Tonio van Vugt
Killers info
*****
Kimo Stamboel & Timo Tjahjanto
Als we u dit festival één film mogen aanraden die u moet zien omdat hij waarschijnlijk hierna niet in roulatie zal gaan is het Killers van de Indonesische Mo Brothers: een knappe thriller die nét even dat stapje verder durft te gaan. De film, een co-productie met Japan, neemt - zoals het een Aziatische film betaamt - de tijd, en heeft een paar aardige verrassingen in petto.

Het zit de van zijn vrouw en dochter vervreemde ex-onderzoeksjournalist Bayu niet mee. Eerst wordt hij overvallen in een taxi, en als hij zich met meer geluk dan wijsheid uit deze situatie weet te schieten, filmt hij in een opwelling het resulterende bloedbad met zijn mobiel en zet het op internet. Daarmee trekt hij de aandacht van de meer dan gestoorde Japanse seriemoordenaar Nomura, die in Bayu een volgeling ziet. Oka Antar zet een likeable antiheld neer, die in de in dit soort films Onvermijdelijke Neerwaartse Spiraal terechtkomt. Dat gaat gepaard met veel zwarte humor, zoals Bayu’s onhandige ontsnapping aan een horde bewakers uit een hotel waar hij zojuist een ‘gangster’ heeft omgelegd. Maar ook de scène waarin één van Nomura’s slachtoffers probeert te ontsnappen uit diens kofferbak, terwijl de Peppie en Kokkie van het Japanse politiekorps zijn rijbewijs op verkeersovertredingen checken, geeft net dat beetje lucht aan een film die er op momenten ook behoorlijk in hakt. Het commentaar op onze mobieltjescultuur in de slotscène is een leuke bonus.

Indonesië is een genrefilmland om rekening mee te houden. The Raid 2 voert momenteel de Imagine-hitlijst aan, maar Killers is dé geheimtip. Hij draait morgen nog om 21.30 uur in EYE 1.

*****
Hélène Cattet & Bruno Forzani
Na het uitstekende Amer begeven Cattet en Forzani zich wederom op het terrein van de Italiaanse giallo, en de set-up van L’étrange couleur… is dan ook veelbelovend. Een man komt terug van een zakenreis, maar vindt het appartement van zijn vrouw in Brussel verlaten. Een zoektocht begint door het merkwaardige gebouw, waar de verzameling bizarre bewoners meer en meer vragen oproepen. Cattet en Forzani citeren opnieuw kwistig uit de trukendoos van regiemeesters uit de jaren 70, met name Dario Argento en Brian de Palma. Zwarte handschoenen, shots van enge poppen, veel close-ups van ogen en zweetdruppels, split-screens, steekwapens die in hoofden verdwijnen en ga zo maar door. Ook de soundtrack bestaat uit oude giallotracks van onder andere Ennio Morricone.

Maar zelfs in de meest van de pot gerukte giallo zit tenminste nog een soort van plot dat leidt tot een min of meer bevredigende conclusie waarin de moordenaar ontmaskerd wordt. L’étrange couleur… is daarentegen één lange, en uiteindelijk vermoeiende, aaneenschakeling van zeer mooie shots, die elke vorm van narratieve coherentie mist. Echte setpieces ontbreken, elke scène duurt misschien maar een seconde of tien. De film voelt zo meer aan als een project van kunstacademiestudenten die een enorme kartonnen doos vol Italo-horrors ondersteboven hebben gekieperd en willekeurig aan het knippen en plakken zijn gegaan met louter de bizarre scenes.

Het eindresultaat ziet er wél schitterend uit, dat moet gezegd. Als een abstract-visuele stijlexercitie is L’étrange couleur... uitstekend geslaagd en wie nog durft, adviseer ik de film op een zo groot mogelijk bioscoopscherm te zien.