is tevens kunstenaar. In de SoundCloud zijn een paar tracks te horen: Lupine, Align, de single Dionysian en Hounded.
Matthijs de Jonge
Pissed Jeans - Honeys
*****
(Sub Pop / De Konkurrent)
Flinke vent die het bij deze plaat beperkt weet te houden tot slechts een volgelopen spijkerbroek. Grote kans namelijk dat aanhoren van dit mengsel van slordig naar beneden verstemde gitaren, wapperende bassen en dronken gebrul tot iets ergers en genanters leidt. De uit een kleine fabrieksstad in Pennsylvania afkomstige band Pissed Jeans terroriseert zijn publiek al sinds 2005 met een gietijzerversmeltende brij van lawaai die zich in de loop der jaren steeds meer heeft losgemaakt van het grote voorbeeld van The Jesus Lizard. Dat is namelijk een band waarbij de gekte overduidelijk het gevolg is van zulke verwijfde onzin als psychoses, drugsgebruik en een moeilijke jeugd.

Pissed Jeans, daarentegen, richt zijn woede steeds meer op begrijpelijker zaken zoals de hele week in de rij moeten staan voor de balie van het arbeidsbureau. Verwacht van deze band geen doorwrochte studie van de verfijndste nuances van de eigen zielsbeslommeringen: deze heren zijn kwaad, ze vervelen zich en hebben mogelijk iets teveel gedronken. Daarnaast is een bestaan als muzikant waarschijnlijk niet hun eerste keuze geweest. Als ze hadden gekund, hadden ze hun woede en hun energie gekoeld op gloeiend staal en hete stoomturbines. Nu dat echter niet tot de mogelijkheden blijkt te behoren, hebben ze het op je trommelvliezen voorzien. Dat lijkt u wel wat? Beluister Bathroom Laughter in de Soundcloud.