David J. Markey
27-01-2008 11:45 Zaal De Unie

‘There comes a monster right now! It’s not a SpongeBob, it’s a monster!’ Aldus vat een van de geïnterviewden in deze documentaire treffend samen wat er ‘mis ging’ op Hollywood Boulevard, Los Angeles. We zien iemand in een zelfgebreid SpongeBob SquarePants-pak de camera in waggelen, en het is inderdaad een belabberd gezicht. Op de boulevard wemelt het van de ‘reinactors’, gelukszoekers in Hollywood die in ‘afwachting van een doorbraak’ hun inkomen bij elkaar scharrelen als lookalike van beroemde sterren. We zien een akelig echt lijkende Robin Williams en Al Pacino, maar ook veel imitatoren van het macramé-niveau van voornoemde SpongBob. Sommigen hebben hun outfit regelrecht bij de plaatselijke Frans Moret gehaald. Voor een dollar mag je met Pinhead of Chucky op de foto. Wat ooit begon met één Elvis, Charlie Chaplin en Superman, is uit de hand gelopen: ‘Ik zag op één dag wel zes Spidermans,’ verzucht de echter-dan-echte Christopher Reeve-lookalike Christopher Dennis.
Het is allemaal natuurlijk best om te lachen, maar al gauw blijkt dat al die mallotigheid een behoorlijk trieste ondertoon heeft: het merendeel van de reinactors blijkt dakloos, verslaafd, alcholist of alledrie, en er is veel kinnesinne en rivaliteit (bedenk je dat deze business geen excentrieke hobby is, maar een manier om te overleven). Kiera Knightly-lookalike Tienan is een ex-pornosterretje dat haar twee kinderen van verschillende vaders ter adoptie heeft afgestaan en staat op het punt te trouwen met een Spaanse Johnny Depp (een ontroerend moment in de docu).
En er komt meer aan de oppervlakte: Superman/Christopher Dennis (‘Ik zie mezelf als ambassadeur van Hollywood’) is een naar, homofoob, racistisch, mysogyn mannetje dat zichzelf opwerpt als moreel hoeder van Hollywood Blvd, ‘Batman’ en ‘Chewbacca’ hebben hun agressie jegens toeristen niet in de hand, en Freddy Krueger/James Dean-imitator Gerard, een van de weinige echt sympathieke personages, is gevlucht voor de pijnlijke ervaringen uit zijn jeugd.
Allemaal hopen ze tegen beter weten in op een echte toekomst in Hollywood: ‘I look like a celebrity, but I’m not a celebrity… yet!’
Regisseur David J. Markey (op de foto boven in het midden):
‘Ik had oorspronkelijk een idee voor een korte film. Maar hoe langer ik op Hollywood Boulevard doorbracht, hoe meer ik geïnteresseerd raakte. Iedereen gaat zijn eigen droom achterna. Mijn aandacht werd getrokken toen ik een krantenkop las: Freddy Krueger gearresteerd voor het neersteken van een toerist. Wat allemaal zwaar overtrokken bleek. Amerika heeft een culture of celebrity, alsof de oorlog in Irak of de recessie niet bestaat. Like celebreties have all the answers.
Tijdens het filmen drong iedere keer dieper door in de achtergronden van de acteurs. Ik kwam hun leven binnen, leerde ze beter kennen. Iedere keer als ik dacht dat ik eindelijk een normaal iemand had ontmoet, kwam ik er na een tijdje praten achter dat dat niet zo was. Gerard, dacht ik, stond boven de rest. Maar ook hij blijkt een slachtoffer van kindermishandeling, en is daar nooit meer uitgekomen. Hij was wel het meest uitgesproken, dus ik heb hem in mijn film meer uitgelicht. Hij identificeert zich werkelijk met James Dean en diens tragische levensloop.
De dame die Marilyn Monroe speelt, viel geen enkele keer uit haar rol voor de camera. Ze is ooit in een inrichting opgenomen geweest, en heeft haar ontslagbrief als een certificate of sanity altijd bij zich. Ze woont in een trailer, maar doet voor de camera alsof het haar artiestenverblijf is. Ze is niet helemaal goed in haar hoofd, maar doet tegelijkertijd wel wat haar gelukkig maakt: Marilyn Monrie zijn. En ze verdient er op een dag meer mee dan jij en ik samen! En uiteindelijk zijn de levens van de échte Hollywood-acteurs niet zo heel erg verschillend van dat van deze mensen.’
